Zoekresultaten 1-10 van de 1417 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3003

    Klacht tegen een huisarts. Klager verbleef met enkele onderbrekingen van 2013 tot 2017 in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. Klager is eenmaal bij de arts op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Bovendien had hij op de hoogte moeten zijn van de psychofarmaca die klager toegediend kreeg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3004

    Klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Volgens klager heeft de psychiater hem: a) vanaf 2014 zonder zijn medeweten medicatie gegeven, als gevolg waarvan klager fysieke klachten kreeg; b) nooit lichamelijk onderzocht; c) hem tijdens een consult niet respectvol behandeld heeft. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3148

    Klacht tegen een psychiater. Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3145

    Klacht tegen een psychiater. In opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) verrichtte de psychiater medisch en psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid van klager. In zijn rapportage overwoog de psychiater dat er aanwijzingen waren gevonden tot het stellen van de diagnose alcoholmisbruik. Om die reden adviseerde hij het CBR om klager ongeschikt te verklaren. Het rijbewijs van klager werd door het CBR vervolgens niet verlengd. Klager verwijt de psychiater onzorgvuldig en ondeskundig onderzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3298

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan.Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard voor wat betreft de klacht over het delen van medische informatie van andere patiënten, en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Zij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3017

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster is met een crisismaatregel gedwongen opgenomen nadat de huisarts de crisisdienst had ingeschakeld. Klaagster verwijt de huisarts dat zij lichtvaardig aan de crisisdienst opdracht heeft gegeven om klaagster te laten opnemen, waarbij klaagster in strijd met de uitgangspunten van de Nationale Hoorservice niet haar zienswijze heeft kunnen geven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8613

    Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog. Regiebehandelaar. Moeder van cliënt klaagt onder meer over de behandeling van haar zoon, die later door suïcide is overleden. Opname op Forensisch Psychiatrische Afdeling van GGZ-instelling. Afspraken over vrijheden en verloven. Wijziging van behandel- en beveiligingsafspraken in geval van incidenten. Handelen in overeenstemming met professionele competenties en rol als regiebehandelaar.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8964

    Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog. Klacht betreft psychodiagnostisch onderzoek dat door een GZ-psycholoog in opleiding onder verantwoordelijkheid van verweerster is gedaan. Klager verwijt verweerster ondeugdelijk onderzoek, met als gevolg onzorgvuldige diagnoses en behandeladvies en onvoldoende supervisie. Deugdelijk en zorgvuldig diagnostisch proces. Diverse onderzoeksmethoden en testonderzoek. Integratief beeld. Het bestaan van tegenstrijdige testresultaten wil niet zeggen dat het onderzoek onjuist is uitgevoerd. Rapportage voldoet aan de eisen. Supervisie conform de geldende richtlijnen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8663

    Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog die ook de regiebehandelaar van patiënte is. Patiënte verwijt de GZ-psycholoog dat zij, ondanks dat klaagster bijwerkingen van de medicatie ervaarde, heeft geweigerd de medicatie aan te passen. GZ-psycholoog is niet bevoegd medicatie voor te schrijven of aan te passen. Als regiebehandelaar heeft zij het verzoek van klaagster terecht aan de artsen en verpleegkundig specialist doorgegeven.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8872

    Kennelijk ongegronde klacht tegen oogarts. Er was geen sprake van een weigering van zorg door de oogarts, omdat het ziekenhuis klager steeds een afspraak bij een andere oogarts had aangeboden. Ook is het recht op vrije artsenkeuze niet geschonden, omdat dit geen verplichting voor een individuele arts inhoudt om iedere patiënt te behandelen. Voor zover de klacht betrekking heeft op het handelen van het ziekenhuis of de bestuurder, kan de oogarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden.