Zoekresultaten 1-50 van de 1431 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2470

    Klacht tegen een Physician Assisant. Klaagster heeft als (aansprakelijke) verzekeraar een klacht ingediend tegen de Physician Assistant, die als medisch adviseur, het slachtoffer en diens advocaat heeft geadviseerd in het kader van de letselschadezaak. Klaagster verwijt de Physician Assistant dat hij in zijn advies onjuistheden heeft geschreven en beoordelingen heeft gegeven buiten zijn deskundigengebied. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat zij niet kan worden aangemerkt als een rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65a lid 1 wet BIG. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2554

    Klacht van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tegen een plastisch chirurg vanwege ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag tijdens een (onnodig) videoconsult. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de plastisch chirurg de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register opgelegd. De plastisch chirurg heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. De plastisch chirurg komt in beroep vooral op tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel. Dit beroep slaagt. Het Centraal Tuchtcollege legt de plastisch chirurg een schorsing op voor de duur van één jaar, de maximale schorsingsduur die het Centraal Tuchtcollege kan opleggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2586

    Wrakingsverzoek gericht tegen een lid-beroepsgenoot. De wrakingskamer oordeelt dat de enkele omstandigheid dat een lid-beroepsgenoot in loondienst werkzaam is bij een instelling waar ook een commercieel label onder valt of die verbonden is met een andere commerciële instelling, en het daardoor enkel oproepen van de mogelijke vrees voor de schijn van partijdigheid door een financieel belang bij een bepaalde tuchtrechtelijke uitspraak, brengt niet met zich dat sprake is van concrete feiten en omstandigheden waaruit objectief de vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid jegens een partij kan worden afgeleid. Het verzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2585

    Wrakingsverzoek gericht tegen een lid-beroepsgenoot. De wrakingskamer oordeelt dat de enkele omstandigheid dat een lid-beroepsgenoot in loondienst werkzaam is bij een instelling waar ook een commercieel label onder valt of die verbonden is met een andere commerciële instelling, en het daardoor enkel oproepen van de mogelijke vrees voor de schijn van partijdigheid door een financieel belang bij een bepaalde tuchtrechtelijke uitspraak, brengt niet met zich dat sprake is van concrete feiten en omstandigheden waaruit objectief de vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid jegens een partij kan worden afgeleid. Het verzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2439

    De klacht tegen een psychotherapeut is deels verjaard. Klager heeft bij het Regionaal Tuchtcollege een door hem als ‘pro‑forma klaagschrift’ geduid stuk ingediend. Hieruit blijkt niet de inhoud van de klacht en evenmin de feiten en omstandigheden waarop deze klacht is gebaseerd. Drie maanden later heeft hij een aanvulling op dit stuk ingediend. In dit stuk is beschreven welke verwijten klager de psychotherapeut maakt en op welke feiten en omstandigheden hij deze verwijten baseert. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat klachtonderdelen a) en b) verjaard zijn en dat klachtonderdelen c) en d) wel inhoudelijk kunnen worden beoordeeld maar kennelijk ongegrond zijn. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing. De Wet BIG biedt niet de mogelijkheid om door middel van een als ‘pro forma klaagschrift’ aangeduid stuk als hier aan de orde de verjaringstermijn op te rekken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2566

    Klacht tegen een psychiater. Omdat de wapenvergunning en de jachtakte van klager zijn ingetrokken, heeft hij een medisch adviesbureau opdracht gegeven onafhankelijk onderzoek te verrichten naar zijn psychische gesteldheid met betrekking tot de intrekking van die vergunning en akte. De psychiater heeft dit onderzoek namens het medisch adviesbureau uitgevoerd. Klager klaagt onder meer over de deskundigheid van de psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2670

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een besnijdenisoperatie gehad. Klager verwijt de huisarts dat zij een onjuiste prognose heeft gegeven over het herstel na de besnijdenis, dat zij hun vertrouwensrelatie heeft beschadigd en dat zij heeft gehandeld vanuit een tunnelvisie.Het Regionaal Tuchtcollege te ’s-Hertogenbosch heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2671

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een besnijdenisoperatie ondergaan in een kliniek. Klager verwijt de huisarts dat zij de patiëntenrechten van klager niet in acht heeft genomen en dat zij heeft gehandeld vanuit een tunnelvisie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2672

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een besnijdenisoperatie ondergaan in een kliniek. Klager verwijt de huisarts dat zij de patiëntenrechten van klager niet in acht heeft genomen en dat zij heeft gehandeld vanuit een tunnelvisie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:109 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2781

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij de patiëntenrechten van klager niet in acht heeft genomen door het medisch dossier niet aan te passen op verzoek van klager en door incorrecte aantekeningen, en dat zij de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt heeft beschadigd door onjuistheden en onjuiste data in het dossier te noteren en het niet aanpassen van het dossier. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. De huisarts mocht weigeren om gegevens in het medisch dossier te vernietigen en de huisarts heeft voldoende inspanningen geleverd om klager zijn medisch dossier en de logging-gegevens van zijn medisch dossier te verstrekken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2522

    Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader van een langlopende letselschade procedure na een ongeval een (derde) deskundigenrapport opgesteld. De conclusie in dat rapport is dat er bij klager sprake is van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis die niet het gevolg is van het ongeval. Klager is het niet eens met de wijze waarop de psychiater tot haar conclusies is gekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat het rapport van de psychiater op drie punten niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Dit betreft de manier waarop de psychiater de door haar verkregen informatie heeft samengevat, de wijze van formuleren waardoor de schijn van vooringenomenheid is ontstaan en de onderbouwing van de diagnose (vermoedelijke) persoonlijkheidsstoornis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en de psychiater een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van de psychiater.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2694

    Klacht tegen een psychiater over handelen in de privésfeer. Tweede tuchtnorm. Klaagster is de zus van de psychiater. De verhoudingen tussen klaagster en haar familie is sinds jaren verstoord. De vader van klaagster en de psychiater (hierna: de vader) is in september 2012 opgenomen in een verpleeghuis. In augustus 2015 is vader overleden. Klaagster is daarna een erfrechtelijke procedure gestart tegen de psychiater en haar (andere) broer. De klacht van klaagster bestaat uit 6 klachtonderdelen. Zij verwijt de psychiater onder andere dat hij vader in 2012 wilsonbekwaam heeft verklaard en een geantedateerde schuldbekentenis heeft opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster in drie klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet ontvankelijk in één klachtonderdeel en de klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2693

    Ongegronde klacht tegen een psychiater over handelen in de privésfeer. Tweede tuchtnorm. Klager is de partner van de zus van de psychiater. De zus heeft de psychiater en zijn broer in rechte betrokken in een civiele procedure over de nalatenschap. Klager verwijt de psychiater dat hij in die procedure een valse verklaring heeft gegeven over de geestelijke gesteldheid en gezondheid van klager. Volgens klager heeft de psychiater hierdoor zijn beroepstitel misbruikt en de KNMG-gedragscode geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het door klager ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2711 verzet

    Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster verwijt de verpleegkundige: het stellen van een onjuiste diagnose (schizofrenie), het geven van onvoldoende informatie over de diagnose schizofrenie en het verstrekken van medicatie waarvan klaagster bijwerkingen heeft ondervonden. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in verband met verjaring en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster tegen deze beslissing verworpen. Het verzet tegen die beslissing is door het Centraal Tuchtcollege niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2761

    Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klaagster heeft beroep aangetekend. Het beroepschrift is echter niet tijdig ontvangen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De maatregel van waarschuwing blijft in stand.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2695

    Klacht is door het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam deels gegrond verklaard zonder oplegging van maatregel. Klager komt tijdig in beroep maar voert onvoldoende beroepsgronden aan. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De gedeeltelijke gegrondverklaring zonder oplegging van maatregel blijft in stand.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2565

    Gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster vervoerde met een taxibusje kinderen en mensen met dementie. Zij was door haar werkgever ziekgemeld in verband met een peesontsteking aan haar pols. Anderhalve maand later kwam klaagster op het reguliere spreekuur van de bedrijfsarts. Zij heeft hem verteld dat zij op dat moment onder behandeling was van een geriater. De bedrijfsarts heeft in het medisch dossier van klaagster genoteerd dat klaagster in het beginstadium van Alzheimer zat en heeft geconcludeerd dat zij structureel ongeschikt was om beroepsmatig personen te vervoeren. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij bij haar de diagnose ziekte van Alzheimer heeft gesteld zonder onderzoek te doen en dat hij nadien diverse afspraken met haar niet is nagekomen, waardoor er nooit een vervolggesprek heeft plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de bedrijfsarts tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2658

    Klacht tegen een psychiater. Klagers zijn de ouders van een zoon (patiënt) die is overleden aan een overdosis/suïcide. Patiënt had psychiatrische klachten en had vanaf jonge leeftijd te maken met complexe verslavingsproblematiek. De psychiater was verbonden aan het FFACT-team (forensische flexibele assertieve community treatment) dat ambulante zorg verleende aan patiënt. Zij was de laatste twee jaar van zijn leven de regiebehandelaar van patiënt en verantwoordelijk voor zijn medicatie. Klagers verwijten de psychiater dat zij is tekortgeschoten bij het voorschrijven en monitoren van de medicatie (Baclofen). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klagers hebben beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psychiater in de periode dat patiënt na een suïcidepoging bij zijn nicht verbleef onvoldoende de regie genomen en de verslaglegging in het medisch dossier onvoldoende is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de psychiater geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2481

    Klacht tegen een kaakchirurg. Klager is driemaal aan zijn kaak geopereerd door de kaakchirurg vanwege een onderbeet. Klager verwijt de kaakchirurg dat hij (a.) klager onvoldoende heeft geïnformeerd aan de operaties. Ook verwijt klager de kaakchirurg dat hij (b.) onzorgvuldig heeft gehandeld, waardoor klager dagelijks pijn heeft en zijn gezichtsvorm is veranderd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a. gegrond. De kaakchirurg heeft klager onvoldoende geïnformeerd over de mogelijke complicaties. De door de kaakchirurg verstrekte informatiefolder is evenmin volledig. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a. gegrond en legt aan de kaakchirurg op de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2547

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist ggz. Klaagster is in 2021 als minderjarige vanwege psychische klachten vrijwillig opgenomen in een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist ggz was als zodanig en als ondersteuner/waarnemer van de regiebehandelaar bij de behandeling van klaagster betrokken. Nadat zich eind 2021 een incident heeft voorgedaan, heeft de GGZ-instelling tegen klaagster aangifte van zware mishandeling gedaan en is klaagster aangehouden. De pleegvaders van klaagsters verwijten de verpleegkundig specialist ggz namens klaagster dat zij ten aanzien van klaagster onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2548

    Klacht tegen een directeur behandelzaken/klinisch psycholoog. Klaagster is in 2021 als minderjarige vanwege psychische klachten vrijwillig opgenomen in een GGZ-instelling. Verweerster is klinisch psycholoog/psychotherapeut en directeur behandelzaken van de GGZ-instelling. Nadat zich eind 2021 een incident heeft voorgedaan, heeft de GGZ-instelling tegen klaagster aangifte van zware mishandeling gedaan en is klaagster aangehouden. De pleegvaders van klaagsters verwijten de directeur behandelzaken/klinisch psycholoog namens klaagster dat zij als directeur behandelzaken ten aanzien van het ontslag van klaagster onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2702 en C2025/2703

    Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster is in twaalf consulten over een periode van ruim drie maanden door de fysiotherapeut in de nek gemanipuleerd (gekraakt). De klacht omvat zeven onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege komt tot het oordeel dat de klacht op twee onderdelen gegrond is: er was geen informed consent en verweerder is te lang doorgegaan met dezelfde behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege legt aan de fysiotherapeut de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt, onder bespreking van de informed consent over de behandeling van klaagster, zowel het beroep van klaagster als het beroep van de fysiotherapeut.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2704

    Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster is eind 2016 eenmalig door de fysiotherapeut onderzocht en behandeld vanwege pijn in de onderrug. Nadien heeft klaagster last van haar bovenrug, schouder en nek. Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat zij verkeerd heeft behandeld (klachtonderdeel a). Daarnaast zou de fysiotherapeut van een telefoongesprek geen aantekening hebben gemaakt in het dossier (klachtonderdeel b). Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a. ongegrond, klachtonderdeel b. gegrond en legt aan de fysiotherapeut geen maatregel op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2664

    Klacht tegen een kaakchirurg. De klacht gaat over de ingreep die klaagster op 22 mei 2015 heeft ondergaan bij de kaakchirurg, waarbij haar tongriem is weggehaald. Klaagster bleef na de behandeling klachten houden en is meerdere keren teruggegaan en gezien door collega’s van de kaakchirurg. Zij is ontevreden over het behandeltraject en het resultaat, onder andere omdat de behandeling en de risico’s niet aan haar zijn uitgelegd en zij meer klachten heeft dan voorheen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2382

    Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een kinderarts. Klager klaagt over de kinderarts, die zijn dochter behandelde vanaf 2012. Hij verwijt de kinderarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door als hoofdbehandelaar onvoldoende zorg te dragen voor een vakkundige en zorgvuldige behandeling, de dochter van klager zorg te verlenen zonder zijn toestemming, haar beroepsgeheim te schenden door informatie met het AMK te delen, en door onvoldoende toe te zien op adequate dossiervoering, zodat noodzakelijke gegevens voor de hulpverlening van de dochter niet in het dossier zijn vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht voor een gedeelte verjaard is en het overige gedeelte van de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2630

    Klager is (met tussenpozen vanaf 2003) onder behandeling geweest voor een zwelling op de rug. Verweerder is werkzaam als plastisch chirurg en heeft bij klager op 27 november 2013 de zwelling operatief verwijderd. Klager vindt dat verweerder geen goed onderzoek heeft verricht voordat hij overging tot de operatie en hij vindt ook dat verweerder niet heeft zorggedragen voor een goede/volledige overdracht aan de oncologisch chirurg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege verjaring en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen sprake is van verjaring. Klager wordt ontvangen in de gehele klacht, die ongegrond wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2631

    Klager is naar verweerder verwezen door een collega-chirurg voor verdere behandeling. Verweerder heeft de klager eenmalig gezien op zijn spreekuur van 6 mei 2014 voor uitleg na excisie van een zwelling ter plaatse van de schouder in november 2013. Verweerder heeft lichamelijk onderzoek verricht en een controle geadviseerd over zes maanden. Die controle heeft niet plaatsgevonden. In juli 2018 heeft klager een collega-chirurg bezocht vanwege toenemende klachten. Vanwege de mogelijkheid van een liposarcoom is klager verwezen naar een centrum voor wekedelentumoren voor verdere behandeling van de tumor. Klager is, samengevat, van mening dat verweerder onjuist heeft gehandeld door klager niet tijdig te informeren over de aard van de tumor en niet volgens de geldende richtlijn te handelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege neemt dat oordeel over.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2649

    Deels gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klager heeft verschillende geslachtsveranderende operaties ondergaan. Twee operaties zijn uitgevoerd door de plastisch chirurg. Klager is niet tevreden over het resultaat en diverse andere aspecten. Klager verwijt de plastisch chirurg onder andere dat de operatieverslagen incompleet zijn en een ondertekend informed consent voor de operaties ontbreekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat het door de plastisch chirurg opgestelde operatieverslag te summier is en daarmee niet voldoet aan de minimale eisen waaraan een operatieverslag moet voldoen en de klacht in zoverre gegrond verklaard. De overige twaalf klachtonderdelen zijn door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. De plastisch chirurg heeft incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht over het operatieverslag terecht gegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart ook de klacht ten aanzien van het ontbreken van informed consent gegrond omdat niet aannemelijk is geworden dat klager adequaat was voorgelicht over de diverse operaties inclusief de mogelijke complicaties die hem te wachten stonden om een acceptabel resultaat te krijgen. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2655

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. De orthopedisch chirurg heeft klaagster op 6 februari 2020 geopereerd aan haar rechtervoet in verband met een hallux valgus (grote teen die scheef staat) en klachten door de daarmee samenhangende knobbel (bunion) bij de grote teen. Hij heeft een zogenaamde Chevron-osteotomie uitgevoerd, waarbij de bunion wordt verwijderd en de stand van de teen gecorrigeerd. Daarna is een complicatie (osteonecrose, dat wil zeggen afsterving van het middenvoetsbeentje) ontstaan. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg a) geen dan wel onvoldoende informed consent en b) gebrekkige dossiervorming en onvoldoende zorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in het geheel kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel a alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerkt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2676

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster verwijt de tandarts onder meer dat hij onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling aan haar porseleinen facings (informed consent), dat hij haar tandvorm heeft aangepast en dat de tandarts de behandeling ten onrechte met composiet heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, omdat de tandarts klaagster heeft geïnformeerd over alle relevante aspecten van de behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op. In beroep oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat de tandarts daarnaast ook de verkeerde behandeling heeft toegepast. De tandarts heeft tijdens de behandeling gekozen voor een andere behandeling, zonder klaagster daarover te informeren, en een tijdelijke behandeling gepresenteerd als een permanente behandeling. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van klaagster gedeeltelijk gegrond en legt aan de tandarts de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2581

    Ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klager is door de anesthesioloog gezien vanwege een geplande caudale infiltratie. Deze ingreep is voortijdig afgebroken, omdat klager pijnklachten kreeg tijdens het aanprikken van de huid voor het geven van de huidverdoving. Klager verwijt de anesthesioloog onder andere dat hij de pijnbehandeling onjuist heeft uitgevoerd, de behandeling zonder toestemming heeft afgebroken en smaad en laster heeft gepleegd over klager naar zijn huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2597

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de gz-psycholoog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan. Onderdeel van het epilepsiechirurgie-traject was een neuropsychologisch onderzoek, dat door de gz-psycholoog is uitgevoerd. Klaagster verwijt de gz-psycholoog schending van het beroepsgeheim, onjuistheden in de rapportage en onvoldoende informatieverstrekking en begeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2621

    Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de neuroloog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. De neuroloog heeft klaagster bij het eerste consult gezien, een 24-uurs EEG laten verrichten en klaagster voor verdere onderzoeken doorverwezen. Na de operatie heeft de neuroloog klaagster begeleid bij de afbouw van de medicatie. Klaagster verwijt de neuroloog schending van het beroepsgeheim, nalatigheden rondom de operatie en een te snelle afbouw van de medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2620

    Ongegronde klacht tegen een neurochirurg. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar een expertisecentrum voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan en een positief advies voor de operatie gegeven. De neurochirurg heeft de operatie uitgevoerd (een temporaalkwabresectie linkszijdig). Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheden en de risico’s, dat hij geopereerd heeft zonder (volledige) toestemming, dat hij haar te vroeg uit het ziekenhuis heeft ontslagen en dat hij de operatie niet juist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2619

    Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de neuroloog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan. De neuroloog is betrokken geweest bij een deel van de onderzoeken. Klaagster verwijt de neuroloog onvoldoende informatieverstrekking en opereren zonder juiste en volledige toestemming van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2623

    Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut een onzorgvuldige diagnosevorming en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk voor zover de klacht ziet op aspecten die zien op een eerder ingediende klacht, omdat hier al op is beslist (ne bis in idem). Voor het overige wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard, omdat er geen sprake van een wisseling in de diagnose gedurende de behandeling. Dat de psychotherapeut getwijfeld heeft en meerdere diagnoses heeft gesteld is niet ongebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2622

    Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog een onzorgvuldige diagnosevorming en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk voor zover de klacht ziet op aspecten die zien op een eerder ingediende klacht, omdat hier al op is beslist (ne bis in idem). Voor het overige wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard, omdat er geen sprake van een wisseling in de diagnose gedurende de behandeling. Dat de gz-psycholoog getwijfeld heeft en meerdere diagnoses heeft gesteld is niet ongebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2564

    Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Verweerster (is zowel psychotherapeut als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2563

    Verweerster (is zowel gz-psycholoog als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2562

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Verweerster (is zowel gz-psycholoog als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2561

    Verweerster (is zowel psychotherapeut als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2681

    Deels gegronde klacht tegen een cardioloog. Klaagster heeft zich bij de stichting waar de cardioloog aan verbonden is aangemeld in verband met lichamelijke klachten. Klaagster is eenmalig op consult geweest. Daarnaast is er veel e-mailcontact geweest tussen klaagster en de cardioloog. Klaagster verwijt de cardioloog dat zij haar niet goed heeft behandeld, ten onrechte de diagnose ME/CVS heeft gesteld en onjuiste facturen heeft verstuurd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht wat betreft de onjuiste facturen deels gegrond verklaard en de cardioloog een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van de cardioloog.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2732

    Ongegronde klacht tegen een huisarts op de huisartsenpost. De broer van klager (patiënt) is ‘s nachts met pijnklachten naar de huisartsenpost gegaan. Na onderzoek door de huisarts kreeg hij pijnmedicatie en medicatie tegen misselijkheid en braken toegediend en mocht hij naar huis. In de loop van de ochtend verslechterde de situatie van patiënt en is hij overleden. Klager verwijt de huisarts nalatigheid en stelt dat hij patiënt naar het ziekenhuis had moeten verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Hert Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2813

    Voorzittersbeslissing. Klager is in 2012 in behandeling geweest bij de oogarts voor problemen met zijn ogen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege overschrijding van de tienjaarstermijn. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing omdat hij meent dat hij de verjaring tijdig heeft gestuit door het schriftelijk en aangetekend versturen van een stuitingsverklaring. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2657

    Klacht tegen longarts. Klager kwam medio 2023 bij de longarts op verdenking van longkanker. De longartsarts voerde diverse onderzoeken uit, waaronder lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. De uitslagen van deze onderzoeken wezen uit dat sprake was van verdenking van een longabces in plaats van longkanker. Klager kwam twee weken later bij de longarts om de uitslagen van de onderzoeken te bespreken. In de brief aan de huisarts schreef de longarts onder meer dat hij lichamelijk onderzoek had verricht. Klager verwijt de longarts dat hij, anders dan in deze brief staat, geen lichamelijk onderzoek heeft verricht en dat het daarnaast niet tot de competenties van de longarts behoort een gebit te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de longarts geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2867

    Wrakingsverzoek gericht tegen twee leden-beroepsgenoten. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2653

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het beroep van de arts tegen die beslissing slaagt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b alsnog ongegrond, hetgeen meebrengt dat de in eerste aanleg oplegde maatregel komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2691

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2654

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de klachtonderdelen a, c en d. Het beroep heeft tot doel dat die klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2648

    Kopje: Deels gegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De orthopedagoog-generalist heeft een psychodiagnostisch onderzoek uitgevoerd bij de dochter van klaagster. Na het afronden van het psychodiagnostisch onderzoek is de begeleiding van de dochter voortgezet door een collega van de orthopedagoog-generalist terwijl de orthopedagoog-generalist gesprekken met de ouders voerde. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij onprofessioneel heeft gehandeld, onvoldoende regie heeft gehouden en onterecht een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de orthopedagoog-generalist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is – anders dan het Regionaal Tuchtcollege – van oordeel dat de orthopedagoog-generalist in dit geval de stappen uit de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ niet voldoende zorgvuldig heeft doorlopen, alvorens de melding bij Veilig Thuis te doen. Stap 3: ‘Gesprek met de betrokkenen’ is door de orthopedagoog-generalist overgeslagen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de orthopedagoog-generalist een waarschuwing op.