We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 431-440 van de 1561 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2752

    Klacht tegen een chirurg, over een besnijdenis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. De chirurg heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat het in eerste aanleg gegrond verklaarde klachtonderdeel in beroep alsnog ongegrond wordt verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van de arts.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2757

    Klacht tegen een psychiater. Klaagster werd al langere tijd behandeld wegens psychiatrische problematiek. Zij is in april 2021 in behandeling gekomen bij een FACT-team. De psychiater is gedurende een aantal maanden de regiebehandelaar van klaagster geweest. Klaagster verwijt de psychiater dat hij haar niet heeft verwezen naar een andere instelling en dat hij ervoor heeft gezorgd dat er vertraging in haar behandeling is ontstaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over vertraging in de behandeling gegrond en legt de psychiater een berisping op. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn, zodat de maatregel van berisping komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7756

    Klager dient via zijn partner een klacht in tegen een arts werkzaam onder supervisie van een bedrijfsarts over diens homofobe bejegening en handelwijze tijdens het ziekteverzuim. Klacht ongegrond. Uit niets blijkt van een homofobe bejegening en door de taalbarrière kon verweerder klager niet volledig beoordelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2852

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de vader van de kinderen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De huisarts van de vader (verweerster) heeft schriftelijke informatie verstrekt die door de vader in de echtscheidingsprocedure is ingediend. Ook heeft de huisarts in het kader van een raadsonderzoek informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Klaagster verwijt de huisarts dat zij: a) haar beroepsgeheim op meerdere vlakken heeft geschonden door het verstrekken van informatie over klaagster; b) de vader en zijn broer heeft aangezet tot het doen van een valse anonieme melding bij Veilig Thuis; c) zich onprofessioneel heeft uitgelaten in haar rapportages door haar eigen emoties en gedragingen te benoemen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a) en c) gegrond, klachtonderdeel b) ongegrond en legt de huisarts de maatregel op van berisping. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts, dat uitsluitend ziet op de zwaarte van de opgelegde maatregel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2811

    Gegrond verzet. Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De moeder van klaagster is in 2020 overleden. Klaagster klaagt over de wijze waarop de specialist ouderengeneeskunde haar moeder heeft behandeld. Daarnaast klaagt zij erover dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de zorg aan haar moeder en dat zij onheus is bejegend. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk, omdat er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat het uitgangspunt dat klaagster met haar klachten de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt niet geldt. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af. Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van de behandeling van het verzet tot het oordeel dat voor de beantwoording van de vraag of klaagster met haar klacht over de behandeling van haar moeder de wil van haar moeder vertegenwoordigt het noodzakelijk is om beide partijen hierover te horen. Dit betekent dat de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege niet zonder partijen te horen tot het oordeel kon komen dat het beroep van klaagster niet zal leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege. Het verzet is gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8139

    Klacht tegen bedrijfsarts over de 26-weken rapportage waarin deze onjuist vermeldt dat een (telefonisch) consult heeft plaatsgevonden en, zonder informatie over een operatie die heeft plaatsgevonden, rapporteert dat herstel binnen 26 weken niet mogelijk is. Het college overweegt dat de 26-weken-verklaring voor de werknemer een zwaarwegend document is, nu deze in een UWV-procedure over beëindiging van het dienstverband betekenis kan hebben. De bedrijfsarts heeft onzorgvuldig gehandeld door niet te vermelden dat het consult niet heeft plaatsgevonden en door niet naar de actuele situatie na de operatie te informeren, waarmee zijn advies onvoldoende inzichtelijk en toetsbaar is. Volgt de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2751

    Klager klaagt tegen de chirurg die bij hem een besnijdenis heeft uitgevoerd. Klager stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de chirurg de operatie opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de chirurg grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de chirurg heeft gelogen over eerdere prestaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat de in eerste aanleg ongegrond verklaarde klachtonderdelen in beroep alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2822

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster is gedurende acht maanden onder begeleiding geweest van de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij op veel punten tekortgeschoten is in de begeleiding, waarbij hij haar onder andere onterecht heeft doorverwezen en haar privacy heeft geschonden. Daarnaast maakt klaagster de bedrijfsarts verwijten over zijn dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de bedrijfsarts een berisping opgelegd. De bedrijfsarts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van berisping komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7712

    Klager dient een tuchtklacht in tegen een arts in opleiding tot bedrijfsarts die hem begeleidde tijdens zijn ziekte en re-integratie. Hij klaagt over het verlenen van onvoldoende zorg, het geven van onjuiste en tegenstrijdige adviezen, het negeren van het advies van de psycholoog en het niet te vermelden dat zij bedrijfsarts in opleiding is. Klacht gedeeltelijk gegrond. Er is sprake van onvoldoende duidelijke dossiervoering voor wat betreft urenopbouw en reisbeperkingen Verweerster is onvoldoende transparant over het feit dat zij arts in opleiding is en onder supervisie werkte, en haar dossiervoering en adviezen over re-integratie en reisbeperkingen zijn onvoldoende duidelijk. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2869

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld bij zijn werkgever. De werkgever van klager wisselde anderhalve maand na zijn ziekmelding van arbodienst. De bedrijfsarts is als stafarts werkzaam bij de nieuwe arbodienst en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. De begeleiding van klager werd uitgevoerd door twee verschillende inzetbaarheidsdeskundigen die onder taakdelegatie van de bedrijfsarts werkten. Het contact met de werkgever verliep ook via deze inzetbaarheidsdeskundigen. De bedrijfsarts heeft zelf geen contact gehad met klager en de werkgever. Klager verwijt de bedrijfsarts - in meerdere klachtonderdelen - dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij zijn verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Door de operationele begeleiding van de klager volledig over te laten aan de inzetbaarheidsdeskundigen en zelf op afstand te blijven terwijl er sprake was van een kwetsbare medewerker en een werkgever die de adviezen die hij kreeg via de inzetbaarheidsdeskundigen niet opvolgde, is de bedrijfsarts ernstig tekortgeschoten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de bedrijfsarts een berisping op.