Zoekresultaten 1-50 van de 1785 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3003
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:160
Klacht tegen een huisarts. Klager verbleef met enkele onderbrekingen van 2013 tot 2017 in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. Klager is eenmaal bij de arts op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Bovendien had hij op de hoogte moeten zijn van de psychofarmaca die klager toegediend kreeg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3004
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:161
Klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Volgens klager heeft de psychiater hem: a) vanaf 2014 zonder zijn medeweten medicatie gegeven, als gevolg waarvan klager fysieke klachten kreeg; b) nooit lichamelijk onderzocht; c) hem tijdens een consult niet respectvol behandeld heeft. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3148
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:162
Klacht tegen een psychiater. Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3145
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:163
Klacht tegen een psychiater. In opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) verrichtte de psychiater medisch en psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid van klager. In zijn rapportage overwoog de psychiater dat er aanwijzingen waren gevonden tot het stellen van de diagnose alcoholmisbruik. Om die reden adviseerde hij het CBR om klager ongeschikt te verklaren. Het rijbewijs van klager werd door het CBR vervolgens niet verlengd. Klager verwijt de psychiater onzorgvuldig en ondeskundig onderzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3298
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:164
Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan.Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard voor wat betreft de klacht over het delen van medische informatie van andere patiënten, en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Zij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3017
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:165
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is met een crisismaatregel gedwongen opgenomen nadat de huisarts de crisisdienst had ingeschakeld. Klaagster verwijt de huisarts dat zij lichtvaardig aan de crisisdienst opdracht heeft gegeven om klaagster te laten opnemen, waarbij klaagster in strijd met de uitgangspunten van de Nationale Hoorservice niet haar zienswijze heeft kunnen geven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8613
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:139
Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog. Regiebehandelaar. Moeder van cliënt klaagt onder meer over de behandeling van haar zoon, die later door suïcide is overleden. Opname op Forensisch Psychiatrische Afdeling van GGZ-instelling. Afspraken over vrijheden en verloven. Wijziging van behandel- en beveiligingsafspraken in geval van incidenten. Handelen in overeenstemming met professionele competenties en rol als regiebehandelaar.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8964
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:140
Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog. Klacht betreft psychodiagnostisch onderzoek dat door een GZ-psycholoog in opleiding onder verantwoordelijkheid van verweerster is gedaan. Klager verwijt verweerster ondeugdelijk onderzoek, met als gevolg onzorgvuldige diagnoses en behandeladvies en onvoldoende supervisie. Deugdelijk en zorgvuldig diagnostisch proces. Diverse onderzoeksmethoden en testonderzoek. Integratief beeld. Het bestaan van tegenstrijdige testresultaten wil niet zeggen dat het onderzoek onjuist is uitgevoerd. Rapportage voldoet aan de eisen. Supervisie conform de geldende richtlijnen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8663
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:141
Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog die ook de regiebehandelaar van patiënte is. Patiënte verwijt de GZ-psycholoog dat zij, ondanks dat klaagster bijwerkingen van de medicatie ervaarde, heeft geweigerd de medicatie aan te passen. GZ-psycholoog is niet bevoegd medicatie voor te schrijven of aan te passen. Als regiebehandelaar heeft zij het verzoek van klaagster terecht aan de artsen en verpleegkundig specialist doorgegeven.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8872
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:142
Kennelijk ongegronde klacht tegen oogarts. Er was geen sprake van een weigering van zorg door de oogarts, omdat het ziekenhuis klager steeds een afspraak bij een andere oogarts had aangeboden. Ook is het recht op vrije artsenkeuze niet geschonden, omdat dit geen verplichting voor een individuele arts inhoudt om iedere patiënt te behandelen. Voor zover de klacht betrekking heeft op het handelen van het ziekenhuis of de bestuurder, kan de oogarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9247
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:137
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Chirurg heeft de pijnklachten van klager niet genegeerd en doorverwijzing was passend. Geen sprake van onheuse bejegening en/of niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9248
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 05-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:138
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Chirurg heeft klager geïnformeerd over de behandelopties en het te verwachten beloop na de behandeling. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Controlemoment heeft plaatsgevonden en geen sprake van niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9595
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:193
Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Bij klaagster is een tumor in de hals ontdekt. Klaagster heeft zich bij dit college en bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op het standpunt gesteld dat de MRI-scans door verschillende radiologen op verschillende momenten niet juist zijn beoordeeld, waardoor er niet is gezien dat de tumor was gegroeid. Het college is met de radioloog van oordeel dat het openen van het dossier in 2018 nog niet betekent dat de toen gemaakte scan daadwerkelijk door hem is beoordeeld. Voor het college is leidend dat uit het medisch dossier blijkt dat de radioloog niet de verslaglegging heeft gedaan van de beoordeling van deze MRI-scan en ook niet als medebeoordelaar wordt genoemd in de verslagen. Zodoende concludeert het college dat de radioloog geen betrokkenheid heeft gehad bij de (uiteindelijke) beoordeling van de scan in 2018.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9596
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:194
Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Bij klaagster is een tumor in de hals ontdekt. Klaagster heeft zich bij dit college en bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op het standpunt gesteld dat de MRI-scans door verschillende radiologen op verschillende momenten niet juist zijn beoordeeld, waardoor er niet is gezien dat de tumor was gegroeid. Het college is met de radioloog van oordeel dat het openen van het dossier nog niet betekent dat de in 2016 gemaakte scan ook daadwerkelijk door haar is beoordeeld. Voor het college is leidend dat uit het medisch dossier blijkt dat de radioloog niet de verslaglegging heeft gedaan van de beoordeling van deze MRI-scan en ook niet als medebeoordelaar wordt genoemd in de verslagen. Zodoende concludeert het college dat de radioloog geen betrokkenheid heeft gehad bij de (uiteindelijke) beoordeling van de scan in 2016.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8635
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:195
Kennelijk ongegronde klacht tegen een (basis)arts. De moeder van klaagster (patiënte) was opgenomen op de instelling waar de arts destijds als basisarts werkte. Op de dag van het ontslag uit de instelling is patiënte thuis overleden. Klaagster vindt dat de arts patiënte niet adequaat heeft behandeld en onvoldoende heeft gecommuniceerd. Het college oordeelt dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld en kan niet vaststellen hoe de communicatie tussen klaagster en haar echtgenoot met de arts is geweest.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9459
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:196
(Gedeeltelijk) kennelijk ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klager klaagt namens zijn vader, die op basis van een rechterlijke machtiging (RM) op een gesloten afdeling verblijft. De arts heeft voor de verlening van die RM een medische verklaring afgegeven. Klager vindt dat die verklaring niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de arts alleen heeft geluisterd naar de bewindvoerder van zijn vader, terwijl klager meent dat hijzelf als zoon de primaire gesprekspartner was. Het college oordeelt dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld bij het afgeven van de medische verklaring. Ook merkt het college op dat de vader een mentor heeft (geen bewindvoerder) die de officiële gesprekspartner voor persoonlijke zaken rond de vader was.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8902
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190
Gegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klager en de gz-psycholoog kennen elkaar in privésetting. Klager is bij de gz-psycholoog in behandeling gekomen. Na vijf maanden heeft de gz-psycholoog de behandelovereenkomst eenzijdig verbroken. Klager vindt dat de gz-psycholoog hem nooit had mogen behandelen. Verder verwijt klager de gz-psycholoog dat zij haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden tegenover gezamenlijke vrienden en het medisch dossier veel te laat aan hem heeft verstrekt. Het college acht alle klachtonderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9116
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:197
Gegronde klacht van IGJ tegen een (voorheen BIG-geregistreerd) gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft grensoverschrijdend gehandeld door met een cliënte een vriendschappelijke relatie aan te gaan en vervolgens seksueel contact met haar te hebben. Daarnaast is hij tekort geschoten in de zorgverlening door de cliënte niet in overeenstemming met de professionele standaard en richtlijnen te behandelen, en onvoldoende dossier te voeren. De gz-psycholoog heeft zijn tuchtrechtelijk verwijtbare handelen erkend. Verbod op wederinschrijving. Het college verbiedt de gz-psycholoog om als zorgverlener supervisie-, mentoring- en coachingstrajecten aan andere zorgverleners aan te bieden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9621 A2026/9622
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:191
Deels gegronde klacht tegen psychotherapeut / gz-psycholoog, die een schriftelijke verklaring heeft opgesteld waarin zij over haar cliënte schrijft en gebeurtenissen beschrijft waarbij klager betrokken was. Klager verwijt verweerster onder meer dat zij valse kwalificaties en beschrijvingen over hem de verklaring heeft opgenomen. Het college oordeelt dat de psychotherapeut / gz-psycholoog de verklaring niet had mogen schrijven op de manier waarop zij dit heeft gedaan. Verwijtbaar handelen door op verzoek van cliënte een ongeadresseerde verklaring op te stellen waarin strafrechtelijke gedragingen van klager als feiten zijn opgenomen. Waarschuwing. Inzicht in onjuistheid van handelen en daar adequaat op gereflecteerd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9163
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:192
Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Klager verwijt de radioloog dat hij hem onjuist advies heeft gegeven over de rustperiode na de injectie in de slijmbeurs van de rechterenkel en dat hierdoor zijn achillespees is afgescheurd. Het college oordeelt dat het advies van de radioloog om een paar dagen rust te houden na de injectie, met de folder die patiënten ontvangen - en ook met de wetenschappelijke literatuur - in lijn is, mede gelet op het feit dat er (nog) geen wetenschappelijk bewijs is dat een langere rustperiode van meerwaarde zou zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8637
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:187
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling gedurende het behandeltraject van klaagster, met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. Het college komt daarom tot de conclusie dat de longarts heeft gehandeld conform de professionele standaard en dat de behandeling en controle van klaagster niet onzorgvuldig is geweest.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8638
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:188
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling op het moment dat deze werd gedaan en met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. De longarts heeft op basis van wat er toen bekend was en met de CT-uitslagen van dat moment op goede gronden kunnen overwegen dat de situatie van klaagster stabiel was. Volgens de geldende behandelprotocollen was het daarom op dat moment standaard beleid om klaagster met een interval van zes maanden weer terug te zien.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9298
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:189
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het college kan niet vaststellen dat de longarts klager niet serieus heeft genomen en dat onderzoeken te laat zouden zijn verricht. Binnen een periode van vier werken nadat het de longarts duidelijk werd dat klager niet opknapte, terwijl er op dat moment nog geen vermoeden van maligniteit was en de klachten van klager ook pasten bij al eerder gestelde diagnoses, zijn allerlei onderzoeken bij klager verricht die uiteindelijk toch tot de diagnose kanker hebben geleid. De longarts heeft er vervolgens voor gekozen om de uitkomst van het biopt en dat het om kanker ging telefonisch met klager te bespreken, omdat zij klager niet onnodig ongerust wilde maken door de telefonische afspraak om te laten zetten in een poli afspraak. Het college oordeelt dat deze keuze in dit geval onwenselijk en spijtig, maar niet verwijtbaar is. Dat het anders had gekund, betekent niet dat het in dit geval anders had gemoeten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9063
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122
Ongegronde klacht van een nabestaande van een patiënt tegen een MDL-arts. Bij de behandeling patiënt werd uitgegaan van galwegkanker. Klaagster verwijt de MDL-arts dat onvoldoende onderzoek werd gedaan naar de mogelijkheid van IgG4 gerelateerde ziekte, dat niets werd gedaan met de uitslag van het bevolkingsonderzoek darmkanker en dat geweigerd werd prednison voor te schrijven.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8277
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:134
Klaagster klaagt erover dat de psychiater zich tijdens een intakegesprek onheus heeft gedragen tegenover haar en haar moeder. Het tuchtcollege oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater zich onheus heeft gedragen, omdat de verklaringen van partijen daarover uiteenlopen en hiervoor geen bewijs is. De eerste twee klachtonderdelen zijn daarom ongegrond. Klaagster is niet-ontvankelijk in het derde klachtonderdeel over de bejegening van moeder, omdat alleen moeder daarover kan klagen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9570
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 04-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182
Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over het handelen van de arts ten tijde van de opname van de dochter van klaagster op de intensive care en rondom de euthanasie van de dochter van klaagster. De arts heeft aangevoerd dat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is geweest van een behandelrelatie tussen haar en de dochter van klaagster en dat zij en de dochter uitsluitend een vriendschappelijke privérelatie hadden. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9465
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123
IGJ klaagt tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag. Verwijt dat de verpleegkundige (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact. De verpleegkundige erkent het handelen. Het college verklaard de klacht gegrond, maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/7971
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:135
Klacht tegen een bedrijfsarts in opleiding. Ongegrond. De bedrijfsarts in opleiding wordt verweten dat hij het opzettelijk heeft doen voorkomen alsof klaagster zou hebben tegengewerkt bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid en re-integratiemogelijkheden, dat hij klaagster na een vertrouwensbreuk niet heeft gewezen op de mogelijkheid contact op te nemen met zijn supervisor en dat hij niet persoonlijk heeft gereageerd op een aansprakelijkheidsstelling. Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De rapportage over het eerste spreekuur gaf feitelijk juist weer dat geen contact tot stand was gekomen en dat daardoor geen beoordeling kon plaatsvinden. Tijdens het tweede spreekuur kon evenmin een beoordeling plaatsvinden, omdat uitsluitend de partner van klaagster het woord voerde en klaagster zelf niet aan het gesprek deelnam. Ook bestond geen verplichting om klaagster actief op de supervisor te wijzen en mocht verweerder het incident tijdens het reguliere supervisieoverleg bespreken. Ten slotte was het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de aansprakelijkheidsstelling via de advocaat van de instelling werd afgehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9545
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:183
Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over de betrokkenheid van de psychotherapeut bij de familie van klager. Uit de door klager overlegde mailwisseling tussen hem en de psychotherapeut blijkt dat klager de psychotherapeut een groot aantal vragen voorlegt waarin hij opheldering vraagt over de grenzen tussen diens rol als vriend en als professional, maar klager noemt daarin geen feitelijke handelingen die zouden duiden op tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. Ook overigens blijkt naar het oordeel van de voorzitter niet dat er sprake is van handelen dat in strijd is met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar hoort te doen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9034
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:136
Klacht tegen een bedrijfsarts. Gegrond. De bedrijfsarts wordt verweten dat hij in een rapportage aan de werkgever van klaagster medische gegevens heeft opgenomen zonder haar toestemming. Het college oordeelt dat de bedrijfsarts hiermee zijn beroepsgeheim en geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Hoewel de bedrijfsarts de ernst van de problematiek van klaagster wilde benadrukken, had hij dit moeten doen zonder medische kwalificaties of andere vertrouwelijke informatie te verstrekken. Het college rekent de bedrijfsarts aan dat hij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij een kerntaak van zijn beroep en slechts beperkt blijk heeft gegeven van zelfreflectie op zijn handelen. De klacht wordt gegrond verklaard. Gelet op de ernst van de schending van het beroepsgeheim legt het college de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9009
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:184
Voorzittersbeslissing. De voorzitter overweegt dat hij op basis van het dossier niet kan vaststellen of aanleiding heeft om te veronderstellen dat de psychiater klaagster onheus of onbehoorlijk heeft bejegend. De psychiater ontkent dat dit zo is en deze beschuldigingen zijn niet concreet toegelicht of onderbouwd. De voorzitter kan bij deze tegenstrijdige lezing van de feiten zonder nadere bevestiging van de lezing van klaagster niet in het nadeel van de psychiater uitgaan van wat klaagster over de bejegening heeft gezegd. Dit betekent dat de voorzitter niet kan vaststellen dat de psychiater tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9695
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185
Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10049
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:186
Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8887
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:121
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8881
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:116
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8883
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:117
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8884
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:118
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8885
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:119
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8886
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:120
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2932
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:154
Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest en uiteindelijk geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de anesthesioloog. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager. Dit had gelet op de complexe pijnproblematiek en de ernstige pijnklachten van klager, wel op zijn weg gelegen. Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich er persoonlijk van had vergewist of het pijnbeleid toereikend en in gesprek was gegaan met klager, hetgeen niet is gebeurd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom de klacht gegrond en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2934
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:155
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest, waar hij door de chirurg is geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer. Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit onvoldoende om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3263
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:156
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2935
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:157
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2933
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:158
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2904
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:159
Klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is gedurende negen dagen opgenomen geweest op de afdeling interne geneeskunde van een ziekenhuis. Daar is een neusmaagsonde geplaatst. Klager verwijt de internist dat zij bij het ontslag uit het ziekenhuis onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij (a) de patiënte en klager twee uur heeft laten wachten op een ontslaggesprek, (b) de patiënte en klager niet of onvoldoende heeft geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij het gebruik, alsmede de voorgeschreven medicatie, en (c) in de zorgoverdracht en een brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructie heeft gegeven over het gebruik van de voorgeschreven medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel (b) gegrond en legt aan de internist een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager over klachtonderdeel (c) en het incidenteel beroep van de internist over klachtonderdeel (b).
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8705
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:132
Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. Klager, de echtgenoot van een patiënte met Alzheimer, verwijt de GZ-psycholoog onder meer dat zij een voorgenomen verhuizing van patiënte heeft geïnitieerd en verzwegen, de familie niet heeft betrokken bij de besluitvorming, buiten het multidisciplinair overleg om heeft gehandeld, onvoldoende uitleg heeft gegeven over de verhuizing en niet in het belang van patiënte heeft gehandeld. Het college oordeelt dat verweerster niet verantwoordelijk was voor de communicatie met de familie of het initiëren van de verhuizing, dat zij heeft gehandeld in samenspraak met de betrokken zorgverleners en dat de overwegingen voor de voorgenomen verhuizing voldoende waren gemotiveerd. Ook is niet gebleken dat zij buiten haar professionele rol is getreden of de belangen van patiënte heeft veronachtzaamd. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8622
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133
Verwijten aan huisarts dat zij klager niet naar een oogarts maar naar een optometrist heeft gestuurd, dat zij klager niet zelf heeft uitgenodigd op haar spreekuur, dat zij zijn klachten niet serieus heeft genomen, dat zij onvoldoende heeft gedaan om ervoor te zorgen dat klager eerder bij de oogarts terecht kon en dat zij achteraf haar fout niet heeft erkend. De klacht is in zoverre gegrond, dat de huisarts in de door klager in een herhaald e-consult geuite klachten aanleiding had moeten zien om contact met klager op te nemen, hetzij telefonisch hetzij door hem uit te nodigen op het spreekuur, om die klachten uit te vragen en deugdelijk te kunnen beoordelen of een verwijzing met spoed alsnog in de rede lag. De klacht is voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9186
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:129
Klaagster verwijt huisarts dat hij heeft geweigerd haar zoontje van acht jaar naar de oogarts te verwijzen en dat hij klaagster (in aanwezigheid van haar kinderen) respectloos en intimiderend heeft benaderd en hen zonder reden naar buiten heeft geduwd. De juistheid van het medisch dossier geldt voor het college in beginsel als uitgangspunt voor de beoordeling van een klacht. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen op basis waarvan het college kan concluderen dat hetgeen de huisarts over het consult en de (wijze van) communicatie in het medisch dossier heeft genoteerd, onjuist is. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7425
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:130
Huisarts heeft klager eenmalig op consult gezien in de Penitentiaire Inrichting wegens knieklachten. De huisarts heeft klager verwezen naar de fysiotherapeut. Klacht over nalatig handelen, te weten onvoldoende informatie over de behandeling, risico’s en eventuele andere mogelijkheden, en ten onrechte geen verwijzing naar het ziekenhuis, kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9389
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:131
Klacht van IGJ over huisarts over langdurig, structureel en ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënte tijdens behandelrelatie van 25 jaar. Huisarts erkent dat tussen hem en de 22 jaar jongere - kwetsbare - patiënte een vriendschappelijke relatie is ontstaan, die is overgegaan in een ruim drie jaar durende seksuele relatie. De huisarts heeft met deze relatie de professionele grenzen ernstig overschreden. Hij heeft zich door de bijzondere kwetsbaarheid van patiënte niet laten weerhouden. Hij was zich bewust van de ongeoorloofdheid van deze relatie, maar heeft de relatie jarenlang laten voortduren en steeds intensiever laten worden, totdat hij zelfs bewust heeft afgezien van anticonceptie en patiënte zwanger van hem is geworden. De huisarts heeft de behandelrelatie laten voortbestaan, totdat patiënte vijf jaar na het einde van de relatie zelf naar een andere huisarts is overgestapt. Het college beschouwt de handelwijze van de huisarts als bijzonder kwalijk. De kans op herhaling lijkt klein, nu de huisarts de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en zijn praktijk inmiddels heeft beëindigd. Ondanks dat hij stelt dat hij niet meer als arts werkzaam wil zijn, heeft de huisarts zich echter niet uit het BIG-register laten uitschrijven. De door de huisarts aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om met een lichtere maatregel dan de maatregel van doorhaling te volstaan. Het college ziet verder aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening de bevoegdheid van de huisarts te schorsen om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen en om de huisarts, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het BIG-register, het recht te ontzeggen om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 36
- Volgende pagina zoekresultaten