Zoekresultaten 1721-1730 van de 1789 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8869

    Ouders klagen mede namens hun minderjarige zoon tegen een verpleegkundige die betrokken was bij een intake en vervolggesprekken over hun zoon. Verwijten over bewoordingen in het dossier, bewoordingen die bij het informatie delen met een basisschool en bejegeningsklacht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3091

    Klacht tegen een internist. Klaagster is gedurende ruim een jaar in verband met een afwijkend bloedbeeld bij de internist in behandeling geweest. Het vinden van de oorzaak van het afwijkende bloedbeeld bleek een complexe zoektocht. Klaagster verwijt de internist dat zij gedurende de behandeling op een groot aantal punten onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege acht alle klachten ongegrond, met uitzondering van klachtonderdeel b over een voorschrijffout. Aan de internist wordt geen maatregel opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen de ongegrondverklaring van de verschillende klachtonderdelen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9534

    Gegronde klacht van IGJ tegen verpleegkundige. Seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënt. Maatregel: verbod tot wederinschrijving in het BIG-register voor de duur van zes maanden. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9073

    Klacht tegen een tandarts. Deze tandarts was betrokken bij de zorg aan klaagster. Klaagster had implantaten gekregen en zij verwijt de tandarts – kort gezegd - onheuse bejegening en dat hij ten onrechte niet ingreep toen de behandeling van zijn collega ontoereikend bleek. Het college is van oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2925

    Klager kwam op het spreekuur van de polikliniek psychodermatologie van het AMC. Klager stelt zich op het standpunt dat door de dermatoloog een onjuiste diagnose is gesteld, er geen gedegen onderzoek is verricht en dat hij is weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9214

    Klacht tegen een psychiater. Gegrond. De psychiater wordt verweten dat hij na afloop van een behandelrelatie uit eigen beweging contact heeft gezocht met een voormalig patiënte (klaagster), met haar een persoonlijke en vervolgens seksuele relatie is aangegaan en haar heeft verzocht dit contact geheim te houden. Het college oordeelt dat de psychiater ernstig tekort is geschoten in de zorgvuldigheid die van hem als hulpverlener mocht worden verwacht. Gezien de aard, duur en intensiteit van de eerdere behandelrelatie, de ernstige en langdurige psychiatrische problematiek van klaagster en haar kwetsbare positie, had de psychiater zich moeten onthouden van niet-professioneel contact. De psychiater heeft de afhankelijkheidsrelatie en de ongelijkwaardige positie onvoldoende onderkend en zijn eigen behoeften laten prevaleren boven die van klaagster. Het college rekent de psychiater bovendien aan dat hij onvoldoende inzicht en diepgaande reflectie heeft getoond op de achtergronden van zijn handelen en het risico op herhaling. Gelet op de aard, ernst, duur en omvang van het grensoverschrijdende gedrag legt het college de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8849

    Deels gegronde klacht tegen een (cosmetisch) arts. Naar het oordeel van het college is er sprake geweest van onzorgvuldige nazorg na de eerste interventie (bij de eerste nabloeding). De tijd die de arts heeft aangehouden voor het monitoren van klaagster wordt door het college beoordeeld als te kort. Dit geldt te meer, nu sprake was van een hematoom/nabloeding op een zeer kwetsbare plek in het hoofd- halsgebied en een dergelijke bloeding kan leiden tot stikken en overlijden. Daarnaast heeft de arts klaagster onvoldoende geïnformeerd over de nazorg. Ten aanzien van de bekwaamheid overweegt het college als volgt. Hoewel de arts hier meerdere keren concreet naar is gevraagd, heeft zij niet inzichtelijk kunnen maken waar haar opleiding nu concreet uit bestond. De arts heeft het college niet weten te overtuigen van haar bekwaamheid ten opzichte van de lipolaserbehandeling. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8701

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij geweigerd heeft om haar te verwijzen voor nader onderzoek naar autisme. Het college acht het gezien de bevindingen verdedigbaar dat verweerster de nadruk legde op de behandeling van trauma. Uit de e-mails van klaagster leek ook te volgen dat zij dit begreep. Wel was het beter geweest als verweerster nog de tijd had genomen om de verwijzing duidelijk door te spreken met klaagster, maar dit is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9633

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt de verpleegkundige in strijd te hebben gehandeld met de door haar te verlenen zorg door zonder collegiaal overleg en zonder dat dit was voorgeschreven een van huis meegebrachte keelspray (die over de datum was) te geven aan een cliënt. Ook verwijt de IGJ de verpleegkundige zonder overleg met een arts en in afwijking van het medicatiebeleid een hogere dosering medicatie aan een cliënt toe te dienen en dit op onjuiste wijze af te tekenen. De klacht is deels gegrond. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige door zonder overleg met een arts of collega’s haar eigen koers te varen, niet in het belang van de aan haar zorg toevertrouwde cliënten heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9606

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster was na ontslag uit het ziekenhuis na een wortelblokkade voor rug- en beenklachten nog voor nazorg opgenomen. Daar verergerden de klachten aan haar been. Het verwijt aan de verpleegkundig specialist is dat zij geen adequate zorg heeft verleend toen klaagster ook last kreeg van uitvalsverschijnselen. Het college oordeelt dat gebleken is dat de verpleegkundig specialist niet op de hoogte was van de verslechterde gezondheidssituatie van klaagster, maar dat dit niet aan de verpleegkundig specialist te wijten is. Kennelijk ongegrond.