Zoekresultaten 1631-1640 van de 1707 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2973

    Klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een kleine, donkere, onderhuidse zwelling op zijn bovenbeen laten verwijderen. Uit pathologisch onderzoek bleek dat dit een dermatofibroom was. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8565

    Klaagster verwijt de klinisch psycholoog dat zij ten onrechte is behandeld voor een persoonlijkheidsstoornis zonder dat een diagnose is gesteld en zonder haar toestemming. De klinisch psycholoog is op basis van een zorgvuldige afweging tot de diagnose gekomen en heeft het diffuse karakter van de problematiek van klaagster in acht genomen. Geen sprake van een onjuiste declaratie. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9017

    Ongegronde klacht tegen een ambulanceverpleegkundige die betrokken is geweest bij de zorg aan klager die op straat was gevallen. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij ten onrechte uit is gegaan van dronkenschap en de mogelijkheid van neurologische problemen niet heeft uitgevraagd/onderzocht. Het college heeft geen contact kunnen krijgen met de verpleegkundige en er is geen verweer gevoerd. Anamnese en lichamelijk onderzoek voldoende. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat onjuiste informatie is vastgelegd in het ritformulier.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8417

    Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8418

    Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9098

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een klinisch psycholoog. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9099

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een psychotherapeut. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002 Verzet

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.