Zoekresultaten 1-50 van de 1475 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8423
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:50
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De minderjarige zoon van klaagster is doorverwezen naar de tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij een behandeltraject heeft voorbereid zonder haar toestemming als gezaghebbende ouder en haar daarbij niet heeft geïnformeerd. Daarnaast klaagt zij over een onterechte melding bij Veilig Thuis, onjuiste gegevens in het dossier en over grensoverschrijdend en discriminerend gedrag. Het college oordeelt dat de tandarts, gelet op de aard van de voorgenomen behandeling en zijn wetenschap van gezamenlijke gezagsuitoefening en een conflictueuze scheidingssituatie, klaagster in een eerder stadium actief moeten informeren en haar toestemming had moeten verkrijgen alvorens het behandeltraject in gang te zetten. In het contact met Veilig Thuis heeft de tandarts onvoldoende zorgvuldig gehandeld door het overleg niet anoniem te voeren. De overige klachtonderdelen zin ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8743
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 12-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41
Klacht van de IGJ tegen een anesthesioloog-intensivist. De IGJ verwijt de anesthesioloog dat hij in strijd met de Geneesmiddelenwet enoximon in de thuissituatie heeft voorgeschreven terwijl het daar niet voor is geregistreerd. Ook heeft de anesthesioloog volgens de IGJ daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf) te overleggen met de huisarts van de patiënte en haar onvoldoende te monitoren tijdens het gebruik van het middel. Het college komt tot het oordeel dat de anesthesioloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de anesthesioloog de maatregel van doorhaling in het BIG-register met onmiddellijke ingang op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8907
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:51
Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. De MKA-chirurg wilde de door klager gewenste behandeling (het plaatsen van implantaten in de bovenkaak) niet uitvoeren. Klager verwijt de MKA-chirurg dat hij geweigerd heeft om zorg te verlenen zonder medische onderbouwing, dat hij geen alternatieve behandelopties heeft besproken en klager niet heeft doorverwezen. Het college kan de beslissing van de MKA-chirurg goed volgen, de gewenste behandeling was niet geïndiceerd. De klacht over doorverwijzing is niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8908
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:52
Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. Klager heeft bij de kliniek waar de MKA-chirurg werkzaam is een klacht ingediend. De MKA-chirurg was aanwezig bij een gesprek over de klacht. Klager verwijt de MKA-chirurg dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de klachtafhandeling en dat zij hem geen verwijzing heeft gegeven naar een andere zorginstelling. Klager is wel ontvankelijk in de klacht, maar alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8433
- Datum publicatie: 13-03-2026
- Datum uitspraak: 13-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:53
Voorzittersbeslissing. Klager is niet-ontvankelijk omdat hij niet klachtgerechtigd is. De voorzitter ziet niet in dat er sprake is van een geschaad belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Klager niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8625
- Datum publicatie: 12-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:36
Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verbleef in de PI en bezocht een paar keer de tandarts. Hij verwijt de tandarts, samengevat, ernstige en aanhoudende nalatigheid in de tandheelkundige zorg. Verzoeken om hulp zouden zijn afgewezen met als argument dat klager deze zorg buiten de PI moest organiseren. Het college is van oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8812
- Datum publicatie: 12-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:37
Klacht tegen een verpleegkundig specialist kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De verpleegkundig specialist werd vanaf april 2025 zijn regiebehandelaar en besloot, samen met de betrokken psychiater, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de verpleegkundig specialist, samengevat, het onvoldoende voeren van regie en onverantwoord en zonder overleg afbouwen van de medicatie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundig specialist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8813
- Datum publicatie: 12-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:38
Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De psychiater werd betrokken bij het voorschrijven van zijn medicatie en besloot, samen met de betrokken verpleegkundig specialist, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de psychiater, samengevat, het onverantwoord afbouwen van de medicatie zonder overleg met klager, het fouten maken in correspondentie en negeren van het recht op een second opinion. Het college is van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8291 en Z2025/8292
- Datum publicatie: 12-03-2026
- Datum uitspraak: 10-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:39
Ongegronde klacht tegen een psychiater/psychotherapeut. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8293
- Datum publicatie: 12-03-2026
- Datum uitspraak: 10-03-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:40
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog over de behandeling van klager. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was als regiebehandelaar bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8205
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:47
Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Geen sprake van het stellen van een diagnose zonder enig onderzoek en het college heeft niet kunnen vaststellen dat de longarts zich onprofessioneel heeft gedragen tegen de patiënt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2879
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:42
Klacht tegen een KNO-arts. Klager verwijt de KNO-arts dat hij verwijtbaar heeft gehandeld, omdat hij bij het uitvoeren van het oortoilet bij het linkeroor van klager dit linkeroor heeft ‘stukgezogen’. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8944
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:48
Kennelijk ongegronde klacht tegen KNO-arts. Klager verwijt de arts dat zij hem heeft gediscrimineerd door hem zorg te onthouden omdat klager rookt. Ook zou zij een ongepaste opmerking hebben gemaakt. In- en uitwendige scheefstand en gezwollen slijmvliezen. Medicatie vanwege gezwollen slijmvliezen. Behandelplan primair gericht op verhelpen van de neusblokkade, met een inwendige neuscorrectie als mogelijke oplossing. Belang van stoppen met roken besproken, gelet op de mogelijkheid van complicaties. Beleid navolgbaar en in overeenstemming met de geldende richtlijnen. Ongepaste opmerking kan niet worden vastgesteld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:43 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2936 en C2025/2978
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:43
Klaagster heeft een onderzoek ondergaan bij de psychiater naar een mogelijke autismespectrumstoornis. De psychiater heeft na twee gesprekken geconcludeerd dat bij klaagster geen sprake is van ASS, maar hooguit van een communicatiestoornis. De klacht van klaagster gaat over de bejegening en over de wijze van onderzoek. Daarnaast is klaagster van mening dat de psychiater een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de psychiater daarvoor de maatregel van berisping opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de klacht op twee extra onderdelen gegrond verklaren en bepalen dat kan worden volstaan met handhaven van de maatregel van berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8097
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:49
Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte. voorheen bekend als de ziekte van Wegener. Klaagster verwijt de internist dat zij geen regie heeft genomen, dat zij de diagnose GPA eerder had moeten stellen en dus ook eerder met de behandeling had moeten starten. De klacht is ongegrond. Het beleid was tijdens klaagsters eerste opname volgens de richtlijnen en er was geen aanleiding om van de richtlijnen af te wijken. Bij de tweede opname was er wellicht aanleiding om eerder met de behandeling te starten, maar bestond nog steeds geen duidelijkheid over de diagnose. De vertraging van enkele dagen in de aanvang van de behandeling door nog eens met een expertisecentrum te overleggen, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De internist was slechts één van de vele artsen die bij klaagster aan het bed zijn geweest. Zij bepaalde niet het beleid. Het lag niet op haar weg om (eenzijdig) een diagnose te stellen en/of om een - met reden - uitgestelde behandeling te starten.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:44 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2972
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:44
Ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft klaagster gesproken en geconcludeerd dat er bij klaagster sprake was van een manisch toestandsbeeld vermoedelijk in het kader van een bipolaire 1 stoornis, waarvoor hij medicatie heeft voorgeschreven. Klaagster verwijt de psychiater dat hij zijn conclusie op een verkeerde basis heeft getrokken en ze is het niet eens met (de dosering van) de voorgeschreven medicatie. De psychiater stelt dat hij zijn conclusie op goede gronden heeft gebaseerd en dat de medicatie bedoeld was ter voorkoming van een crisisopname. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klaagster verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2722
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:38
Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een auto-ongeval. De bedrijfsarts heeft de verzuimbegeleiding van klager op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij de re-integratie van klager niet (goed) heeft begeleid, geen eigen onderzoek heeft gedaan, medische gegevens van klager met zijn werkgever heeft besproken terwijl zij daarvoor geen toestemming had gekregen, niets heeft gedaan met de bevindingen van de psycholoog van klager en de dreiging van de werkgever met een loonstop en onterecht een arbeidsconflict als oorzaak van de arbeidsongeschiktheid heeft aangemerkt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt daarom het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2980
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:39
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De moeder van klaagster (patiënte) was onder behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden en verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8098
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:51
Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte, voorheen bekend als de ziekte van Wegener. Klaagster verwijt de internist dat zij geen regie heeft genomen, dat zij de diagnose GPA eerder had moeten stellen en dus ook eerder met de behandeling had moeten starten. De klacht is ongegrond. Het beleid was tijdens klaagsters eerste opname volgens de richtlijnen en er was geen aanleiding om van de richtlijnen af te wijken. Bij de tweede opname was er wellicht aanleiding om eerder met de behandeling te starten, maar bestond nog steeds geen duidelijkheid over de diagnose. De vertraging van enkele dagen in de aanvang van de behandeling door nog eens met een expertisecentrum te overleggen, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8094
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:45
Kennelijk ongegronde klacht tegen radioloog. Klager verwijt de radioloog zonder toestemming zijn medisch dossier te hebben ingezien terwijl verweerder geen enkele rol had in de behandeling van klager. Het college oordeelt dat de radioloog op medisch-inhoudelijke gronden betrokken was bij de behandeling van klager en in dat kader het medisch dossier mocht raadplegen, de radioloog niet wist dat klager bij de klachtenfunctionaris had aangegeven dat hij niet wilde dat de radioloog zijn dossier zou inzien en de radioloog zich niet had gerealiseerd dat door hem te beoordelen thoraxfoto van degene was met wie hij een zakelijk geschil heeft.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2817
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:40
Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij, ondanks verzoeken van klager en ondanks duidelijke signalen omtrent zorgen over de veiligheid van klagers kind en van andere kinderen, geen melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. Klager verwijt de huisarts verder dat hij – door in zijn verweer tegen de klacht van klager gebruik te maken van het medisch dossier van klager – de privacy van klager ernstig heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8099
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:52
Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte. voorheen bekend als de ziekte van Wegener. De nefroloog (internist, gespecialiseerd in nierziektes) heeft desgevraagd enkele malen advies gegeven aan behandelaars. Klaagster verwijt de nefroloog dat hij geen regie heeft genomen en nooit heeft gecontroleerd of zijn adviezen zijn opgevolgd. De klacht is ongegrond. De nefroloog was niet een van de behandelaars van klaagster. Een arts aan wie om advies wordt gevraagd door een collega, heeft slechts een adviserende taak. Hij stelt geen diagnose en hoeft niet na te gaan of zijn advies al dan niet door de behandelaars wordt opgevolgd. Het is aan de behandelaars om te beslissen wat zij met het verkregen advies doen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8222
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:46
Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Niet gebleken dat de longarts heeft medegedeeld dat klaagster zou komen te overlijden en afscheid moest nemen van haar kinderen. Niet toedienen ivermectine voor COVID-19 was conform richtlijnen. Geen sprake van niet serieuze of niet adequate bejegening door de longarts.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2838
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:41
Klacht tegen een huisarts. Klager is [gezaghebbende] de vader van een dochter, over wie hij het ouderlijk gezag heeft. Met het oog op een ondertoezichtstellingsprocedure bij de rechtbank heeft de huisarts (niet de eigen huisarts van moeder of dochter) in opdracht van moeder, zonder toestemming van klager, de dochter onderzocht en een schriftelijke verklaring afgelegd. Klager verwijt de huisarts dat zij: 1. zijn dochter heeft onderzocht/behandeld zonder zijn toestemming als [gezaghebbende] ouder [met gezag]; 2. ongefundeerde en belastende uitlatingen heeft gedaan over klager en zijn dochter die haar competentiegebied overstijgen. Deze uitlatingen zijn in strijd met gegronde bevindingen van de bevoegde rechtbank en in strijd met de bevindingen van de door deze rechtbank aangestelde psycholoog-deskundige en de Raad voor de Kinderbescherming; 3. klager als [gezaghebbende] ouder geen informatie heeft gegeven over het onderzoek/behandeling van zijn dochter en over de mogelijkheden tot het indienen van een klacht over haar werkwijze. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen gegrond en legt de huisarts een gedeeltelijke ontzegging op van de bevoegdheid om haar beroep uit te oefenen, in die zin dat het verweerster niet is toegestaan om in de hoedanigheid van huisarts of arts schriftelijk en/of mondeling verklaringen of rapportages over personen af te geven, onder welke naam en van welke aard ook en ongeacht met welk doel, en bepaalt dat de maatregel onmiddellijk van kracht wordt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8295
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 10-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:48
Ongegronde klacht tegen een reumatoloog. Klaagster is circa 5 maanden onder behandeling geweest van de reumatoloog. Klaagster verwijt de reumatoloog onder meer dat zij te lang en in een te hoge dosering Prednisolon heeft voorgeschreven. Het college stelt vast dat bij klaagster sprake was van een ernstige aandoening waarvoor snelle en adequate onderdrukking van ziekteactiviteit noodzakelijk was. Het voorschrijven van hoge doseringen Prednisolon was hierbij gebruikelijk en medisch geïndiceerd. Uit het dossier blijkt dat de reumatoloog de ziekteactiviteit van klaagster structureel heeft gemonitord en het beleid telkens heeft aangepast aan het beloop van de aandoening. Dat achteraf is geoordeeld dat eerder of sneller afbouwen mogelijk was geweest, maakt niet dat de reumatoloog ten tijde van haar handelen buiten de grenzen van een redelijk bekwame en redelijk handelende reumatoloog is getreden. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8397
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 10-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:49
Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). Klaagster verwijt de PA dat zij onvoldoende zorg heeft verleend en dat zij, na klaagsters uitschrijving uit de huisartsenpraktijk waar de PA werkzaam is, het medisch dossier niet tijdig aan de nieuwe huisarts heeft overgedragen. Het college oordeelt dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor het verwijt dat zij onvoldoende zorg heeft verleend. De PA heeft juist veel inspanning geleverd in de behandeling, terwijl klaagster hier slechts deels op reageerde. De overdracht van het medisch dossier aan de nieuwe huisarts was een administratieve handeling waarbij de PA niet betrokken was en ook niet betrokken hoefde te zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8673
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:44
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater die een psychiatrische expertise voor klager uitvoerde in het kader van een UWV‑beroepsprocedure. Na het eerste onderzoek zag de psychiater aanleiding voor aanvullend psychiatrisch en verzekeringsgeneeskundig onderzoek, maar liet dit na bezwaar van klager achterwege en stelde een concept‑rapport op. Klager is het oneens met de gevolgde procedure en met het (concept)rapport.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8373
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:45
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager, die tijdens detentie langdurig in hongerstaking was, onderging gedwongen medische behandeling en werd zonder second opinion in een psychiatrisch penitentiair centrum geplaatst. Hij is het niet eens deze gang van zaken en verwijt dit de betrokken psychiater. De psychiater had echter slechts een adviserende rol, nam geen besluiten en haar adviezen waren logisch en goed onderbouwd. Voor het advies tot dwangbehandeling was geen second opinion vereist.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8653
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:46
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is langdurig door de psychiater behandeld wegens psychotische klachten. Hij stelt dat de behandeling ernstige en blijvende psychische en lichamelijke schade heeft veroorzaakt. Ook voelde hij zich niet gehoord. De psychiater heeft steeds zorgvuldig aandacht besteed aan klagers problematiek, medicatiegebruik en wensen. Geen verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8654
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:47
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is langdurig door de psychiater behandeld wegens psychotische klachten. Hij stelt dat de behandeling ernstige en blijvende psychische en lichamelijke schade heeft veroorzaakt. Ook voelde hij zich niet gehoord. De psychiater heeft steeds zorgvuldig aandacht besteed aan klagers problematiek en medicatie, zijn wensen serieus genomen en in samenspraak de medicatie aangepast. Geen sprake van een langdurig schadelijke behandeling. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8696
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:43
Ongegronde klacht tegen psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat bij haar onder dwang een voedingssonde is geplaatst en stelt dat het gebruikte apparaat illegaal was. Klaagster had toestemming gegeven voor plaatsing op vrijwillige basis. Het verplegend personeel heeft dit verkeerd begrepen en de sonde zonder medeweten van de psychiater onder dwang ingebracht. De psychiater treft geen persoonlijk verwijt. Het gebruikte apparaat was state of the art.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3054 VZ
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:37
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. Klaagster is ontevreden over de zorg van de huisarts. Zij verwijt de huisarts dat hij haar bij twee consultafspraken in de wachtkamer heeft genegeerd en dat hij niet heeft gereageerd toen klaagsterna een afspraak in het ziekenhuis contact zocht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing van die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8296
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:42
Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij zonder diens toestemming heeft meegewerkt aan het verstrekken van de door verweerder opgestelde rapportage over klager in een tuchtprocedure. Tevens klaagt klager erover dat verweerder privacygevoelige medische gegevens onbeveiligd heeft verzonden. Niet is komen vast te staan dat de gz-psycholoog toestemming heeft gegeven voor het delen van het rapport of daarvan op de hoogte was. Bij de onbeveiligde verzending van medische gegevens was hij niet betrokken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7655
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43
Ongegronde klacht tegen plastisch chirurg. Patiënte diende bij de geschillencommissie een klacht in tegen de plastisch chirurg in verband met een door hem uitgevoerde buikwandcorrectie. Tijdens de zitting van de geschillencommissie heeft een onafhankelijke chirurg in het bijzijn van plastisch chirurg, in een aparte ruimte het litteken van patiënte bekeken en opgemeten. Patiënte verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens het onderzoek door de onafhankelijk chirurg, dat grensoverschrijdend was, niet heeft ingegrepen en dat hij een dag na de zitting een e-mail heeft gestuurd met ongepaste inhoud. Het college kan niet vaststellen dat de plastisch chirurg had moeten ingrijpen omdat de wijze van onderzoek door de onafhankelijke chirurg niet kan worden vastgesteld. Het versturen van het e-mailbericht was zeer onhandig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7946
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:50
Klager verblijft in een tbs-kliniek en klaagt erover dat een gz-psycholoog heeft gelogen over een incident met zijn partner, het recidivegevaar heeft overdreven en zich door haar niet gezien of gehoord voelt. Het college oordeelt dat verweerster professioneel heeft gehandeld. Zij heeft haar adviezen op gebaseerd op correcte informatie en multidisciplinaire risicotaxaties en er was sprake van voldoende contactmomenten met klager. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8081
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:44
Kennelijk ongegronde klacht tegen cosmetisch arts. Patiënte klaagt over onjuiste wijze van informeren over gevolgen en complicaties van de liposuctie en over het niet zorgvuldig uitvoeren van de ingreep. Normale, voorzienbare risico’s. Verklevingen. Informed consent correct opgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8736
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:39
Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij haar onheus en onprettig heeft bejegend en dat hij de behandeling voortijdig en onzorgvuldig heeft beëindigd. Het college kan niet vaststellen dat er sprake is geweest van onheuse bejegening. De ontstane dynamiek tussen partijen leverde een voldoende gewichtige reden op om de behandelingsovereenkomst te beëindigen. Mogelijk had de psychotherapeut meer tijd kunnen nemen voor uitleg over de redenen van de beëindiging. Alles in ogenschouw genomen is de wijze waarop de psychotherapeut de behandelingsovereenkomst heeft beëindigd niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Alle klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8735
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was in therapie bij een collega van de psychotherapeut. Bij een gesprek dat plaatsvond toen de collega de behandeling met klaagster wilde beëindigen, was de psychotherapeut als toehoorder aanwezig. Klaagster verwijt de psychotherapeut (onder meer) dat zij het handelen van haar collega niet ter discussie heeft gesteld. Eerste en tweede tuchtnorm zijn hier niet van toepassing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8561
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41
Klacht tegen GZ-psycholoog deels kennelijk-niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klager was in behandeling bij een GGZ-instelling waarvan de GZ-psycholoog bestuurder was. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat hij a) zich onjuist heeft opgesteld in zijn rol als bestuurder, b) heeft nagelaten om instructies en adviezen richting de zorgverleners te geven en c) zich schuldig heeft gemaakt aan declaratiefraude, oplichting en valsheid in geschrifte. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen a) en b): deze klachtonderdelen hebben betrekking op de organisatie van zorg en de samenhang met individuele gezondheidszorg ontbreekt. Voor het overige is de klacht ongegrond. Niet gebleken is van declaratiefraude, oplichting of valsheid in geschrifte.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8562
- Datum publicatie: 03-03-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42
Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog was als regiebehandelaar bij de behandeling van klager betrokken. De feitelijke uitvoering werd door een masterpsycholoog gedaan. Klager verwijt de GZ-psycholoog onder meer onjuiste dossiervoering, het toepassen van een onjuiste behandelmethode, onterechte en onzorgvuldige beëindiging van de behandeling en onvoldoende regievoering. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8529
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38
Kennelijk ongegronde klacht tegen een KNO-arts. Klager is geopereerd vanwege een uitzaaiing van een glomustumor. Bij deze operatie zijn twee zenuwen doorgenomen. Sinds de operatie heeft klager slikpassageklachten. Klager verwijt de KNO-arts onder andere dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en dat hij klager voorafgaande aan de operatie onvoldoende heeft geïnformeerd. Het college oordeelt dat de KNO-arts niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de zenuwen bij de operatie door te nemen. Ook hoefde hij het risico op de klachten die klager heeft niet te bespreken, omdat deze klachten niet onder de in redelijkheid te verwachten risico’s van deze ingreep vielen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8773
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:37
Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is de IGJ. De fysiotherapeut heeft zich schuldig gemaakt aan het betasten van intieme delen van een cliënt die hij op dat moment behandelde. De wijze waarop de fysiotherapeut de kwetsbare en van hem afhankelijke cliënt heeft behandeld is onaanvaardbaar. Meer in het bijzonder verwijt het college de fysiotherapeut dat hij, ondanks dat hij gedurende zijn loopbaan meerdere meldingen heeft gekregen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, zijn gedrag niet heeft gebeterd. Het college beveelt de doorhaling van de inschrijving van de fysiotherapeut in het BIG-register.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2616 Verzet
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 15-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:36
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat het handelen van de huisarts ten opzichte van klager niet valt onder één van de tuchtnormen. Ten aanzien van het handelen van de huisarts als zorgondernemer en het handelen ten aanzien van patiënten is klager geen rechtstreeks belanghebbende is. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7961
- Datum publicatie: 25-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35
Klacht tegen een bedrijfsarts gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping met bekendmaking in het BIG-register. De klacht gaat over een bedrijfsarts die klaagster heeft begeleid in het kader van ziekteverzuim. Klaagster maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over een consult en het naar aanleiding daarvan door hem opgestelde advies. Zo vindt klaagster onder meer dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, zij onheus is bejegend, de dossiervoering onvoldoende is en onjuistheden bevat, en dat het stappenplan voor een second opinion en de richtlijnen niet zijn gevolgd. Het college overweegt dat de bedrijfsarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende diagnostiek te verrichten, een onzorgvuldig advies aan de werkgever uit te brengen, zich niet in te zetten voor het realiseren van de gevraagde second opinion en de richtlijnen van de NVAB niet of onvoldoende te volgen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8747
- Datum publicatie: 25-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34
Klacht tegen huisarts. Klagers hebben zich tot (de praktijk van) de huisarts gewend in verband met toegenomen gedragsproblemen bij hun minderjarige zoon en met het verzoek om herhaling van een in het buitenland voorgeschreven antipsychoticum aan hun zoon. Klagers maken de huisarts uiteenlopende verwijten over onder meer de wijze waarop zij heeft gehandeld naar aanleiding van de hulpvraag voor hun zoon, haar dossiervoering, communicatie, klachtafhandeling en een door haar gedane melding bij Veilig Thuis. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8628
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29
Klager is door de huisarts gezien in verband met een plek op zijn knie. De huisarts heeft de diagnose verruca seborroica (ouderdomswratje) gesteld en het plekje weggekrabd. Een aantal maanden later heeft de huisarts besloten een excisie te doen en het weefsel op te sturen. Nadien bleek dat sprake was van een melanoom. Klager maakt de huisarts onder meer verwijten over de gestelde diagnose, het wegkrabben en het niet opsturen van weefsel voor nader onderzoek. De huisarts heeft aangevoerd dat hij het betreurt dat achteraf sprake was van een melanoom maar dat hij op basis van de kennis die hij op dat moment had zorgvuldig heeft gehandeld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8675
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30
Klacht tegen een verpleegkundige kennelijk ongegrond. De verpleegkundige werkte bij een bemoeizorg-team. Naar aanleiding van een melding dat er veel overlast was door en van klaagster werd besloten een huisbezoek bij klaagster af te leggen. De verpleegkundige ging met een wijkcoach naar de woning van klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij dit bezoek. Het college oordeelt dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8694
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:33
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Het college is met de huisarts van oordeel dat het missen van de juiste diagnose niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar is. In dit geval is de huisarts wat het college betreft te snel en te stellig op het spoor van de bijwerking van Saxenda gaan zitten als oorzaak van de tachycardie. De kortademigheid en de daarmee gepaard gaande immobiliteit, het overgewicht en het pilgebruik van patiënte hadden voor de huisarts aanleiding moeten zijn om nader diagnostisch bloedonderzoek te doen (D-dimeer). Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8801
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31
Klacht tegen een bedrijfsarts ongegrond. Als superviserend bedrijfsarts van de arbo-arts begeleidde zij klager in het kader van de verzuimbegeleiding. Er vond een (video)consult plaats met klager. Volgens Klager waren onder andere de uitleg en informatieverstrekking over de rol van de arbo-arts en de bedrijfsarts als supervisor niet in orde. Op basis van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken acht het college het aannemelijk dat de rollen van de arbo-arts en de bedrijfsarts aan het begin van het consult zijn uitgelegd. Het college kan niet vaststellen dat de arbo-arts zich als bedrijfsarts heeft voorgedaan. Daarnaast staat in de rapportage vermeld dat de bedrijfsarts de supervisor is. Hoewel het beter geweest als de supervisieconstructie van tevoren expliciet was aangekondigd en in het medisch dossier was genoteerd levert dat geen tuchtrechtelijk verwijt op. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8362
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:34
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is door twee huisartsen, verweerder en verweerster in de zaak A2025/8821, gezien en beoordeeld. Enkele dagen later is in het ziekenhuis de diagnose fasciitis necroticans gesteld en heeft klager zeer intensieve maar ook mutilerende behandelingen ondergaan die hem uiteindelijk hebben gered maar met zeer ernstig en blijvend letsel tot gevolg. Het is in het kader van de tuchtklacht niet aan het college om het ingebrachte deskundigenbericht te beoordelen. Het college betrekt dit wel bij de beoordeling van de klachtonderdelen. Het college overweegt dat in de situatie van klager het geenszins voor de hand lag dat de klachten waarmee klager eerst bij de waarnemend huisarts en vervolgens ook bij de andere huisarts presenteerde, zich uiteindelijk zo zouden ontwikkelen zoals zij hebben gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 30
- Volgende pagina zoekresultaten