Zoekresultaten 101-150 van de 941 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8106
- Datum publicatie: 30-10-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:135
(kennelijk) ongegrond klacht tegen een verzekeringsarts. Klager heeft verzocht een beslissing over de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering te herzien. Verweerster heeft hierover rapportages uitgebracht, waarin zij telkens concludeerde dat de ingebrachte informatie geen aanleiding was voor herziening van de eerdere beslissing. Klager verwijt verweerster dat zij nieuwe informatie ten onrechte naast zicht neer heeft gelegd en dat zij aangaf haar collega’s niet in diskrediet te willen brengen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8000
- Datum publicatie: 30-10-2025
- Datum uitspraak: 27-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:136
Klacht gegrond; berisping. Klager verwijt de arts dat een CBR-keuring niet correct is uitgevoerd en hem geen inzage-, correctie- en blokkeringsrecht is aangeboden. Het college is van oordeel dat het onderzoek op een onderdeel niet aannemelijk is geworden dat urineonderzoek heeft plaatsgevonden en het blokkeringsrecht niet correct is uitgevoerd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:260 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8516
- Datum publicatie: 30-10-2025
- Datum uitspraak: 30-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:260
Voorzittersbeslissing. De huisarts draagt als praktijkhouder geen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor andere in de praktijk werkzame BIG-geregistreerde huisartsen, die bij de behandeling van klaagster betrokken zijn geweest. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8018
- Datum publicatie: 30-10-2025
- Datum uitspraak: 27-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:131
Klacht ongegrond. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij het inzage- en correctierecht niet goed heeft uitgevoerd. Daarnaast verwijt dat in de adviesrapportage onjuiste medische gegevens staan en het onmogelijk is dat, zoals in het rapport zou staan, de verzekeringsarts dezelfde dag als het spreekuurcontact met klager contact heeft gehad met de gemeente.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8350
- Datum publicatie: 30-10-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:132
Klacht tegen neuroloog gegrond. De neuroloog heeft klaagster in 2015 op basis van neurologisch onderzoek en een MRI-scan gediagnosticeerd met de ziekte van Parkinson. Hierna volgde een jarenlang traject bij onder meer de Parkinsonverpleegkundige en de neuroloog, waarbij klaagster was ingesteld op Parkinsonmedicatie. Bij een uitgevoerde DaT-scan in november 2024 kwam naar voren dat er geen aanwijzingen voor de ziekte van Parkinson waren en dat de diagnose moest worden verworpen. Klaagster verwijt de neuroloog dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld enonvoldoende onderzoek heeft gedaan. Het college volgt klaagster hierin en legt aan de neuroloog een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7304
- Datum publicatie: 29-10-2025
- Datum uitspraak: 29-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:119
Beslissing in raadkamer. Broer en zus van overleden patiënt worden niet geacht de wil van de overledene te vertegenwoordigen in verband met de weergave in het medisch dossier van de wensen van de patiënt en de tegenstrijdige meningen van familieleden van de patiënt.Kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht dat de huisarts klagers van ontwikkelingen rond het uitvoeren van sedatie op de hoogte had moeten stellen kennelijk ongegrond. Het informeren van de eerste contactpersoon volstaat.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7302
- Datum publicatie: 29-10-2025
- Datum uitspraak: 29-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:120
Beslissing in raadkamer. Broer en zus van overleden patiënt worden niet geacht de wil van de overledene te vertegenwoordigen in verband met de weergave in het medisch dossier van de wensen van de patiënt en de tegenstrijdige meningen van familieleden van de patiënt. Kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht dat de huisarts klagers van ontwikkelingen rond het uitvoeren van sedatie op de hoogte had moeten stellen kennelijk ongegrond. Het informeren van de eerste contactpersoon volstaat.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7703
- Datum publicatie: 29-10-2025
- Datum uitspraak: 29-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:117
Huisarts heeft bij klaagster een Mirena spiraal geplaatst. Nadien is een baarmoederperforatie vastgesteld en moest de spiraal operatief worden verwijderd. Dit is een vaker voorkomende complicatie en het feit dat deze complicatie zich heeft voorgedaan kan niet tot de conclusie leiden dat de spiraal niet goed is geplaatst. Ook andere omstandigheden leiden niet tot die conclusie. De klacht dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld bij de plaatsing is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7649
- Datum publicatie: 29-10-2025
- Datum uitspraak: 29-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:118
De patiënte van de huisarts is overleden aan een massale longbloeding bij een snel groeiende longtumor. De maanden hieraan voorafgaand is zij meermaals in verband met onder andere benauwdheid en hoestklachten gezien door de huisarts. Hij heeft de NHG-richtlijn Acuut Hoesten goed gevolgd, een longfoto gemaakt - waarop niets was te zien - en klaagster doorverwezen naar de longarts. Onheuse bejegening door de huisarts kan niet worden vastgesteld bij verschillende lezing van de feiten. De huisarts heeft terecht - conform de geldende wetgeving - maar een beperkt deel van het dossier aan klager, weduwnaar van de patiënte, ter hand gesteld. Van een meldingsplicht van een calamiteit was geen sprake, omdat geen sprake was van een tekortkoming in de zorg. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:256 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8091
- Datum publicatie: 28-10-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:256
Ongegronde klacht tegen een uroloog. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) is in de periode van januari 2023 tot en met augustus 2023 behandeld in het ziekenhuis waarin de uroloog werkzaam is. De uroloog heeft onder meer het eerste consult met de patiënt gedaan en een cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas) bij hem uitgevoerd. Op basis van de bevindingen van de uroloog is daarna door een collega-uroloog een trans urethrale resectie van de blaas uitgevoerd. Later heeft de uroloog consulten met de patiënt gehad en het vervolgbeleid bepaald. De patiënt is op 28 november 2023 in een ander ziekenhuis overleden.Klaagster verwijt de uroloog in zes klachtonderdelen dat hij niet de zorg heeft geleverd die van hem mocht worden verwacht. Zij verwijt hem onder meer dat hij de TUR-blaasprocedure niet voldoende heeft voorbereid en onvoldoende heeft gehandeld bij de complicatie (een perforatie) van de chemospoeling van de blaas van de patiënt. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:257 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8092
- Datum publicatie: 28-10-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:257
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) is in de periode van januari 2023 tot en met 25 augustus 2023 behandeld in het ziekenhuis waarin de verpleegkundig specialist werkzaam is. De verpleegkundig specialist heeft als lid van het behandelteam veelvuldig contact gehad met de patiënt (en klaagster) tijdens zijn behandeling vanwege blaaskanker. De patiënt is op 28 november 2023 in een ander ziekenhuis overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist in twee klachtonderdelen dat zij niet de zorg heeft geleverd die van haar mocht worden verwacht. Zij verwijt de verpleegkundig specialist dat zij heeft nagelaten vervolgonderzoek en diagnostiek in te zetten en dat zij onjuiste informatie heeft vermeld in een verwijsbrief.Het college is alles overziend van oordeel dat de verpleegkundig specialist in haar handelen geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. Zij heeft daar waar nodig op de juiste wijze gehandeld en steeds, daar waar nodig afstemming gezocht met één van de urologen. Voor nader onderzoeken/diagnostiek bestond gelet op het geheel van feiten en omstandigheden, zoals uitgebreid te lezen in het dossier, anders dan klaagster stelt, naar het oordeel van het college geen aanleiding.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:258 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8093
- Datum publicatie: 28-10-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:258
Ongegronde klacht tegen een uroloog. Klaagster is de echtgenoot van de inmiddels overleden patiënt, die na een cystoprostatectomie op 28 november 2023 in het ziekenhuis waar de uroloog werkt, is overleden. Klaagster verwijt de uroloog, kort samengevat, dat zij haar informatie- en onderzoeksplicht heeft geschonden, preoperatief tekort is geschoten, een onzorgvuldig dossier heeft gevoerd en onterecht een verklaring van natuurlijk overlijden heeft afgegeven.Het college oordeelt als volgt.De uroloog heeft zorg gedragen voor de preoperatieve screening, meerdere gesprekken met de patiënt gevoerd en de casus herhaaldelijk besproken in het MDO. De beslissing om tot opereren over te gaan, is – zoals blijkt uit het medisch dossier – genomen op basis van alle feiten en omstandigheden, eigen waarneming, beoordeling en herhaald advies vanuit het MDO. Uit het medisch dossier volgt, naar het oordeel van het college, dat de preoperatieve beoordeling zorgvuldig en conform de geldende richtlijnen is verricht. Er zijn geen aanwijzingen dat het preoperatieve handelen onvoldoende is geweest. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:259 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8771
- Datum publicatie: 28-10-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:259
Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de arts dat zij een chip in haar duim heeft geïmplanteerd. De voorzitter acht dit hoogst onwaarschijnlijk en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:254 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8640
- Datum publicatie: 28-10-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:254
Voorzittersbeslissing. Klager, een plastisch chirurg, kennelijk niet-ontvankelijk in een klacht tegen een collega plastisch chirurg. Geen rechtstreeks belanghebbende.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:255 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8083
- Datum publicatie: 28-10-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:255
Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) is in de periode van januari 2023 tot en met augustus 2023 behandeld in het ziekenhuis waarin de uroloog werkzaam is. De uroloog heeft onder meer een trans urethrale resectie van de blaas en een cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas) bij de patiënt uitgevoerd. De patiënt is op 28 november 2023 in een ander ziekenhuis overleden.Klaagster verwijt de uroloog in vijf klachtonderdelen dat hij niet de zorg heeft geleverd die van hem mocht worden verwacht. Zij verwijt de uroloog onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het uitvoeren van de TUR-blaas en de cystoscopie, en dat hij niet tijdig het medisch dossier van de patiënt heeft afgegeven aan de nabestaanden. De uroloog voert verweer.Het college komt tot het oordeel dat de uroloog ten aanzien van één klachtonderdeel tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, te weten ten aanzien van het niet tijdig afgeven van het medisch dossier van de patiënt aan klaagster, en dat dit klachtonderdeel gegrond is en de klacht voor het overige ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2801 VZ
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 01-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:171
Voorzittersbeslissing: Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder (patiënte) is verleend in het ziekenhuis. De arts was destijds arts in opleiding op de SEH en betrokken bij de behandeling van patiënte op de SEH van het ziekenhuis. Klaagster is – kort gezegd – niet tevreden over de zorg die haar moeder daar kreeg, deze was onvoldoende, waardoor haar moeder is komen te overlijden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2803 VZ
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 01-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:172
Voorzittersbeslissing: De moeder van klaagster (patiënte) is in het ziekenhuis waar de chirurg werkt behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is uiteindelijk overleden.De chirurg heeft met patiënte en klaagster gesproken, en uitgelegd dat er geen voordeel te behalen was bij een leverresectie. Volgens klaagster heeft de chirurg tijdens dit consult gezegd dat hij, na het afronden van de chemotherapie, bereid was om nogmaals te kijken of een operatie mogelijk was. Klaagster verwijt de chirurg dat hij deze afspraak niet is nagekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7875
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:128
Klacht tegen verpleegkundig specialist over het verschaffen van onjuiste en onvolledige informatie over klaagster en haar ex-partner, een cliënt van verweerster, in een brief aan Veilig Thuis.Klacht is ontvankelijk en deels gegrond is en het college legt een waarschuwing op.Met betrekking tot de ontvankelijkheid oordeelt het college dat klaagster dient te worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1, aanhef en onder a van de Wet BIG, omdat zij nadelige gevolgen van de verklaring van verweerster heeft ondervonden, althans heeft kunnen ondervinden.Het college oordeelt dat verweerster VT onvolledig en onzorgvuldig heeft voorgelicht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2742 Verzet
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:173
Verzet. Klacht tegen een medisch adviseur. Klager verwijt de medisch adviseur dat hij: a) een onjuist rapport heeft opgesteld onder andere omdat er een onjuistheid in het rapport staat over het huisbezoek en lichamelijk onderzoek op 24 augustus 2020; b) de stukken en de jurisprudentie over dit onderwerp (de vraag of er bij klager een medische noodzaak bestond voor het ontvangen van sekszorg) niet goed heeft geïnterpreteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen a en b gedeeltelijk gegrond verklaard en de medisch adviseur een waarschuwing opgelegd. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep voor zover het beroep ziet op het gegrond verklaarde deel van klachtonderdeel a en het beroep voor het overige afgewezen omdat het beroep van klager niet leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het verzet van klager tegen die beslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7759
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:129
Klacht tegen een BIG-geregistreerd verpleegkundige die als forensisch therapeutisch werker werkte op een groep met kwetsbare jongeren. Klacht is ontvankelijk en gegrond en het college legt een berisping op.Met betrekking tot de ontvankelijkheid oordeelt het college dat de werkzaamheden van verweerstermede tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige worden gerekend. Het verwijt aan verweerster heeft betrekking op grensoverschrijdend gedrag in haar relatie met een cliënt van de instelling. Het stellen van grenzen en het bewaken daarvan hoort zeker tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige. Het college is derhalve van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht.Het college is van oordeel dat door het uitwisselen van telefoonnummers en het schrijven van briefjes er meer dan professioneel contact geweest tussen verweerster en de jongere. Verweerster heeft hiermee de grenzen van professioneel handelen overschreden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2971 wraking
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 27-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:174
Wrakingsverzoek gericht tegen een lid-jurist. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van (de schijn van) vooringenomenheid door het lid-jurist gezien de wijze waarop de vragen werden gesteld en de onterechte conclusies die het lid-jurist aan de antwoorden van verzoeker verbond. Het wrakingsverzoek is afgewezen door de wrakingskamer van het College.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8221
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:130
Klacht tegen verpleegkundige vanwege grensoverschrijdend gedrag. Klacht gegrond en doorhaling.Het college komt tot de conclusie dat sprake is geweest van een langdurige, waarschijnlijk twee jaren durende zeer intieme relatie met patiënte, waarbij verweerder patiënte heeft bewogen om de relatie te verzwijgen. Het college acht, op basis van de door de getuige afgelegde verklaring welke door de verweerder niet is weersproken, ook voldoende vaststaan dat sprake is geweest van seksueel contact tussen verweerder en patiënte. De betekent dat de klacht gegrond is.De forse overschrijding van de voor verweerder geldende beroepsnorm heeft voor patiënte tot een zeer onveilige situatie geleid. Het college ziet, gelet op het gebrek aan inzicht bij verweerder en daarmee de kans op herhaling en de absentie op de zitting (waardoor verweerder zich ook niet toetsbaar opstelt), aanleiding om verweerders inschrijving in het BIG-register door te halen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2777
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:175
Klaagster heeft bij het Regionaal Tuchtcollege een klacht ingediend tegen (vrijwel) de gehele afdeling neurologie van het ziekenhuis, over de behandeling van haar moeder. De voorzitter van dat college heeft klaagster in de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat klaagster niet klaagt over één of meer met naam genoemde personen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in het hiertegen ingestelde beroep, wegens overschrijding van de beroepstermijn. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:251 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8318
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:251
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. Bij klaagster is tijdens een spoedconsult door een andere tandarts geconstateerd dat er sprake was van onder meer een fors angulair botdefect. Klaagster verwijt de tandarts dat zij deze problematiek in de jaren daarvoor gemist heeft, terwijl dit aanleiding had moeten zijn voor het doen van uitgebreid parodontaal onderzoek. Ook verwijt zij de tandarts slechte dossiervorming. Voor het college is op basis van het dossier onvoldoende komen vast te staan dat de tandarts klaagster erop gewezen heeft dat ook bij regelmatige adequate controle en mondhygiëne toch nog een plotselinge verergering van de parodontale problemen zou kunnen optreden. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:252 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8141
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:252
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd. Klager is onder meer van mening dat de behandeling die hij heeft ondergaan onzorgvuldig is uitgevoerd, waarbij ernstige complicaties zijn ontstaan. Verder verwijt hij de tandarts de ernst van de situatie te hebben onderschat en een gebrek aan adequate communicatie en begeleiding door de tandarts. De tandarts heeft adequaat gehandeld. Niet gebleken van lekkage van natriumhypochloriet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:253 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8207
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:253
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over twee consulten, dat ze beide keren te lang heeft moeten wachten, onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de tweede behandeling niet zorgvuldig is uitgevoerd. Dat klaagster heeft moeten wachten is vervelend, maar leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt. Het is niet ongebruikelijk dat de tandarts heeft gewezen op voedingssupplementen, een verwijzing naar een website is voldoende. De werkwijze rondom de verdoving is niet onzorgvuldig geweest. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2652
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:165
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Doorhaling. De verpleegkundige heeft tijdens zijn dienstverband een affectieve en seksuele relatie gehad met een patiënte. Hij heeft deze relatie niet gemeld en hij heeft de patiënte verzocht om de relatie geheim te houden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht (nagenoeg) geheel gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep tegen de zwaarte van de aan hem opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de maatregel van doorhaling terecht is opgelegd en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2667
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:166
Klacht tegen een chirurg. Bij patiënte, echtgenote van klager, was sprake van een postoperatieve complicatie die door CT-scans werd gemonitord. De chirurg, hoofdbehandelaar, heeft geen kennis genomen van de beelden van een bepaalde CT-scan en het verslag van de radioloog, omdat hij toen niet in het ziekenhuis was en de betreffende scan niet heeft aangevraagd. In het verslag van die scan beschrijft de radioloog een verdenking van een tumorrecidief. Deze conclusie heeft de chirurg niet vernomen en niet met patiënte gedeeld. Dit wordt de chirurg verweten door klager. Als deze verdenking in een volgend radiologisch verslag wordt verhaald, wordt de chirurg op vrijdagmiddag (in zijn vrije tijd) telefonisch geïnformeerd. Hij besluit deze informatie pas met patiënte te delen in het reeds geplande familiegesprek op de daaropvolgende maandagmiddag. Klager verwijt de chirurg dat hij (a) niet heeft gehandeld op basis van informatie die toen wel beschikbaar was en (b) onjuiste informatie heeft verstrekt omdat hij de scan niet tijdig heeft besproken waardoor wijlen patiënte, echtgenote van klager, zeer ernstig extra heeft geleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Klager heeft van deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b. alsnog gegrond, maar legt aan de chirurg geen maatregel op. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de chirurg juist verantwoordelijkheid heeft willen nemen door het gesprek over de tumorrecidief zelf te voeren, maar hij heeft de impact en de gevolgen hiervan op patiënte (en haar familie) verkeerd ingeschat. Het Centraal Tuchtcollege verwijt de chirurg bovendien dat hij collega-artsen heeft geïnstrueerd cruciale bevindingen niet aan patiënte te vertellen, ook niet als patiënte daar om zou vragen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2707
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:167
De hoogbejaarde moeder van klagers (hierna: patiënte) is na een val opgenomen in het ziekenhuis vanwege een gebroken heup. De verpleegkundig specialist AGZ heeft naar aanleiding van signalen tijdens de opname die konden wijzen op ontspoorde mantelzorg een melding gedaan bij Veilig Thuis. Klagers verwijten de verpleegkundig specialist AGZ dat hij de melding heeft gedaan zonder dat hier goede redenen voor waren. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2731
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:168
Klacht tegen een chirurg. Klagers zijn broer en zus. De moeder van klagers, hierna: de patiënte, is thuis ten val gekomen waardoor haar rechterheup is gebroken. De patiënte is opgenomen in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam was. Klagers verwijten de chirurg dat zij, ondanks hun duidelijke en herhaaldelijk uitgesproken wens, heeft afgezien van een operatie bij de patiënte na haar opname in het ziekenhuis en zich heeft beperkt tot pijnbestrijding. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2758
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:169
Klacht tegen een cosmetisch arts. Klager kwam bij de arts met de wens voor een halslift, facelift en een ooglidcorrectie. Begin juni 2023 heeft de arts klager geopereerd. Klager is ontevreden over het resultaat van de behandeling en stelt dat hij onvoldoende is ingelicht over de gevolgen van de ingreep voor zijn haardracht en bakkebaarden. Daarnaast verwijt klager dat de arts hem onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2541
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:170
Klacht tegen internist die woont en werkt op Curaçao. Het handelen waar de klacht op ziet heeft ook daar plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft zich daarom onbevoegd verklaard om de klacht in behandeling te nemen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het Regionaal Tuchtcollege zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard om de klacht in behandeling te nemen. De tekst van de Wet BIG noch de toelichting op die wet of de wetgeschiedenis rechtvaardigen namelijk de conclusie dat de werking van de wet is beperkt tot handelingen of een hulpvraag binnen Nederland. Het Centraal Tuchtcollege doet vervolgens de klacht zelf af (ongegrond).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2584
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:164
Klacht tegen een verpleegkundige die al een aantal jaar werkzaam is als juridisch medewerker Bezwaar en Beroep. Hij heeft een bezwaarschrift van klager tegen een indicatiebesluit behandeld. Klager klaagt er onder meer over dat de verpleegkundige zonder toestemming van klager inzage heeft gehad in diens medische dossier en dat hij in het kader van de bezwaarprocedure heeft geweigerd een deskundig medisch advies op te vragen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat het handelen van de verpleegkundige niet valt onder de eerste of tweede tuchtnorm en verklaart klager daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7442
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:113
Kennelijk ongegronde klacht tegen orthopedisch chirurg. Het verwijt betreft onzorgvuldigheid in de nabehandeling van een heupoperatie (totale heupprothese) en in het ontslagtraject van patiënte uit het ziekenhuis, onvoldoende diagnostiek en onvoldoende regievoering. Normale protocollaire nabehandeling na plaatsing van andere cupmaat dan vooraf gepland. Medisch verantwoord ontslag. Geen verantwoordelijkheid voor de wijze waarop de thuiszorgorganisatie zorg verleent. Het regelen van de juiste zorg na ontslag was geen taak van de orthopedisch chirurg, ook niet in zijn hoedanigheid als regiebehandelaar. Geen aanleiding noch alarmsignalen die nader onderzoek vereisten. Het regiebehandelaarschap van de orthopedisch chirurg was geëindigd met het ontslag van de patiënte. Dat zij tijdens de afwezigheid van de orthopedisch chirurg wegens vakantie, wederom werd opgenomen, maakt niet dat hij opnieuw regiebehandelaar werd.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7718
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:114
Klacht tegen een verzekeringsarts. Verweerder heeft een medisch onderzoek verricht bij klager in het kader van een hoger beroepsprocedure over de beëindiging van de ziektewetuitkering van klager en daarover gerapporteerd. Volgens klager heeft verweerder dit onzorgvuldig gedaan, omdat hij heeft afgezien van noodzakelijk lichamelijk onderzoek, cruciale medische diagnoses niet (voldoende) heeft meewogen en zijn conclusie onvoldoende heeft onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.”
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7717
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:115
Klacht tegen een verzekeringsarts. Verweerster heeft een medisch onderzoek, inclusief lichamelijk onderzoek, verricht bij klager in het kader van een hoger beroepsprocedure over de beëindiging van de ziektewetuitkering van klager en daarover gerapporteerd. Volgens klager heeft verweerster dit onzorgvuldig gedaan, waardoor zijn aandoeningen niet adequaat zijn beoordeeld en gewogen en zijn beperkingen zijn onderschat. Klacht kennelijk ongegrond.”
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8125
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:116
Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Patiënte verwijt verweerster, neuroloog, dat verweerster bewust onjuistheden heeft vermeld in de verwijsbrief naar ziekenhuis B en dat verweerster de privacy van klaagster heeft geschonden door de medische gegevens van klaagster aan ziekenhuis B te sturen. Ook verwijt klaagster dat verweerster ziekenhuis B bij voorbaat heeft bedankt voor de overname van de behandeling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7951
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250
Gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft een voorhoofdslift bij klaagster verricht. Zij verwijt de plastisch chirurg onder andere dat hij haar haargrens heeft verhoogd, terwijl zij hem expliciet heeft laten weten dit niet te wensen. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg de incisie te ver naar achteren heeft geplaatst. Door te kiezen voor een incisie áchter de haargrens heeft de plastisch chirurg ervoor gekozen om het voorhoofd van klaagster te verhogen, terwijl hem bekend was dat klaagster geen verhoogd voorhoofd wilde. Bovendien is in het (summiere) dossier niet genoteerd dat de plastisch chirurg met klaagster erover heeft gesproken dat haar voorhoofd als gevolg van de ingreep verhoogd zou gaan worden. Ook de twee andere klachtonderdelen zijn gegrond. Dat de plastisch chirurg op geen enkel moment tijdens de procedure heeft ingezien dat zijn handelswijze (op onderdelen) onjuist is geweest, acht het college zorgwekkend. Het college acht een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7822
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247
Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is geopereerd door de plastisch chirurg, waarbij meerdere ingrepen werden verricht. Klaagster heeft hierover meerdere klachten. De klachten komen erop neer dat sprake is geweest van onzorgvuldige preoperatieve voorlichting, een onzorgvuldige uitvoering van deze ingrepen en onzorgvuldigheden in de nazorg. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7794
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat hij onverwacht aan haar bed de – onjuiste – mededeling heeft gedaan dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Evenmin kan dus worden vastgesteld dat de arts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8251
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat zij niet ingreep toen een arts-assistent in haar bijzijn tegen klaagster zei dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld dat de arts had moeten inbreken in het gesprek. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7940
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127
Klacht tegen een radioloog kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de enkelfractuur heeft gemist en röntgenfoto’s onjuist heeft beoordeeld. Het college stelt vast dat de radiologische beeldvorming geen evidente fracturen laat zien. Verder benadrukt het college dat het kan voorkomen dat een fractuur niet goed te constateren is op beeld. Ook is het mogelijk dat een niet-aanwijsbare fractuur later wel zichtbaar is op een röntgenfoto. De radioloog kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7709
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:124
Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is, na onderzoek door een andere neuroloog, door verweerster onderzocht met onder meer klachten van dubbelzien en uitvalsverschijnselen en de vraag of sprake zou kunnen zijn van de ziekte van Lyme. Zij maakt de neuroloog verwijten over haar bevindingen, verslaglegging en verwijzing naar de Lyme-polikliniek.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7710
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:125
Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is door de huisarts verwezen naar de afdeling neurologie in het ziekenhuis waar verweerster als neuroloog werkzaam is. Hier is zij onderzocht door een arts-assistent onder supervisie van verweerster en eveneens door verweerster zelf. De klacht heeft betrekking op het door verweerster verrichte onderzoek en haarsupervisie en begeleiding van de arts-assistent.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7706
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:126
Klacht tegen psychotherapeut gedeeltelijk gegrond. De psychotherapeut heeft klaagster, die gedurende een periode van drie jaar bij haar onder behandeling was, tijdens een consult weggestuurd, nadat klaagster hevig emotioneel werd. Klaagster verwijt de psychotherapeut, dat zij haar ten onrechte wegstuurde tijdens dit consult, dat zij onvoldoende (na)zorg heeft verleend en dat zij onwaarheden schreef in de afsluitende brief aan de huisarts. Het college komt tot het oordeel dat de psychotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klaagster zonder waarschuwing vooraf weg te sturen. Ook de nazorg is onvoldoende. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:246 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8294
- Datum publicatie: 17-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:246
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster heeft na een zwangerschapsduur van 41 weken een dochter gekregen, die kort na de geboorte is overleden. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij het maken van de 20-weken echo fouten heeft gemaakt, onder meer door de placentalokalisatie en de navelstrenginsertie niet te beoordelen. Het college overweegt als volgt. Indien de navelstrenginsertie niet te beoordelen was, had van de verloskundige mogen worden verwacht dat zij het echoscopisch onderzoek zou herhalen. Als dan nog steeds sprake zou zijn van onvoldoende beeldvorming, had verwijzing en nader onderzoek moeten plaatsvinden. In het verslag van de 20-weken echo is aanvankelijk de placentalokalisatie niet vermeld. De verloskundige heeft dit later, na het overlijden van de dochter van klaagster, aan het verslag toegevoegd. Omdat het medisch dossier leidend is, gaat het college ervan uit dat de placentalokalisatie tijdens de 20-weken echo niet heeft plaatsgevonden. Het achteraf aanvullen van het dossier zonder dit kenbaar te maken is onzorgvuldig. Overig klachtonderdeel is ongegrond. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7859
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 10-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:120
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde deels ontvankelijk, maar kennelijk ongegrond. College gaat uit van wilsbekwaamheid bij klaagster. Uit de klacht en hoe zij deze heeft verwoord valt niet af te leiden dat zij niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake. Klaagster verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat hij in het kader van een aanvraag tot verlenging van de rechterlijke machtiging een onjuiste medische verklaring heeft opgesteld. Het college oordeelt dat in de medische verklaring duidelijk is omschreven hoe zijn beoordeling luidt en waarop die is gebaseerd. Geen aanwijzingen voor tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7728
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 10-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:121
Klacht tegen neuroloog gegrond. Vanwege toenemende pijnklachten bij een incomplete dwarslaesie is klager naar de neuroloog verwezen. Deze heeft klager twee keer op consult gezien en één keer telefonisch gesproken. Klager heeft vervolgens om een verwijzing voor een second opinion gevraagd. Klager maakt de neuroloog verwijten over het door haar verrichte onderzoek en de verwijzing voor een second opinion. Het college verklaart de klacht in beide onderdelen gegrond en legt aan de neuroloog een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7260
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122
Klacht tegen een gz-psycholoog. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de gz-psycholoog de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2024/7364
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:123
Klacht tegen een psychotherapeut. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de psychotherapeut de maatregel van een berisping op.