Zoekresultaten 14821-14840 van de 14894 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0277 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/121
- Datum publicatie: 11-05-2010
- Datum uitspraak: 11-05-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0277
Klacht tegen psychotherapeut/GZ-psycholoog. Klager heeft de klacht in beroep ingetrokken. De behandeling van de klacht wordt gestaakt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0276 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/087
- Datum publicatie: 11-05-2010
- Datum uitspraak: 11-05-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0276
Klaagster verwijt verloskundige dat zij (1) onzorgvuldig heeft gehandeld met name door op door klaagster afgegeven signalen geen actie te hebben ondernomen en (2) niet inzichtelijk te hebben gemaakt volgens welke protocollen in praktijk waar zij regelmatig als zelfstandig verloskundige werkzaam is wordt gewerkt. Regionaal Tuchtcollege acht eerste onderdeel van klacht in zoverre gegrond dat de verloskundige in ieder geval nogmaals de hartslag van de foetus had moeten meten en voorts meer de vinger aan de pols had moeten houden en legt de maatregel van waarschuwing op. Tweede klachtonderdeel wordt ongegrond bevonden. In hoger beroep oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat verloskundige gehandeld heeft volgens de geldende standaarden en dat niet is gebleken van omstandigheden die aanleiding hadden moeten zijn om anders te handelen. Eerste klachtonderdeel wordt alsnog ongegrond verklaard en opgelegde maatregel vervalt daarmee.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0275 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/059
- Datum publicatie: 11-05-2010
- Datum uitspraak: 11-05-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0275
Klacht tegen orthopedisch chirurg over implanteren heupprothese. In eerste aanleg wordt klacht deels gegrond verklaard en waarschuwing opgelegd. Het principale beroep van klaagster betreft aspect van behandeling dat heeft meegewogen bij oordeel dat klacht deels gegrond is. Principaal beroep verworpen. In incidentele beroep: Met toepassing van artikel 74, 4e lid Wet BIG toetst Centraal Tuchtcollege de oorspronkelijke klacht in volle omvang. Oorspronkelijke klacht wordt geheel gegrond bevonden. Het Centraal Tuchtcollege acht voor het door arts ingezette afwachtend beleid geen goede argumenten aanwezig. Maatregel van waarschuwing wordt gehandhaafd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0274 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/051
- Datum publicatie: 11-05-2010
- Datum uitspraak: 11-05-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0274
Klaagster is in 2001 door de verzekeringsgeneeskundige werkzaam voor het UWV op grond van psychische klachten volledig arbeidsongeschikt bevonden. In 2003 ontving het UWV een fraudemelding. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zij door het verstrekken van informatie over klaagster haar beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle is van oordeel dat de verzekeringsarts zich weinig professioneel heeft gedragen, legt de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie. De verzekeringsarts komt in hoger beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van de arts gegrond, vernietigt de bestreden beslissing, wijst de klacht af en gelast de publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0273 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/044
- Datum publicatie: 11-05-2010
- Datum uitspraak: 11-05-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0273
De klacht betreft een verzekeringsarts die als geneeskundig adviseur werkzaam is in de particuliere verzekeringssector de mate van arbeidsongeschiktheid van klaagster heeft beoordeeld. Klaagster verwijt de verzekeringsarts - kort samengevat – 1. dat hij heeft getracht onafhankelijke deskundigen te beïnvloeden, 2. dat hij klaagsters privacy en zijn beroepsgeheim heeft geschonden, 3. dat hij arbeidskundige conclusies en beschouwingen presenteert hetgeen uitsluitend is voorbehouden aan arbeidsdeskundigen en 4. de schending van het inzage- en correctierecht. Het RTG te Zwolle acht de klachten 1, 2 en 4 (deels) gegrond, legt een waarschuwing op en gelast de publicatie. De arts komt in hoger beroep en klaagster stelt incidenteel beroep in. In het principaal appel wordt de bestreden beslissing bevestigd en in het incidenteel appel wordt klaagster niet-ontvankelijk verklaard met betrekking tot een nieuwe klacht alsmede de beslissing waarvan beroep bevestigd met publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0272 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/009
- Datum publicatie: 11-05-2010
- Datum uitspraak: 11-05-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0272
De klacht betreft het medisch handelen van een verzekeringsgeneeskundige die in het kader van een beroepsprocedure op verzoek van het UWV diende te reageren op de rapportage van een door de bestuursrechter ingeschakelde psychiater. Het RTG te Groningen wijst de klacht af en gelast de publicatie. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0271 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/163
- Datum publicatie: 11-05-2010
- Datum uitspraak: 11-05-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0271
De huisarts heeft aan de voormalige echtgenote van klager een verklaring afgegeven waarin hij heeft verklaard dat hij haar in de voorgaande 20 jaar niet psychiatrisch heeft behandeld. Klager verwijt de huisarts dat deze verklaring onjuist is en dat hij daarmee de arts-patiënt relatie heeft geschonden. Daarnaast verwijt hij de huisarts dat hij de voormalige echtgenote heeft ingelicht over het feit dat klager een tuchtklacht tegen hem had ingediend. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0250 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/105
- Datum publicatie: 27-04-2010
- Datum uitspraak: 27-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0250
Aanvraag vergunning tot verblijf met als doel medische behandeling. In kader van bezwaarprocedure tegen afwijzing van aanvraag is de arts, verbonden aan het Bureau Medische Advisering (BMA), door de IND gevraagd te adviseren. Volgens klager (1) had het dossier aanleiding moeten zijn te twijfelen aan de effectiviteit van de behandeling in het land van herkomst; (2) heeft de arts ten onrechte in het advies opgenomen dat klager wel kan reizen als hij wordt begeleid door sociaal psychiatrisch verpleegkundige, (3) ontbeert het advies de nodige zorgvuldigheid. Het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is wordt in beroep verworpen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat ingeval er twijfel bestaat over effectiviteit van de te verkrijgen behandeling daarvan in rapportage melding moet worden gemaakt. Daarbij wordt van de arts verwacht dat hij de kernfactoren die hij kan wegen, weegt. Specifieke karakter van de stoornis/ziekte van klager en de oorzaak daarvan kunnen meebrengen dat BMA arts gemotiveerd aangeeft of er al dan niet een aanmerkelijke kans is dat getwijfeld moet worden aan de effectiviteit.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0236 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/031
- Datum publicatie: 20-04-2010
- Datum uitspraak: 20-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0236
Patiënte is bekend met de ziekte SLE en wendt zich in de nachtdienst met klachten tot de huisarts. De huisarts schrijft de pijnstiller Tramadol voor en adviseert patiënt zich de volgende dag te wenden tot haar behandelend reumatoloog. In de loop van de volgende avond wordt patiënte onder een verdenking van een vasculitis en een asceptische meningitis op basis van SLE opgenomen op de Intensive care Unit van het Ziekenhuis. Klagers verwijten de huisarts geen zorgvuldig onderzoek te hebben verricht, waardoor zij geen juiste diagnose heeft kunnen stellen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat tijdens het consult geen van de klachten op een meningitis wezen of een andere acute aandoening, dat de klachten van patiënt in verband konden worden gebracht met de SLE en dat Tramadol kon worden voorgeschreven juist omdat daarvoor geen contra-indicaties bestonden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0235 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/077
- Datum publicatie: 20-04-2010
- Datum uitspraak: 20-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0235
Klager komt in beroep van het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat klacht tegen arts, werkzaam als Arbo-arts, ongegrond is verklaard. Beroep betreft vijf van de zes oorspronkelijke klachtonderdelen. Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het de arts vrij staat zich Arbo-arts te noemen, dat niet is gebleken dat klager tijdens spreekuurcontact rugklachten heeft geuit, dat de arts de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en/of niet objectief en niet bekwaam heeft gehandeld en/ of zijn beroepsgeheim heeft geschonden. De bestreden beslissing van het Regionaal Tuchtcollege blijft in stand.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/251
- Datum publicatie: 20-04-2010
- Datum uitspraak: 20-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0234
In het kader van problemen rond de omgangsregeling van klager met zijn kinderen heeft de rechtbank bepaald dat er een forensisch psychologisch diagnostisch onderzoek in civiel kader diende te worden ingesteld bij de kinderen, bij klager en diens ex-echtgenote. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van de gezondheidszorgpsycholoog. De rechtbank heeft klager de omgang met zijn kinderen gedurende twee jaar ontzegd. Klager verwijt de gz-psycholoog het onzorgvuldig en ondeskundig uitvoeren van het onderzoek, de onjuiste uitkomst en het weigeren om correcties in het rapport te verwerken. Het RTG legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van de gz-psycholoog verworpen en heeft de publicatie van de beslissing gelast.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/244
- Datum publicatie: 16-04-2010
- Datum uitspraak: 13-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0220
Klager heeft zich met huidklachten gewend tot de huisartsenpost. Klager verwijt de waarnemend huisarts dat hij zonder deugdelijk onderzoek heeft geconcludeerd dat klagers gordelroos niet meer te behandelen was met een antiviraal middel en dat hij klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0219 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/245
- Datum publicatie: 16-04-2010
- Datum uitspraak: 13-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0219
Klager heeft zich met huidklachten gewend tot de huisartsenpost. Klager verwijt zijn eigen huisarts dat hij zich heeft geconformeerd aan het beleid van de waarnemend huisarts erop neerkomend dat de gordelroos niet meer te behandelen viel met een antiviraal middel en hem niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/187
- Datum publicatie: 13-04-2010
- Datum uitspraak: 13-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0207
Klaagster verwijt in eerste aanleg psychiater (1) ten onrechte voorschrijven van een proefbehandeling met Concerta ter diagnosticering of uitsluiting van ADD, (2) niet nakomen gemaakte afspraken in behandelplan, (3) niet tijdig antwoorden op brief UWV, (4) zonder gewichtige reden afbreken van behandeling en (5) gebruik van grievende en stigmatiserende medische term secundaire ziektewinst. Psychiater komt in beroep van oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat onderdelen 1, 3, 4 en 5 gegrond zijn en van de opgelegde maatregel van waarschuwing. Ad (1): Volgens Centraal Tuchtcollege mocht de psychiater onder de geschetste omstandigheden en in aanmerking nemend dat relatief snel duidelijk is of dit middel al dan niet een positief effect heeft proefbehandeling met Concerta voorschrijven. Ad (3). Centraal Tuchtcollege acht aannemelijk dat de arts telefonisch contact heeft gehad met UWV. Het ware beter geweest als dit was vastgelegd in het dossier, doch nalaten daarvan is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. (Ad 4): Voor klaagster had duidelijk moeten zijn dat als zij niet meewerkte aan uitvoering behandelplan de behandelrelatie zou worden beëindigd. Ad (5): In psychiatrie vaak gebruikte en medisch geaccepteerde term Secundaire Ziektewinst in brief aan de huisarts is niet onnodig grievend en stigmatiserend. De psychiater mocht er van uitgaan dat de huisarts wist wat met de uitdrukking werd bedoeld. Beroep slaagt en klacht wordt alsnog in alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/018
- Datum publicatie: 13-04-2010
- Datum uitspraak: 13-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0205
Betreft informed consent. Een chirurg heeft bij klager de indicatie gesteld tot een spataderoperatie. De klacht houdt in dat de chirurg aan klager heeft doen voorkomen dat hij klager zelf zou opereren en dat hij vervolgens zonder toestemming van klager de operatie door een andere arts (zaak 2008/019) heeft laten uitvoeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op alle vier klachtonderdelen als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de chirurg heeft verzaakt in de op hem rustende verplichting inzake het verkrijgen van toestemming, nu niet aannemelijk is geworden dat hij klager de uitdrukkelijke toestemming heeft gevraagd en van hem heeft verkregen voor het laten verrichten van de spataderoperatie door een andere (vooraf niet met name genoemde) arts en verklaart het eerste klachtonderdeel alsnog gegrond. Het Centraal Tuchtcollege legt de chirurg terzake een waarschuwing op met publicatie van de beslissing. Zie ook zaken 2009/019 en 2009/020.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/248
- Datum publicatie: 02-04-2010
- Datum uitspraak: 01-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0198
Klager verwijt de gynaecoloog dat hij in verband met een door hem gewenste geslachtsverandering van vrouw naar man onzorgvuldig heeft geopereerd waardoor naderhand een interne bloeding is opgetreden. Hierdoor was, tegen de uitdrukkelijke afspraak in, een vervolgoperatie via de buikwand noodzakelijk. Het Regionaal Tuchtcollege legt de arts een waarschuwing op omdat hij tekortgeschoten is in zijn informatieverplichtingen. De arts komt hiertegen in hoger beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van de arts gegrond en vernietigt de bestreden beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0197 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/001
- Datum publicatie: 02-04-2010
- Datum uitspraak: 01-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0197
Gynaecoloog wordt verweten onvoldoende zorg te hebben besteed aan scherpere instelling van bloedsuikerwaarden. In beroep wordt geoordeeld dat na verwijzing van patiënte naar de internist voor behandeling van hoge bloedsuikerwaarden de verantwoordelijkheid voor die behandeling in de eerste plaats bij de internist ligt. Gynaecoloog heeft mogen volstaan met het signaleren dat de bloedsuikerwaarden hoog bleven en de internist daarop te attenderen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/002
- Datum publicatie: 02-04-2010
- Datum uitspraak: 01-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0196
Internist wordt verweten onvoldoende zorg te hebben besteed aan scherpere instelling van de bloedsuikerwaarden. In beroep wordt geoordeeld dat de internist door onvoldoende in te grijpen in de daling van de bloedsuikerwaarden te kort is geschoten in de zorg jegens klaagster. Maatregel van waarschuwing
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/046
- Datum publicatie: 02-04-2010
- Datum uitspraak: 01-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0195
Internist komt in beroep van het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht dat hij (1) ten onrechte is blijven vasthouden aan een onjuiste diagnose en (2)de patiënt en familie onheus heeft bejegend grotendeels gegrond is en van de opgelegde maatregel van waarschuwing. Het Centraal Tuchtcollege rekent de arts tuchtrechtelijk aan dat hij te lang is blijven vasthouden aan de aanvankelijk door hem gestelde diagnose diverticulose en dat hij de mogelijkheid van vaatlijden niet in de differentiaal diagnose heeft opgenomen en geen gericht specialistisch onderzoek heeft ingezet. Het Centraal Tuchtcollege acht het eerste onderdeel zij het op enigszins andere gronden dan het Regionaal Tuchtcollege gegrond maar acht de klacht over de bejegening ongegrond. De opgelegde maatregel van waarschuwing wordt gehandhaafd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/047
- Datum publicatie: 02-04-2010
- Datum uitspraak: 01-04-2010
- ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0194
Klager verwijt de huisarts dat hij hen met hun ernstig zieke dochtertje te lang op het consult heeft laten wachten, een onjuiste diagnose heeft gesteld en niet adequaat hebben gereageerd toen zij op de hoogte werden gesteld van het ziektebeloop (hersenontsteking). Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ten dele gegrond en legt de huisarts een waarschuwing op. Zowel de arts als de klager komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het principaal beroep van de arts gegrond en het incidenteel beroep van de klager ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 741
- Pagina: 742
- Pagina: 743
- ...
- Pagina: 745
- Volgende pagina zoekresultaten