We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 81-90 van de 1585 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8577

    Klacht tegen een gezondheidszorg-psycholoog kennelijk ongegrond. De gz-psycholoog heeft in civielrechtelijk kader een forensisch onderzoek gedaan, wat heeft geleid tot onder andere een deelrapport over klagers minderjarige zoon. Klager is het, samengevat, niet eens met de inhoud en totstandkoming van dit rapport. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:230 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2827 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat de klacht geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2827 Verzet

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat de klacht geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond. De samenstelling van het college onder het dictum is bij beslissing van 19 mei 2026 hersteld. Deze herstelbeslissing is opgenomen achter de beslissing op het verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8716

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij ten onrechte heeft gekozen voor een halve knieprothese, tijdens de operatie door moeheid slordig heeft gewerkt, niet aanspreekbaar was op het tegenvallende resultaat en zijn fouten niet heeft erkend. Het college oordeelt dat de keuze voor een halve knieprothese navolgbaar was. Er zijn geen aanwijzingen dat de prothese onjuist is geplaatst of dat verweerder door vermoeidheid onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook heeft verweerder de klachten van klaagster serieus genomen door vervolgonderzoek en een second opinion te organiseren. Dat later elders een gehele knieprothese is geplaatst, maakt niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9438

    Klacht tegen een chirurg kennelijk ongegrond. Klager zijn onderbeen werd geamputeerd. Klager verwijt de chirurg, die operateur was, dat tegen zijn zin in een te groot deel van zijn onderbeen is geamputeerd waardoor hij nu ernstige klachten heeft. Het college oordeelt dat de chirurg conform de richtlijn heeft gehandeld en niet een te groot deel van het onderbeen heeft geamputeerd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8580

    Klacht tegen huisarts. De huisarts heeft de zoon van klaagster gezien vanwege klachten die zij geduid heeft als sinusitis. De zoon van klaagster is twee dagen nadat de huisarts hem voor het laatst zag opgenomen in het ziekenhuis.Daar is hij enige tijd later overleden aan de gevolgen van een doorgebroken sinusitis die heeft geleid tot intracerebrale abcessen en uiteindelijk een uitgebreid beeld van cerebritis. Het college begrijpt goed dat klaagster met de kennis van nu het gevoel heeft dat zij en haar zoon ten tijde van het consult door de huisarts niet serieus genomen zijn. Maar het college moet het handelen van verweerster beoordelen op basis van de informatie die toen beschikbaar was. Verweerster naar het oordeel van het college voldoende onderzoek gedaan en zij kon op basis van haar bevindingen tot haar diagnose en beleid komen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8715

    Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een anesthesioloog. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar een ruggenprik wilde opdringen in plaats van de door haar gewenste algehele anesthesie

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9185

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). De PA was regiebehandelaar van een patiënt met dementie (de vader van klager). Klager en zijn zus zijn beiden mentor. Klager verwijt de PA dat de paracetamol is gestopt zonder hem hierover te informeren, waardoor de patiënt volgens hem onnodig pijn heeft geleden. Volgens de PA is klager niet-ontvankelijk, omdat hij tweede contactpersoon was. Het college oordeelt dat klager wel bevoegd is een klacht in te dienen, aangezien hij en zijn zus mentor zijn en de patiënt wilsonbekwaam is. Het college stelt vast dat zorgvuldig is beoordeeld of de pijnmedicatie kon worden gestopt en dat de pijnklachten voldoende zijn geëvalueerd. Het informeren over de stopdatum lag bij de dienstdoende arts, niet bij de PA. De PA heeft aan haar zorgplicht voldaan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z20256/9524

    kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts over het niet/onvoldoende verlenen van zorg aan patiënte met wondroos. Patiënte is overleden. Zij heeft voor haar overlijden een kennis gemachtigd. Nu er zich geen nabestaande heeft gemeld die de klacht wil voortzetten, staakt het college de behandeling van de klacht’.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.