Zoekresultaten 1-10 van de 1709 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7701

    De ouders van een patiënte die door suïcide overleed, dienden een klacht in tegen haar psychiater, tevens geneesheer-directeur. Zij verwijten hem onder meer dat hij geen gedwongen opname heeft geregeld, geen medicatie heeft verstrekt bij ontslag, het medisch dossier niet heeft gedeeld en het overlijden niet heeft gemeld als calamiteit. Het tuchtcollege oordeelt dat de klacht ongegrond is. Het ingezette en door de psychiater, gedurende de paar dagen dat hij behandelaar was, voortgezette behandelbeleid (gericht op meer autonomie) was volgens de professionele normen en gezien de voorgeschiedenis van de patiënte verdedigbaar. De psychiater was niet betrokken bij het verstrekken van het medisch dossier en de medicatie bij ontslag. Hij was als geneesheer-directeur niet verantwoordelijk voor het melden van een calamiteit. Daarnaast was er geen sprake van fouten in de zorg die een melding verplicht maakten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8843

    De inspectie verwijt de arts dat hij in de periode van juli 2021 tot en met februari 2022 ongeoorloofd off-label ivermectine en hydroxychloroquine heeft voorgeschreven voor de behandeling en/of preventie van COVID-19 en dat hij daarbij tevens in strijd heeft gehandeld met de destijds geldende normen voor het op afstand voorschrijven van medicatie. Daarnaast verwijt de inspectie de arts dat hij onvoldoende heeft samengewerkt met andere behandelaren. Het college komt tot het oordeel dat de arts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de arts de maatregel van berisping op en besluit tot openbaarmaking van die maatregel in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8462

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, echtgenote van de overleden patiënt, verwijt de huisarts dat hij bij een consult onvoldoende onderzoek heeft gedaan, een onjuiste diagnose (virusinfectie) heeft gesteld en een hartinfarct heeft gemist.Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame huisarts verwacht mag worden. Op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek waren er geen aanwijzingen voor een hartinfarct en was aanvullend onderzoek niet geïndiceerd. Dat later een hartinfarct werd vastgesteld, maakt dit niet anders. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9142

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zonder overleg en toestemming een verwijzing heeft gestuurd naar een neuroloog en dat aan klaagster geen verwijsbrief is gestuurd of gegeven. De voorzitter concludeert op basis van het medisch dossier dat er een consult heeft plaatsgevonden waarin de verwijzing naar de neuroloog is besproken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8053

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, echtgenote van de overleden patiënt, verwijt de huisarts dat geen aanvullend onderzoek (bloedonderzoek en röntgenfoto) is verricht, dat de patiënt ten onrechte met de diagnose griep/COPD-exacerbatie naar huis is gestuurd en dat sprake was van onheuse bejegening.Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek in redelijkheid tot haar diagnose en beleid kon komen en dat aanvullend onderzoek niet geïndiceerd was. De gestelde onheuse bejegening kan niet worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8095

    Klaagster heeft ernstige psychische problemen en wordt in 2024 met een zorgmachtiging opgenomen in een psychiatrische instelling. Zij dient een klacht in tegen de psychiater over maatregelen die op een specifieke dag zijn genomen, zoals het innemen van haar telefoon, en dat sprake is van gebrekkig overleg, intimidatie, onjuiste uitspraken over autisme en onjuiste dossiervoering. Het tuchtcollege acht de klacht ongegrond. De maatregelen die zijn ingezet waren gerechtvaardigd, proportioneel en zorgvuldig, er was geen sprake van intimidatie of onjuiste uitspraken over autisme en het dossier is correct bijgehouden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2973

    Klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een kleine, donkere, onderhuidse zwelling op zijn bovenbeen laten verwijderen. Uit pathologisch onderzoek bleek dat dit een dermatofibroom was. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9013

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen verweerster (haar zus). Verweerster heeft bij aanvraag beschermingsbewind voor haar moeder benoemd dat zij HBO-verpleegkundige is en heeft gewerkt als casemanager dementie. Klaagster verwijt verweerster dat zij misbruik makat van haar professionele status. Handelen in de privésfeer kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder de tweede tuchtnorm worden getoetst. Het verweten handelen valt niet onder de reikwijdte van de tweede tuchtnorm.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9060

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9061

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.