Zoekresultaten 11-20 van de 1451 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3178 herziening

    Klager heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van de beslissing van het Centraal Tuchtcollege van 26 november 2025. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat alleen om herziening kan worden verzocht door degene over wie is geklaagd. Daarnaast is herziening bedoeld om een beslissing te herstellen die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt en niet voor een hernieuwde discussie over uitspraken. Op basis hiervan heeft het Centraal Tuchtcollege verzoeker (klager) niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herziening van de beslissing van 26 november 2025

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9331

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft zich na haar bevallingsverlof ziekgemeld. Naar aanleiding van haar ziekmelding heeft zij voor een medisch onderzoek het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. Klaagster heeft klachten over de wijze waarop dit spreekuur heeft plaatsgevonden en hoe de verzekeringsarts haar heeft bejegend. Het college overweegt dat als de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen, de klacht in beginsel slechts gegrond kan worden bevonden indien er objectieve aanknopingspunten zijn die de lezing van klaagster kunnen ondersteunen. In deze zaak ontbreken dergelijke aanknopingspunten. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7629

    Deels gegronde klacht tegen een jeugdarts. De school van klager heeft de Jeugdgezondheidzorg (JGZ) gevraagd naar de belastbaarheid van klager. De namens de JGZ aan de school verbonden jeugdverpleegkundige heeft de (jeugd)arts gevraagd mee te kijken, waarop de (jeugd)arts een uitgebreide e-mail heeft gestuurd aan de jeugdverpleegkundige, die dat bericht doorstuurde naar de school. Klager verwijt de (jeugd)arts onder andere dat zij een notitie heeft geschreven met een advies aan school. Het college is van oordeel dat de e-mail, gezien de omstandigheden, niet kan worden beschouwd als een notitie waarin de jeugdarts een behandeladvies geeft aan school, maar dat het doel was het geven van ondersteuning aan de jeugdverpleegkundige. Wel had van de jeugdarts verwacht mogen worden dat zij direct nadat zij kennis had van het doorzenden van de e-mail zij duidelijk had gemaakt dat deze tekst niet bestemd was voor de school en slechts bedoeld was als het meedenken met de jeugdverpleegkundige. De klacht is in zoverre gegrond. Het college volstaat met een gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9813

    Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de politie als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde verkeerde aannames gedaan en ten onrechte geen scheurwond beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9815

    Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de rechter-commissaris in strafzaken als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde een verkeerde conclusie getrokken en de wond niet goed beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9318

    Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Klaagster was onder behandeling bij de gynaecoloog vanwege diverse pijnklachten. Zij verwijt de gynaecoloog dat zij de uitslag van de PET-CT scan niet (direct) heeft gedeeld, geen informatie heeft verstrekt over de bijwerkingen van medicatie en tegenstrijdige informatie gaf over een doorverwijzing naar Engeland en over de vergoeding door de verzekeraar. Het college oordeelt dat de gynaecoloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8394

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over haar handelen gedurende het re-integratie traject van klager, onder andere dat zij geen actie ondernam toen zijn werkgever niet passende werkzaamheden aanbood. Het college oordeelt hierover dat de bedrijfsarts in de rapportages heeft aangegeven welke beperkingen er waren en dat klager het aangeboden werk niet passend vond; het is niet de taak van een bedrijfsarts om er vervolgens nog op toe te zien of de werkgever de adviezen van de bedrijfsarts wel in volle omvang opvolgt. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9257

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over diens begeleiding. Klager heeft eerder een tuchtklacht tegen de bedrijfsarts ingediend. Hoewel de onderbouwing van de klachtonderdelen summier is, is het college van oordeel dat de klachtonderdelen voldoen aan de voor de onderbouwing daarvan betreft minimale eisen. De bedrijfsarts heeft tegen elk van de klachtonderdelen ook inhoudelijk verweer gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is maar dat zijn klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9244

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht gaat over de overplaatsing van klager naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en de oplegging van een zorgmachtiging. Naar het oordeel van de voorzitter is er sprake van objectieve, concrete en gemotiveerde zwaarwegende omstandigheden die aanleiding geven om de openbaarmaking van de persoonsgegevens van de verpleegkundige ook in het vervolg van de procedure te beperken. De voorzitter komt inhoudelijk tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9245

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een onbekend gebleven zorgverlener. De klacht gaat over de overplaatsing van klager naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en de oplegging van een zorgmachtiging. Nu klager, op wie de verantwoordelijkheid rust om de naam van de beklaagde te verstrekken, de identiteit van de beklaagde niet heeft kunnen achterhalen en gelet op deze informatie, is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Bij gebrek aan nadere informatie over de psycholoog die het zou betreffen, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden.