Zoekresultaten 1421-1440 van de 1820 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7918

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts zijn medische beroepsgeheim te hebben geschonden door in een telefoongesprek met de werkgever zonder toestemming van klaagster medische gegevens te bespreken. Het college overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat het beroepsgeheim is geschonden. Het is niet vast te stellen wat de bedrijfsarts precies in het gesprek tegen de werkgever heeft gezegd en hoe de werkgever de woorden van de bedrijfsarts heeft geïnterpreteerd en ingekleurd in een e-mail hierover. Wel staat vast dat in deze e-mail geen medische diagnose wordt genoemd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8140

    De verpleegkundige werkte op een zorgboerderij waar hij tevens vennoot was. De IGJ kreeg een melding van de politie wegens grensoverschrijdend gedrag en geweld jegens cliënten door de verpleegkundige. Naar aanleiding daarvan heeft de IGJ onderzoek gedaan. Daarna heeft de IGJ een klacht tegen de verpleegkundige ingediend wegens overschrijding van de professionele grenzen door meermaals fysiek en verbaal geweld te gebruiken in de zorgrelatie jegens meerdere cliënten. De verpleegkundige heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Het college:- verklaart de klacht gegrond; - beveelt de doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het register dan wel ontzegt de verpleegkundige, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven; - legt daarnaast een algeheel verbod op tot het beroepsmatig handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg en bepaalt dat dit verbod onmiddellijk van kracht wordt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8143

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is in opleiding tot verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een Ziektewet-beoordeling verdiencapaciteit. Klager voelde zich door de arts en diens vragen en opmerkingen onder druk gezet om zijn werk te hervatten terwijl hij zich daartoe niet in staat acht. Het college is van oordeel dat de door de arts gestelde vragen niet ongepast en ongebruikelijk zijn bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Het vragen naar de mogelijkheden voor werkhervatting vormt juist een essentieel onderdeel van een dergelijke beoordeling. Dat de arts ongeoorloofde druk heeft uitgeoefend, is niet gebleken. Dat klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7816

    Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld met spanningsklachten. Dat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat een verstoorde arbeidsrelatie de oorzaak was van de spanningsklachten acht het college navolgbaar, evenals het advies om via mediation het arbeidsconflict met de werkgever proberen op te lossen. Op het moment dat klager echter per e-mail liet weten dat hij weer terug aan het werk was in zijn eigen functie en de spanningsklachten weer opliepen mocht van de bedrijfsarts een interventie verwacht worden (zoals een advies tot het verrichten van werk in een andere functie). Dat de bedrijfsarts dit heeft nagelaten acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8163

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft op 13 januari 2025 contact opgenomen met de huisarts nadat hij sinds een dag last had van pijnaanvallen in de buik, en heeft gezegd dat hij dacht aan galsteenaanvallen. De huisarts heeft klager onderzocht en een expectatief beleid gevoerd. De volgende dag is klager naar de SEH geweest en bleek sprake te zijn van een galblaas- en alvleesklierontsteking. Klager verwijt de huisarts dat hij hem niet direct voor bloedonderzoek heeft doorverwezen, geen vangnetadvies heeft gegeven en geen nazorg heeft verleend.Wat betreft het consult en het vangnetadvies overweegt het college het volgende. Uit het lichamelijk onderzoek kwam naar voren dat klager op dat moment geen koorts had en geen verhoogde ontstekingswaardes (CRP). Klager braakte niet en had een soepele buik. De huisarts heeft onder die omstandigheden op goede gronden kunnen besluiten om een expectatief beleid te voeren. Er was ten tijde van het consult geen aanleiding om klager door te sturen voor verder onderzoek of verdere behandeling. Voorts stelt het college vast, uitgaande van het medisch dossier, dat er wel diclofenac is voorgeschreven en dat er door de huisarts een vangnetadvies is gegeven. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7916

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte een nieuwe sonde.Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte te kort is geschoten. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7819

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij in 2024 in een één op één gesprek met klagers zoon, die toen 12 jaar oud was, de dosering van de medicatie methylfenidaat heeft verhoogd zonder overleg met klager die co-ouder is, en met gevolgen voor de geestelijke gezondheid van de zoon.Het college twijfelt er niet aan dat de huisarts de verandering van de dosering van de medicatie heeft besproken met klagers zoon in bijzijn van klagers ex-partner, en dat dit niet is gebeurd in een één op één gesprek met klagers zoon. Wat het niet inlichten van klager betreft, overweegt het college dat de huisarts niet apart instemming van beide ouders hoefde te vragen bij de geringe verhoging van de dosis van een medicijn dat al enige tijd werd gebruikt. De huisarts mocht ervan uitgaan dat de ouders elkaar hierover zouden inlichten. Dat zou anders zijn als de huisarts had geweten dat de relatie tussen klager en zijn ex-partner sterk verstoord was, maar die informatie had de huisarts niet. Bovendien had klagers zoon bij de huisarts laten weten dat hij liever afstand bewaarde tot klager. Omdat klagers zoon toen al 12 jaar oud was heeft de huisarts dat terecht zwaar laten meewegen. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7761

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. De internist sloot dit uit met een PET-scan en concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7355

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Patiënt bij wie na verloop van tijd de diagnose ‘creeping eruption’ is gesteld, verwijt huisarts het stellen van een verkeerde diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie, onvoldoende deskundigheid en onvoldoende begrip. Werkdiagnose en aanpassing werkdiagnose. Passende medicatie bij de gemelde klachten. Medisch dossier biedt geen aanknopingspunten voor de verwijten van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7503

    Ongegronde klacht tegen huisarts. Hulpvraag van een niet in de praktijk ingeschreven kind en zijn oma. De klacht gaat over het niet verlenen van spoedeisende zorg en het negeren en afwimpelen van de passanten. Geen passantenzorg verleend. Adequate beoordeling of acute zorg al dan niet nodig was. Het ontbreken van noodzakelijke persoonsgegevens. Verwijzing naar eigen huisarts. Vastlopen van het gesprek tussen de huisarts en de oma. Geen sprake van onzorgvuldig handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2681

    Deels gegronde klacht tegen een cardioloog. Klaagster heeft zich bij de stichting waar de cardioloog aan verbonden is aangemeld in verband met lichamelijke klachten. Klaagster is eenmalig op consult geweest. Daarnaast is er veel e-mailcontact geweest tussen klaagster en de cardioloog. Klaagster verwijt de cardioloog dat zij haar niet goed heeft behandeld, ten onrechte de diagnose ME/CVS heeft gesteld en onjuiste facturen heeft verstuurd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht wat betreft de onjuiste facturen deels gegrond verklaard en de cardioloog een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van de cardioloog.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7217

    Ongegronde klacht tegen huisarts. Patiënt bij wie na verloop van tijd de diagnose ‘creeping eruption’ is gesteld, verwijt huisarts het stellen van een verkeerde diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie, onvoldoende deskundigheid en onvoldoende begrip. Werkdiagnose en aanpassing werkdiagnose. Passende medicatie bij de gemelde klachten. Doorverwijzing naar dermatoloog. Impact van het enthousiasme van huisarts over de zeldzame diagnose en het tonen van foto’s. Grenzen van een redelijke beroepsuitoefening niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2732

    Ongegronde klacht tegen een huisarts op de huisartsenpost. De broer van klager (patiënt) is ‘s nachts met pijnklachten naar de huisartsenpost gegaan. Na onderzoek door de huisarts kreeg hij pijnmedicatie en medicatie tegen misselijkheid en braken toegediend en mocht hij naar huis. In de loop van de ochtend verslechterde de situatie van patiënt en is hij overleden. Klager verwijt de huisarts nalatigheid en stelt dat hij patiënt naar het ziekenhuis had moeten verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Hert Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2813

    Voorzittersbeslissing. Klager is in 2012 in behandeling geweest bij de oogarts voor problemen met zijn ogen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege overschrijding van de tienjaarstermijn. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing omdat hij meent dat hij de verjaring tijdig heeft gestuit door het schriftelijk en aangetekend versturen van een stuitingsverklaring. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7238

    Gegronde klacht tegen huisarts. Berisping. Partner van de overleden patiënte verwijt de waarnemend huisarts schending van de dossierplicht, onvoldoende onderzoek, niet adequaat reageren op de door de familie geuite zorgen en niet adequaat reageren op de aansprakelijkheidstelling. Onvolledige dossiervorming. Ter voorkoming van tunnelvisie had de huisarts een bredere blik moeten hebben op het algehele functioneren van patiënte. Uitgebreider onderzoek, waaronder urineonderzoek, was nodig. Naar aanleiding van drie telefoontjes van de familie had huisarts zijn diagnose moeten heroverwegen en een tweede visite moeten afleggen Zorgplicht geldt ook tijdens de procedure van een aansprakelijkstelling, zodat een schadeclaim binnen een redelijke termijn kan worden afgehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8015

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster was opgenomen in het ziekenhuis, waar zij ’s nachts is gevallen. Deze val heeft geleid tot een hersenbloeding en de moeder van klaagster is vervolgens overleden. Verweerster was die nacht werkzaam als verpleegkundige en klaagster verwijt haar, kort gezegd, onzorgvuldig handelen. Naar het oordeel van het college had de verpleegkundige in deze situatie risico’s dienen uit te sluiten en de situatie door een arts moeten laten beoordelen. Ook is het college van oordeel dat het op de weg van de verpleegkundige had gelegen, zeker nu was nagelaten contact met een arts op te nemen, na de val gedurende de nacht extra observaties en controles uit te voeren. Ook dat heeft zij nagelaten. Klachtonderdeel a) de verpleegkundige heeft na de val geen adequate hulp verleend en klachtonderdeel c) er heeft uren na de val geen observatie meer plaatsgevonden zijn dan ook gegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7547

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster ontvangt zorg van het GGZ team van de instelling. Verweerster was onderdeel van dit team (tegen haar collega en teamlid is ook een klacht ingediend, geregistreerd onder zaaknummer A2024/7546) en de eerste contactpersoon voor klaagster. Klaagster verwijt haar dat zij heeft gelogen over de medische situatie van klaagster bij de rechtszaak om de zorgmachtiging en dat zij aandringt op het verhuizen naar een HAT-woning op het terrein van de instelling en het innemen van medicatie. Niet kan worden vastgesteld dat de verpleegkundige onwaarheden over klaagster heeft vermeld en de door klaagster gestelde onwaarheden zijn niet onderbouwd. Daarnaast is het college van oordeel dat het handelen van de verpleegkundige erop was gericht passende zorg te verlenen en verdere escalatie te voorkomen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7455

    Ongegronde klacht van ouders van patiëntje tegen verweerster, tandarts, over de behandeling van patiëntje met angstklachten. Klagers verwijten verweerster onzorgvuldige behandeling van de fistel bij de beschadigde tand, weigeren sedatie bij het trekken van beschadigde melktanden, onjuist advies, niets geven tegen de ontsteking, onvoldoende personele bezetting en geen goede achtervang bij de vakantiesluiting van de praktijk. Volgens klagers werd eerst na meerdere verzoeken van klagers patiëntje aan een andere praktijk overgedragen. Volgens klagers heeft verweerster geen verantwoordelijkheid genomen, niet direct met klagers gecommuniceerd en niet gereflecteerd op eigen handelen. Het college oordeelt dat verweerster geen onnodige risico’s heeft genomen en heeft vastgehouden aan een zorgvuldige medische afweging ondanks de druk om met Dormicum te behandelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7957

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Voor het college is het invoelbaar dat het voor klager traumatisch is geweest dat de verpleegkundige (met haar collega’s, geregistreerd onder zaaknummers A2024/7955 en -7956) tegen klagers wil in zijn huis is geweest. Het college oordeelt echter dat het gezien de zorgen die waren geuit, begrijpelijk is dat er (door de psychiater, geregistreerd onder A2024/7958) een huisbezoek door de crisisdienst is aangevraagd. Vervolgens valt het de verpleegkundige niet te verwijten dat klager niet op de hoogte was van dit huisbezoek. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige voldoende de-escalerend heeft opgetreden en dat zij voldoende de zorg in acht heeft genomen die van een goed hulpverlener wordt verwacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7912

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog, klinisch psycholoog. Klaagster is voor een therapeutisch psychologisch onderzoek (TPO) door de klinisch psycholoog onderzocht. De klinisch psycholoog concludeerde in 2024 tot een persoonlijkheidsstoornis en adviseerde een kortdurende klinische psychotherapeutische behandeling. Later werd de diagnose bijgesteld tot Persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken. Op verzoek van klaagster heeft de klinisch psycholoog haar doorverwezen naar een deeltijdbehandeling voor depressie. De depressiepolikliniek heeft ervan afgezien klaagster op te roepen voor een intake. Zakelijk weergegeven verwijt klaagster de klinisch psycholoog de eerste diagnose te hebben bijgesteld en een onjuiste verwijzing naar de depressiekliniek te hebben ingezet. De klinisch psycholoog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college komt tot oordeel dat de klinisch psycholoog alles overziend zorgvuldig heeft gehandeld. Hij heeft elke stap afgewogen, gedocumenteerd en met klaagster besproken en afgestemd. Daarbij heeft hij ook bij oplopende spanningen bij klaagster en in de onderlinge verhouding zijn verantwoordelijkheid serieus genomen en zorggedragen voor een overdracht en een nieuwe verwijzing. Kennelijk ongegronde klacht.