We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 891-900 van de 1859 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7772

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling, schending van inspanningsverplichting, informatieplicht en registratieplicht. Psychiater was als waarnemer van de hoofdbehandelaar niet betrokken bij de diagnostiek noch bij de keuze van de behandelvormen. Evenmin was de psychiater betrokken bij de informatie over en de nazorg van de ECT behandeling, noch bij de registraties van deze behandeling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6853

    Het college oordeelt dat het de huisarts van klager, die in een PI verblijft, niet te verwijten valt dat klager voor ieder consult een briefje moet invullen en daarnaast dat het feit dat een belastend onderzoek moest ondergaan ook niet verwijtbaar is. De huisarts heeft in het dossier genoteerd dat klager toestemming gaf en de aanwezigheid van de bewakers vloeit voort uit het regime waarin klager verbleef. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6869

    Het college oordeelt dat de huisarts van klager, die in een PI verblijft, geen onjuiste diagnose heeft gesteld en dat de huisarts een aan klager gerichte brief niet heeft geopend. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/6720

    Klager klaagt erover dat de huisarts naproxen naast diclofenac heeft voorgeschreven zonder klager daarover te informeren. Klacht kennelijk ongegrond, omdat uit het aan de huisarts ter beschikking staande medisch dossier bleek dat de medicatie van diclofenac was gestopt, terwijl – naar later bleek - die beëindiging niet was doorgevoerd. Adequate reactie na ontdekking.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6779

    De huisarts heeft op grond van de inhoud van het medisch dossier van klager mogen oordelen dat klager geen beperkingen had voor het verrichten van arbeid in de PI waar klager verblijft. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7912

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog, klinisch psycholoog. Klaagster is voor een therapeutisch psychologisch onderzoek (TPO) door de klinisch psycholoog onderzocht. De klinisch psycholoog concludeerde in 2024 tot een persoonlijkheidsstoornis en adviseerde een kortdurende klinische psychotherapeutische behandeling. Later werd de diagnose bijgesteld tot Persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken. Op verzoek van klaagster heeft de klinisch psycholoog haar doorverwezen naar een deeltijdbehandeling voor depressie. De depressiepolikliniek heeft ervan afgezien klaagster op te roepen voor een intake. Zakelijk weergegeven verwijt klaagster de klinisch psycholoog de eerste diagnose te hebben bijgesteld en een onjuiste verwijzing naar de depressiekliniek te hebben ingezet. De klinisch psycholoog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college komt tot oordeel dat de klinisch psycholoog alles overziend zorgvuldig heeft gehandeld. Hij heeft elke stap afgewogen, gedocumenteerd en met klaagster besproken en afgestemd. Daarbij heeft hij ook bij oplopende spanningen bij klaagster en in de onderlinge verhouding zijn verantwoordelijkheid serieus genomen en zorggedragen voor een overdracht en een nieuwe verwijzing. Kennelijk ongegronde klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7984

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster is voor een therapeutisch psychologisch onderzoek (TPO) door de psychotherapeut onderzocht. De psychotherapeut concludeerde in 2024 tot een persoonlijkheidsstoornis en adviseerde een kortdurende klinische psychotherapeutische behandeling. Later werd de diagnose bijgesteld tot Persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken. Op verzoek van klaagster heeft de psychotherapeut haar doorverwezen naar een deeltijdbehandeling voor depressie. De depressiepolikliniek heeft ervan afgezien klaagster op te roepen voor een intake. Zakelijk weergegeven verwijt klaagster de psychotherapeut de eerste diagnose te hebben bijgesteld en een onjuiste verwijzing naar de depressiekliniek te hebben ingezet. De psychotherapeut heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college komt tot oordeel dat de psychotherapeut alles overziend zorgvuldig heeft gehandeld. Hij heeft elke stap afgewogen, gedocumenteerd en met klaagster besproken en afgestemd. Daarbij heeft hij ook bij oplopende spanningen bij klaagster en in de onderlinge verhouding zijn verantwoordelijkheid serieus genomen en zorggedragen voor een overdracht en een nieuwe verwijzing. Kennelijk ongegronde klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7935

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klagers verwijten de gz-psycholoog dat zij de behandelingsovereenkomst eenzijdig heeft opgezegd zonder duidelijke onderbouwing of nazorg, klager tijdens een behandelsessie onheus heeft bejegend, onvoldoende casusregie heeft gevoerd en dat ze onzorgvuldig heeft gecommuniceerd. Het college is van oordeel dat onvoldoende is aangetoond dat het gedrag van klager zodanig was dat dit voor de gz-psycholoog een gewichtige reden opleverde voor beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Daarnaast is niet voldaan aan de zorgvuldigheidseisen voor beëindiging. Voor wat betreft de klacht over de casusregie oordeelt het dat de gz-psycholoog er onvoldoende voor heeft gezorgd dat helder was wie welke rol had en hoe deze werd ingevuld en dat na beëindiging van de behandelingsovereenkomst ook deze rol goed werd overgedragen. De klacht over bejegening is ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8015

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster was opgenomen in het ziekenhuis, waar zij ’s nachts is gevallen. Deze val heeft geleid tot een hersenbloeding en de moeder van klaagster is vervolgens overleden. Verweerster was die nacht werkzaam als verpleegkundige en klaagster verwijt haar, kort gezegd, onzorgvuldig handelen. Naar het oordeel van het college had de verpleegkundige in deze situatie risico’s dienen uit te sluiten en de situatie door een arts moeten laten beoordelen. Ook is het college van oordeel dat het op de weg van de verpleegkundige had gelegen, zeker nu was nagelaten contact met een arts op te nemen, na de val gedurende de nacht extra observaties en controles uit te voeren. Ook dat heeft zij nagelaten. Klachtonderdeel a) de verpleegkundige heeft na de val geen adequate hulp verleend en klachtonderdeel c) er heeft uren na de val geen observatie meer plaatsgevonden zijn dan ook gegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7547

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster ontvangt zorg van het GGZ team van de instelling. Verweerster was onderdeel van dit team (tegen haar collega en teamlid is ook een klacht ingediend, geregistreerd onder zaaknummer A2024/7546) en de eerste contactpersoon voor klaagster. Klaagster verwijt haar dat zij heeft gelogen over de medische situatie van klaagster bij de rechtszaak om de zorgmachtiging en dat zij aandringt op het verhuizen naar een HAT-woning op het terrein van de instelling en het innemen van medicatie. Niet kan worden vastgesteld dat de verpleegkundige onwaarheden over klaagster heeft vermeld en de door klaagster gestelde onwaarheden zijn niet onderbouwd. Daarnaast is het college van oordeel dat het handelen van de verpleegkundige erop was gericht passende zorg te verlenen en verdere escalatie te voorkomen.