Zoekresultaten 1-20 van de 1802 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9390

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9391

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9378

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Inhoudelijk is de klacht kennelijk ongegrond. Door de gemachtigde van verweerster is gemotiveerd uiteengezet dat sprake is van een persoonsverwisseling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9683

    Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10244

    Voorzittersbeslissing. Klacht van behandelend zorgverlener tegen, volgens klager, een verpleegkundige over (het handelen rondom) de beoordeling van de aanvraag van de patiënt van klager voor vergoeding van zorg, verleend in het buitenland door klager. Klager is geen rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. De klacht van klager gaat over de algemene gezondheidszorg (en de vergoeding hiervan). Klager valt ook niet onder een van de andere categorieën klachtgerechtigden. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/10435

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog kennelijk niet-ontvankelijk. Klager verwijt de gezondheidszorgpsycholoog dat hij een verklaring heeft afgegeven over zijn cliënt, de ex-partner van klager. De voorzitter oordeelt dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet BIG. Klager heeft weliswaar een financieel belang (in de alimentatieprocedure), maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/10237

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een psychotherapeut kennelijk niet-ontvankelijk. Klager verwijt de psychotherapeut dat hij een verklaring heeft afgegeven over zijn cliënt, de ex-partner van klager. De voorzitter oordeelt dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet BIG. Klager heeft weliswaar een financieel belang (in de alimentatieprocedure), maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9688 en H2026/9689

    Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van partijdigheid en vooringenomenheid, omdat de secretaris tijdens het mondeling vooronderzoek 519 foto’s en 6 films niet aan het dossier had toegevoegd en het college desondanks akkoord is gegaan met behandeling van de tuchtklachten in de raadkamer. Daarnaast wees verzoeker op een eerder ingediende klacht. Het wrakingsverzoek is afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9454

    Klacht van ouders tegen vertrouwensarts kennelijk ongegrond. Klacht tegen vertrouwensarts over een onderzoek over Kindermishandeling door falsicifiactie. Klagers verwijten de vertrouwensarts ook dat ze onvoldoende objectief was in het onderzoek.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9351

    klacht tegen plastisch chirurg. Klager lijdt aan Dupuytren en heeft een percutane naaldfasciotomie ondergaan. Na de ingreep ontstaat een peesruptuur. Na een hersteloperatie trad opnieuw een ruptuur op. Klager verwijt de chirurg kort gezegd dat het informed consent onvolledig was en dat niet duidelijk is geworden waarom de ruptuur en de reruptuur zijn opgetreden. Het college oordeelt dat er sprake is van een zeldzame complicatie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3203

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10275

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het niet overdragen van allergiegegevens. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10232

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over onzorgvuldig handelen rond een afspraak met de huisarts, het verzwijgen van dit contact in eerdere tuchtklachten en onjuistheden over opioïdenintolerantie en de besluitvorming van de Geschillencommissie Ziekenhuizen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9022

    Klacht tegen medisch adviseur Dienst Justitiële inrichtingen, die advies uitgebracht heeft over detentiegeschiktheid. Klagers zijn kennelijk niet-ontvankelijk, voor zover zij het college verzoeken om (los van een concrete klacht) een algemene uitspraak te doen. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klachtonderdeel over het gegeven advies, omdat uitsluitend klager daarbij rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9670

    Klacht tegen huisarts na consult bij de huisartsenpost over mogelijke diep-veneuze trombose. De huisarts zag geen tekenen van DVT en adviseerde klaagster de volgende dag contact op te nemen met haar eigen huisarts, wat zij niet heeft gedaan. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Het college kan er, mede gelet op de betwisting door klaagster, niet vanuit gaan dat de huisarts in duidelijke bewoordingen tegen klaagster heeft gezegd dat aanvullend onderzoek nodig was en het daarom belangrijk was dat zij de volgende ochtend contact met de eigen huisarts zou opnemen. De notitie in het dossier wijst niet op de urgentie, die er wel degelijk was. De huisarts had zijn dossieraantekeningen (en zijn advies aan klaagster) zo moeten formuleren dat er over de urgentie geen misverstand kon ontstaan, niet bij klaagster en ook niet bij klaagsters eigen huisarts. De huisarts heeft bij het consult onvoldoende regie genomen en in een potentieel gevaarlijke situatie te veel verantwoordelijkheid bij de patiënt neergelegd. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10273

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen orthopedisch chirurg over het niet overdragen van allergiegegevens en morfinebeperkingen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerder ingediend, Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook in de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10274

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het naleven van regels 3, 4 en 9 van de KNMG-gedragscode en klaagster onterecht zwartmaken en beschuldigen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2996

    Klacht tegen een arts, werkzaam bij een arbodienst, onder supervisie van een BIG-geregistreerde bedrijfsarts. De inschrijving van de arts in het BIG-register is voor de duur van drie maanden geschorst geweest. In deze periode is klager twee keer bij de arts op het spreekuur geweest. Het Regionaal Tuchtcollege is tot het oordeel gekomen dat de arts vanwege de schorsing deze werkzaamheden niet had mogen uitvoeren en heeft aan de arts de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het hiertegen door de arts ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9155

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in de penitentiaire inrichting en is in het kader van de strafprocedure onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Klager verwijt de psychiater dat voor het diagnostisch oordeel verouderde en foutieve stukken zijn gebruikt, de diagnostische beschouwing gebrekkig is gemotiveerd en relevante stukken uit het strafdossier buiten beschouwing zijn gelaten. Op basis van deze informatie heeft de psychiater volgens klager ten onrechte een TBS-maatregel met dwangverpleging geadviseerd. Het deskundigenrapport voldoet aan de criteria waar dit volgens vaste jurisprudentie aan dient te voldoen en de psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.