Zoekresultaten 1-10 van de 1215 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:288 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7982

    Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft bij klaagster een chronische vorm van blaasontsteking en stressincontinentie vastgesteld. Hij heeft in dat verband twee ingrepen bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de uroloog onder andere dat er geen sprake was van informed consent. Nu klaagster gemotiveerd heeft betwist voldoende te zijn voorgelicht, acht het college het enkele feit dat het informed consent-formulier is ondertekend, onvoldoende om informed consent aan te nemen. Het college kan aan de hand van het formulier niet vaststellen wat de uroloog precies met klaagster heeft besproken, omdat er alleen kruisjes zijn gezet, maar de velden daarachter niet zijn ingevuld en in het medisch dossier evenmin is vastgelegd wat er met klaagster is besproken. Het college is van oordeel dat de uroloog zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van het informeren van klaagster heeft miskend. Tijdens de zitting heeft hij ook geen blijk gegeven van reflectie op zijn handelen. Het college legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:289 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7991

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een uroloog. Klager heeft de klacht ingediend namens zijn overleden vader (de patiënt). De uroloog heeft de patiënt geopereerd aan zijn prostaat. Klager verwijt de uroloog onder andere dat zij de operatie niet goed heeft uitgevoerd. De uroloog heeft de operatie voortijdig moeten beëindigen. Door een onvoorziene omstandigheid van een bocht in de plasbuis liep het rechte operatie-instrument vast in de plasbuis waardoor het in een fausse route belandde. Het college is van oordeel dat de uroloog terecht heeft gekozen voor het beëindigen van de ingreep en het achterlaten van een katheter voor meerdere dagen zodat de plasbuis kon herstellen. Uit het medisch dossier en het operatieverslag blijkt verder niet dat de operatie niet volgens de richtlijnen of niet lege artis zou zijn uitgevoerd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7221

    Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg die als deskundige heeft gerapporteerd in een letselschadezaak naar aanleiding van een ongeval waarbij klager was aangereden. De in de rapportage van de chirurg opgenomen conclusie is – kort gezegd – dat er wel sprake is van beperkingen aan de heup van klager maar dat het onwaarschijnlijk is dat deze het gevolg zijn van het ongeval. Klager is het met de (wijze van) totstandkoming van de rapportage van de chirurg niet eens en meent dat de conclusie van de chirurg is gebaseerd op een gebrekkig onderzoek.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8453

    Klacht IGJ tegen internist-hematoloog, momenteel werkzaam in het buitenland, gegrond in alle onderdelen: voorschrijven onderhoudsdoseringen Rituximab (off-label), niet voldaan aan regels omtrent informed consent, tekortgeschoten in dossierplicht en onvoldoende collegiaal overleg gevoerd/onvoldoende samengewerkt. Maatregel: Binding aan bijzondere voorwaarden (als bedoeld in artikel 48 lid 1 onder g van de Wet BIG), inhoudende dat de internist-hematoloog gedurende twaalf maanden uitsluitend werkzaam mag zijn onder supervisie, ingaande vanaf het moment dat de internist-hematoloog zijn werkzaamheden in Nederland hervat.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7937

    Klacht tegen internist. De internist wordt verweten dat zij klaagster tijdens een consult heeft begeleid en behandeld (bejegend) op een manier waardoor klaagster zich niet gehoord en begrepen heeft gevoeld. College heeft niet kunnen vaststellen dat de internist zich niet empathisch genoeg heeft opgesteld. Heeft klaagster juist voorzien van de nodige informatie en op duidelijke wijze met haar gecommuniceerd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:285 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7508

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een revalidatiearts. Klaagster verwijt de revalidatiearts onder meer dat zij een verkeerde medische behandeling heeft ingezet en haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden. Het college komt tot de conclusie dat er geen verkeerde behandeling is ingezet, maar dat er helemaal geen behandeling van de grond kon komen. Dit valt de revalidatiearts niet te verwijten. Geen aanleiding om aan te nemen dat de revalidatiearts haar beroepsgeheim heeft geschonden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:286 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8380

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster meerdere elementen verwijderd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat er een extra element is verwijderd zonder dit eerst met haar te overleggen, dat de behandeling is gestart zonder dat de verdoving was ingewerkt en dat het dossier onvolledig is omdat de verdoving niet in het dossier is vermeld. Het klachtonderdeel over de dossiervoering is gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Het college legt geen maatregel op omdat het binnen de beroepsgroep van kaakchirurgen nog geen gangbare praktijk is dat bij dergelijke ingrepen de verdoving in het medisch dossier wordt geschreven.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:287 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8419

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klager een feminiserende gelaatsoperatie uitgevoerd. Klager verwijt de kaakchirurg dat zij de ingreep niet conform de medische professionele standaard heeft verricht, de ingreep niet conform de wensen van klager heeft uitgevoerd en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de uitvoering en de mogelijke risico’s en complicaties. De klachtonderdelen over de informatieplicht en het verkrijgen van toestemming voor de ingreep zijn deels gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2677

    Klacht tegen neurochirurg. Klaagster had een zwelling in de hals waarvoor de huisarts haar heeft doorverwezen naar een ziekenhuis. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In verband met een verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster op haar verzoek voor een second opinion naar een ander ziekenhuis verwezen. Daar is de situatie van patiënte in een werkgroep besproken en is geadviseerd: “Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. De neurochirurg was als lid van deze werkgroep bij dit overleg betrokken. Klaagster is vervolgens voor verdere behandeling terugverwezen naar het eerste ziekenhuis. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het eerste ziekenhuis en dat het tweede ziekenhuis haar niet als patiënt heeft overgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:202 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2684

    De ex-partner van klager heeft verloskundige zorg ontvangen in de praktijk waar de verpleegkundige op dat moment werkzaam was. Klager verwijt de verloskundige onder meer onzorgvuldige dossiervorming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.