Zoekresultaten 51-100 van de 1568 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9231
- Datum publicatie: 01-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:115
Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster is bang dat ze na een ongeluk in haar woonplaats naar het ziekenhuis wordt gebracht en dat zij daar pijnstilling krijgt toegediend. Klaagster is bang dat deze morfinegift haar fataal gaat worden, in het licht van eerdere ervaringen. Klaagster wil erop kunnen vertrouwen dat ze geen morfinepreparaat krijgt toegediend en verwijt verweerster dat zij geen borging biedt voor goede en veilige zorg..De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9406
- Datum publicatie: 01-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:112
Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster verwijt de arts dat zij onvoldoende heeft gewaarborgd dat aan haar geen morfinepreparaten zouden worden toegediend en daarmee geen goede en veilige zorg heeft geboden. De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8957
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:149
Kennelijk ongegronde klacht tegen arts die intakegesprek heeft gevoerd en neurologisch onderzoek heeft gedaan bij onderzoek naar multiple sclerose (MS). Verwijt dat de arts klaagsters klachten niet (volledig) heeft besproken in het multidisciplinair overleg (MDO) en geen correcte diagnose heeft gesteld is ongegrond. De arts heeft een zorgvuldig en volledig neurologisch onderzoek uitgevoerd en daarbij geen zaken onbesproken gelaten. Haar onderzoek was ook slechts een van de invalshoeken van het MDO. Met betrekking tot de (aanwezige en beoordeelde) MRI-scans geldt dat de beoordeling van de beeldvorming de verantwoordelijkheid is van de radiologen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8578
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:99
Klacht tegen een orthopedagoog-generalist kennelijk ongegrond. De orthopedagoog-generalist heeft in civielrechtelijk kader een forensisch onderzoek gedaan, wat heeft geleid tot onder andere een deelrapport over klagers minderjarige zoon. Klager is het, samengevat, niet eens met de inhoud en totstandkoming van dit rapport. Het college oordeelt dat de orthopedagoog-generalist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8958
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:150
Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Onder verantwoordelijkheid van de neuroloog is onderzocht of klaagster multiple sclerose (MS) had. Intakegesprek en neurologisch onderzoek door arts-onderzoeker waren zorgvuldig en volledig. Daarbij zijn geen zaken onbesproken gelaten. Het onderzoek was ook slechts een van de invalshoeken van het MDO. De neuroloog valt noch als supervisor van de arts, noch als behandelaar een verwijt te maken. Met betrekking tot de (aanwezige en beoordeelde) MRI-scans geldt dat de beoordeling van de beeldvorming de verantwoordelijkheid is van de radiologen. Overigens zijn tot twee keer toe nog ontbrekende scans opgevraagd en beoordeeld en heeft de neuroloog alle MRI-scans nog eens samen met klaagster bekeken en besproken. Het wel of niet afwijkende looppatroon van klaagster is geen doorslaggevende factor bij het stellen van de diagnose MS.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8764
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:151
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster was patiënt in de praktijk van verweerster. De tandartspraktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klaagster. De opvolgende tandarts heeft bij de eerste periodieke controle bij klaagster tien laesies vastgesteld, waarvoor een restauratieve behandeling werd ingezet. Klaagster verwijt verweerster dat zij onbekwaam heeft gehandeld en onvoldoende gehoor heeft gegeven aan haar pijn- en kaakklachten. Het college oordeelt dat het terughoudende beleid van verweerster ten aanzien van niet-gecaviteerde cariëslaesies binnen de geldende professionele standaarden past. Klacht over onvoldoende luisteren naar klachten is ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8765
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:152
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De dochter van klagers was patiënt in de praktijk van verweerster en werd behandeld door een kindertandverzorgster. De praktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klagers. Na de overname, heeft de opvolgende tandarts bij de dochter diepe, gecaviteerde laesies vastgesteld. Klagers verwijten verweerster dat zij als eindverantwoordelijke voor het handelen van de kindertandverzorgster roekeloos, zeer nalatig en onbekwaam heeft gehandeld en niet goed met klagers als ouders heeft gecommuniceerd. Het college kan niet vaststellen dat de kindertandverzorgster onjuist of anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld en daarom kan ook niet worden vastgesteld dat de tandarts roekeloos, nalatig of onbekwaam is geweest. Een meer afwachtend beleid betekent niet dat de werkwijze niet binnen de norm van behoorlijke zorg valt. Voldoende gebleken dat de belangrijke aspecten rond het gebit van de dochter met de ouders zijn besproken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8866
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:146
Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster is het niet eens met het verslag van de neuroloog van het consult en verwijt de neuroloog onder meer daarmee de noodzakelijke verwijzing naar een neurochirurg te blokkeren. Verschil van inzicht betekent niet dat de beoordeling door de neuroloog onjuist is. De neuroloog heeft het afwijkende inzicht van haar collega in haar beoordeling betrokken en heeft bovendien het verslag op verzoek van klaagster meerdere malen aangepast.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8766
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:153
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster was patiënt in de praktijk van verweerster. De tandartspraktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klaagster. Klaagster verwijt verweerster dat zij vele forse laesies in haar gebit heeft gemist of niet heeft behandeld, en dat zij een deel van een kroon zodanig heeft verlengd dat dit niet gereinigd kan worden. Het college constateert op de foto’s geen cariëslaesies die verweerster had moeten behandelen. Het behandelbeleid van monitoren, adviseren en behandelen met fluoride acht het college zorgvuldig. Niet kan worden vastgesteld dat verweerster met de verlengde composietfacing op de kroon onzorgvuldig heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9007
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:147
Klachten over onderzoek door neuroloog bij pijnklachten in de rug, waarbij een MRI van het onderste gedeelte van klaagsters rug is gemaakt. Na een second opinion én na toename van de klachten is een MRI gemaakt van de gehele wervelkolom, waarbij een tumor werd gezien, wat een zeldzaam voorkomende oorzaak van de klachten was. Het eerdere onderzoek door de neuroloog voldeed aan de eisen en er was op dat moment, gelet op de klachten, ook geen aanleiding om een MRI van de gehele wervelkolom te maken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8751
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:100
Klacht tegen arts ongegrond. Klager heeft in de Penitentiaire Inrichting zijn teen gebroken. Bij controleafspraak in het ziekenhuis bleek sprake te zijn van kuitvenetrombose. Nadat de situatie van klager verslechterde, is de arts opgeroepen voor een consult. De arts heeft klager naar een medisch specialist in het ziekenhuis doorverwezen. In het ziekenhuis bleek klager een longembolie te hebben. Klager verwijt de arts dat hij zijn benauwdheidsklachten onvoldoende serieus heeft genomen, klager niet met de nodige spoed naar het ziekenhuis is gestuurd en dat er in de wachttijd niet is gehandeld door het toedienen van zuurstof.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8762
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De praktijk van verweerster is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klager. Klager verwijt verweerster dat zij een preventieassistente de diepte van de tandvleespockets heeft laten opmeten, dat zij niet althans onvoldoende zorgvuldig, tandsteen verwijderd en dat zij diverse laesies heeft gemist. Het opmeten van de PPS-score door de preventieassistente onder verantwoordelijkheid van de tandarts is niet ongebruikelijk en ook niet verwijtbaar. De laatste tandsteenreiniging is mogelijk niet optimaal uitgevoerd, maar dit is onvoldoende ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. Op het beeldmateriaal zijn geen zo vergevorderde cariëslaesies te zien dat verweerster die had moeten behandelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8961
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:148
Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster lijdt aan multiple sclerose en is door haar behandelaar verwezen naar de neuroloog met de vraag of er sprake was van secundaire progressie van haar ziekte en of er alternatieve behandeling (stamceltransplantatie) mogelijk was. Stamceltherapie komt in Nederland alleen onder zeer strikte voorwaarden in aanmerking. De beslissing dat klaagster niet aan de voorwaarden voldeed is in overeenstemming met de professionele standaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8577
- Datum publicatie: 30-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:98
Klacht tegen een gezondheidszorg-psycholoog kennelijk ongegrond. De gz-psycholoog heeft in civielrechtelijk kader een forensisch onderzoek gedaan, wat heeft geleid tot onder andere een deelrapport over klagers minderjarige zoon. Klager is het, samengevat, niet eens met de inhoud en totstandkoming van dit rapport. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:230 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2827 VZ
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:230
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat de klacht geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2827 Verzet
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:133
Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat de klacht geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond. De samenstelling van het college onder het dictum is bij beslissing van 19 mei 2026 hersteld. Deze herstelbeslissing is opgenomen achter de beslissing op het verzet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8716
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:101
Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij ten onrechte heeft gekozen voor een halve knieprothese, tijdens de operatie door moeheid slordig heeft gewerkt, niet aanspreekbaar was op het tegenvallende resultaat en zijn fouten niet heeft erkend. Het college oordeelt dat de keuze voor een halve knieprothese navolgbaar was. Er zijn geen aanwijzingen dat de prothese onjuist is geplaatst of dat verweerder door vermoeidheid onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook heeft verweerder de klachten van klaagster serieus genomen door vervolgonderzoek en een second opinion te organiseren. Dat later elders een gehele knieprothese is geplaatst, maakt niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9438
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:102
Klacht tegen een chirurg kennelijk ongegrond. Klager zijn onderbeen werd geamputeerd. Klager verwijt de chirurg, die operateur was, dat tegen zijn zin in een te groot deel van zijn onderbeen is geamputeerd waardoor hij nu ernstige klachten heeft. Het college oordeelt dat de chirurg conform de richtlijn heeft gehandeld en niet een te groot deel van het onderbeen heeft geamputeerd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8580
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:103
Klacht tegen huisarts. De huisarts heeft de zoon van klaagster gezien vanwege klachten die zij geduid heeft als sinusitis. De zoon van klaagster is twee dagen nadat de huisarts hem voor het laatst zag opgenomen in het ziekenhuis.Daar is hij enige tijd later overleden aan de gevolgen van een doorgebroken sinusitis die heeft geleid tot intracerebrale abcessen en uiteindelijk een uitgebreid beeld van cerebritis. Het college begrijpt goed dat klaagster met de kennis van nu het gevoel heeft dat zij en haar zoon ten tijde van het consult door de huisarts niet serieus genomen zijn. Maar het college moet het handelen van verweerster beoordelen op basis van de informatie die toen beschikbaar was. Verweerster naar het oordeel van het college voldoende onderzoek gedaan en zij kon op basis van haar bevindingen tot haar diagnose en beleid komen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8715
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:104
Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een anesthesioloog. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar een ruggenprik wilde opdringen in plaats van de door haar gewenste algehele anesthesie
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9185
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:145
Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). De PA was regiebehandelaar van een patiënt met dementie (de vader van klager). Klager en zijn zus zijn beiden mentor. Klager verwijt de PA dat de paracetamol is gestopt zonder hem hierover te informeren, waardoor de patiënt volgens hem onnodig pijn heeft geleden. Volgens de PA is klager niet-ontvankelijk, omdat hij tweede contactpersoon was. Het college oordeelt dat klager wel bevoegd is een klacht in te dienen, aangezien hij en zijn zus mentor zijn en de patiënt wilsonbekwaam is. Het college stelt vast dat zorgvuldig is beoordeeld of de pijnmedicatie kon worden gestopt en dat de pijnklachten voldoende zijn geëvalueerd. Het informeren over de stopdatum lag bij de dienstdoende arts, niet bij de PA. De PA heeft aan haar zorgplicht voldaan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z20256/9524
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:105
kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts over het niet/onvoldoende verlenen van zorg aan patiënte met wondroos. Patiënte is overleden. Zij heeft voor haar overlijden een kennis gemachtigd. Nu er zich geen nabestaande heeft gemeld die de klacht wil voortzetten, staakt het college de behandeling van de klacht’.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:130
Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3005 en C2025/3011
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:131
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut in de kern dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en daarmee bij klager een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Verder zou het dossier ook onjuistheden bevatten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van berisping opgelegd en bepaald dat deze maatregel, zodra deze onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Ook het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, zij het in mindere mate dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de fysiotherapeut een lichtere maatregel op, te weten een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3105
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:132
Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster verwijt de arts a) schending van het informed consent, b) niet tijdig reageren op hulpverzoeken, c) onzorgvuldige uitvoering van de behandeling en d) vermelden van onjuiste informatie op de website van zijn huidige kliniek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De klachtonderdelen c) en d) zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel d) alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een zwaardere maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk zover het beroep zich richt tegen de zwaarte van de in eerste aanleg opgelegde maatregel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9393
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142
Gegronde klacht tegen een arts. De klacht is ingediend door de IGJ. De arts is als SCEN-arts betrokken geweest bij een door een huisarts (A2025/9392) uitgevoerde euthanasie bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college oordeelt dat de arts bij het verlenen van de SCEN-consultatie bij een euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden, niet de grote behoedzaamheid in acht heeft genomen die op grond van de wet en de beroepsnormen aangewezen was. Het verslag van de arts is onvoldoende onderbouwd. Ook heeft hij de huisarts er niet op terecht gewezen dat de verstrekte informatie onvoldoende was om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven. Het was naar het oordeel van het college ook aangewezen om in ieder geval overleg te hebben met een SCEN-arts die tevens psychiater is. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de arts zich heeft laten bijscholen en dat hij inmiddels met pensioen is. Klacht gegrond verklaard, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9392
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143
Gegronde klacht tegen een huisarts. De klacht is ingediend door de IGJ. De huisarts heeft euthanasie uitgevoerd bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld door niet zorg te dragen voor het raadplegen van voldoende psychiatrische expertise en genoegen heeft genomen met een ondermaats SCEN-verslag, waardoor zij niet de grote behoedzaamheid heeft betracht die bij het verlenen van euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden aangewezen was. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de huisarts op eigen initiatief nascholing en een intensief supervisietraject heeft gevolgd. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8668
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:93
Klacht tegen een sportarts gegrond. Maatregel: berisping met openbaarmaking in het BIG-register. Klager is gedurende een periode van twee jaar behandeld door de sportarts totdat de behandelingsovereenkomst door de sportarts werd opgezegd. Klager maakt de sportarts verschillende verwijten. Zo vindt hij dat de behandelrelatie ten onrechte is beëindigd, hij onvoldoende is geïnformeerd over de kosten van de behandeling, er sprake is van onjuiste declaraties, en de sportarts buitensporige giften waaronder €100.000,- contant heeft aangenomen. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen betreffende niet-transparante behandelkosten en ontijdige/onjuiste declaraties gegrond zijn. Ook heeft de sportarts bij de beëindiging van de behandelingsovereenkomst de sportarts niet voldaan aan de door hem in acht te nemen zorgvuldigheidsregels. Daarnaast oordeelt het college dat het aannemen van de tas met contant geld, drie betalingen via PayPal en Formule 1 tickets in strijd is met de voor de sportarts geldende beroepsnormen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8966
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:144
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een verzoek tot vernietiging van een deel van zijn medisch dossier gedaan. De huisarts heeft binnen een maand na het verzoek contact opgenomen en na de zomersluiting van de praktijk heeft een fysieke afspraak plaatsgevonden om het verzoek te bespreken en uit te voeren. Hiermee heeft de huisarts voldoende zorgvuldig gehandeld. De huisarts kan niet worden verweten dat een notitie, die op verzoek van klager is vernietigd, nu niet meer in het dossier zit. Overige klacht ook ongegrond. Klacht kennelijk
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3211 VZ
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:128
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht in verband met een eerdere klacht van klaagster tegen de verzekeringsarts met eenzelfde inhoud en strekking.Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3223 VZ
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:129
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts was de huisarts van de broer van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij mede door zijn toedoen gedwongen is opgenomen.De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissingdan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8126
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94
Verweerder was in 2014 als huisarts betrokken bij de tweejaarlijkse cholesterol- controle van klaagster in verband met haar hoge bloeddruk. Vanaf 2016 is deze controle overgedragen aan de praktijkondersteuner somatiek. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogd cholesterolgehalte en dit in 2014 niet goed te noteren in het dossier. Hierdoor is klaagster te laat doorverwezen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat een deel van de klacht niet-ontvankelijk en dat de huisarts voor het overige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8127
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:95
Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk van verweerder. Ze verwijt de huisarts dat zij bij het opvragen van haar medisch dossier is tegengewerkt en dat de huisarts het dossier onbeveiligd heeft laten versturen door de assistente via de praktijke-mail. Het college komt tot het oordeel dat alhoewel het dossier niet onbeveiligd had mogen worden verstuurd, de huisarts er in dit geval geen verwijt van kan worden gemaakt, omdat de assistente dit heeft gedaan zonder medeweten van de huisarts en in strijd met de geldende afspraken hierover in de praktijk, ook is niet duidelijk onder welke omstandigheden de assistente het dossier via de praktijke-mail heeft verzonden. Van tegenwerking bij het verstrekken van het dossier is het college niet gebleken. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8129
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:96
Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk waar de huisarts, als waarnemer werkzaam was. De waarnemend huisarts was alleen betrokken bij de doorverwijzing naar de afdeling cardiologie, die diezelfde dag door de huisarts is veranderd in een verwijzing naar het ziekenhuis dat klaagsters voorkeur had. Klaagster verwijt de huisarts kortgezegd dat zij een onzorgvuldige en onlogische doorverwijzing heeft gedaan en hiervoor aantoonbaar en bewust onjuiste redenen heeft opgegeven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de verwijzing niet onjuist was en van het opgeven van onjuiste redenen hiervoor niet gebleken is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8130
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:97
Verweerster was vanaf 2016 als verpleegkundige en praktijkondersteuner somatiek betrokken bij behandeling van klaagsters hoge bloeddruk en de controle van haar verhoogde cholesterol. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL-cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogde cholesterolgehalte en ten onrechte hiervoor een DNA onderzoek te weigeren. Ze heeft klaagster te laat door de huisarts laten doorverwijzen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer omdat de verpleegkundige niet bekend was met de door klaagster gestelde- maar verder niet onderbouwde- aanwezige familiaire hypercholesterolemie en de verpleegkundige conform de daarvoor geldende richtlijnen heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8679
- Datum publicatie: 19-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:86
Klacht tegen huisarts ongegrond. Klaagster is bij de waarnemend huisarts geweest met aanhoudende vaginale bloedingen bij een positieve zwangerschapstest. De vervolgens gemeten hCG-waarde zou kunnen passen bij een zwangerschapsduur van ongeveer vijf weken. Bij herhaling van de hCG-bepaling een week later bleek de waarde gedaald. Door deze daling werd vermoed dat sprake was van een miskraam. Op advies van verweerder werd klaagster door de assistente geadviseerd om een afspraak te maken voor een echo bij de verloskundige voor de week erna. Uiteindelijk heeft klaagster een aantal weken later op vakantie een spoedoperatie ondergaan vanwege een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Klaagster verwijt de huisarts – samengevat – dat hij onvoldoende alert is geweest, de zorgen van klaagster en haar partner over een mogelijke buitenbaarmoederlijke zwangerschap niet serieus heeft genomen en onjuiste informatie heeft laten verstrekken via de assistente. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts de zorgen van klaagster omtrent een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wel degelijk serieus heeft genomen. Verder kan het college niet vaststellen dat de huisarts omtrent het verstrekken van informatie tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8660
- Datum publicatie: 19-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:87
Klacht tegen verloskundige gegrond. Klaagster is door de verloskundige gezien omdat er een vermoeden bestond op een miskraam gezien eerder vaginaal bloedverlies en een positieve zwangerschapstest. De verloskundige heeft een echo verricht en de hCG-waarde bepaald en geconcludeerd dat sprake was van een miskraam. Enkele weken later, toen klaagster op vakantie was, bleek sprake te zijn van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, waarvoor klaagster een spoedoperatie heeft ondergaan. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij de echoscopie geen onderzoek heeft verricht naar een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Naar het oordeel van het college boden de bevindingen van het echo-onderzoek en de uitslag van de hCG-bepaling onvoldoende zekerheid om te kunnen concluderen dat sprake was van een spontane miskraam en dat een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kon worden uitgesloten. De verloskundige had zich hierover minder stellig dienen uit te laten richting klaagster. Aan de verloskundige wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8930
- Datum publicatie: 19-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:140
Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8931
- Datum publicatie: 19-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:141
Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8991
- Datum publicatie: 17-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:109
Kennelijk ongegronde klacht tegen arts, destijds ANIOS, werkzaam op afdeling traumachirurgie. Zoon van overleden patiënte dient klacht in over het niet adequaat en niet zorgvuldig functioneren tijdens laatste levensuren van patiënte, waaronder het niet opvolgen van gemaakte afspraken over pijnbestrijding/palliatieve sedatie. Snelle verslechtering patiënte na operatie pols. Kwetsbare patiënte bij wie stervensproces al was ingezet. Handelen conform Zorgpad stervensfase. Overleg met supervisor en met palliatief advies team. Duidelijk en zorgvuldig bijgehouden dossier. Continuïteit en betrokkenheid in de zorg voor patiënte.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-8740
- Datum publicatie: 17-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:88
Kennelijke ongegronde klacht. Klager, patiënt van verweerster (KNO-arts) klaagt over de operatie waarbij zijn keelamandelen (tonsillen) zijn verwijderd. Klager verwijt verweerster dat zij voorafgaand aan de tonsillectomie onvoldoende onderzoek deed en zich niet vergewiste van ’informed consent’, de onjuiste operatie koos, niet in het belang van klager handelde en klager onvoldoende serieus nam.College: Na voldoende onderzoek, de hernieuwde verwijzing en nieuwe informatie stelde verweerster de tonsillectomie voor. Verweerster voerde overleg met de huisarts van klager, had oog voor de klachten en de achterliggende problematiek van klager en noteerde deze helder. De time out procedure is een checkmoment.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9043
- Datum publicatie: 17-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:110
Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat hij onjuist is omgegaan met seksueel ontremd gedrag van een medepatiënt, onvoldoende heeft gehandeld na een incident waarbij deze medepatiënt seksuele handelingen bij zijn wilsonbekwame moeder heeft verricht, onjuist heeft gehandeld bij de behandeling van een urineweginfectie en zich ten onrechte als arts heeft voorgedaan. Het college oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in het klachtonderdeel over het delen van medische informatie over de medepatiënt. Klager is in de overige klachtonderdelen ontvankelijk, maar deze zijn ongegrond. Uit het dossier blijkt dat de verpleegkundig specialist na het incident direct de urgentie heeft onderkend, zich herhaaldelijk heeft laten informeren en intercollegiaal overleg heeft gevoerd. Voor de plaatsing van de deurstok, de kamerindeling en de overplaatsing was hij niet verantwoordelijk. Bij de urineweginfectie heeft hij tijdig een passende antibioticakuur voorgeschreven.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8697
- Datum publicatie: 17-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:111
Gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijke en ongegronde klacht tegen een verpleegkundige/casemanager dementie. Klaagster, de ex-partner van patiënt, verwijt verweerster een onjuist behandelplan, gebrekkige communicatie over wijziging van de eerste contactpersoon en schending van de geheimhoudingsplicht. Het college verklaart de eerste twee klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk, omdat patiënt zelf de wijzigingen in gang heeft gezet waarover wordt geklaagd en geen aanknopingspunten bestaan dat hij hierover zelf had willen klagen. Het verwijt van schending van de geheimhoudingsplicht is kennelijk ongegrond, omdat patiënt wilsbekwaam was en verweerster toestemming had gegeven contact op te nemen met zijn dochters over toekomstige vertegenwoordiging.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3131
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:121
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3128
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:122
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8873
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 16-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:108
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts, tevens bestuurder van het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zorgweigering door een oogarts uit het ziekenhuis waarvan hij bestuurder is heeft gedoogd, het recht op vrije artsenkeuze blokkeert en geen herstelmaatregelen heeft genomen. Klager maakt naar oordeel van de voorzitter misbruik van zijn klachtrecht, omdat hij eerder een klacht met op hoofdlijnen dezelfde inhoud heeft ingediend en uit zijn uitlatingen op sociale media blijkt dat hij de tuchtprocedure inzet om verweerder doelbewust te schaden en te belasten. Daarnaast valt het handelen van verweerder, dat bestond uit het opstellen en ondertekenen van een brief in zijn hoedanigheid van bestuurder, niet onder het bereik van de eerste of tweede tuchtnorm. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3133
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:123
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2825
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:104
Klacht tegen een KNO-arts in zijn hoedanigheid van SCEN-arts. De echtgenote van klager (de patiënte) was ernstig ziek en had gevraagd om euthanasie. Daarop heeft de huisarts van de patiënte het euthanasietraject ingezet en de SCEN-arts geraadpleegd. Klager verwijt de SCEN-arts dat hij te laat is gekomen en dat hij, in strijd met de wens van patiënte, niet akkoord is gegaan met het uitvoeren van euthanasie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3130
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:124
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2826
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:105
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager had een slechte gezondheid met veel pijnklachten en heeft de huisarts om euthanasie gevraagd. De huisarts heeft het euthanasietraject ingezet, maar de patiënte is uiteindelijk op natuurlijke wijze komen te overlijden. Klager verwijt de huisarts onder meer dat zij onvoldoende en warrig heeft gecommuniceerd over de gezondheidstoestand van de patiënte, dat zij onvoldoende bereikbaar was en dat zij geen euthanasie heeft uitgevoerd bij de patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege te 's-Hertogenbosch heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing tot ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep.