Zoekresultaten 61-70 van de 1301 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9032

    Voorzittersbeslissing, deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond verklaarde klacht van een nabestaande tegen een lid van de Raad van Bestuur van een ziekenhuis. Patiënte was op de afdeling SEH van het ziekenhuis gezien en naar huis gestuurd met een (spoed)doorverwijzing naar de poli vaatchirurgie. Patiënte is de volgende dag overleden. Na intern onderzoek werd een calamiteitenmelding gedaan bij de IGJ. De verwijten gaan onder meer over communicatie, nazorg, informatieverstrekking en (het moment van) de calamiteitenmelding.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8822

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. De arts had dienst in de nacht ten tijde van de opname van klager op de SEH. Er waren op dat moment weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en dus ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8921

    Klacht van patiënte tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld bij klaagster en haar geen medicamenteuze behandeling heeft gegeven voor langdurige klachten na COVID.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2949

    Herzieningsverzoek. Het Centraal Tuchtcollege heeft de tandarts bij beslissing van 26 mei 2025 met nummer C2024/2411 een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De tandarts heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen naderhand gebleken omstandigheden zijn aangevoerd die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid indien zij tijdig bekend waren geworden en wijst het verzoek tot herziening af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2872

    Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts is de supervisor van de arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde (hierna: bedrijfsarts i.o.), die klager in zijn ziekteverzuimperiode heeft begeleid. Klager stelt dat de bedrijfsarts heeft toegelaten dat de bedrijfsarts i.o. niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Meer in het bijzonder verwijt klager de bedrijfsarts dat hij als supervisor zijn verantwoordelijkheden niet heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3132 VZ

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht zich richt tegen een zorgverlener die niet staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2832

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. De chirurg heeft bij klaagster een buikwandoperatie gedaan in verband met een littekenbreuk. Klaagster is van mening dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de ingreep en dat zij de chirurg geen toestemming heeft gegeven om haar te opereren, in ieder geval niet om de eerste incisie te zetten. Daarnaast is klaagster ontevreden over de uitvoering en het resultaat van de operatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klaagster verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2836

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster is wegens pensionering van haar vaste huisarts per 1 juli 2022 ingeschreven als patiënt bij de huisartsenpraktijk van de huisarts die het patiëntenbestand overnam. Klaagster was het daar niet mee eens vanwege de grotere afstand van de praktijk tot haar woning. Het bleek niet mogelijk te zijn om klaagster aan een andere huisarts over te dragen. Klaagster had in 2023 en 2024 meerdere malen contact met de huisartsenpraktijk voor verschillende hulpvragen. Zij is niet tevreden met de zorg die zij heeft ontvangen. Zo zou de huisarts onder andere haar zorgplicht niet zijn nagekomen, onzorgvuldig beleid voeren, slechte service verlenen en medicatie hebben geweigerd. Het regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2833

    Klager en verweerder zijn tandarts in dezelfde plaats. De verhoudingen tussen beide tandartsen zijn al jaren ernstig verstoord. Klager verwijt verweerder 1) ernstig oncollegiaal gedrag en 2) het niet verstrekken van medische dossiers van naar klager overgestapte patiënten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en bepaald dat aan verweerder geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep voor zover dit betrekking heeft op het gegrond verklaarde klachtonderdeel en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2839

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een radioloog. Klager is de weduwnaar van klaagster in eerste aanleg (hierna: patiënte). Patiënte is in januari 2022 in verband met een zwelling in de rechterborst en pijnklachten door haar huisarts verwezen naar de afdeling radiologie van het ziekenhuis waar de radioloog werkt. Na verergering van de klachten en groei en toename van de zwellingen is zij nogmaals naar de afdeling radiologie en later naar de mammapoli chirurgie doorverwezen. Zij stond onder behandeling van een physician assistant en er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en drainages verricht door verschillende radiologen. Vanaf het eerste consult in het ziekenhuis is gedurende acht maanden uitgegaan van lactatieadenomen/galactocèles. Uiteindelijk bleek patiënte een zeldzame vorm van een (agressieve) borstkanker te hebben en is zij aan de gevolgen daarvan overleden. De radioloog wordt onder meer verweten dat hij onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen volledige diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een gedeelte gegrond verklaard en aan de radioloog daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen.