Zoekresultaten 21-30 van de 14395 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2751
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:34
Klager klaagt tegen de chirurg die bij hem een besnijdenis heeft uitgevoerd. Klager stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de chirurg de operatie opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de chirurg grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de chirurg heeft gelogen over eerdere prestaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat de in eerste aanleg ongegrond verklaarde klachtonderdelen in beroep alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2822
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:28
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster is gedurende acht maanden onder begeleiding geweest van de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij op veel punten tekortgeschoten is in de begeleiding, waarbij hij haar onder andere onterecht heeft doorverwezen en haar privacy heeft geschonden. Daarnaast maakt klaagster de bedrijfsarts verwijten over zijn dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de bedrijfsarts een berisping opgelegd. De bedrijfsarts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van berisping komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7712
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:33
Klager dient een tuchtklacht in tegen een arts in opleiding tot bedrijfsarts die hem begeleidde tijdens zijn ziekte en re-integratie. Hij klaagt over het verlenen van onvoldoende zorg, het geven van onjuiste en tegenstrijdige adviezen, het negeren van het advies van de psycholoog en het niet te vermelden dat zij bedrijfsarts in opleiding is. Klacht gedeeltelijk gegrond. Er is sprake van onvoldoende duidelijke dossiervoering voor wat betreft urenopbouw en reisbeperkingen Verweerster is onvoldoende transparant over het feit dat zij arts in opleiding is en onder supervisie werkte, en haar dossiervoering en adviezen over re-integratie en reisbeperkingen zijn onvoldoende duidelijk. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2869
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:29
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld bij zijn werkgever. De werkgever van klager wisselde anderhalve maand na zijn ziekmelding van arbodienst. De bedrijfsarts is als stafarts werkzaam bij de nieuwe arbodienst en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. De begeleiding van klager werd uitgevoerd door twee verschillende inzetbaarheidsdeskundigen die onder taakdelegatie van de bedrijfsarts werkten. Het contact met de werkgever verliep ook via deze inzetbaarheidsdeskundigen. De bedrijfsarts heeft zelf geen contact gehad met klager en de werkgever. Klager verwijt de bedrijfsarts - in meerdere klachtonderdelen - dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij zijn verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Door de operationele begeleiding van de klager volledig over te laten aan de inzetbaarheidsdeskundigen en zelf op afstand te blijven terwijl er sprake was van een kwetsbare medewerker en een werkgever die de adviezen die hij kreeg via de inzetbaarheidsdeskundigen niet opvolgde, is de bedrijfsarts ernstig tekortgeschoten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de bedrijfsarts een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8471
- Datum publicatie: 05-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:26
Klacht tegen een sportarts kennelijk ongegrond. Klaagster werd in 2024 door haar huisarts verwezen naar het ziekenhuis in verband met aanhoudende knieklachten. Daar werd zij gezien door de sportarts. Hierna werd beleid afgesproken en volgden nog twee telefonische consulten. Klaagster is niet tevreden over de behandeling die zij heeft gekregen en verwijt de sportarts dat zij op verschillende punten onzorgvuldig heeft gehandeld. Afgaande op de verslaglegging heeft het college geen aanleiding te twijfelen aan de door de sportarts gevolgde handelswijze en haar beoordeling. Ook is niet gebleken dat er in de (online) verslaglegging tuchtrechtelijk verwijtbaar fouten zijn gemaakt of zaken onvolledig zijn weergegeven.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2921
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:23
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft klager geopereerd aan zijn schouder. Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij deze operatie ten onrechte en zonder informed consent heeft uitgevoerd. Verder verwijt klager de orthopedisch chirurg dat hij geen rekening heeft gehouden met zijn angstklachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7560
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:22
Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster is door verweerder behandeld in verband met knieklachten en een ontwrichting van de linkerknieschijf.Klaagster verwijt verweerder dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2943
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:24
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. Bij klager is in 2017 door de orthopedisch chirurg een heupprothese geplaatst. De operatie verliep voorspoedig en er waren geen complicaties. Wel kreeg klager na enige tijd (ernstige) rugklachten, waarvoor hij meerdere keren bij de orthopedisch chirurg op consult kwam. De orthopedisch chirurg heeft klager onderzocht en naar diverse specialisten verwezen. Klager verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en niet adequaat heeft gereageerd op zijn klachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8591
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:23
Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Tijdens het uitvoeren van een totale knieprothese is door de orthopedisch chirurg een fausse route gemaakt (een zeldzame complicatie). Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij tijdens de operatie een fout heeft gemaakt door op een verkeerde plek en te ver door het bot te boren. Daarnaast verwijt klaagster hem dat hij de operatie niet met een robotarm.College: . De orthopedisch chirurg heeft adequaat gereageerd, nadat hij ontdekte een fausse route te hebben gemaakt, door direct een collega te consulteren, een nieuwe route te maken en dezelfde dag nog aanvullend onderzoek uit te voeren. Het gebruik van een robotarm is niet voorgeschreven in de richtlijnen en het staat de orthopedisch chirurg vrij te kiezen voor traditioneel instrumentarium.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2755
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:25
Klacht tegen anesthesioloog. De anesthesioloog verzorgde de inleiding van de algehele anesthesie bij de operatie van klager. Na de inleiding vertrok zij uit de operatiekamer. Ongeveer twee uur later, ruim een uur na de operatie, bezocht zij klager weer. Klager was op dat moment nog niet wakker uit de algehele anesthesie en was niet goed wekbaar. Toen klager wakker werd, had hij afasie en een rechter hemiparese. Na 40 minuten werd er een ambulance opgeroepen. Klager verwijt de anesthesioloog dat: a) zij niet heeft gehandeld volgens de professionele standaard door niet direct betrokken te zijn bij klager gedurende een periode van 120 minuten, startend direct na een problematische inleiding tot en met 65 minuten postoperatief; b) er sprake is van gebrekkige en/of foutieve dossiervoering; c) zij niet efficiënt heeft gehandeld nadat zij opmerkte dat er bij klager sprake was van een sterk afwijkend neurologisch beeld met duidelijke tekenen van een hemiparese, met als gevolg onnodig veel vertraging in een acute situatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft t klachtonderdeel c) gegrond verklaard, de anesthesioloog de maatregel op van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege passeert in beroep het ontvankelijkheidsverweer van de anesthesioloog. Niet gebleken dat klager uitsluitend procedeert om de anesthesioloog te schaden, dus geen misbruik van recht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt verder het beroep van klager dat ziet op de klachtonderdelen a) en b).