Zoekresultaten 1-50 van de 1592 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2659

    Klacht tegen oogarts. De oogarts heeft bij klaagster een bovenooglidcorrectie uitgevoerd. Omdatklaagster niet tevreden was met het resultaat, plaatste zij online reviews over haar negatieve ervaring. De oogarts heeft klaagster in kort geding gedagvaard vanwege haar openbare uitlatingen. In die kortgedingprocedure heeft de oogarts een medisch advies van een externe deskundige overgelegd. Volgens klaagster heeft de oogarts zijn beroepsgeheim geschonden door zonder toestemming van klaagster haar medische gegevens aan deze externe deskundige te verstrekken. Daarnaast stelt klaagster dat de oogarts ten onrechte heeft geweigerd een verklaring van klaagster aan het dossier toe te voegen. Ook wilde de oogarts kosten in rekening brengen voor het toesturen van het medisch dossier aan klaagster op haar verzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en ter zake daarvan aan de oogarts de maatregel van een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart net iets minder gegrond dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de oogarts de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8491

    Gegronde klacht van inspectie tegen psychotherapeut. Verweerster is een persoonlijke en seksuele relatie aangegaan met een cliënt tijdens de behandelrelatie, onderhield vriendschappelijke contacten met de cliënt en de echtgenote van de cliënt en drong ver in het leven van de patiënt. Verweerster schonk de cliënt en zijn echtgenote een geldbedrag en deelde informatie over andere cliënten met de cliënt. Maatregel: doorhaling, schorsing en algeheel beroepsverbod.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2816

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenoot van klaagster is op zestigjarige leeftijd overleden aan uitgezaaide prostaatkanker. Klaagster verwijt de huisarts met name dat zij deze diagnose heeft gemist en de patiënt niet tijdig naar een specialist heeft verwezen. Ook verwijt zij de huisarts dat zij meer dan drie maanden heeft geweigerd om een afschrift van het medisch dossier van de patiënt te verstrekken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:5 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2692

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8492

    Gegronde klacht van inspectie tegen gz-psycholoog. Verweerster is een persoonlijke en seksuele relatie aangegaan met een cliënt tijdens de behandelrelatie, onderhield vriendschappelijke contacten met de cliënt en de echtgenote van de cliënt en drong ver in het leven van de patiënt. Verweerster schonk de cliënt en zijn echtgenote een geldbedrag en deelde informatie over andere cliënten met de cliënt. Maatregel: doorhaling, schorsing en algeheel beroepsverbod.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2821

    Klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft bij klaagster een borstvergroting uitgevoerd. Zes jaar later kwam klaagster opnieuw bij de plastisch chirurg in verband met pijnklachten in haar rechterborst. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat hij een onjuist advies heeft gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2793

    De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. De huisarts heeft de echtgenoot beoordeeld op de huisartsenpost. Dezelfde avond is de echtgenoot overleden. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat zij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de huisarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8230

    Kennelijk ongegronde klacht tegen arts. De arts heeft geen foutieve diagnose gesteld en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de arts klager niet direct heeft doorgestuurd naar het ziekenhuis voor verwijdering van de vetbult.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2864

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klager is in de zomer van 2024 plotseling overleden. De dag ervoor was hij in verband met klachten van – onder meer – koorts en hoofdpijn bij de huisarts op consult geweest. Hij was bang dat hij meningitis had. Klager verwijt de huisarts bovenal dat zij op onzorgvuldige wijze de anamnese heeft afgenomen en zijn zoon ten onrechte niet onmiddellijk heeft ingestuurd naar het ziekenhuis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2814

    De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Ook verwijt klaagster de huisarts dat hij na het overlijden van haar echtgenoot geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. In beroep gaat het alleen nog over het verwijt dat de huisarts geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Centraal Tuchtcollege verklaart die klacht alsnog gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8531

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster was in behandeling bij een therapeut. Verweerster was op dat moment de supervisor van deze therapeut. Nadat de therapeut vanwege ziekte uitviel, kwam klaagster in behandeling bij verweerster. In augustus 2024 werd de behandelrelatie tussen verweerster en klaagster beëindigd. Klaagster startte later opnieuw een behandeltraject bij de therapeut en informeerde verweerster hierover. Verweerster nam vervolgens contact op met de therapeut, waarop de therapeut de behandeling kort daarna beëindigde. Klaagster verwijt verweerster, samengevat, dat zij ten onrechte vertrouwelijke informatie heeft gedeeld, onvoldoende transparant was bij het begin van haar behandeling en onprofessioneel heeft gehandeld bij de klachtafhandeling. Het college oordeelt dat de meeste klachtonderdelen voortvloeien uit de rolvermenging die verweerster heeft laten ontstaan, verklaart de klacht grotendeels gegrond en legt de waarschuwing van een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8201

    Klacht tegen huisarts gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. Klaagster is patiënt van de huisarts. Zij verwijt de huisarts dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat zij klaagster ten onrechte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. De huisarts hoefde tijdens de huisvisite niet te vermoeden dat sprake was van een hersenbloeding en kan dan ook niet worden verweten dat zij die heeft gemist. Zij hoefde klaagster daarom niet naar het ziekenhuis te verwijzen. Wel had de huisarts de ernstig verhoogde bloeddruk als afzonderlijk probleem moeten onderkennen en daarop gericht beleid moeten voeren.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2815

    De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Ook verwijt klaagster de huisarts dat hij na het overlijden van haar echtgenoot geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht dat de huisarts geen calamiteitenmelding heeft gedaan alsnog gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7370

    Klacht tegen huisarts gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. Klagers zijn patiënten van de huisarts. Zij verwijten haar onder meer dat zij ten onrechte heeft geweigerd om verzoeken tot selectieve vernietiging te honoreren en onzorgvuldige en onrechtmatige gegevensverwerking. Klager is in een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk. Het oorspronkelijke verzoek van klaagster tot selectieve vernietiging was overzichtelijk en concreet. Van de huisarts kon redelijkerwijs worden gevergd hieraan gevolg te geven. Verschillende notities van de huisarts in het dossier van klaagster betreffen de visie van de huisarts op de gang van zaken rondom een consult en haar visie op de verzoeken tot vernietiging en correctie die daarna zijn gedaan. Deze gegevens en correspondentie horen niet thuis in het medisch dossier. Er bestond geen enkele noodzaak voor het maken van een notitie over de geestelijke gesteldheid van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2583

    Klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft door middel van Mohs-chirurgie bij klager een basaalcelcarcinoom verwijderd. Klager heeft klachten over de informatie die hem is verstrekt over deze vorm van chirurgie, de wijze waarop deze is uitgevoerd en de nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8234

    Het college stelt voorop dat de gedwongen uitzetting van klager een heftige en ingrijpende gebeurtenis voor hem is geweest,. Het gebeurde heeft ook de verpleegkundige die als medisch escort betrokken was erg aangegrepen. De videobeelden van de uitzetting die door de gemachtigde van klager zijn gemaakt zijn veelvuldig gedeeld in (sociale) media waarbij de vraag is opgekomen hoe ver wij als samenleving willen gaan in het uitzetten van mensen en of het toezicht daarop goed is geregeld. Het college benadrukt dat het niet tot taak heeft om op die vragen een antwoord te geven. Het college is kritisch over de toelichting van de verpleegkundige over de conclusie dat klager voldoende zuurstof had omdat hij luid schreeuwde. Indien een patiënt aangeeft benauwd te zijn of zuurstof tekort te komen, moet dat voor een verpleegkundige aanleiding zijn om die klacht te onderzoeken, onder andere door de saturatie te meten. Naar het oordeel van het college kon de verpleegkundige niet volstaan met de inschatting dat het in orde was omdat klager in staat was om te schreeuwen. Op dat punt acht het college de door de verpleegkundige geboden zorg onvoldoende. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard en in één klachtonderdeel is klager niet-ontvankelijk. Het college volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:226 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2812

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:227 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2910

    Niet-ontvankelijke klacht tegen een psychiater. Klager heeft kort na elkaar twee vrijwel gelijkluidende klachten tegen de psychiater ingediend. Hij heeft tegen de ongegrondverklaring van de eerste klacht beroep ingesteld en tegelijkertijd een tweede klacht ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:4 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763 Herstelbeslissing

    De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8422

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. De verloskundige heeft klaagster tijdig genoeg naar het ziekenhuis gestuurd voor de bevalling; klaagster had bovendien geen medische indicatie maar een plaatsindicatie. De verloskundige heeft de bevalling niet begeleid, maar heeft een waarnemer ingeschakeld. Deze werkwijze is zorgvuldig geweest, de verloskundige heeft klaagster hier van tevoren over geïnformeerd en er is een adequate overdracht geweest. Omdat verweerster niet bij de bevalling betrokken is geweest, zijn de klachtonderdelen over de bevalling ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/7974

    Ongegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster verwijt verweerster, dat verweerster een andere versie heeft geschreven van het levensverhaal van klaagster en dat verweerster klaagster in deze weergave verwijten heeft gemaakt. Ook heeft verweerster volgens klaagster niet gereageerd op de e-mailberichten van klaagster en klaagster als een klein kind behandeld. College: de onhandige en pijnlijke weergave in de werkhypothese is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Collega van verweerster en verweerster hebben gereageerd op de e-mailberichten van klaagster. Verschillende lezingen over communicatie.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8440

    Ongegronde klacht tegen psychotherapeut. Klaagster verwijt verweerster, dat verweerster een andere versie heeft geschreven van het levensverhaal van klaagster en dat verweerster klaagster in deze weergave verwijten heeft gemaakt. Ook heeft verweerster volgens klaagster niet gereageerd op de e-mailberichten van klaagster en klaagster als een klein kind behandeld. College: de onhandige en pijnlijke weergave in de werkhypothese is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Collega van verweerster en verweerster hebben gereageerd op de e-mailberichten van klaagster. Verschillende lezingen over communicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762 Herstelbeslissing

    De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7742

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. De huisarts wordt verweten dat zij ondanks het verzoek van klagers, geen obductie heeft laten verrichten op het lichaam van de vader van klagers. Geen indicatie voor obductie. Natuurlijk overlijden. Geen aanwijzingen voor erfelijke aandoeningen. Huisarts heeft klagers serieus genomen en haar besluit in meerdere gesprekken toegelicht. Huisarts heeft ook andere inspanningen verricht met betrekking tot het verzoek van klagers. Zorgvuldige handelwijze.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8420

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaal-medisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij a) hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht en b) geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies.Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8661

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8147

    Deels gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager is gediagnosticeerd met ME/CVS (myalgische encephalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom). Bij een herbeoordeling van zijn gezondheidstoestand door een (andere) verzekeringsarts van het UWV – hierna: de primaire verzekeringsarts – is die arts tot de conclusie gekomen dat klager per week vijf dagen van zeven uur kon werken. Tegen de mede op die conclusie gebaseerde beslissing van het UWV om klager geen WIA-uitkering toe te kennen, heeft klager bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft verweerder de gezondheidstoestand van klager opnieuw beoordeeld per de zogenoemde data in geding. Hij heeft de conclusie van de primaire verzekeringsarts bevestigd. Klager is het niet eens met die conclusie en maakt de verzekeringsarts een groot aantal verwijten, die er onder andere op neerkomen dat hij onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en op grond van de beschikbare informatie in redelijkheid niet tot zijn conclusie heeft kunnen komen.Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de verzekeringsarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762 Herstelbeslissing

    De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8699

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763 Herstelbeslissing

    De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:313 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8108

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Onder de destijds geldende richtlijn heeft de verpleegkundig specialist terecht een re-excisie geadviseerd na de verwijdering van een verdacht plekje op het voorhoofd van klager door de plastisch chirurg. Dat de verpleegkundig specialist over de bevindingen van de patholoog en/of over de re-excisie onjuiste informatie zou hebben verstrekt aan klager is niet gebleken, noch dat zij de klachtencommissie van het ziekenhuis onjuist zou hebben geïnformeerd. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:307 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8063

    Gegronde klacht tegen een gynaecoloog. De gynaecoloog is ten onrechte uitgegaan van een miskraam. Er was sprake van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap bij klaagster. De gynaecoloog had tijdens het consult meer onderzoek moeten doen door de hCG-waarde te laten bepalen. Hierin is de gynaecoloog tekort geschoten. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:308 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8062

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is werkzaam als fertiliteitsarts en heeft klaagster gezien bij klachten bij een vroege zwangerschap. De arts mocht stellen dat er mogelijk sprake was van een miskraam en heeft voldoende onderzoek verricht. Uiteindelijk is gebleken dat klaagster een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:309 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8536

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is bij de tandarts onder behandeling geweest en zij stelt dat de tandarts te veel heeft gedeclareerd bij de verzekering. De tandarts heeft dit niet betwist, maar heeft toegelicht dat er sprake is van een vergissing en dat hij hiervoor verantwoordelijkheid neemt. Het college is van oordeel dat het gaat om een vergissing van de tandarts die hij heeft willen goedmaken. Dat de tandarts het door hem te veel gedeclareerde heeft teruggestort aan de verzekeraar, is daarvan de bevestiging. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:310 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8434

    Gegronde klacht tegen een tandarts. Het college oordeelt dat de tandarts zonder communicatie naar de patiënt de rol heeft gehad van een supervisor, zonder daadwerkelijk invulling te geven aan deze supervisie. Hiermee heeft hij gefaciliteerd dat een niet-BIG-geregistreerde behandelaar een zeer complexe gebitssituatie heeft behandeld bij klager, die bovendien onzorgvuldig, onprofessioneel en onverantwoordelijk is uitgevoerd. Het college ontzegt de tandarts de bevoegdheid om nog langer als supervisor op te treden en legt tevens de maatregel op van voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:311 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8330

    Deels gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft naar het oordeel van het college excessief gedeclareerd (klachtonderdeel f) en daarnaast, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van klager om kostenbesparend te werk te gaan, gekozen voor een onnodig kostbare, uitgebreide beetregistratie door middel van een articulator (klachtonderdeel g). Met name klachtonderdeel f acht het college kwalijk, nu hij daarmee ook het vertrouwen in de beroepsgroep heeft geschaad. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat tandartsen op een eerlijke manier kosten in rekening brengen. Het college heeft daarnaast geconstateerd dat de tandarts geen inzicht heeft getoond in zijn handelen en nog steeds achter zijn keuzes lijkt te staan. Het college legt de maatregel op van berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:312 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8052

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg, die in 2015 een verdacht plekje op het voorhoofd van klager heeft verwijderd, waarna nog een re-excisie heeft plaatsgevonden. Onder de destijds geldende richtlijn heeft de plastisch chirurg terecht een re-excisie geadviseerd. Het college ziet geen aanknopingspunt voor de stelling van klager dat een ander plekje zou zijn verwijderd in plaats van re-excisie, noch voor de stelling dat de plastisch chirurg de klachtencommissie van het ziekenhuis daarover onjuiste informatie heeft verstrekt. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:306 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8263

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts had de vertrouwelijke informatie die klager hem had verteld, niet mogen doorgeven aan de casemanager. De informatie was zeer gevoelig en ook niet nodig voor het werk van de casemanager. Daarnaast is het college van oordeel dat de bedrijfsarts niet adequaat heeft geacteerd met betrekking tot het geschil in de arbeidsrelatie. Zeker toen klager zich emotioneler ging uiten, kon niet worden volstaan met het advies dat klager in staat was om terug te keren naar werk. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7360

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist. Klager heeft samen met zijn ex-partner een zoon. Nadat de relatie tussen klager en zijn ex-partner is beëindigd heeft verweerster als onderdeel van een team een ouderschapsonderzoek verricht. Het traject bestond uit ouderschapsdiagnostiek in het kader van de zorgverlening rond de omgangsregeling. Later werd het traject uitgebreid met perspectiefonderzoek. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport. Klager maakt verweerster onder meer verwijten over het door haar verrichte onderzoek en het opgestelde rapport. Het college komt tot het oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is en legt aan verweerster de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7705

    Klacht tegen een huisarts ongegrond. Verweerder is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij de organisatie. Verweerder heeft de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over de (opvolging van) zorg na het beëindigen van de behandelingsovereenkomst. Het college is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7743

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op de zoon van klagers, die beschermd woont bij een zorginstelling. Verweerster is bij de zorginstelling werkzaam als gedragswetenschapper en stuurt op de woonlocatie van de zoon van klagers het team aan. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor de kwaliteit van behandeling en diagnostiek en medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de integrale zorg. Klagers klagen, mede namens hun zoon, onder meer over de behandeling van hun zoon en houden verweerster verantwoordelijk voor het weinige contact met hun zoon. Ook verwijten zij haar dat zij slecht bereikbaar is voor hen. Ten aanzien van de klachtonderdelen die betrekking hebben op de zoon oordeelt het college dat klagers niet-ontvankelijk zijn. Dit heeft te maken met de curatele van de zoon. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7973

    Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was gedurende een periode van acht jaar in behandeling bij de psychotherapeut. In juni 2021 liep de behandeling vast en nam de psychotherapeut contact op met de huisarts van klaagster om hierover te overleggen. Klaagster wilde vervolgens een brief waarin stond dat zij de behandeling wilde beëindigen persoonlijk overhandigen bij de praktijk (aan huis) van de psychotherapeut, waarop hij de politie belde. Nadien hadden klaagster en de psychotherapeut nog meerdere keren contact. Klaagster verwijt de psychotherapeut, samengevat, het schenden van zijn beroepsgeheim en onheuse bejegening. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt de maatregel van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:304 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8619

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts, in opleiding tot bedrijfsarts. Klaagster verwijt de arts onprofessioneel en nalatig handelen. Het college is van oordeel dat uit de verslagen blijkt dat de arts wist wat er speelde op het werk van klaagster en dat er gesprekken en mediation hadden plaatsgevonden. De mate van hulp en bevestiging die klaagster van de arts verwachtte, behoort niet tot zijn taken. De arts heeft opvolging gegeven aan de verzoeken van klaagster voor zover dit passend was binnen zijn bevoegdheden. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8690

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager stond ingeschreven bij de huisartsenpraktijk van verweerder. Klager bezocht meerdere keren het spreekuur van verweerder. Klager verwijt de huisarts, onder meer, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onzorgvuldig heeft gehandeld bij het voorschrijven van medicatie. Ook zou verweerder volgens klager ongepast op hem hebben gereageerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:305 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7962

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft een consult gehad bij de arts vanwege een beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij in strijd met de waarheid heeft gerapporteerd en verzuimd heeft om klaagster te informeren dat zij zich ook kon wenden tot haar supervisor. Het college overweegt dat van een (opzettelijk) onjuiste rapportage niet is gebleken. Verder bestaat er geen verplichting om cliënten actief te wijzen op de mogelijkheid om zich te wenden tot de eindverantwoordelijke bedrijfsarts als daar geen concrete aanleiding voor is. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8407

    Klaagster verwijt de tandarts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verwijderen van een tand. Volgens klaagster heeft de tandarts ten onrechte geen röntgenfoto gemaakt, geen uitleg gegeven en geen rekening gehouden met haar spierziekte. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:303 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8723

    Deels gegronde klacht tegen een chirurg. Voor wat betreft de aanvullende klacht betreffende het verstrekken van informatie over de seksuele geaardheid van klaagster, geldt dat deze meer dan tien jaar voor indiening van de klacht hebben plaatsgevonden. Klaagster is in dit onderdeel van de klacht (c) niet-ontvankelijk. Klachtonderdeel b over de schending van het medisch beroepsgeheim is ongegrond. Klachtonderdeel a ziet op onzorgvuldig/onjuist handelen van verweerder, omdat hij misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheid van klaagster en haar seksueel heeft misbruikt in haar woning en in de praktijk van de fysiotherapeut. Dit klachtonderdeel is gegrond. Hoewel de verklaringen van klaagster over de seksuele handelingen het college niet onaannemelijk voorkomen, kan het college niet onomstotelijk vast stellen dat deze (alle) hebben plaatsgevonden. De rechtbank heeft in de strafzaak de fysieke seksuele handelingen bewezenverklaard, tegen dit vonnis loopt thans hoger beroep. Noch daargelaten de uitkomst van het hoger beroep, is het college van oordeel dat ook zonder dat onherroepelijk komt vast te staan dat de betreffende fysieke seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, verweerder de grenzen van een professionele beroepsuitoefening ernstig heeft overschreden. Door klaagster het nummer van zijn privé-telefoon te geven, toe te laten dat het appverkeer een privékarakter met ook seksueel getinte apps kreeg en daarin ook een actieve rol te spelen, heeft verweerder volstrekt miskend dat er in de relatie tussen arts en zijn patiënt geen ruimte is om een dergelijke (intieme) relatie aan te gaan. Volgt een deels voorwaardelijke schorsing van negen maanden met oplegging van bijzondere voorwaarden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8152

    Klacht tegen arts van het consultatiebureau. Klagers stellen dat de arts niet zorgvuldig heeft gehandeld door de JGZ richtlijn hartafwijkingen niet te volgen. Zij heeft het zoontje van klagers te laat doorverwezen waardoor hem de kans op een betere afloop is ontnomen. Het college neemt bij de beoordeling van de klacht het medisch dossier tot uitgangspunt. Verder wijst het college erop dat de toetsing van het handelen/nalaten van verweerster moet plaatsvinden in het licht van wat haar op dat moment bekend was en bekend kon zijn. Het gaat bij de beoordeling dus om de kennis van dat moment en niet om de kennis achteraf.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8659

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Klaagster werd vanwege een cyste in haar knieholte doorverwezen naar verweerder. Zij verwijt verweerder, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en haar ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een MRI-centrum. Het college komt tot het oordeel dat verweerder ten aanzien van beide klachtonderdelen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.