Zoekresultaten 1-20 van de 1555 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8592
- Datum publicatie: 08-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120
Gegronde klacht tegen kinderarts. Inspectie verwijt de kinderarts dat de dossiervoering, samenwerking en communicatie niet conform de professionele standaard was. Ontslag na disfunctioneren. Tekortschieten in dossierplicht ex artikel 7:454 BW. Niet voldoen aan algemene competenties van de medisch specialist. Goede zorgverlening aan patiënten niet of onvoldoende gewaarborgd. Ernstige risico’s voor de patiëntveiligheid en voor de patiëntenzorg. Niet toetsbaar opgesteld. Schorsing voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9650
- Datum publicatie: 08-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:121
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een conflict met het ziekenhuis en de arts waarbij zij aandrong op een schadevergoeding door de verzekeraar en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere (inhoudelijk grotendeels gelijkluidende) klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H20269721
- Datum publicatie: 08-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:122
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts en kon dit daarom niet verstrekken.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8121
- Datum publicatie: 08-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:116
Klager is een jaar in behandeling bij een gz‑psycholoog voor sociale angst. De behandeling wordt beëindigd nadat hij seksuele gevoelens tijdens de behandeling ervaart. Hij dient 13 klachten in over onder andere geheimhouding, informatievoorziening, regie, dossier, overdracht en beëindiging. Het tuchtcollege verklaart12 van de 13 klachtonderdelen ongegrond. Alleen het onderdeel over het onbeveiligd mailen van vertrouwelijke gegevens is gegrond, maar rechtvaardigt geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9271
- Datum publicatie: 08-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:123
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts en kon dit daarom niet verstrekken.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8379
- Datum publicatie: 08-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:117
Klager, tbs‑patiënt, verwijt zijn behandelcoördinator (gz‑psycholoog) dat zij in haar advies aan justitie over hem bevooroordeeld was, dat zij onjuiste informatie gaf, zijn privacy schond en hem heeft bedreigd. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog handelde volgens de professionele normen en er geen sprake is van – of bewijs voor bevooroordeeldheid, onjuiste informatie, privacy‑schending of een dreigement. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8823
- Datum publicatie: 08-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:118
Klaagster klaagt over de handelwijze van verweerster, gz-psycholoog, nadat haar dochter een suïcidevoornemen heeft geuit. Het college acht klaagster grotendeels niet‑ontvankelijk in haar klacht tegen de gz‑psycholoog, omdat haar 16‑jarige dochter zelf klachtgerechtigd is. Voor het niet delen van informatie met haar is zij wel ontvankelijk maar wordt de klacht ongegrond verklaard. Volgens het college was er geen sprake van een acute suïcidesituatie die het doorbreken van het beroepsgeheim zou kunnen rechtvaardigen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8560
- Datum publicatie: 08-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:119
Klager klaagt over gedragingen van zijn ex-partner, een gz-psycholoog, in de privésfeer. Het college oordeelt dat nu geen sprake is van een behandelrelatie en niet is gebleken van privéhandelen dat zijn weerslag heeft op de beroepsuitoefening, klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8956
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:108
Klacht tegen een verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college acht het verweer van de verpleegkundige aannemelijk dat zij in het systeem met de muis per ongeluk een verkeerde patiënt heeft aangeklikt. Het college oordeelt dat een verkeerde muisklik een menselijke vergissing is zonder onjuiste intentie. Dit is van onvoldoende gewicht om de verpleegkundige een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8955
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:109
Klacht tegen verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college oordeelt dat de feiten en omstandigheden niet met een redelijke mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9065
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:163
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager dient namens hemzelf en zijn minderjarige kinderen een klacht in tegen de arts dat er, kort gezegd, een eenzijdig en onzorgvuldig onderzoek is gedaan waarbij de beschuldigingen van de ex-partner zijn overgenomen zonder dat gekeken is naar alternatieve verklaringen. Klager is bevoegd om in zijn rol van wettelijk vertegenwoordiger te klagen, zonder dat de moeder van de kinderen met het indienen van de klacht heeft ingestemd. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8953
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:110
Klacht tegen verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college oordeelt dat de feiten en omstandigheden niet met een redelijke mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9096
- Datum publicatie: 07-07-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:164
Kennelijke ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster heeft een vaginaplastiek ondergaan waarbij zij is geopereerd door de plastisch chirurg. Klaagster heeft diverse klachten over de operatie, de verleende zorg en de verslaglegging. De klacht over de informatievoorziening is verjaard en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Het gebruik van een perineoscrotale lap tijdens de operatie is in overeenstemming met wetenschappelijke inzichten. Dat de gecreëerde labia majora onontwikkelder zijn dan klaagster had gewild, maakt niet dat de operatie niet goed is uitgevoerd. Niet aannemelijk dat de prolaps het gevolg is van de operatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2805
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:134
Ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar moeder (hierna: de patiënte) die is overleden. De patiënte werd behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. De internist was de hoofdbehandelaar van patiënte. Klaagster is, kort gezegd, niet tevreden over de medische behandeling die de patiënte heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2798
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:141
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. Zij is - kort gezegd - niet tevreden over de zorg die haar moeder in het ziekenhuis kreeg. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte was bij de longarts onder behandeling voor longklachten vanwege haar astma. Klaagster verwijt de longarts onder andere dat hij een verkeerde diagnose (sarcoïdose) heeft gesteld en patiënte niet heeft gewezen op de risico’s van zuurstoftoediening en niets heeft gedaan om deze risico’s te mitigeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2823
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:135
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster is in de nacht opgenomen op de afdeling van het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkzaam was, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). Patiënte was onder meer bekend met uitgezaaide borstkanker waarbij sinds weken sprake was van een respiratoire achteruitgang (benauwdheid). Op de SEH was op basis van het klinisch beeld ook sprake van vermoeden van sepsis (bloedvergiftiging). De verpleegkundige had dagdienst op de afdeling waar patiënte in de nacht was opgenomen. Patiënte overleed daar aan het eind van de ochtend. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte, in de communicatie met de familie en in de nazorg na het overlijden van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klachtonderdelen die betrekking hebben op de zorg aan patiente gegrond zijn, vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op deze onderdelen en legt aan de verpleegkundige de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9094
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 18-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:162
Voorzittersbeslissing. Klagers klagen over de behandeling van hun overleden dochter tegen de behandelend psychiater. Naar aanleiding van meerdere aanwijzingen, waaronder een aangifte van de dochter van klagers tegen haar vader (klager), volgt dat moet worden getwijfeld aan de vertegenwoordiging door de ouders van de veronderstelde wil van hun dochter. Klagers behoren hierdoor niet tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Klagers niet-ontvankelijk en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2799
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:142
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte is in de nacht opgenomen in het ziekenhuis, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). De volgende ochtend is zij overleden. De longarts was op de avond van opname en op de dag van het overlijden van patiënte de dienstdoend longarts. Klaagster verwijt de longarts onder andere dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan, geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden van patiënte en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klachten dat de longarts geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden van patiënte en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had alsnog gegrond en legt de longarts een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2824
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:136
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. De moeder van klaagster is behandeld in het ziekenhuis in verband met een mammacarcinoom (borstkanker). Vanaf september 2015 vonden de poliklinische controles plaats bij de verpleegkundig specialist. Eind februari 2021 heeft de arts de controles (weer) overgenomen in verband met uitzaaiingen (levermetastasen). Patiënte is op 14 maart 2022 overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist dat zij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte en in de communicatie met patiënte en klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2800
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:143
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. De longarts is betrokken geweest bij een behandeling van patiënte op de spoedeisende hulp (SEH). Volgens klaagster heeft de longarts onzorgvuldig gehandeld, omdat hij geen behandeling heeft voorgesteld voor de dyspnoeklachten en/of geen zuurstofbeleid heeft opgesteld voor het toedienen van zuurstof. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 78
- Volgende pagina zoekresultaten