Zoekresultaten 11-20 van de 1482 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2996

    Klacht tegen een arts, werkzaam bij een arbodienst, onder supervisie van een BIG-geregistreerde bedrijfsarts. De inschrijving van de arts in het BIG-register is voor de duur van drie maanden geschorst geweest. In deze periode is klager twee keer bij de arts op het spreekuur geweest. Het Regionaal Tuchtcollege is tot het oordeel gekomen dat de arts vanwege de schorsing deze werkzaamheden niet had mogen uitvoeren en heeft aan de arts de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het hiertegen door de arts ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9155

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in de penitentiaire inrichting en is in het kader van de strafprocedure onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Klager verwijt de psychiater dat voor het diagnostisch oordeel verouderde en foutieve stukken zijn gebruikt, de diagnostische beschouwing gebrekkig is gemotiveerd en relevante stukken uit het strafdossier buiten beschouwing zijn gelaten. Op basis van deze informatie heeft de psychiater volgens klager ten onrechte een TBS-maatregel met dwangverpleging geadviseerd. Het deskundigenrapport voldoet aan de criteria waar dit volgens vaste jurisprudentie aan dient te voldoen en de psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9153

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in de penitentiaire inrichting en is in het kader van de strafprocedure onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Klager verwijt de psychiater dat voor het diagnostisch oordeel verouderde en foutieve stukken zijn gebruikt, de diagnostische beschouwing gebrekkig is gemotiveerd en relevante stukken uit het strafdossier buiten beschouwing zijn gelaten. Op basis van deze informatie heeft de psychiater volgens klager ten onrechte een TBS-maatregel met dwangverpleging geadviseerd. Het deskundigenrapport voldoet aan de criteria waar dit volgens vaste jurisprudentie aan dient te voldoen en de psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9152

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9147. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9530

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een groot aantal klachten geformuleerd, maar met uitzondering van de klacht over de onzorgvuldige klachtenbehandeling zijn ter zitting alle andere klachten uitdrukkelijk ingetrokken. Het college oordeelt dat klager ontvankelijk is, maar de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8914

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet-ontvankelijk voor zoverre zij namens haar zoon klaagt over zijn behandeling, klachtonderdeel d. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in het monitoren van de medicatie en in de verwijzingstrajecten. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9571

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat GGZ-instanties (en de daar werkende psychiaters) een eigen verantwoordelijkheid hebben waarop de huisarts geen toezicht heeft. Een huisarts heeft ook niet de expertise om de GGZ-hulpverlening te controleren, te sturen en/of te beoordelen. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8919

    Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager maakt de gz-psycholoog verschillende verwijten over onder andere grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen. De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt dat klager ten aanzien van een klachtonderdeel (verbreken ethische code) niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en voor het overige (bejegening) kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8763

    Klaagster klaagt erover dat een arts onder supervisie van een bedrijfsarts haar onder meer niet heeft geïnformeerd over zijn hoedanigheid en dat hij een toezegging dat zij eerst inzage in haar FML zou krijgen, voordat deze naar haar werkgever zou worden gestuurd, niet is nagekomen. Het tuchtcollege verklaart de klacht op deze punten gegrond. Maatregel: berisping omdat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed heeft uitgevoerd, hij een belangrijke toezegging betreffende de FML niet is nagekomen, hij onvoldoende reflectie toont op zijn handelwijze en zich niet toetsbaar heeft opgesteld.