We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 801-850 van de 1585 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:238 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7908

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts met name dat de huisarts haar fysieke klachten onterecht afdeed als psychische klachten. Het college oordeelt dat telkens adequaat is gereageerd op de hulpvraag van klaagster en dat de klachten niet zijn afgedaan als psychisch. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:239 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8273

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn en zwellingsklachten bij zijn rechteronderbeen. Hij verwijt de huisarts onder meer dat hij hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten heeft verwezen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Later is een breuk in het scheenbeen vastgesteld. Voor het college staat voldoende vast dat de huisarts wel een lichamelijk onderzoek heeft verricht. Op basis van wat is besproken en onderzocht tijdens het consult hoefde de huisarts niet onmiddellijk uit te gaan van een breuk. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:240 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8190

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij lichtvaardig aan de crisisdienst opdracht heeft gegeven om klaagster gedwongen te laten opnemen. Het college stelt vast dat de huisarts deze beslissing niet heeft genomen. De huisarts heeft na een telefonische melding over klaagster besloten om de crisisdienst in te schakelen. Na inschakeling van de crisisdienst is de huisarts bij de beslissing tot opname niet meer betrokken geweest.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:241 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8202

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar bij twee consultafspraken in de wachtkamer heeft genegeerd en niet heeft gereageerd toen klaagster contact zocht met de praktijk. De huisarts was bij één consult niet betrokken en bij het andere consult was sprake van een ongelukkig misverstand maar niet van bewust negeren. Het college kan verder ook niet vaststellen dat de huisarts klaagster heeft genegeerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:242 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8398

    Voorzittersbeslissing. Klager niet-ontvankelijk in een klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde die de zus van klager heeft behandeld. Klager is geen rechtstreeks belanghebbende en er zijn bijzondere aanwijzingen dat klager niet de veronderstelde wil van zijn zus vertegenwoordigt. Klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8061

    Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7997

    Klacht tegen een verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Klaagster heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Na een medische beoordeling is aan klaagster een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. De klacht heeft betrekking op de klachtenprocedure die klagers na het eerste verzekeringsgeneeskundig onderzoek zijn gestart en waarbij verweerder in zijn hoedanigheid van districtsmanager/districtsadviseur medisch betrokkenheid heeft gehad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7996

    Klacht tegen een verzekeringsarts kennelijk ongegrond. In het kader van de aanvraag van een WIA-uitkering heeft verweerder klaagster onderzocht en een verzekeringsgeneeskundige beoordeling verricht. Met inachtneming van de door verweerder vastgestelde beperkingen zijn er voor klaagster diverse functies geduid en is aan haar een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. De klacht heeft betrekking op, samengevat, het door verweerder uitgevoerde onderzoek en het mede door hem opgestelde rapport.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7995

    Klacht tegen een verpleegkundige kennelijk ongegrond. In het kader van de aanvraag van een WIA-uitkering heeft verweerster klaagster onderzocht en een verzekeringsgeneeskundige beoordeling verricht. Met inachtneming van de door de verzekeringsarts vastgestelde beperkingen zijn er voor klaagster diverse functies geduid en is aan klaagster een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. De klacht heeft betrekking op, samengevat, het mede door verweerster uitgevoerde onderzoek en het mede door haar opgestelde rapport.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2929 VZ

    Voorzittersbeslissing. De moeder van klaagster is na een ingreep overleden in het ziekenhuis. Klaagster dient een klacht in tegen de voorzitter van de Raad van Bestuur van het ziekenhuis, die niet bij de behandeling van haar moeder betrokken is geweest. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de verwijten geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm en heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7716

    Kennelijk ongegronde klacht tegen gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij tijdens de keizersnede haar blaas heeft beschadigd en dat een hersteloperatie nodig was. Ook verwijt zij hem dat haar tweelingdochters hechtingsproblemen hebben opgelopen en dat haar gezin voorgoed beschadigd is. Blaaslaesie is een dag na de keizersnede geconstateerd tijdens een (her)operatie in verband met een nabloeding. Geen eerdere aanwijzingen voor het bestaan van een blaaslaesie. Geen aanwijzingen voor medisch onzorgvuldig handelen. Complicatie. College oordeelt niet over de door klaagster gestelde gevolgen. Klaagster deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2930 VZ

    Voorzittersbeslissing. De moeder van klaagster is na een ingreep overleden in het ziekenhuis. Klaagster dient een klacht in tegen de voorzitter van Coöperatie Medisch Specialisten van het ziekenhuis, die niet bij de behandeling van haar moeder betrokken is geweest. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de verwijten geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm en heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6781

    Kennelijk ongegronde klacht tegen tandarts/gnatholoog. Klager, die in een PI verblijft, verwijt de tandarts dat zij op de gemaakt kaakoverzichtsfoto (OPT) geen bijzonderheden heeft gezien en dat zij zonder toestemming van klager, informatie aan de PI heeft verstrekt. Omdat kraakbeen niet zichtbaar is op een OPT heeft verweerster op juiste gronden aan klager medegedeeld dat er geen bijzonderheden waren. KNMT-praktijkrichtlijn Horizontale verwijzing. In het geval de patiënt in een PI verblijft, is het gebruikelijk de terugkoppeling naar de medische dienst te sturen in plaats van naar de tandarts zelf.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2931 VZ

    Voorzittersbeslissing. De moeder van klaagster is na een ingreep overleden in het ziekenhuis. Klaagster dient een klacht in tegen een aios over het niet (laten) doen van een melding.De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7771

    (Kennelijk) ongegronde klacht van patiënte tegen dermatoloog. Klaagster is ontvankelijk in haar klacht als verweerster niet was betrokken bij de medische behandeling van klaagster. Patiënte verwijt verweerster dat zij bij een huidafwijking bij patiënte (1) geen/onjuiste diagnose heeft gesteld b) geen onderzoek heeft verricht en c) deze behandeling onjuist heeft gedeclareerd. De klachtonderdelen a) en b) zijn kennelijk ongegrond omdat verweerster niet was betrokken bij de medische behandeling. Klachtonderdeel c) is kennelijk ongegrond ondanks een onjuiste registratie in de factuur van de behandeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:230 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7837

    Deels gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft relatie- en cognitieve gedragstherapie verleend aan klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat hij aan de (ex-)partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Ook verwijt zij hem dat hij een diagnose heeft gesteld die nooit met haar is gedeeld en waarvoor hij geen behandelplan heeft opgesteld. Bij gebreke van deugdelijke verslaglegging kan niet kan worden vastgesteld dat de psychiater de door hem gestelde diagnose en de daaraan verbonden gevolgen en risico’s met klaagster heeft besproken. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:231 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7838

    Deels gegronde klacht tegen een psychotherapeut. De psychotherapeut heeft relatie- en cognitieve gedragstherapie verleend aan klaagster. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij aan de (ex-)partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Ook verwijt zij hem dat hij een diagnose heeft gesteld die nooit met haar is gedeeld en waarvoor hij geen behandelplan heeft opgesteld. Bij gebreke van deugdelijke verslaglegging kan niet kan worden vastgesteld dat de psychotherapeut de door hem gestelde diagnose en de daaraan verbonden gevolgen en risico’s met klaagster heeft besproken. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:232 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7939

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een revalidatiearts. Klager doorliep na een zwaar ongeval een revalidatietraject. Klager heeft met de revalidatiearts gesproken om te beoordelen of pijnrevalidatie geïndiceerd zou zijn. De revalidatiearts heeft de tijd genomen om met klager in gesprek te gaan en uitgelegd waarom pijnrevalidatie niet goed mogelijk was. Dat dit niet de gewenste uitkomst voor klager was, is begrijpelijk, maar maakt niet dat de revalidatiearts klager niet serieus zou hebben genomen. Dat er geen lichamelijk onderzoek heeft plaatsgevonden tijdens het consult is begrijpelijk gezien de informatie die al beschikbaar was vanuit het voorgaande revalidatietraject. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:233 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8069

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een revalidatiearts. De destijds 5-jarige dochter (patiënte) van klaagster was opgenomen in het revalidatiecentrum waar verweerster werkzaam is. Klaagster verwijt de revalidatiearts onder meer dat zij niet heeft meegewerkt aan de wens van de ouders van patiënte om patiënte weer terug te laten keren naar regulier onderwijs. Het college stelt vast dat de revalidatiearts de tijd heeft willen nemen om aan klaagster uit te leggen waarom het niet goed was om met de revalidatie te stoppen. Door dit verloop heeft het verkrijgen van toestemming voor de overdracht naar de school wellicht vertraging opgelopen, dit kan de revalidatiearts niet worden verweten. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:234 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7955

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater, destijds werkzaam als AIOS, heeft samen met een behandelteam een huisbezoek afgelegd, naar aanleiding van een melding van de vader van klager. Klager verwijt de AIOS zijn huis te zijn binnengedrongen, zonder toestemming, zonder contact vooraf en zonder aankondiging. Het college oordeelt dat er geen sprake is van een forceerde toegang. Gebrek aan voorafgaand contact kan de AIOS niet worden verweten, zij heeft voorts adequaat gereageerd op de situatie en de ontwikkelingen tijdens het korte huisbezoek. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7956

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts die destijds werkzaam was als ANIOS. Klager is ontvankelijk. De ANIOS was niet betrokken bij de beslissing om een huisbezoek af te leggen en heeft geen medische of zorghandelingen verricht. Zij was net begonnen aan haar inwerkperiode en was mee om te observeren hoe een huisbezoek verloopt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:236 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7958

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater onder meer dat zij verantwoordelijk is voor het zonder zijn toestemming binnentreden van een behandelteam. De psychiater heeft haar beslissing om een huisbezoek te laten plaatsvinden goed onderbouwd en gedocumenteerd en heeft de-escalerend gehandeld. De psychiater was niet aanwezig bij het huisbezoek, dus de klachtonderdelen die betrekking hebben op het huisbezoek zijn ook ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2734 Verzet

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2835 Verzet

    .

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8225

    Klacht van de IGJ tegen een fysiotherapeut gegrond. Maatregel: voorwaardelijke schorsing van twaalf maanden met proeftijd twee jaar en bijzondere voorwaarden. De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De IGJ verwijt verweerder dat hij een affectieve en seksuele relatie is aangegaan met een patiënte. Verweerder erkent dat hij gedurende de behandelrelatie van 2018 tot 2021 een relatie met patiënte heeft gehad. Hoewel de relatie lang heeft voortgeduurd en verweerder tussentijds niet heeft gereflecteerd op zijn handelen, ziet het college, net als de IGJ, wel dat hij maatregelen wil nemen om zich professioneel in goede zin te ontwikkelen en herhaling te voorkomen. De bijzondere voorwaarden zien op het informeren van de IGJ over de psychologische behandeling van verweerder en bij een wijziging van zijn werkomgeving.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2834

    Ongegronde klacht tegen een apotheker. Klager is voor de deur van de apotheek in elkaar gezakt. Hij verwijt de apotheker onder meer dat hij hem in een hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten en omstanders ervan heeft weerhouden om hulp te verlenen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2733 Verzet

    .

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9020

    Wrakingsverzoek gericht tegen lid-beroepsgenoot. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij onevenredig lang heeft gewacht met het indienen van een wrakingsverzoek.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7989

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is de echtgenote van de inmiddels overleden patiënt. De patiënt was enige tijd opgenomen in een ziekenhuis. Tegen het einde van de opname bleek dat de patiënt na zijn opname moest revalideren. Er ontstond tussen het ziekenhuis en de familie van de patiënt een discussie over de beste vervolgplek voor de patiënt. De verpleegkundige is werkzaam als transferverpleegkundige en heeft meerdere gesprekken met de familie gevoerd. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder andere dat zij de familie onder druk heeft gezet te kiezen voor een zogenaamde 9b-plek - een indicatie voor geriatrische revalidatiezorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) terwijl de familie dat niet wilde. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7911

    Deels gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts onder andere dat hij onvoldoende en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht. Het college overweegt dat een verzekeringsarts in beginsel zelf mag bepalen op welke manier hij een medisch onderzoek verricht. In dit geval, gegeven de gerapporteerde klachten en hetgeen klager over de verslechtering in zijn lichamelijke en geestelijke toestand had gesteld en met stukken van zijn behandelend specialisten had onderbouwd, acht het college een kort telefonisch consult (in plaats van een fysiek onderzoek) echter ontoereikend. De verzekeringsarts heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij tot zijn conclusies is gekomen. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8275

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. In de medische rapportage die is opgesteld door de verzekeringsarts in het kader van de bezwaarprocedure is opgenomen: “Komt allemaal wat gespeeld over, geen teken van ongemak.” Klager vindt dit onprofessioneel en kwetsend. De verzekeringsarts erkent dat de betreffende passage niet in de medische rapportage had mogen staan en licht toe dat dit een persoonlijke notitie aan haarzelf betrof. Zij heeft hiervoor haar excuses aan klager aangeboden. Het college is van oordeel dat dit moet worden beschouwd als een menselijke vergissing. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8312

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. In het kader van de verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart heeft de arts een medische keuring uitgevoerd bij klager. Klager verwijt de arts onder andere dat hij geen 100 meter heeft gelopen en de arts de afgelegde afstand niet heeft onderbouwd. De arts heeft met een uitdraai van Google Maps aangetoond dat de afstand meer dan honderd meter moet zijn geweest. Het college ziet geen reden om aan te nemen dat de bevindingen van Google Maps niet kloppen. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7999

    Klacht tegen een arts (in opleiding tot bedrijfsarts) kennelijk ongegrond. Klaagster kwam meerdere keren op consult bij verweerster in verband met verzuimbegeleiding. Na de eerste afspraak constateerde verweerster dat er sprake was van een verstoorde arbeidsrelatie tussen klaagster en haar werkgever, en geen medische beperking in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter (WVP). Vervolgens stelde verweerster vast dat er wel een medische beperking was. Bij het laatste consult concludeerde verweerster dat de klachten van klaagster niet meer als medische beperking konden worden aangemerkt. Klaagster verwijt de arts onder andere dat zij onvoldoende informatie had het advies te komen, een verkeerde diagnose heeft gesteld, onjuiste rapportages heeft opgesteld en haar onheus heeft bejegend. Het college oordeelt dat er geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, zo zijn de keuzes van de arts navolgbaar en van onjuiste verslaglegging is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8280

    Klager, verblijvende in een forensische psychiatrisch centrum, klaagt tegen een psychiater omdat hij het oneens is met de combinatie van medicatie die hem onder dwang wordt toegediend.Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Er was geen aanleiding om de dwangbehandeling te heroverwegen

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8146

    Klaagster verwijt de huisarts het niet dan wel te laat, en deels onleesbaar, verstrekken van het medisch dossier van de overleden moeder van klaagster (hierna: patiënte), ondanks het daarover vermelde in haar levenstestament. Klaagster vindt verder dat het dossier niet volledig is en verwijt de huisarts dat door de huisarts niet is gereageerd op het verzoek wijzigingen in het medisch dossier van moeder aan te brengen. De huisarts erkent dat zij het dossier te laat heeft verstrekt en niet heeft gereageerd op het wijzigingsverzoek van klaagster. De huisarts betwist dat het dossier onvolledig is. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8148

    Klaagster verwijt de huisarts dat in het medisch dossier van klaagsters overleden moeder door de huisarts gemaakte foto’s zouden ontbreken, dan wel zijn verwijderd. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7321

    Klager klaagt erover dat een apotheker van een online-apotheek zonder uitleg met hem of overleg met een arts heeft vervangen door een ander medicijn en over het niet of onvoldoende verstrekken van zijn medisch dossier. Het college oordeelde dat de klacht kennelijk ongegrond is. De apotheker is namelijk niet de eindverantwoordelijke voor de communicatie over de medicijnverstrekking (dat is de gevestigd apotheker), en de patiënt had geen huisarts waarmee overleg mogelijk was. Het college overweegt daarbij wel dat een apotheker een client over een merkwissel dient te informeren. De apotheek heeft het medicatieoverzicht toegestuurd. Dat volstond. Een recept maakt geen deel uit van het medisch dossier van de apotheek. Klager heeft daarbij niet duidelijk gemaakt dat hij ook het originele recept wilde, dat bleek pas later, na het indienen van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:224 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7797

    Klacht tegen anesthesioloog over eenmalig contact tijdens afwezigheid van behandelend collega (zaaknummer A2024/7796). Klaagster stelt in dat gesprek niet ingestemd te hebben met Pulsed Radio Frequency behandeling, die later heeft plaatsgevonden, maar inhoud dossier wijst op het tegendeel. Onjuistheid in verslag over meegeven folder niet verwijtbaar, omdat klaagster de folder al eerder had ontvangen. Het (aanzienlijk) later toezenden van verslag aan huisarts van klager is onwenselijk, maar niet verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8077

    Klacht tegen anesthesioloog die op de intensive care in de dagen voor het overlijden van de echtgenote van klager bij de behandeling betrokken was. Niet gebleken dat anesthesioloog zich daags voor het overlijden te positief heeft uitgelaten over herstelmogelijkheden. Niet ingegaan op vraag naar euthanasie, omdat dat geen optie was. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7796

    Klachten over Pulsed Radio Frequency behandeling door anesthesioloog kennelijk ongegrond. Er was informed consent en klaagster heeft ook bij Time Out Procedure niet aangegeven dat zij de behandeling niet wilde. Geen aanknopingspunt dat behandeling onzorgvuldig was. Anesthesioloog had er goed aan gedaan nog eens met klaagster te bellen, maar nalaten niet verwijtbaar. Geen tekortkomingen in medisch dossier.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7932

    kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten behoeve van psychodiagnostiek en behandeling verwezen naar de organisatie waar verweerster werkt. Verweerster was de regiebehandelaar. Klager is het met de inhoud en conclusie van het onderzoeksverslag niet eens.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8583

    Klacht over behandeling van inmiddels overleden broer. De broer en klager waren bij dezelfde huisarts ingeschreven. De huisarts heeft aangevoerd dat er twijfel is of klager met de klacht de veronderstelde wil van zijn broer tot uitdrukking laat komen. De voorzitter verklaart klager niet-ontvankelijk en neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat klager in de klacht ook uitgebreid schrijft over zijn persoonlijke conflict met de huisarts en de beëindiging van zijn eigen behandelingsovereenkomst door de huisarts. Verder blijkt niet dat de patiënt op enig moment heeft aangegeven dat hij ontevreden was over de door de huisarts verleende zorg. De feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leiden tot de slotsom dat er twijfel is dat klager met het voeren van deze tuchtprocedure de wil van de overleden patiënt vertegenwoordigt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7933

    kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klager. In die periode zijn ook zorgmachtigingen aangevraagd en verkregen. Klager is het daar niet mee eens.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8164

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De echtgenote van de overleden patiënt verwijt verweerster dat zij zonder adequaat overleg, zorgvuldig patiëntgericht handelen en respect voor de patiënt zijn reanimatiestatus heeft gewijzigd en ten onrechte heeft vermeld dat dit op verzoek van patiënt en familie was. Het college: verweerster kon besluiten dat reanimeren medisch zinloos zou zijn en de behandelbeperking “niet reanimeren” in het dossier vastleggen. Daarvoor is geen overleg met patiënt en/of familie vereist. Partijen verschillen van mening over de wijze van communicatie, zodat niet kan worden vastgesteld dat verweerster op dat punt klachtwaardig heeft gehandeld. Het aanvinken van het hokje “Beleid besproken met … op verzoek van patiënt” is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat het technisch niet mogelijk was om het akkoord met het besluit op een andere manier tot uitdrukking te brengen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2706

    Klacht tegen een internist-oncoloog. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. Nadat klaagster eind januari 2021 is geopereerd, heeft het multidisciplinaire behandelteam klaagster radiotherapie en chemotherapie geadviseerd. Voor de chemotherapie is klaagster verwezen naar de internist. Klaagster verwijt de internist dat hij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2572

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2573

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2663

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een arts die destijds als arts (niet in opleiding tot specialist) en nog maar kort werkzaam was op de afdeling van het ziekenhuis. De klacht gaat onder meer over onvoldoende lichamelijk onderzoek, het niet stellen van een differentiaal diagnose, het kiezen van een expectatief beleid en het voorschrijven van slaapmedicatie. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht ziet op handelen of nalaten vóór 6 maart 2014 en de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het door klagers ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2705

    Klacht tegen een chirurg. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. de chirurg heeft klaagster eind januari 2021 geopereerd. Begin februari 2021 heeft een nabespreking plaatsgevonden. De chirurg heeft klaagster medegedeeld dat zij – in samenspraak met het multidisciplinaire behandelteam – radiotherapie en chemotherapie adviseerde, waarna klaagster is verwezen naar de radiotherapeut en de internist. Klaagster verwijt de chirurg dat zij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Klaagster verwijt de chirurg ook dat het medisch dossier fouten bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8173

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Klager heeft een MRI-scan laten verrichten bij een diagnostisch centrum. Verweerder beoordeelt als zelfstandig gevestigd radioloog in opdracht van dit diagnostisch centrum MRI-scans. In die hoedanigheid heeft hij ook de MRI-scan van klager beoordeeld. Klager maakt de radioloog meerdere verwijten over deze beoordeling.