Zoekresultaten 51-100 van de 941 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2383
- Datum publicatie: 22-01-2025
- Datum uitspraak: 22-01-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:11
Klacht tegen een gynaecoloog. Bij klaagster is in 2016 de baarmoeder operatief verwijderd. De ingreep begint als kijkoperatie, maar vanwege opgetreden bloeding bij de introductie van de trocar wordt het een open buikoperatie. De bloeding wordt gestopt en de ingreep is succesvol, maar kort na de operatie krijgt klaagster last van darmproblemen die in ernst toenemen en leiden tot arbeidsongeschiktheid en het aanbrengen van een stoma. Klaagster is van opvatting dat deze problemen zijn veroorzaakt door een verkeerd uitgevoerde operatie door de gynaecoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2522
- Datum publicatie: 02-07-2025
- Datum uitspraak: 30-06-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:110
Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader van een langlopende letselschade procedure na een ongeval een (derde) deskundigenrapport opgesteld. De conclusie in dat rapport is dat er bij klager sprake is van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis die niet het gevolg is van het ongeval. Klager is het niet eens met de wijze waarop de psychiater tot haar conclusies is gekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat het rapport van de psychiater op drie punten niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Dit betreft de manier waarop de psychiater de door haar verkregen informatie heeft samengevat, de wijze van formuleren waardoor de schijn van vooringenomenheid is ontstaan en de onderbouwing van de diagnose (vermoedelijke) persoonlijkheidsstoornis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en de psychiater een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van de psychiater.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2694
- Datum publicatie: 02-07-2025
- Datum uitspraak: 30-06-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:111
Klacht tegen een psychiater over handelen in de privésfeer. Tweede tuchtnorm. Klaagster is de zus van de psychiater. De verhoudingen tussen klaagster en haar familie is sinds jaren verstoord. De vader van klaagster en de psychiater (hierna: de vader) is in september 2012 opgenomen in een verpleeghuis. In augustus 2015 is vader overleden. Klaagster is daarna een erfrechtelijke procedure gestart tegen de psychiater en haar (andere) broer. De klacht van klaagster bestaat uit 6 klachtonderdelen. Zij verwijt de psychiater onder andere dat hij vader in 2012 wilsonbekwaam heeft verklaard en een geantedateerde schuldbekentenis heeft opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster in drie klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet ontvankelijk in één klachtonderdeel en de klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2693
- Datum publicatie: 02-07-2025
- Datum uitspraak: 30-06-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:112
Ongegronde klacht tegen een psychiater over handelen in de privésfeer. Tweede tuchtnorm. Klager is de partner van de zus van de psychiater. De zus heeft de psychiater en zijn broer in rechte betrokken in een civiele procedure over de nalatenschap. Klager verwijt de psychiater dat hij in die procedure een valse verklaring heeft gegeven over de geestelijke gesteldheid en gezondheid van klager. Volgens klager heeft de psychiater hierdoor zijn beroepstitel misbruikt en de KNMG-gedragscode geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2711 verzet
- Datum publicatie: 02-07-2025
- Datum uitspraak: 30-06-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:113
Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster verwijt de verpleegkundige: het stellen van een onjuiste diagnose (schizofrenie), het geven van onvoldoende informatie over de diagnose schizofrenie en het verstrekken van medicatie waarvan klaagster bijwerkingen heeft ondervonden. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in verband met verjaring en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster tegen deze beslissing verworpen. Het verzet tegen die beslissing is door het Centraal Tuchtcollege niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2761
- Datum publicatie: 10-07-2025
- Datum uitspraak: 11-06-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:114
Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klaagster heeft beroep aangetekend. Het beroepschrift is echter niet tijdig ontvangen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De maatregel van waarschuwing blijft in stand.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2695
- Datum publicatie: 10-07-2025
- Datum uitspraak: 11-06-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:115
Klacht is door het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam deels gegrond verklaard zonder oplegging van maatregel. Klager komt tijdig in beroep maar voert onvoldoende beroepsgronden aan. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De gedeeltelijke gegrondverklaring zonder oplegging van maatregel blijft in stand.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2565
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:116
Gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster vervoerde met een taxibusje kinderen en mensen met dementie. Zij was door haar werkgever ziekgemeld in verband met een peesontsteking aan haar pols. Anderhalve maand later kwam klaagster op het reguliere spreekuur van de bedrijfsarts. Zij heeft hem verteld dat zij op dat moment onder behandeling was van een geriater. De bedrijfsarts heeft in het medisch dossier van klaagster genoteerd dat klaagster in het beginstadium van Alzheimer zat en heeft geconcludeerd dat zij structureel ongeschikt was om beroepsmatig personen te vervoeren. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij bij haar de diagnose ziekte van Alzheimer heeft gesteld zonder onderzoek te doen en dat hij nadien diverse afspraken met haar niet is nagekomen, waardoor er nooit een vervolggesprek heeft plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de bedrijfsarts tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2658
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:117
Klacht tegen een psychiater. Klagers zijn de ouders van een zoon (patiënt) die is overleden aan een overdosis/suïcide. Patiënt had psychiatrische klachten en had vanaf jonge leeftijd te maken met complexe verslavingsproblematiek. De psychiater was verbonden aan het FFACT-team (forensische flexibele assertieve community treatment) dat ambulante zorg verleende aan patiënt. Zij was de laatste twee jaar van zijn leven de regiebehandelaar van patiënt en verantwoordelijk voor zijn medicatie. Klagers verwijten de psychiater dat zij is tekortgeschoten bij het voorschrijven en monitoren van de medicatie (Baclofen). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klagers hebben beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psychiater in de periode dat patiënt na een suïcidepoging bij zijn nicht verbleef onvoldoende de regie genomen en de verslaglegging in het medisch dossier onvoldoende is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de psychiater geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2481
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:118
Klacht tegen een kaakchirurg. Klager is driemaal aan zijn kaak geopereerd door de kaakchirurg vanwege een onderbeet. Klager verwijt de kaakchirurg dat hij (a.) klager onvoldoende heeft geïnformeerd aan de operaties. Ook verwijt klager de kaakchirurg dat hij (b.) onzorgvuldig heeft gehandeld, waardoor klager dagelijks pijn heeft en zijn gezichtsvorm is veranderd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a. gegrond. De kaakchirurg heeft klager onvoldoende geïnformeerd over de mogelijke complicaties. De door de kaakchirurg verstrekte informatiefolder is evenmin volledig. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a. gegrond en legt aan de kaakchirurg op de maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2547
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:119
Klacht tegen een verpleegkundig specialist ggz. Klaagster is in 2021 als minderjarige vanwege psychische klachten vrijwillig opgenomen in een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist ggz was als zodanig en als ondersteuner/waarnemer van de regiebehandelaar bij de behandeling van klaagster betrokken. Nadat zich eind 2021 een incident heeft voorgedaan, heeft de GGZ-instelling tegen klaagster aangifte van zware mishandeling gedaan en is klaagster aangehouden. De pleegvaders van klaagsters verwijten de verpleegkundig specialist ggz namens klaagster dat zij ten aanzien van klaagster onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2500
- Datum publicatie: 22-01-2025
- Datum uitspraak: 22-01-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:12
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klager is door zijn huisarts in 2022 verwezen naar een neuroloog in verband met al jaren bestaande invaliderende klachten van de linkerbil, met uitstraling naar het hele lichaam en naar het linkerbeen. De neuroloog heeft klager op zijn verzoek verwezen naar de orthopedisch chirurg. Klager heeft tijdens het consult het vermoeden geuit dat de klachten werden veroorzaakt door de piriformis (diep gelegen bilspier). Hij verwijt de orthopedisch chirurg dat (a) hij geen lichamelijk onderzoek heeft verricht tijdens het consult, (b) hij zich denigrerend heeft uitgelaten over een andere arts en (c) niet goed op de hoogte is van de behandelingen in zijn specialisatiegebied. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Klager handhaaft in hoger beroep alleen de klachtonderdelen a en c. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager over de klachtonderdelen a en c.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2548
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:120
Klacht tegen een directeur behandelzaken/klinisch psycholoog. Klaagster is in 2021 als minderjarige vanwege psychische klachten vrijwillig opgenomen in een GGZ-instelling. Verweerster is klinisch psycholoog/psychotherapeut en directeur behandelzaken van de GGZ-instelling. Nadat zich eind 2021 een incident heeft voorgedaan, heeft de GGZ-instelling tegen klaagster aangifte van zware mishandeling gedaan en is klaagster aangehouden. De pleegvaders van klaagsters verwijten de directeur behandelzaken/klinisch psycholoog namens klaagster dat zij als directeur behandelzaken ten aanzien van het ontslag van klaagster onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2702 en C2025/2703
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:121
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster is in twaalf consulten over een periode van ruim drie maanden door de fysiotherapeut in de nek gemanipuleerd (gekraakt). De klacht omvat zeven onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege komt tot het oordeel dat de klacht op twee onderdelen gegrond is: er was geen informed consent en verweerder is te lang doorgegaan met dezelfde behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege legt aan de fysiotherapeut de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt, onder bespreking van de informed consent over de behandeling van klaagster, zowel het beroep van klaagster als het beroep van de fysiotherapeut.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2704
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:122
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster is eind 2016 eenmalig door de fysiotherapeut onderzocht en behandeld vanwege pijn in de onderrug. Nadien heeft klaagster last van haar bovenrug, schouder en nek. Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat zij verkeerd heeft behandeld (klachtonderdeel a). Daarnaast zou de fysiotherapeut van een telefoongesprek geen aantekening hebben gemaakt in het dossier (klachtonderdeel b). Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a. ongegrond, klachtonderdeel b. gegrond en legt aan de fysiotherapeut geen maatregel op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2664
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:123
Klacht tegen een kaakchirurg. De klacht gaat over de ingreep die klaagster op 22 mei 2015 heeft ondergaan bij de kaakchirurg, waarbij haar tongriem is weggehaald. Klaagster bleef na de behandeling klachten houden en is meerdere keren teruggegaan en gezien door collega’s van de kaakchirurg. Zij is ontevreden over het behandeltraject en het resultaat, onder andere omdat de behandeling en de risico’s niet aan haar zijn uitgelegd en zij meer klachten heeft dan voorheen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2382
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:124
Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een kinderarts. Klager klaagt over de kinderarts, die zijn dochter behandelde vanaf 2012. Hij verwijt de kinderarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door als hoofdbehandelaar onvoldoende zorg te dragen voor een vakkundige en zorgvuldige behandeling, de dochter van klager zorg te verlenen zonder zijn toestemming, haar beroepsgeheim te schenden door informatie met het AMK te delen, en door onvoldoende toe te zien op adequate dossiervoering, zodat noodzakelijke gegevens voor de hulpverlening van de dochter niet in het dossier zijn vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht voor een gedeelte verjaard is en het overige gedeelte van de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2630
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:125
Klager is (met tussenpozen vanaf 2003) onder behandeling geweest voor een zwelling op de rug. Verweerder is werkzaam als plastisch chirurg en heeft bij klager op 27 november 2013 de zwelling operatief verwijderd. Klager vindt dat verweerder geen goed onderzoek heeft verricht voordat hij overging tot de operatie en hij vindt ook dat verweerder niet heeft zorggedragen voor een goede/volledige overdracht aan de oncologisch chirurg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege verjaring en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen sprake is van verjaring. Klager wordt ontvangen in de gehele klacht, die ongegrond wordt verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2631
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:126
Klager is naar verweerder verwezen door een collega-chirurg voor verdere behandeling. Verweerder heeft de klager eenmalig gezien op zijn spreekuur van 6 mei 2014 voor uitleg na excisie van een zwelling ter plaatse van de schouder in november 2013. Verweerder heeft lichamelijk onderzoek verricht en een controle geadviseerd over zes maanden. Die controle heeft niet plaatsgevonden. In juli 2018 heeft klager een collega-chirurg bezocht vanwege toenemende klachten. Vanwege de mogelijkheid van een liposarcoom is klager verwezen naar een centrum voor wekedelentumoren voor verdere behandeling van de tumor. Klager is, samengevat, van mening dat verweerder onjuist heeft gehandeld door klager niet tijdig te informeren over de aard van de tumor en niet volgens de geldende richtlijn te handelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege neemt dat oordeel over.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2649
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:127
Deels gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klager heeft verschillende geslachtsveranderende operaties ondergaan. Twee operaties zijn uitgevoerd door de plastisch chirurg. Klager is niet tevreden over het resultaat en diverse andere aspecten. Klager verwijt de plastisch chirurg onder andere dat de operatieverslagen incompleet zijn en een ondertekend informed consent voor de operaties ontbreekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat het door de plastisch chirurg opgestelde operatieverslag te summier is en daarmee niet voldoet aan de minimale eisen waaraan een operatieverslag moet voldoen en de klacht in zoverre gegrond verklaard. De overige twaalf klachtonderdelen zijn door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. De plastisch chirurg heeft incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht over het operatieverslag terecht gegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart ook de klacht ten aanzien van het ontbreken van informed consent gegrond omdat niet aannemelijk is geworden dat klager adequaat was voorgelicht over de diverse operaties inclusief de mogelijke complicaties die hem te wachten stonden om een acceptabel resultaat te krijgen. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2655
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:128
Klacht tegen orthopedisch chirurg. De orthopedisch chirurg heeft klaagster op 6 februari 2020 geopereerd aan haar rechtervoet in verband met een hallux valgus (grote teen die scheef staat) en klachten door de daarmee samenhangende knobbel (bunion) bij de grote teen. Hij heeft een zogenaamde Chevron-osteotomie uitgevoerd, waarbij de bunion wordt verwijderd en de stand van de teen gecorrigeerd. Daarna is een complicatie (osteonecrose, dat wil zeggen afsterving van het middenvoetsbeentje) ontstaan. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg a) geen dan wel onvoldoende informed consent en b) gebrekkige dossiervorming en onvoldoende zorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in het geheel kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel a alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerkt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2676
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:129
Klacht tegen een tandarts. Klaagster verwijt de tandarts onder meer dat hij onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling aan haar porseleinen facings (informed consent), dat hij haar tandvorm heeft aangepast en dat de tandarts de behandeling ten onrechte met composiet heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, omdat de tandarts klaagster heeft geïnformeerd over alle relevante aspecten van de behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op. In beroep oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat de tandarts daarnaast ook de verkeerde behandeling heeft toegepast. De tandarts heeft tijdens de behandeling gekozen voor een andere behandeling, zonder klaagster daarover te informeren, en een tijdelijke behandeling gepresenteerd als een permanente behandeling. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van klaagster gedeeltelijk gegrond en legt aan de tandarts de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2388
- Datum publicatie: 27-01-2025
- Datum uitspraak: 27-01-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:13
Ongegronde klacht tegen een KNO-art. Klager is in februari 2014 door de huisarts naar de polikliniek KNO verwezen vanwege otitis externa (ontsteking van de huid in de gehoorgang) van het linkeroor (AS). Klager is gezien door een KNO-arts in opleiding (hierna: de aios), die destijds in het vierde jaar van zijn opleiding was. De KNO-arts was zijn supervisor. De aios heeft klager zure oordruppels voorgeschreven. Kort nadien ervoer klager sudden deafness (plotsdoofheid), vooral aan het rechteroor (AD), waarvoor hij bij de aios terugkwam. Na het vierde consult hebben de aios en de KNO-arts klager op zijn verzoek verwezen voor een second opinion. Klager verwijt de KNO-arts onder meer dat hij tekort is geschoten in zijn superviserende taak door de aios zelfstandig, zonder contact of overleg, klager te laten behandelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2581
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:130
Ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klager is door de anesthesioloog gezien vanwege een geplande caudale infiltratie. Deze ingreep is voortijdig afgebroken, omdat klager pijnklachten kreeg tijdens het aanprikken van de huid voor het geven van de huidverdoving. Klager verwijt de anesthesioloog onder andere dat hij de pijnbehandeling onjuist heeft uitgevoerd, de behandeling zonder toestemming heeft afgebroken en smaad en laster heeft gepleegd over klager naar zijn huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2597
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:131
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de gz-psycholoog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan. Onderdeel van het epilepsiechirurgie-traject was een neuropsychologisch onderzoek, dat door de gz-psycholoog is uitgevoerd. Klaagster verwijt de gz-psycholoog schending van het beroepsgeheim, onjuistheden in de rapportage en onvoldoende informatieverstrekking en begeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2621
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:132
Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de neuroloog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. De neuroloog heeft klaagster bij het eerste consult gezien, een 24-uurs EEG laten verrichten en klaagster voor verdere onderzoeken doorverwezen. Na de operatie heeft de neuroloog klaagster begeleid bij de afbouw van de medicatie. Klaagster verwijt de neuroloog schending van het beroepsgeheim, nalatigheden rondom de operatie en een te snelle afbouw van de medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2620
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:133
Ongegronde klacht tegen een neurochirurg. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar een expertisecentrum voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan en een positief advies voor de operatie gegeven. De neurochirurg heeft de operatie uitgevoerd (een temporaalkwabresectie linkszijdig). Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheden en de risico’s, dat hij geopereerd heeft zonder (volledige) toestemming, dat hij haar te vroeg uit het ziekenhuis heeft ontslagen en dat hij de operatie niet juist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2619
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:134
Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de neuroloog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan. De neuroloog is betrokken geweest bij een deel van de onderzoeken. Klaagster verwijt de neuroloog onvoldoende informatieverstrekking en opereren zonder juiste en volledige toestemming van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2623
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:135
Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut een onzorgvuldige diagnosevorming en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk voor zover de klacht ziet op aspecten die zien op een eerder ingediende klacht, omdat hier al op is beslist (ne bis in idem). Voor het overige wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard, omdat er geen sprake van een wisseling in de diagnose gedurende de behandeling. Dat de psychotherapeut getwijfeld heeft en meerdere diagnoses heeft gesteld is niet ongebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2622
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:136
Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog een onzorgvuldige diagnosevorming en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk voor zover de klacht ziet op aspecten die zien op een eerder ingediende klacht, omdat hier al op is beslist (ne bis in idem). Voor het overige wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard, omdat er geen sprake van een wisseling in de diagnose gedurende de behandeling. Dat de gz-psycholoog getwijfeld heeft en meerdere diagnoses heeft gesteld is niet ongebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2564
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:137
Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Verweerster (is zowel psychotherapeut als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2563
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:138
Verweerster (is zowel gz-psycholoog als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2562
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:139
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Verweerster (is zowel gz-psycholoog als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2387
- Datum publicatie: 27-01-2025
- Datum uitspraak: 27-01-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:14
Ongegrond klacht tegen een KNO-arts. Klager is in februari 2014 door de huisarts naar de KNO-arts (destijds in het vierde jaar van zijn opleiding) verwezen vanwege otitis externa (ontsteking van de huid in de gehoorgang) van het linkeroor (AS). De KNO-arts heeft zure oordruppels voorgeschreven. Kort nadien ervoer klager sudden deafness (plotsdoofheid) waarvoor hij bij de KNO-arts terugkwam. Na het vierde consult heeft de KNO-arts klager op zijn verzoek verwezen voor een second opinion. De klacht van klager bestaat uit 9 klachtonderdelen. Klager verwijt de KNO-arts onder meer dat hij onjuiste diagnoses heeft gesteld, onvoldoende onderzoek heeft gedaan en niet de juiste behandeling heeft ingezet. Ook verwijt klager de KNO-arts dat hij klager onvoldoende heeft geïnformeerd en dat hij ten onrechte zijn supervisor niet heeft ingeschakeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2561
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:140
Verweerster (is zowel psychotherapeut als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2681
- Datum publicatie: 13-08-2025
- Datum uitspraak: 13-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:141
Deels gegronde klacht tegen een cardioloog. Klaagster heeft zich bij de stichting waar de cardioloog aan verbonden is aangemeld in verband met lichamelijke klachten. Klaagster is eenmalig op consult geweest. Daarnaast is er veel e-mailcontact geweest tussen klaagster en de cardioloog. Klaagster verwijt de cardioloog dat zij haar niet goed heeft behandeld, ten onrechte de diagnose ME/CVS heeft gesteld en onjuiste facturen heeft verstuurd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht wat betreft de onjuiste facturen deels gegrond verklaard en de cardioloog een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van de cardioloog.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2732
- Datum publicatie: 13-08-2025
- Datum uitspraak: 13-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:142
Ongegronde klacht tegen een huisarts op de huisartsenpost. De broer van klager (patiënt) is ‘s nachts met pijnklachten naar de huisartsenpost gegaan. Na onderzoek door de huisarts kreeg hij pijnmedicatie en medicatie tegen misselijkheid en braken toegediend en mocht hij naar huis. In de loop van de ochtend verslechterde de situatie van patiënt en is hij overleden. Klager verwijt de huisarts nalatigheid en stelt dat hij patiënt naar het ziekenhuis had moeten verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Hert Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2813
- Datum publicatie: 13-08-2025
- Datum uitspraak: 13-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:143
Voorzittersbeslissing. Klager is in 2012 in behandeling geweest bij de oogarts voor problemen met zijn ogen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege overschrijding van de tienjaarstermijn. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing omdat hij meent dat hij de verjaring tijdig heeft gestuit door het schriftelijk en aangetekend versturen van een stuitingsverklaring. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2657
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:144
Klacht tegen longarts. Klager kwam medio 2023 bij de longarts op verdenking van longkanker. De longartsarts voerde diverse onderzoeken uit, waaronder lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. De uitslagen van deze onderzoeken wezen uit dat sprake was van verdenking van een longabces in plaats van longkanker. Klager kwam twee weken later bij de longarts om de uitslagen van de onderzoeken te bespreken. In de brief aan de huisarts schreef de longarts onder meer dat hij lichamelijk onderzoek had verricht. Klager verwijt de longarts dat hij, anders dan in deze brief staat, geen lichamelijk onderzoek heeft verricht en dat het daarnaast niet tot de competenties van de longarts behoort een gebit te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de longarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2867
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:145
Wrakingsverzoek gericht tegen twee leden-beroepsgenoten. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2653
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:146
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het beroep van de arts tegen die beslissing slaagt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b alsnog ongegrond, hetgeen meebrengt dat de in eerste aanleg oplegde maatregel komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2691
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:147
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2654
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:148
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de klachtonderdelen a, c en d. Het beroep heeft tot doel dat die klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2648
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:149
Kopje: Deels gegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De orthopedagoog-generalist heeft een psychodiagnostisch onderzoek uitgevoerd bij de dochter van klaagster. Na het afronden van het psychodiagnostisch onderzoek is de begeleiding van de dochter voortgezet door een collega van de orthopedagoog-generalist terwijl de orthopedagoog-generalist gesprekken met de ouders voerde. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij onprofessioneel heeft gehandeld, onvoldoende regie heeft gehouden en onterecht een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de orthopedagoog-generalist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is – anders dan het Regionaal Tuchtcollege – van oordeel dat de orthopedagoog-generalist in dit geval de stappen uit de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ niet voldoende zorgvuldig heeft doorlopen, alvorens de melding bij Veilig Thuis te doen. Stap 3: ‘Gesprek met de betrokkenen’ is door de orthopedagoog-generalist overgeslagen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de orthopedagoog-generalist een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2422
- Datum publicatie: 27-01-2025
- Datum uitspraak: 27-01-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:15
Klacht tegen chirurg. Klaagster heeft twee ziekenhuizen, waarin zij een medische behandeling heeft ondergaan, aansprakelijk gesteld. De ziekenhuizen hebben de aansprakelijkheid van de hand gewezen. De aangeklaagde chirurg is in deze beroepsaansprakelijkheidskwestie door partijen aangesteld als onafhankelijke deskundige en heeft een medisch deskundigenrapport uitgebracht. Klaagster verwijt de chirurg dat hij een ondeugdelijk rapport heeft uitgebracht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het rapport op enkele punten beter had kunnen zijn, maar dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het beroep van klaagster wordt daarom verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2513
- Datum publicatie: 11-09-2025
- Datum uitspraak: 10-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:150
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klagers is begin 2021 door suïcide overleden. Hij was bekend met depressieve klachten. Klagers stellen dat de huisarts hun zoon in de periode voorafgaand aan de suïcide adequate hulp en medische behandeling heeft onthouden en hem ten onrechte niet naar de specialistische GGZ heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2705
- Datum publicatie: 22-09-2025
- Datum uitspraak: 22-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:151
Klacht tegen een chirurg. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. de chirurg heeft klaagster eind januari 2021 geopereerd. Begin februari 2021 heeft een nabespreking plaatsgevonden. De chirurg heeft klaagster medegedeeld dat zij – in samenspraak met het multidisciplinaire behandelteam – radiotherapie en chemotherapie adviseerde, waarna klaagster is verwezen naar de radiotherapeut en de internist. Klaagster verwijt de chirurg dat zij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Klaagster verwijt de chirurg ook dat het medisch dossier fouten bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2706
- Datum publicatie: 22-09-2025
- Datum uitspraak: 22-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:152
Klacht tegen een internist-oncoloog. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. Nadat klaagster eind januari 2021 is geopereerd, heeft het multidisciplinaire behandelteam klaagster radiotherapie en chemotherapie geadviseerd. Voor de chemotherapie is klaagster verwezen naar de internist. Klaagster verwijt de internist dat hij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2572
- Datum publicatie: 22-09-2025
- Datum uitspraak: 22-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:153
Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2573
- Datum publicatie: 22-09-2025
- Datum uitspraak: 22-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:154
Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.