Zoekresultaten 851-900 van de 1585 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8866
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:146
Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster is het niet eens met het verslag van de neuroloog van het consult en verwijt de neuroloog onder meer daarmee de noodzakelijke verwijzing naar een neurochirurg te blokkeren. Verschil van inzicht betekent niet dat de beoordeling door de neuroloog onjuist is. De neuroloog heeft het afwijkende inzicht van haar collega in haar beoordeling betrokken en heeft bovendien het verslag op verzoek van klaagster meerdere malen aangepast.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9007
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:147
Klachten over onderzoek door neuroloog bij pijnklachten in de rug, waarbij een MRI van het onderste gedeelte van klaagsters rug is gemaakt. Na een second opinion én na toename van de klachten is een MRI gemaakt van de gehele wervelkolom, waarbij een tumor werd gezien, wat een zeldzaam voorkomende oorzaak van de klachten was. Het eerdere onderzoek door de neuroloog voldeed aan de eisen en er was op dat moment, gelet op de klachten, ook geen aanleiding om een MRI van de gehele wervelkolom te maken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8961
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:148
Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster lijdt aan multiple sclerose en is door haar behandelaar verwezen naar de neuroloog met de vraag of er sprake was van secundaire progressie van haar ziekte en of er alternatieve behandeling (stamceltransplantatie) mogelijk was. Stamceltherapie komt in Nederland alleen onder zeer strikte voorwaarden in aanmerking. De beslissing dat klaagster niet aan de voorwaarden voldeed is in overeenstemming met de professionele standaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8957
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:149
Kennelijk ongegronde klacht tegen arts die intakegesprek heeft gevoerd en neurologisch onderzoek heeft gedaan bij onderzoek naar multiple sclerose (MS). Verwijt dat de arts klaagsters klachten niet (volledig) heeft besproken in het multidisciplinair overleg (MDO) en geen correcte diagnose heeft gesteld is ongegrond. De arts heeft een zorgvuldig en volledig neurologisch onderzoek uitgevoerd en daarbij geen zaken onbesproken gelaten. Haar onderzoek was ook slechts een van de invalshoeken van het MDO. Met betrekking tot de (aanwezige en beoordeelde) MRI-scans geldt dat de beoordeling van de beeldvorming de verantwoordelijkheid is van de radiologen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8233
- Datum publicatie: 16-01-2026
- Datum uitspraak: 16-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:15
Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster verwijt de dermatoloog dat zij niet goed geholpen is bij de behandeling van een schimmelnagel (onychomycose). Het college stelt vast dat sprake is geweest van een behandeling volgens gebruikelijke wijze, met daarvoor geschikte medicatie. Dat klaagster te maken heeft gekregen met bijwerkingen is vervelend, maar kan de dermatoloog niet worden verweten. Na het optreden van de bijwerkingen is de behandeling vroegtijdig gestopt. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8958
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:150
Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Onder verantwoordelijkheid van de neuroloog is onderzocht of klaagster multiple sclerose (MS) had. Intakegesprek en neurologisch onderzoek door arts-onderzoeker waren zorgvuldig en volledig. Daarbij zijn geen zaken onbesproken gelaten. Het onderzoek was ook slechts een van de invalshoeken van het MDO. De neuroloog valt noch als supervisor van de arts, noch als behandelaar een verwijt te maken. Met betrekking tot de (aanwezige en beoordeelde) MRI-scans geldt dat de beoordeling van de beeldvorming de verantwoordelijkheid is van de radiologen. Overigens zijn tot twee keer toe nog ontbrekende scans opgevraagd en beoordeeld en heeft de neuroloog alle MRI-scans nog eens samen met klaagster bekeken en besproken. Het wel of niet afwijkende looppatroon van klaagster is geen doorslaggevende factor bij het stellen van de diagnose MS.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8764
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:151
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster was patiënt in de praktijk van verweerster. De tandartspraktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klaagster. De opvolgende tandarts heeft bij de eerste periodieke controle bij klaagster tien laesies vastgesteld, waarvoor een restauratieve behandeling werd ingezet. Klaagster verwijt verweerster dat zij onbekwaam heeft gehandeld en onvoldoende gehoor heeft gegeven aan haar pijn- en kaakklachten. Het college oordeelt dat het terughoudende beleid van verweerster ten aanzien van niet-gecaviteerde cariëslaesies binnen de geldende professionele standaarden past. Klacht over onvoldoende luisteren naar klachten is ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8765
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:152
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De dochter van klagers was patiënt in de praktijk van verweerster en werd behandeld door een kindertandverzorgster. De praktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klagers. Na de overname, heeft de opvolgende tandarts bij de dochter diepe, gecaviteerde laesies vastgesteld. Klagers verwijten verweerster dat zij als eindverantwoordelijke voor het handelen van de kindertandverzorgster roekeloos, zeer nalatig en onbekwaam heeft gehandeld en niet goed met klagers als ouders heeft gecommuniceerd. Het college kan niet vaststellen dat de kindertandverzorgster onjuist of anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld en daarom kan ook niet worden vastgesteld dat de tandarts roekeloos, nalatig of onbekwaam is geweest. Een meer afwachtend beleid betekent niet dat de werkwijze niet binnen de norm van behoorlijke zorg valt. Voldoende gebleken dat de belangrijke aspecten rond het gebit van de dochter met de ouders zijn besproken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8766
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:153
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster was patiënt in de praktijk van verweerster. De tandartspraktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klaagster. Klaagster verwijt verweerster dat zij vele forse laesies in haar gebit heeft gemist of niet heeft behandeld, en dat zij een deel van een kroon zodanig heeft verlengd dat dit niet gereinigd kan worden. Het college constateert op de foto’s geen cariëslaesies die verweerster had moeten behandelen. Het behandelbeleid van monitoren, adviseren en behandelen met fluoride acht het college zorgvuldig. Niet kan worden vastgesteld dat verweerster met de verlengde composietfacing op de kroon onzorgvuldig heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8762
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De praktijk van verweerster is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klager. Klager verwijt verweerster dat zij een preventieassistente de diepte van de tandvleespockets heeft laten opmeten, dat zij niet althans onvoldoende zorgvuldig, tandsteen verwijderd en dat zij diverse laesies heeft gemist. Het opmeten van de PPS-score door de preventieassistente onder verantwoordelijkheid van de tandarts is niet ongebruikelijk en ook niet verwijtbaar. De laatste tandsteenreiniging is mogelijk niet optimaal uitgevoerd, maar dit is onvoldoende ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. Op het beeldmateriaal zijn geen zo vergevorderde cariëslaesies te zien dat verweerster die had moeten behandelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8418
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:155
Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 .
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8417
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:156
Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 .
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8432
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8568
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:158
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8569
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:159
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog is bij de behandeling van klager betrokken geweest. Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd.Het college is van oordeel dat het de gz-psycholoog niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de gz-psycholoog geen bemoeienissen gehad. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8463
- Datum publicatie: 16-01-2026
- Datum uitspraak: 16-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:16
Klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat zij zonder het bespreken van alternatieven een spoedige excisie heeft geadviseerd voor een papel in zijn gezicht, wat achteraf onnodig bleek en heeft geleid tot een blijvend litteken. Het college is van oordeel dat de dermatoloog zonder goede reden is afgeweken van de richtlijn basaalcelcarcinoom van de NVDV. Aanvullend diagnostisch onderzoek was geïndiceerd en de dermatoloog heeft haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de informatievoorziening aan klager miskend. Het college vindt het zorgwekkend dat de dermatoloog ter zitting blijk heeft gegeven dat zij nog altijd van oordeel is dat haar handelwijze de enige en juiste weg was, in plaats van de handelwijze die de richtlijn voorschrijft. Het college legt de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8570
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:160
Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. De psychotherapeut is bij de behandeling van klager betrokken geweest. Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd.Het college is van oordeel dat het de psychotherapeut niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de psychotherapeut geen bemoeienissen gehad. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8571
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161
Gegronde klacht tegen een psychiater. Volgens klager heeft de psychiater onzorgvuldig gehandeld omdat zij, door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager, diens belangen in ernstige mate heeft geschonden. Het college is van oordeel dat de psychiater, zoals zij zelf ook heeft erkend, de beëindiging van de behandelrelatie met klager onvoldoende zorgvuldig heeft gedaan. De psychiater is tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten door onaangekondigd en abrupt mee te delen dat zij de behandeling beëindigde, zonder te hebben zorggedragen voor een opvolging van de behandeling, voor overbruggingszorg, voor een overdracht naar de huisarts dan wel voor enige nazorg. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9094
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 18-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:162
Voorzittersbeslissing. Klagers klagen over de behandeling van hun overleden dochter tegen de behandelend psychiater. Naar aanleiding van meerdere aanwijzingen, waaronder een aangifte van de dochter van klagers tegen haar vader (klager), volgt dat moet worden getwijfeld aan de vertegenwoordiging door de ouders van de veronderstelde wil van hun dochter. Klagers behoren hierdoor niet tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Klagers niet-ontvankelijk en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9065
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:163
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager dient namens hemzelf en zijn minderjarige kinderen een klacht in tegen de arts dat er, kort gezegd, een eenzijdig en onzorgvuldig onderzoek is gedaan waarbij de beschuldigingen van de ex-partner zijn overgenomen zonder dat gekeken is naar alternatieve verklaringen. Klager is bevoegd om in zijn rol van wettelijk vertegenwoordiger te klagen, zonder dat de moeder van de kinderen met het indienen van de klacht heeft ingestemd. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9096
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:164
Kennelijke ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster heeft een vaginaplastiek ondergaan waarbij zij is geopereerd door de plastisch chirurg. Klaagster heeft diverse klachten over de operatie, de verleende zorg en de verslaglegging. De klacht over de informatievoorziening is verjaard en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Het gebruik van een perineoscrotale lap tijdens de operatie is in overeenstemming met wetenschappelijke inzichten. Dat de gecreëerde labia majora onontwikkelder zijn dan klaagster had gewild, maakt niet dat de operatie niet goed is uitgevoerd. Niet aannemelijk dat de prolaps het gevolg is van de operatie.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8313
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader van een strafrechtelijke vervolging van klager een Pro Justitia onderzoek uitgevoerd. Een paar jaar later heeft de toenmalig directeur van de psychiatrische observatiekliniek waar klager toen verbleef, tijdens een procedure bij het tuchtcollege in Zwolle onderdelen van het medisch dossier van klager overgelegd. Klager verwijt de psychiater dat zij toestemming heeft gegeven om de informatie uit het medisch dossier te verstrekken, dat zij hiertegen onvoldoende is opgetreden en dat zij onvoldoende waarborg heeft geboden voor de vertrouwelijkheid en veiligheid van het medisch dossier. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8845
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:166
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het college is van oordeel dat de psychiater voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, ook gelet op zijn relatief beperkte rol bij de casus van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8847
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:167
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het college is van oordeel dat de psychiater klaagster voldoende heeft gehoord, aangezien zijn enkele rol het beoordelen van de separeerindicatie was. De andere verwijten treffen geen doel omdat de psychiater geen verdere betrokkenheid had bij de casus van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8905
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:168
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater onjuiste diagnosestelling, een onterechte aanvraag voor een LFPZ‑status en ernstige overtredingen zoals valsheid in geschrifte, smaad, laster, psychische mishandeling en schending van EVRM‑rechten. Het college vindt hiervoor geen enkele aanwijzing. De psychiater was niet betrokken bij de diagnosestelling, en voor zover hij betrokken was bij de LFPZ‑aanvraag, blijkt daaruit geen tuchtrechtelijk verwijt. Het college concludeert dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9739
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:169
Voorzittersbeslissing. Klaagschrift voldoet niet aan de eisen. Ook naar aanleiding van de door de secretaris gestelde vragen heeft klaagster onvoldoende duidelijkheid gegeven. Het is aan klaagster om te stellen en toe te lichten over welk concreet handelen of nalaten van verweerder zij een klacht heeft. Voor verweerder moet het voldoende duidelijk zijn waar de klacht over gaat, zodat hij daarop kan reageren. Dit is ook telefonisch aan klaagster toegelicht. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700
- Datum publicatie: 16-01-2026
- Datum uitspraak: 16-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:17
Herstelbeslissing van 16 januari 2026 van de beslissing van 6 januari 2026.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9647
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:170
Voorzittersbeslissing. De GZ-psycholoog heeft de vader van klager in behandeling gehad. Bij één van de consulten is klager aanwezig geweest. Verder heeft klager een e-mail naar de GZ-psycholoog gestuurd met vragen, waar de GZ-psycholoog niet op gereageerd heeft. Klager maakt de GZ-psycholoog meerdere verwijten, zowel betreffende de behandeling als met betrekking tot uitlatingen die de GZ-psycholoog over klager zou hebben gedaan en over het niet reageren op zijn e-mail. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen die zien op de behandeling. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9414
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 14-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:171
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager verwijt de fysiotherapeut dat hij drie keer door hem is behandeld, zonder dat de fysiotherapeut een medisch dossier heeft bijgehouden. Het bijhouden van een medisch dossier is wettelijk verplicht (artikel 7:454 BW). Dat de behandeling kortstondig was en klager familie was van een medewerker van de praktijk, doet daar niet aan af. De fysiotherapeut erkent ook dat hij dit had moeten doen. Het college is niet bevoegd om een klacht over schadevergoeding te beoordelen. Voor het overige is de klacht ongegrond. Geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9415
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 14-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:172
Kennelijk ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. De fysiotherapeut is praktijkeigenaar. Klager is drie keer behandeld door een collega-fysiotherapeut binnen de praktijk, zonder dat hiervan een medisch dossier is opgesteld. Het is de fysiotherapeut niet persoonlijk tuchtrechtelijk aan te rekenen dat geen dossier is bijgehouden. De casus en het belang van zorgvuldige dossiervoering is uitgebreid binnen de praktijk besproken, zodat situaties als deze in de toekomst worden voorkomen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8849
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:173
Deels gegronde klacht tegen een (cosmetisch) arts. Naar het oordeel van het college is er sprake geweest van onzorgvuldige nazorg na de eerste interventie (bij de eerste nabloeding). De tijd die de arts heeft aangehouden voor het monitoren van klaagster wordt door het college beoordeeld als te kort. Dit geldt te meer, nu sprake was van een hematoom/nabloeding op een zeer kwetsbare plek in het hoofd- halsgebied en een dergelijke bloeding kan leiden tot stikken en overlijden. Daarnaast heeft de arts klaagster onvoldoende geïnformeerd over de nazorg. Ten aanzien van de bekwaamheid overweegt het college als volgt. Hoewel de arts hier meerdere keren concreet naar is gevraagd, heeft zij niet inzichtelijk kunnen maken waar haar opleiding nu concreet uit bestond. De arts heeft het college niet weten te overtuigen van haar bekwaamheid ten opzichte van de lipolaserbehandeling. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8913
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het zoontje van klager was onder behandeling bij de kliniek waar de fysiotherapeut werkzaam is. Tussen de ouders was sprake van een relationeel conflict. De fysiotherapeut heeft een emailbericht aan de ex-partner van klager gestuurd over de gevolgen voor de gezondheid van het zoontje van een door klager voorgenomen reis, waarna de rechter klagers verzoek om die reis te maken heeft afgewezen. De fysiotherapeut had zich moeten realiseren dat sprake was van een ernstig relationeel conflict. Bovendien was er sprake van een behandelrelatie en had de fysiotherapeut zich sowieso dienen te onthouden van het delen van dergelijke opvattingen. Tot slot heeft de fysiotherapeut zich buiten haar deskundigheidsgebied begeven. De overige klachtonderdelen, over het verstrekken van informatie aan Veilig Thuis en bejegening tijdens een consult, zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9458
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:175
Grotendeels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster was naar de fysiotherapeut verwezen in verband met radiculaire klachten aan haar rechterbeen. Na afloop van het behandeltraject is bij klaagster een diagnose spinaal meningeoom gesteld. Het valt de fysiotherapeut te verwijten dat hij zonder een duidelijke diagnose en behandelplan klaagster is gaan behandelen en de behandeling in een complexe situatie voor het overgrote deel door stagiaires heeft laten uitvoeren die hij onvoldoende heeft gesuperviseerd. De fysiotherapeut had meer regie moeten voeren. Hij had in ieder geval de behandeling moeten overnemen toen bleek dat de klachten verergerden en hij had klaagster vervolgens moeten terugverwijzen naar de huisarts. Ook was de verslaglegging onzorgvuldig en heeft de fysiotherapeut nagelaten het medisch dossier digitaal aan klaagster te verstrekken. Berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9119
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:176
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een hartinfarct gehad. Zij verwijt de huisarts dat in de periode daaraan voorafgaand onvoldoende onderzoek is verricht naar de aanhoudende klachten van klaagster, waardoor er te laat een diagnose (essentiële trombocytose) is gesteld. Het college oordeelt dat de huisarts gelet op de toen beschikbare informatie de juiste vervolgonderzoeken heeft ingezet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8701
- Datum publicatie: 17-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:177
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij geweigerd heeft om haar te verwijzen voor nader onderzoek naar autisme. Het college acht het gezien de bevindingen verdedigbaar dat verweerster de nadruk legde op de behandeling van trauma. Uit de e-mails van klaagster leek ook te volgen dat zij dit begreep. Wel was het beter geweest als verweerster nog de tijd had genomen om de verwijzing duidelijk door te spreken met klaagster, maar dit is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9633
- Datum publicatie: 17-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:178
Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt de verpleegkundige in strijd te hebben gehandeld met de door haar te verlenen zorg door zonder collegiaal overleg en zonder dat dit was voorgeschreven een van huis meegebrachte keelspray (die over de datum was) te geven aan een cliënt. Ook verwijt de IGJ de verpleegkundige zonder overleg met een arts en in afwijking van het medicatiebeleid een hogere dosering medicatie aan een cliënt toe te dienen en dit op onjuiste wijze af te tekenen. De klacht is deels gegrond. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige door zonder overleg met een arts of collega’s haar eigen koers te varen, niet in het belang van de aan haar zorg toevertrouwde cliënten heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9606
- Datum publicatie: 17-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:179
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster was na ontslag uit het ziekenhuis na een wortelblokkade voor rug- en beenklachten nog voor nazorg opgenomen. Daar verergerden de klachten aan haar been. Het verwijt aan de verpleegkundig specialist is dat zij geen adequate zorg heeft verleend toen klaagster ook last kreeg van uitvalsverschijnselen. Het college oordeelt dat gebleken is dat de verpleegkundig specialist niet op de hoogte was van de verslechterde gezondheidssituatie van klaagster, maar dat dit niet aan de verpleegkundig specialist te wijten is. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8228
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:18
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft in 2016 onder invloed van een psychose zijn echtgenote gedood. Hij verwijt de verpleegkundige dat hij en een collega (tegen wie klager ook een klacht heeft ingediend, zaaksnummer A2025/8314) de situatie van klager bij een huisbezoek enkele dagen voor deze gebeurtenis niet goed hebben ingeschat en hem niet de juiste hulp hebben geboden. Het college overweegt dat de verpleegkundige correct heeft gehandeld. Dat de verpleegkundige bij klager een paranoïde psychose vaststelde betekent nog niet dat er zich bij klager op dat moment een acute noodsituatie voordeed waarvoor onmiddellijk maatregelen nodig zouden zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8314
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:19
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft in 2016 onder invloed van een psychose zijn echtgenote gedood. Hij verwijt de verpleegkundige dat zij en een collega (tegen wie klager ook een klacht heeft ingediend, zaaksnummer A2025/8228) de situatie van klager bij een huisbezoek enkele dagen voor deze gebeurtenis niet goed hebben ingeschat en hem niet de juiste hulp hebben geboden. Het college overweegt dat de verpleegkundige correct heeft gehandeld. Dat de verpleegkundige bij klager een paranoïde psychose vaststelde betekent nog niet dat er zich bij klager op dat moment een acute noodsituatie voordeed waarvoor onmiddellijk maatregelen nodig zouden zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700
- Datum publicatie: 06-01-2026
- Datum uitspraak: 06-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:2
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8358
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:20
Kennelijk ongegronde klacht tegen een keel-, neus- en oorarts. Het college komt tot de conclusie dat de KNO-arts de juiste diagnostische stappen ten aanzien van de klachten van klaagster heeft genomen. Het is verder niet gebleken dat de KNO-arts de behandeling van klaagster niet had mogen afsluiten; de KNO-arts heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd en de oorzaak van de klachten is niet gevonden. Het college heeft er verder geen enkel aanknopingspunt voor gevonden dat de KNO-arts aan klaagster zorg zou hebben geweigerd of dat klaagster door de KNO-arts het ziekenhuis zou zijn uitgezet. Hoewel het college de verwarring van klaagster ten aanzien van de facturen begrijpt aangezien de facturen niet geheel lijken te corresponderen met de data van de consulten, kan de KNO-arts hier niet persoonlijk verantwoordelijk voor worden gehouden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8767
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:21
Voorzittersbeslissing. De kern van de klacht is dat uit diverse internetbronnen zou blijken dat verweerster misleidende informatie verspreidt over de e-sigaret, waardoor zij bijdraagt aan een onjuist en onterecht schadelijk beeld van dit alternatief voor roken. Klacht is onvolledig, niet voldoende onderbouwd. De klacht gaat om uitspraken op verschillende websites en filmpjes, maar deze filmpjes zijn niet bijgevoegd en de hyperlinks zijn niet te achterhalen. Door de filmbestanden, URL’s of geprinte versie van de websites niet bij te voegen kan het college de uitspraken niet beoordelen. Klager kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8731
- Datum publicatie: 22-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:22
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij op discriminatoire gronden klager heeft geweigerd in te schrijven in haar huisartsenpraktijk. Daarnaast heeft zij zonder toestemming van klager het dossier van klager van een andere huisartsenpraktijk ontvangen. Het college heeft geen redenen om aan te nemen dat er sprake is van een afwijzing op discriminatoire gronden. Het college is verder van oordeel dat de huisarts op het moment van de digitale overdracht van het dossier, niet hoefde na te gaan of klager hier toestemming voor had gegeven. Er was voor de huisarts geen reden om te twijfelen aan de toestemming voor de gegevensoverdracht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7792
- Datum publicatie: 22-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:23
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, een jonge vrouw met borstkanker in de voorgeschiedenis, presenteert zich met rugklachten bij de huisarts. Na onderzoek stelt de huisarts haar gerust en raadt haar fysiotherapie aan. Enkele maanden later worden bij haar meerdere botmetastasen vastgesteld. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen en haar niet tijdig heeft doorverwezen. Volgens de NHG-richtlijn Aspecifieke lagerugpijn komt lage rugpijn frequent voor en is er daarbij in de overgrote meerderheid geen specifieke lichamelijke oorzaak aanwijsbaar. Bij het ontstaan van een chronisch beloop kunnen psychologische en sociale factoren een rol spelen. Daarvoor heeft de huisarts oog gehad en in die zin heeft hij gehandeld conform de richtlijn. Hoewel naar het oordeel van het college een tweesporenbeleid de voorkeur had verdiend (aandacht voor zowel de lichamelijke als de psychosociale kant), is het college van oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8732
- Datum publicatie: 22-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:24
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager was patiënt in de praktijk van de huisarts en klaagt onder andere over het overdragen van zijn dossier aan een andere praktijk, zonder zijn toestemming, hetgeen de huisarts erkent. Het college oordeelt dat het onzorgvuldig is geweest dat het dossier van klager zonder zijn toestemming is overgedragen. De huisarts is niet persoonlijk betrokken geweest bij de uitschrijving en de overdracht, maar zij is als praktijkhouder wel eindverantwoordelijk. Het college begrijpt verder dat deze onterechte uitschrijving een incident is geweest, een eenmalige vergissing van een assistente. Er is lering getrokken uit het incident en de werkwijze is geëvalueerd. Het college acht deze maatregelen adequaat. Om die reden is het college van oordeel dat er onvoldoende grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8537
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:25
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers zijn respectievelijk echtgenoot en nicht van patiënte. Patiënte is op 84-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker overleden. Klagers vinden dat de huisarts patiënte passende medische zorg heeft onthouden en in de laatste fase van haar leven te weinig steun en aandacht heeft gegeven. Het college overweegt dat tussen het moment van diagnose en het overlijden van patiënte - een ruim jaar later - er zeker 30 contactmomenten zijn geweest, telefonisch, met een consult of visite. Niet duidelijk is waar en op welk moment patiënte passende zorg is onthouden. Evenmin blijkt uit het dossier dat de huisarts patiënte in de laatste fase van haar leven te weinig aandacht en steun zou hebben gegeven. Uit het dossier spreekt eerder een grote betrokkenheid van de huisarts bij de patiënte en een proactieve houding.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8593
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:26
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij ondanks meerdere verzoeken het medisch dossier van haar minderjarige dochter niet van de huisarts heeft ontvangen. Het college oordeelt dat het beter was geweest als het dossier direct naar klaagster zou zijn gestuurd nadat duidelijk werd dat klaagster niet op een gesprek zou komen en dat het niet de schoonheidsprijs verdient dat het verzoek van klaagster in de vergetelheid is geraakt. Maar het college oordeelt dat het van zorgvuldigheid getuigt dat de huisarts direct op het verzoek van klaagster heeft gereageerd door haar – gelet op de blijkbaar complexe huiselijke situatie, verschillende misverstanden en klaagsters recente onvrede over de verleende zorg – voor een gesprek uit te nodigen, en haar uiteindelijk het dossier onder vermelding van uitgebreide excuses en uitleg op te sturen. De klacht is hiermee kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8436
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:27
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Na terugkeer van vakantie in het buitenland krijgt klaagster ernstige buikklachten. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en niet adequaat heeft gehandeld naar aanleiding van haar klachten. Het college overweegt dat klaagster in een periode van ruim een half jaar meerdere malen is beoordeeld door verweerster en collega’s van verweerster. Er is op meerdere momenten aanvullend (specialistisch) onderzoek gedaan, wat blijkens het medisch dossier geen verdere aanknopingspunten gaf. De enkele omstandigheid dat later een Helicobacter pylori-bacterie infectie is vastgesteld, maakt niet dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij had klaagster al eerder op deze bacterie laten testen en de uitslag was toen negatief. Verweerster had naar het oordeel van het college geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van het testresultaat. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8403
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28
Gegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt vast dat de huisarts onjuiste en onvolledige informatie in de brief aan Veilig Thuis heeft opgenomen. Ook heeft hij verzuimd klaagster op voorhand over de inhoud van de brief te informeren. Door dit na te laten heeft hij gehandeld in strijd met de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld en klaagster de kans ontnomen hem te wijzen op de onjuiste en onvolledige inhoud van de brief. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8548
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:29
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Volgens klager heeft de huisarts onjuiste en onvolledige informatie over de moeder aan Veilig Thuis verstrekt (klachtonderdeel 1). Ook klaagt klager over de inhoud en het verloop van het telefonisch gesprek dat hij met de huisarts voerde (klachtonderdeel 2).