Zoekresultaten 13831-13840 van de 14390 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle G2020/55

    Klacht tegen een psychiater. Klager verblijft al langere tijd in opeenvolgende tbs-klinieken. De psychiater is betrokken geweest bij zijn behandeling in een van de klinieken. Klager verwijt de psychiater dat hij onwaarheden over klager heeft verteld, dat hij zich jegens klager agressief heeft opgesteld en dat hij bij klager een onjuiste diagnose heeft gesteld. Deze klachtonderdelen zijn ook al behandeld in een eerdere tuchtzaak (G2020/55) van klager tegen deze psychiater. In de beslissing in die zaak – die nog niet onherroepelijk is ten tijde van deze beslissing – zijn de verwijten kennelijk ongegrond verklaard. Dat oordeel wordt hier als ingelast beschouwd, wat betekent dat ook deze klacht kennelijk ongegrond wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle GP2020/24

    Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog/psychotherapeut. Klager verblijft al langere tijd in opeenvolgende tbs-klinieken. De aangeklaagde zorgverlener is betrokken geweest bij zijn behandeling in een van de klinieken. Klager verwijt haar dat zij tegen klager zou hebben gezegd dat hij dwangmedicatie zou krijgen in de volgende kliniek en dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het college verwijst voor het eerste verwijt naar de beslissing met nummer GP2020/18, op een eerdere klacht van klager tegen dezelfde zorgverlener. In die zaak – die nog niet onherroepelijk is ten tijde van deze beslissing – is hetzelfde verwijt naar voren gebracht en is daar al op geoordeeld. Dat oordeel (kennelijk ongegrond) wordt hier als ingelast beschouwd. Wat betreft het tweede verwijt geldt dat de aangeklaagde überhaupt geen diagnose heeft gesteld. De klacht is in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle gp2020/25

    Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager verblijft al langere tijd in opeenvolgende tbs-klinieken. De gezondheidszorgpsycholoog is betrokken geweest bij zijn behandeling in een van de klinieken. Klager verwijt de gezondheidszorgpsycholoog – kort samengevat – dat hij een paar uur in een isoleercel heeft gezeten, dat hij bepaalde zaken kwijt is geraakt, dat ze tegen hem heeft gelogen en zich racistisch heeft uitgelaten en dat zij hem wilde overplaatsen naar een extra beveiligde afdeling. Een deel van de klacht is al in een eerdere zaak, met nummer GP2020/14, behandeld. In de betreffende beslissing – die nog niet onherroepelijk is ten tijde van deze beslissing – is dat deel van de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Die beoordeling wordt als ingelast beschouwd in deze beslissing. De overige verwijten zijn volgens het college ook kennelijk ongegrond. Dit betekent dat de klacht in zijn geheel kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle gp2020/26

    Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager verblijft al langere tijd in opeenvolgende tbs-klinieken. De gezondheidszorgpsycholoog is betrokken geweest bij zijn behandeling in een van de klinieken. Klager verwijt de gezondheidszorgpsycholoog dat zij klager zou hebben gedwongen een document te ondertekenen om gedwongen therapie te volgen en dat zij klager onheus zou hebben bejegend door te zeggen dat hij een drugsdealer is. De klacht wordt in beide onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle G2020/53

    Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Hij verwijt de psychiater dat deze ten aanzien van klager zou hebben geadviseerd hem dwangmedicatie te geven. Het college is van oordeel dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3053

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is eenmaal bij de betreffende bedrijfsarts op consult geweest. Over beklaagdes handelen met betrekking tot dit consult heeft klager eerder een klacht ingediend bij het regionaal tuchtcollege. Deze klacht is ongegrond verklaard, waarna klager beroep heeft ingesteld. Hangende deze beroepsprocedure heeft hij bij het regionaal tuchtcollege opnieuw een klacht ingediend. Vanwege de verwevenheid van beide procedures heeft het tuchtcollege de behandeling van de nieuwe klacht aangehouden in afwachting van de beslissing van het CTG in de lopende beroepsprocedure. Het CTG heeft vervolgens beslist en in de beoordeling ook het nieuwe klachtonderdeel betrokken. Naar het oordeel van het college betreft de onderhavige klacht hetzelfde handelen als het handelen waarover het CTG onherroepelijk heeft beslist. Klacht niet-ontvankelijk wegens ne bis in idem.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle G2020/39

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde, inhoudende dat zij een patiënte die met Covid-19 verbleef op een revalidatieafdeling van een zorgcentrum - ondanks meerdere verzoeken van de familie - niet heeft doorgestuurd naar het ziekenhuis. Uiteindelijk is patiënte wel doorgestuurd naar het ziekenhuis. Het college is van oordeel dat er voordat patiënte daadwerkelijk werd doorgestuurd geen medische indicatie was om haar op te laten nemen in het ziekenhuis. Het college acht het handelen van beklaagde verdedigbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0075

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist. Klager heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot gezamenlijk gezag over en omgang met zijn dochter. Naar aanleiding hiervan is door de Raad voor de Kinderbescherming een multidisciplinair onderzoek verricht, waarbij beklaagde in de hoedanigheid van gedragsdeskundige is betrokken. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in een raadsrapport: er zijn verschillende conceptrapporten opgesteld en uiteindelijk een definitief rapport. In deze rapporten heeft de Raad verzocht om een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden. Ook heeft de Raad de rechtbank geadviseerd om de behandeling ten aanzien van het voorliggende verzoek omtrent de omgangsregeling aan te houden voor een periode van zes maanden om ouders de gelegenheid te geven om in de tussenliggende periode te profiteren van hulpverlening. Klager is het niet eens met de inhoud en uitkomst van de rapporten. Hij verwijt beklaagde onder meer dat zij bepaalde diagnoses ten aanzien van hem heeft gesteld (PTSS en emotieregulatie), dat zij nooit hoor en wederhoor heeft toegepast en dat zij vooringenomen was. Ambtshalve stelt het college vast dat beklaagde zich bij het onderzoek heeft begeven op het terrein van orthopedagoog-generalist, waarvoor zij in het BIG-register staat ingeschreven. Klager kan worden ontvangen in zijn klacht. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3558

    Klager, verblijvende in een TBS-kliniek, verwijt verpleegkundige (Zorgmanager medische dienst) dat deze niet tegemoet wil komen aan de wens van klager niet langer behandeld te worden door de tandarts die eens per maand op de locatie aanwezig is, maar door een tandarts op een andere locatie. Beklaagde kon in de gegeven omstandigheden vasthouden aan het uitgangspunt dat klager voor mondzorg naar de tandarts op de locatie kon gaan en dat als hij een andere tandarts wilde raadplegen, klager de kosten daarvan zelf zou moeten betalen. Dat klager ontevreden was over de eerder door de betrokken tandarts verleende zorg leidt niet tot een ander oordeel. Dat de bus waarin de zorg kennelijk wordt verleend daartoe niet geschikt is, is niet gebleken. Er was ook geen andere reden voor afwijking van eerdergenoemd uitgangspunt. Klager had wel pijnklachten, maar deze waren draaglijk en op het moment dat klager deze voor het eerst naar voren bracht (8 oktober) zou hij op korte termijn bij de tandarts op locatie terecht hebben gekund. Op het moment dat klager met beklaagde sprak kon hij zelfs dezelfde dag nog terecht bij genoemde tandarts.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle G2020/58

    Klacht tegen plastisch chirurg. Klaagster is in 2018 geopereerd aan het carpaal tunnelsyndroom in haar linkerhand. De operatie vond plaats door een AIOS onder supervisie van de plastisch chirurg. Volgens klaagster is de operatie niet goed gegaan, waardoor zij later opnieuw geopereerd moest worden. Zij verwijt de plastisch chirurg 1) dat deze de operatie door een AIOS heeft laten uitvoeren, zonder dat klaagster daarmee zou hebben ingestemd en 2) dat de operatie uitgevoerd zou zijn met een botte schaar en de plastisch chirurg dat wist. Het college deelt deze verwijten niet en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.