Zoekresultaten 1931-1940 van de 1986 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9148

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek. Beperkte rol van psychiater. Omdat de verpleegkundig specialist GGZ de regiebehandelaar was, was de psychiater niet verantwoordelijkheid voor het volledige proces van klager. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9203

    Gedeeltelijke gegronde klacht tegen huisarts. Maatregel berisping. De dochter van patiënte verwijt verweerder dat hij geen gesprek heeft gevoerd met patiënte en klaagster over het proces van palliatieve sedatie en de morfinepomp niet tegelijk met de sedatie heeft gestart waardoor patiënte ontwenningsverschijnselen kreeg. Daarnaast heeft verweerder geen overdracht geregeld voor wanneer verweerder niet bereikbaar was. Ook wordt verweerder verweten dat hij zijn app-berichten onprofessioneel heeft afgesloten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8896

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klaagster, dochter van patiënt, is kennelijk niet ontvankelijk in haar klacht over de medische behandeling van wijlen patiënt vanwege de bijzondere omstandigheid. Klaagster verwijt de huisarts geen ambulance te hebben opgeroepen bij het consult met patiënt. Patiënt is de volgende dag overleden. Ook wordt de huisarts verweten de kinderen van patiënt niet te hebben gewaarschuwd. Patiënt kwam nooit met klaagster op consult bij de huisarts. College: huisarts heeft eerste contactpersoon en patiënt adequaat geïnformeerd. Verweerster kende klaagster niet ten tijde van het genoemde consult en had geen contactgegevens van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9329

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. De dochter van klagers had KNO-klachten. Klagers verwijten de huisarts onvoldoende dossier te hebben uitgevoerd door de klachten van de dochter en de gevolgen daarvan voor de dochter onvoldoende te noteren en door niet in het medisch dossier van dochter te noteren op welke wijze de huisarts de AIOS superviseerde. Ook verwijten klagers de huisarts een delay in de diagnostiek en in de verwijdering van de keelamandelen door de diagnose tonsillitis te missen. Tenslotte wordt de huisarts verweten de afwikkeling van de aansprakelijkstelling te hebben vertraagd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8547

    Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9149

    Kennelijk ongegronde klacht tegen verpleegkundig specialist GGZ. De klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek regiebehandelaar. Klager heeft de behandelingen gehad die de instelling hem kon bieden. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond. Vertrek van verweerster en opvolgend regiebehandelaar is besproken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2991

    Klager is na verwijzing in psychiatrische behandeling geweest van 2000 tot 2018. Klager heeft op 21 mei 2025 een klacht tegen de huisarts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege. Klager verwijt de huisarts dat hij naar een psychiater is verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat de huisarts in de jaren daarna verlengingen van de verwijzing heeft afgegeven en dat de huisarts niet heeft gereageerd of gehandeld op verslagen van de psychiater. Deze klachten gaan over de periode 2000 tot en met 2013. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door gedurende deze behandeling zich niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege in het oordeel over de verjaring. Voor het overige verklaart het Centraal Tuchtcollege klager wél ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3051

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten aan zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen en hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager zegt dat de huisarts de breuk in zijn scheenbeen niet heeft opgemerkt en dat later bij een MRI-scan in een ziekenhuis in Litouwen alsnog een breek in zijn scheenbeen is vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3072

    De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts, destijds huisarts, een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom de arts bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor het overlijden van moeder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9174

    Kennelijk ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was de superviserend arts van de arbo-arts die betrokken was bij de verzuimbegeleiding. De klacht ziet onder meer op de verzuimbegeleiding, schending beroepsgeheim en bejegening. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.