Zoekresultaten 1-20 van de 1389 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:81 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3182

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8451

    Klacht tegen een bedrijfsarts. In deze zaak is sprake van een bijzondere situatie, nu de bedrijfsarts ten tijde van de procedure als wilsonbekwaam moet worden aangemerkt. Dit gegeven heeft het college voor de vraag gesteld welke betekenis en gevolgen daaraan in het kader van het Medisch tuchtrecht dienen te worden toegekend. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8641

    Kennelijk ongegronde klacht van klager tegen een anios bedrijfsgeneeskunde. Klager verwijt de arts onder meer dat zij niet bevoegd was om te oordelen over zijn ziekte in relatie tot het werk, niet onpartijdig en oppervlakkig heeft gehandeld, onvoldoende over haar titel heeft geïnformeerd en de gezondheid van klager niet vooropgesteld heeft. Het college stelt vast dat verweerster als anios bedrijfsgeneeskunde onder een voldoende geborgde supervisieconstructie werkzaam was met een geregistreerd bedrijfsarts als eindverantwoordelijke. Verder blijkt uit het medisch dossier dat verweerster uitvoerig onderzoek heeft verricht en zorgvuldig opbouwende adviezen heeft gegeven met aandacht voor de beperkingen van klager. Daarnaast heeft verweerster zich steeds als arts voorgesteld en ondertekend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8997

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige, die onrechtmatig – zonder behandelrelatie met patiënten - meerdere keren en gedurende een langere periode patiëntendossiers heeft ingezien. Verpleegkundige erkent onbevoegde inzage. Dat doet niet af aan de ernst van de normschending. Tweede tuchtnorm. Berisping en publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8894

    Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de GGZ, die een intiem en seksueel grensoverschrijdend contact is aangegaan met een patiënte – met verhoogde kwetsbaarheid. Tijdens de opname van de patiënte en de ambulante behandeling. Verpleegkundige erkent het contact, stelt dat sprake was van een vriendschapsrelatie. Ernstige en langdurige overschrijding van de professionele beroepsuitoefening. Verpleegkundige heeft bewust een grens overschreden. Schorsing voor één jaar, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens gedeeltelijke ontzegging bevoegdheid om als verpleegkundige in de GGZ te werken. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3134

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat klaagster het griffierecht niet (op tijd) had betaald. Het Centraal Tuchtcollege heeft vastgesteld dat het griffierecht wel tijdig is voldaan. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst de zaak terug.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2924

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug laten plaatsen. Zij is ontevreden over de brug. Klaagster verwijt de tandarts o.a. dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster door de tandarts beter geïnformeerd had moeten worden over de mogelijkheden, maar vooral de onmogelijkheden ten aanzien van de door klaagster gewenste brug. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Gelet op de beperkte rol van de tandarts was het niet zijn verantwoordelijkheid om klaagster te informeren.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:77 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2983

    Klacht tegen een psychiater. De klacht gaat over een door de psychiater opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de psychiater in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De psychiater heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van de psychiater in de aan de tuchtprocedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het Regionaal Tuchtcollege heeft de psychiater weinig zelfinzicht en -reflectie getoond. Het Regionaal Tuchtcollege acht een berisping daarom passend en geboden. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de psychiater.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8343

    Voorzittersbeslissing. Klager kennelijk niet-ontvankelijk in klacht. Klager klaagt over een onbekend gebleven zorgverlener die feedback gaf op het pro Justitia rapport. Instelling heeft geweigerd om de naam van de zorgverlener te verstrekken, ondanks formele verzoeken van klager en zijn daartegen ingestelde beroep. Processuele verantwoordelijkheid klager de naam van de zorgverlener te verstekken. Aannemelijke onmogelijkheid voor klager. Klager heeft concrete en bruikbare aanknopingspunten klager aangedragen. Dan beperkte inspanningsverplichting (secretaris) tuchtcollege om te proberen de naam te achterhalen. Belangenafweging als instelling de naam alleen wil verstrekken als die naam niet met klager wordt gedeeld. Zeer uitzonderlijke gevallen besluit voorzitter dat de naam alleen voor tuchtcollege bekend wordt. Mogelijkheid om klacht – zonder bekendheid met en vermelding van naam zorgverlener – in behandeling nemen en uitspraak te doen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:78 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2937

    Klacht tegen arts in opleiding tot psychiater. Klaagster werd in januari 2024 gezien door de arts voor een intake op de polikliniek Psychiatrie. In het kader van de opleiding heeft de arts, werkzaam onder supervisie, zelfstandig de intake gedaan. De bevindingen van de intake werden, na overleg met de supervisor en collega’s, met klaagster besproken. Klaagster verwijt de arts het stellen van een onjuiste diagnose, schending van de informatieplicht, een onzorgvuldige dossiervorming, het schenden van het beroepsgeheim en een gebrekkige voorlichting over verdere behandelmogelijkheden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3074

    Klaagster is eind 2024 tweemaal op consult geweest bij de tandarts. Over beide consulten is klaagster ontevreden. Zij vindt dat ze beide keren lang in de wachtkamer heeft moeten wachten, dat zij onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de behandeling tijdens het tweede consult (behandeling van cariës) niet zorgvuldig is uitgevoerd. Ook heeft klaagster geen reactie gekregen op de klacht die zij bij de tandartspraktijk heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. In beroep gaat het alleen over het verwijt dat de behandeling van cariës niet zorgvuldig is uitgevoerd. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2025/8671

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot huisarts. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat hij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9111

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat niet duidelijk was wie de regiebehandelaar was. Het was beter geweest als de wijziging van het regiebehandelaarschap niet alleen telefonisch maar ook schriftelijk aan klaagster was medegedeeld. Achterwege blijven van de schriftelijke mededeling is echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8245

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager verwijt de psychotherapeut onder meer dat zij als regiebehandelaar een brief heeft ondertekend waarin ten onrechte is vermeld dat sprake was van ‘wederkerige mishandeling’, met als gevolg dat klager daarvan nadeel ondervond in gerechtelijke procedures. Dit klachtonderdeel is gegrond. Door het begrip ‘anamnestische’ weg te laten, lijkt sprake te zijn van een vaststaand feit. Dat laatste staat echter niet vast en blijkt echter nergens uit. In de overige klachtonderdelen is klager niet-ontvankelijk. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8315

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8316

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8317

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8670

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot psychiater. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat zij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8186

    Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over de keuze van verweerder een sigmoïdoscopie uit te voeren en dat hij op 12 en 26 januari 2024 zijn informatieplicht heeft geschonden. Geen schending informatieplicht. Verweerder is voorafgaand aan het verrichten van de sigmoïdoscopie op 12 januari 2024 nagegaan of deze in het geval van klaagster was geïndiceerd. Hij heeft bovendien de voorgeschreven time out-procedure, waarvan het hebben verkregen van informed consent onderdeel is, zorgvuldig en correct doorlopen. Op 26 januari 2024 heeft verweerder klaagster geïnformeerd over het risico van een stoma als bij de ingreep sprake blijkt te zijn van een perforatie. Ook de assistent chirurgie heeft dit risico met klaagster besproken. Klaagster heeft bovendien zelf, tijdens het mondelinge vooronderzoek, erkend dat haar voorafgaand aan de operatie is gezegd dat zij na de operatie wakker kon worden met een stoma. Ook is er voorafgaand aan de operatie bij klaagster een stomastip op haar buik gezet.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8187

    Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over ontslag uit ziekenhuis, het niet-meedelen van een onderzoeksuitslag en over informed consent rondom sigmoïdoscopie. Ontslag uit ziekenhuis navolgbaar. Het ging medisch gezien beter met klaagster. Klaagster gaf verweerster en andere zorgverleners ook meermaals aan naar huis te willen. Dat de toestand van klaagster na het ontslag verslechterde en zelfs tot een heropname van klaagster heeft geleid, maakt niet dat verweerster klaagster niet had mogen ontslaan. Verweerster heeft klaagster telefonisch gesproken en haar de uitslag van het onderzoek meegedeeld. De physician assistant, die de sigmoïdoscopie geïndiceerd heeft geacht en aangevraagd, is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het informeren van klaagster over de risico’s daarvan en voor het verkrijgen van informed consent. Dat is niet de verantwoordelijkheid van verweerster.