Zoekresultaten 1-20 van de 1286 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2025/8671

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot huisarts. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat hij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9111

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat niet duidelijk was wie de regiebehandelaar was. Het was beter geweest als de wijziging van het regiebehandelaarschap niet alleen telefonisch maar ook schriftelijk aan klaagster was medegedeeld. Achterwege blijven van de schriftelijke mededeling is echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8245

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager verwijt de psychotherapeut onder meer dat zij als regiebehandelaar een brief heeft ondertekend waarin ten onrechte is vermeld dat sprake was van ‘wederkerige mishandeling’, met als gevolg dat klager daarvan nadeel ondervond in gerechtelijke procedures. Dit klachtonderdeel is gegrond. Door het begrip ‘anamnestische’ weg te laten, lijkt sprake te zijn van een vaststaand feit. Dat laatste staat echter niet vast en blijkt echter nergens uit. In de overige klachtonderdelen is klager niet-ontvankelijk. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8315

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8316

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8317

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8670

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot psychiater. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat zij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8186

    Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over de keuze van verweerder een sigmoïdoscopie uit te voeren en dat hij op 12 en 26 januari 2024 zijn informatieplicht heeft geschonden. Geen schending informatieplicht. Verweerder is voorafgaand aan het verrichten van de sigmoïdoscopie op 12 januari 2024 nagegaan of deze in het geval van klaagster was geïndiceerd. Hij heeft bovendien de voorgeschreven time out-procedure, waarvan het hebben verkregen van informed consent onderdeel is, zorgvuldig en correct doorlopen. Op 26 januari 2024 heeft verweerder klaagster geïnformeerd over het risico van een stoma als bij de ingreep sprake blijkt te zijn van een perforatie. Ook de assistent chirurgie heeft dit risico met klaagster besproken. Klaagster heeft bovendien zelf, tijdens het mondelinge vooronderzoek, erkend dat haar voorafgaand aan de operatie is gezegd dat zij na de operatie wakker kon worden met een stoma. Ook is er voorafgaand aan de operatie bij klaagster een stomastip op haar buik gezet.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8187

    Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over ontslag uit ziekenhuis, het niet-meedelen van een onderzoeksuitslag en over informed consent rondom sigmoïdoscopie. Ontslag uit ziekenhuis navolgbaar. Het ging medisch gezien beter met klaagster. Klaagster gaf verweerster en andere zorgverleners ook meermaals aan naar huis te willen. Dat de toestand van klaagster na het ontslag verslechterde en zelfs tot een heropname van klaagster heeft geleid, maakt niet dat verweerster klaagster niet had mogen ontslaan. Verweerster heeft klaagster telefonisch gesproken en haar de uitslag van het onderzoek meegedeeld. De physician assistant, die de sigmoïdoscopie geïndiceerd heeft geacht en aangevraagd, is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het informeren van klaagster over de risico’s daarvan en voor het verkrijgen van informed consent. Dat is niet de verantwoordelijkheid van verweerster.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7866

    Ongegrond klacht over MDL-arts. Klaagster klaagt over onheuse bejegening tijdens een telefoongesprek waarin de MDL-arts de uitslag van een coloscopie aan klaagster meedeelde, over de kwaliteit van de aan klaagster verleende zorg en over de verwarrende communicatie van en namens verweerder. Klaagster heeft aangegeven verweerder niet meer te willen spreken. Ook klaagt klaagster over de brief van verweerder aan de huisarts van klaagster en dat de MDL-arts niet heeft geleerd van een bij zijn polikliniek ingediende klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8219

    Klacht tegen een internist kennelijk ongegrond. Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen. Het college is van oordeel dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het in het belang van goede zorgverlening is dat klager zich laat monitoren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8220

    Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is verpleegkundig expert hiv in het ziekenhuis. Klager heeft al geruime tijd een hiv-infectie en verwijt de verpleegkundige, samengevat, het ten onrechte weigeren van medicatie en bloedonderzoek en het instellen van een toegangsverbod en het doen van melding bij justitie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:75 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2870

    De zoon van klagers is van zijn fiets gevallen, waardoor zijn melkvoortand moest worden getrokken. De tandarts heeft de voortand getrokken. Klagers verwijten de tandarts onder andere dat hij hun zoon onvoldoende verdoofd heeft bij het trekken van de tand, hij klagers en hun zoon niet heeft voorgelicht over de voorgenomen behandeling en dat hij hen onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8974

    Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een tandarts. Klacht gaat over het – volgens klager – onjuiste gebruik van declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie) en onwaarheden in het patiëntendossier van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8217

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager ontving via de huisartsenpraktijk van verweerder zijn hiv-medicatie. Het ziekenhuis was verantwoordelijk voor de medische controles en behandeling van de hiv-infectie. Toen uit de informatie van de behandelend specialist bleek dat klager zich aan de ziekenhuiscontroles onttrok, besloot de huisarts de medicatie niet langer voor te schrijven en verwees klager naar de specialist voor controle en hiv-medicatie. Klager verwijt de huisarts dat hij plotseling en onrechte weigerde deze vervolgmedicatie te verstrekken. Het college oordeelt dat de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8995

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie verwijt de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend handelen jegens een cliënte die verbleef in een instelling waar hij werkte, door het aanleggen, activeren en vasthouden van een seksspeeltje. De verpleegkundige heeft het handelen erkend, maar voert verweer ten aanzien van het grensoverschrijdende karakter. Het college oordeelt dat sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag en legt een voorwaardelijke schorsing van twee maanden op met als bijzondere voorwaarde het volgen van een cursus met het thema Afstand en Nabijheid in de werkrelatie. Het college merkt daarbij op dat het belangrijk is dat dit thema op de werkvloer wordt besproken met en tussen medewerkers. In een werksituatie, zeker bij een relatief langdurig verblijf van cliënten waarbij een zekere band kan ontstaan tussen cliënten en de zorgverleners, moet voldoende aandacht zijn voor afstand en nabijheid ook als het gaat om kwetsbare behoeftes zoals de behoefte aan intimiteit en seksualiteit.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8971

    Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Verweerster is directeur van de instelling waar klaagster gedeeltelijk verblijft. Klaagster verwijt verweerster onder andere dat zij klaagster heeft verplaatst naar een andere locatie van de instelling. Het college stelt vast dat de beslissing van de instelling om klaagster over te plaatsen is genomen na vele gesprekken en dat daarbij naast de belangen van klaagster ook de belangen van de andere cliënten van de instelling en de belangen van de instelling zelf zijn meegewogen. Daarmee gaat het om een beslissing met een organisatorisch en bedrijfsmatig karakter. Weliswaar is de beslissing genomen door verweerster, maar dat heeft zij gedaan in haar rol van directeur van de instelling en niet in haar rol van verpleegkundige. Het college oordeelt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2865

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is in oktober 2014 twee keer door de huisarts op de huisartsenpost gezien. De eerste keer heeft de huisarts een keelontsteking bij klaagster vastgesteld en een antibioticumkuur voorgeschreven. Bij het tweede consult, vier dagen later, bleek de gezondheidstoestand van klaagster verslechterd en heeft de huisarts klaagster ingestuurd naar de spoedeisende hulp. Nadien heeft klaagster verschillende herseninfarcten gehad. Klaagster verwijt de huisarts dat zij het ziektebeeld van klaagster bij het eerste consult niet heeft onderkend en dat zij heeft geweigerd om klaagster te verwijzen naar de spoedeisende hulp. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2977

    Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. Dit werd na onderzoek door de internist uitgesloten, maar hij concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2661

    Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de GZ-psycholoog in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de GZ-psycholoog zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de GZ-psycholoog stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de GZ-psycholoog naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.