Zoekresultaten 81-90 van de 1656 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8053

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, echtgenote van de overleden patiënt, verwijt de huisarts dat geen aanvullend onderzoek (bloedonderzoek en röntgenfoto) is verricht, dat de patiënt ten onrechte met de diagnose griep/COPD-exacerbatie naar huis is gestuurd en dat sprake was van onheuse bejegening.Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek in redelijkheid tot haar diagnose en beleid kon komen en dat aanvullend onderzoek niet geïndiceerd was. De gestelde onheuse bejegening kan niet worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8095

    Klaagster heeft ernstige psychische problemen en wordt in 2024 met een zorgmachtiging opgenomen in een psychiatrische instelling. Zij dient een klacht in tegen de psychiater over maatregelen die op een specifieke dag zijn genomen, zoals het innemen van haar telefoon, en dat sprake is van gebrekkig overleg, intimidatie, onjuiste uitspraken over autisme en onjuiste dossiervoering. Het tuchtcollege acht de klacht ongegrond. De maatregelen die zijn ingezet waren gerechtvaardigd, proportioneel en zorgvuldig, er was geen sprake van intimidatie of onjuiste uitspraken over autisme en het dossier is correct bijgehouden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2973

    Klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een kleine, donkere, onderhuidse zwelling op zijn bovenbeen laten verwijderen. Uit pathologisch onderzoek bleek dat dit een dermatofibroom was. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.

  • Voorzittersbeslissing. Klagers zijn kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Klagers hebben een klacht ingediend tegen vijf bij naam genoemde artsen en negen anoniem gebleven artsen. De klacht gaat over een brief van een psychiater van 29 april 2024 gericht aan het College van procureurs-generaal (het bestuur van het Openbaar Ministerie). De voorzitter overweegt dat een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen. De voorzitter stelt vast dat de secretaris in deze zaak een zorgvuldige invulling heeft gegeven aan de inspanningsverplichting van het tuchtcollege. Mede gezien het uitgangspunt dat klagers diegene zijn die de naam van de beklaagde(n) moeten achterhalen, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege kunnen worden gevergd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9013

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen verweerster (haar zus). Verweerster heeft bij aanvraag beschermingsbewind voor haar moeder benoemd dat zij HBO-verpleegkundige is en heeft gewerkt als casemanager dementie. Klaagster verwijt verweerster dat zij misbruik makat van haar professionele status. Handelen in de privésfeer kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder de tweede tuchtnorm worden getoetst. Het verweten handelen valt niet onder de reikwijdte van de tweede tuchtnorm.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9060

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9061

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8523

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster werkt als arts in hetzelfde ziekenhuis als de anesthesioloog. Klaagster is geopereerd aan een breuk in haar rechterelleboog. De anesthesioloog heeft daarbij de plaatselijke verdoving uitgevoerd. Sindsdien heeft klaagster ernstige klachten aan haar rechterarm. Klaagster verwijt de anesthesioloog onder meer onjuiste dan wel onvolledige verslaglegging. Dat klachtonderdeel is gegrond; tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen maatregel op: éénmalig tekortschieten, niet meer als anesthesioloog werkzaam, toetsbaar opgesteld, handelen vond bijna tien jaar geleden plaats.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9016

    “Kennelijk ongegronde klacht van nabestaande over de behandeling van een patiënt door verweerder. Patiënt werd twee maal gezien wegens pijn op de borst en overleed enkele maanden later aan de gevolgen van een hartstilstand. Geen aanwijzingen dat bloeddrukmeting onzorgvuldig is geweest. Spoedverwijzing lag niet in de rede.”

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8626

    Klaagster verwijt de radioloog dat hij de röntgenfoto van de bekken en de heupen van haar moeder (patiënte) verkeerd heeft beoordeeld, omdat hij een duidelijk zichtbare metastase heeft gemist waardoor kostbare tijd in haar behandeling verloren is gegaan en een immuuntherapie niet meer mogelijk was. Gelet op de (beperkte) informatie die de radioloog had en de beperkte zichtbaarheid van de afwijking van het botweefsel in de rechterheup, acht het college het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de radioloog die niet heeft waargenomen. Klacht is ongegrond.