Zoekresultaten 1-20 van de 1707 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7644

    Klacht ingediend door de kleinzoon van een gedurende deze procedure overleden patiënte. Klager is ontvankelijk door combinatie van een medische en een algemene volmacht voor overige aangelegenheden gericht aan klagers vader en aan klager, de akkoordverklaring van de vader en instemming van de vader met voortzetting van de klacht na overlijden van patiënte. De klacht is kennelijk ongegrond. Geklaagd wordt over de kwaliteit van de geleverde zorg en de communicatie onder andere over de hoedanigheid van verweerster. De omstandigheden waarop de klacht is gebaseerd en de verweten handelingen worden niet vastgesteld door het college.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8404

    Klacht tegen chirurg ongegrond. Ductus choledochus doorgenomen in plaats van ductus cysticus. Gezien de voorgeschiedenis en beeldvorming was inzetten laparoscopische operatie niet verwijtbaar. Handelen tijdens operatie ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8756

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zijn onderzoek naar de belastbaarheid van klaagster onvolledig is omdat hij geen eigen medisch onderzoek heeft verricht en hij heeft nagelaten de totale medische en sociale situatie van klaagster te beoordelen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het college oordeelt dat de verzekeringsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hij heeft het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en conform de daarvoor geldende normen uitgevoerd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8937

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagsters, moeder en dochter, verwijten verweerster dat het rapport dat verweerster op heeft opgemaakt in het kader van een hernieuwde beoordeling van de aanvraag voor een Wajonguitkering van dochter, ernstige onjuistheden bevat, niet zorgvuldig is opgemaakt en dat verweerster zich over moeder heeft uitgelaten op een wijze die niet correct is. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9173

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij als zijn ex-schoonzus en als psychiatrisch verpleegkundige een verklaring over (de psychische gesteldheid van) hem heeft opgesteld. Het college oordeelt dat de verpleegkundige verwijtbaar gehandeld door in haar hoedanigheid van verpleegkundige een verklaring op te stellen zonder ooit een behandelrelatie met klager te hebben gehad en in de wetenschap dat deze verklaring in een gerechtelijke procedure zou worden gebruikt. Bovendien is de inhoud van haar verklaring niet objectief en is deze niet uitsluitend op feiten gebaseerd. Berisping opgelegd vanwege ernst verwijt, daarbij weegt mee dat inzicht in onjuistheid handelen onvoldoende is gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9560

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige, werkzaam als doktersassistente. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij heeft verboden om het alarmnummer 112 te bellen en dat de verpleegkundige de triageprotocollen niet (goed) heeft gevolgd waardoor vertraging is opgetreden in de (spoed)zorg voor klaagster. Klacht is ontvankelijk: de feitelijk werkzaamheden (triage) behoren tot de taken van een verpleegkundige. De klachtonderdelen zijn ongegrond: uit niets blijkt dat de verpleegkundige zou hebben verboden om het alarmnummer te bellen. Op basis van de NHG-Triagewijzer zijn de noodzakelijke vragen gesteld en in het huisartsenjournaal genoteerd. Er waren geen aanwijzingen dat klaagster instabiel was en de urgentie is terecht ingeschat als U3.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:109 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2756

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2944

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2906

    Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De arts was destijds als arts-assistent op de SEH betrokken bij de opname en behandeling van klaagster. De klacht van klaagster tegen de arts bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op de opname en behandeling op de SEH door de arts, de deskundigheid van de arts en het overleg van de arts met haar supervisor. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de arts in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2907

    Klacht tegen internist. Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De internist was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagsters opname op de afdeling Interne. De klacht van klaagster tegen de internist bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op zijn rol als supervisor, communicatie en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de internist in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2908

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De neuroloog was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagsters opname op de afdeling Neurologie. De klacht van klaagster tegen de neuroloog bestaat uit meerdere onderdelen, die samengevat zien op het medisch handelen van de neuroloog en de samenwerking met andere specialisten/artsen. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de neuroloog in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2909

    Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De arts was destijds als arts-assistent van de afdeling Interne betrokken bij de behandeling van klaagster. De klacht van klaagster tegen de arts bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op de behandeling van klaagster en de houding en deskundigheid van de arts. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de arts in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2723

    .

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9178

    Klacht tegen een fysiotherapeut gegrond. De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de professionele grenzen heeft overschreden door seksuele handelingen te verrichten bij meerdere (jonge) patiënten gedurende de behandelrelatie. De fysiotherapeut is strafrechtelijk veroordeeld en heeft zich uit het BIG-register laten schrijven. Hij heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de klacht. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven. Ook wordt de fysiotherapeut met onmiddellijke ingang een algemeen beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9008

    Klacht tegen een fysiotherapeut gegrond. De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de professionele grenzen heeft overschreden door tweemaal seksueel contact te hebben met een patiënte gedurende de behandelrelatie in 2015. De fysiotherapeut erkent dat en heeft aangegeven niet meer werkzaam te willen zijn in de zorg. Hij heeft zich uit het BIG-register laten schrijven. De fysiotherapeut is gedurende een lange periode niet open en transparant geweest door geen melding te doen van de gebeurtenissen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9330

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De klachtonderdelen die gaan over het structureel weigeren van adequate zorg, een onjuist dossier en het weigeren het dossier te overleggen zijn onvoldoende onderbouwd. De voorzitter kan voorts niet vaststellen dat de huisarts de afspraken over een derde verwijzing die tijdens de zitting van de geschillencommissie zijn gemaakt, niet nakomt. Door eerst een gesprek met de klachtenfunctionaris te hebben, houdt de huisarts zich juist aan de gemaakte afspraak. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9218

    Voorzittersbeslissing. Bij klaagster is voor de tweede keer een zwelling in de borst ontdekt. Klaagster verwijt de chirurg dat zij een onnodige en overbodige medische interventie heeft verricht, en dat er een operatie zou zijn gepland. Er lijkt hier sprake te zijn van een misverstand, de chirurgische opties moesten nog verkend en besproken worden. Een gesprek hierover stond gepland, geen operatie. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8918

    Klacht tegen bedrijfsarts deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk van onvoldoende gewicht. Klager maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over de consulten en het door haar gegeven advies. De klacht is deels kennelijk van onvoldoende gewicht, voor zover de bedrijfsarts in een periodieke evaluatie (die tevens naar de werkgever is gestuurd) heeft omschreven dat klager boos van het consult is vertrokken. Weliswaar is deze omschrijving op zichzelf klachtwaardig te achten, echter de bedrijfsarts heeft zich, direct nadat klager nog diezelfde dag zijn onvrede hierover kenbaar had gemaakt, rekenschap gegeven van deze foutieve vermelding, dit direct adequaat gewijzigd en de aangepaste versie aan zowel klager als de werkgever gestuurd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8994

    Klaagster is deels kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht en de klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster vindt dat de behandelend psychotherapeut van haar ex-partner door ernstig en herhaaldelijk onprofessioneel handelen haar veiligheid en welzijn en dat van haar 6-jarige dochter in gevaar heeft gebracht. Voor zover klaagster klaagt over handelingen in het kader van de behandeling van haar ex-partner, is zij niet-ontvankelijk. In de klachtonderdelen over het handelen van de psychotherapeut jegens klaagster als naaste, is zij wel ontvankelijk. Die klachtonderdelen verklaart het college kennelijk ongegrond.Zie ook: A2025/8691 (verweerder in hoedanigheid van psychiater).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9054

    Klacht tegen een arts gegrond. In juni 2021 ontving de inspectie een ontslagmelding van de werkgever van de arts. Hij had (wetenschappelijk) onderzoek verricht op een aantal patiënten zonder de hierbij behorende waarborgen in acht te nemen. De inspectie besloot vervolgens een tuchtklacht in te dienen. Het college legt de maatregel van een berisping op en weegt daarbij mee dat de arts op meerdere punten tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en extra zorgvuldigheid had moeten betrachten bij deze kwetsbare groep patiënten.