Zoekresultaten 51-100 van de 1447 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8563

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager verwijt de arts dat zij rapportages heeft opgesteld op basis van een ander ziektebeeld en dat zij niet heeft meegewerkt aan de aanvraag van een second opinion. Niet is gebleken dat de arts zonder aanleiding een medische klacht heeft betrokken bij de beoordeling. Aannemelijk dat klager niet eerder een second opinion had aangevraagd. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8455

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de gz-psycholoog gemotiveerd bestreden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8456

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de verpleegkundige gemotiveerd bestreden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8457

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij - zonder dat zij beschikte over aanwijzingen van gepleegd seksueel misbruik of mishandeling - klager heeft beschuldigd van seksueel misbruik en verkrachting van zijn dochter. Uit de stukken blijkt niet van onzorgvuldig handelen door de psychiater.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8549

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater een gebrek aan transparantie, het invoeren van een retroactieve diagnose en onprofessioneel en agressief gedrag. Uit het dossier blijkt dat de psychiater klager steeds uitgebreid te woord heeft gestaan en de behandeling heeft proberen toe te lichten. Geen aanwijzingen dat de psychiater zich onprofessioneel of agressief heeft gedragen. Het invoeren van de diagnose in het dossier was een administratieve handeling waarbij de psychiater niet betrokken was. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7987

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster heeft een consult gehad bij een bedrijfsarts in opleiding. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld als supervisor van de bedrijfsarts in opleiding. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8550

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij hem geen toegang heeft gegeven tot zijn dossier, ten onrechte diagnoses aan zijn medisch dossier heeft toegevoegd en heeft gedreigd met een Veilig Thuis-melding. Klager heeft ruimschoots binnen de wettelijke termijn een afschrift van zijn dossier ontvangen. Het toevoegen van diagnoses in het dossier betreft een administratieve handeling en de gz-psycholoog heeft vooraf overlegd met de psychiater. Niet gebleken dat de gz-psycholoog een Veilig Thuis-melding heeft gedaan. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8431

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. Verweerder was de dienstdoende longarts in de nacht ten tijde van de opname van klager op de SEH. Gelet op de verslaglegging is er geen twijfel aan de betrokkenheid van de longarts bij de behandeling van klager. Er waren weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en dus ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8483

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. Verweerder is longarts en is door het gerechtshof als deskundige benoemd voor het opstellen van een voorlopig deskundigenrapport over het handelen van de behandelend longartsen. Klager is het niet eens met het rapport. Het college komt tot het oordeel dat het geen tegenstrijdigheden ziet. Verweerder heeft in redelijkheid tot zijn conclusies kunnen komen en heeft deze ook ruimschoots onderbouwd. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8662

    Klacht tegen een bedrijfs- en verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Klager is sinds 2012 arbeidsongeschikt voor zijn werk. Klager startte later een civiele procedure tegen (de verzekeraar van) zijn werkgever. In het kader van deze procedure stelde verweerder een medisch advies op. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat dit advies onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het college is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het rapport zorgvuldig tot stand is gekomen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8484

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. Verweerder was als longarts overdag de behandelend longarts op de SEH. Gelet op de verslaglegging van de SEH-arts, ziet het college geen aanleiding te twijfelen aan de intensieve betrokkenheid van de longarts. Het college heeft begrip voor de drukke en onrustige omstandigheden die ochtend, zoals beschreven door verweerder, en het prioriteren van het zorgdragen van de overdracht. Er waren weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de NHG-standaard acute keelpijn en de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9032

    Voorzittersbeslissing, deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond verklaarde klacht van een nabestaande tegen een lid van de Raad van Bestuur van een ziekenhuis. Patiënte was op de afdeling SEH van het ziekenhuis gezien en naar huis gestuurd met een (spoed)doorverwijzing naar de poli vaatchirurgie. Patiënte is de volgende dag overleden. Na intern onderzoek werd een calamiteitenmelding gedaan bij de IGJ. De verwijten gaan onder meer over communicatie, nazorg, informatieverstrekking en (het moment van) de calamiteitenmelding.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8822

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. De arts had dienst in de nacht ten tijde van de opname van klager op de SEH. Er waren op dat moment weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en dus ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8921

    Klacht van patiënte tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld bij klaagster en haar geen medicamenteuze behandeling heeft gegeven voor langdurige klachten na COVID.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2949

    Herzieningsverzoek. Het Centraal Tuchtcollege heeft de tandarts bij beslissing van 26 mei 2025 met nummer C2024/2411 een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De tandarts heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen naderhand gebleken omstandigheden zijn aangevoerd die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid indien zij tijdig bekend waren geworden en wijst het verzoek tot herziening af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2872

    Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts is de supervisor van de arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde (hierna: bedrijfsarts i.o.), die klager in zijn ziekteverzuimperiode heeft begeleid. Klager stelt dat de bedrijfsarts heeft toegelaten dat de bedrijfsarts i.o. niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Meer in het bijzonder verwijt klager de bedrijfsarts dat hij als supervisor zijn verantwoordelijkheden niet heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3132 VZ

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht zich richt tegen een zorgverlener die niet staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2832

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. De chirurg heeft bij klaagster een buikwandoperatie gedaan in verband met een littekenbreuk. Klaagster is van mening dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de ingreep en dat zij de chirurg geen toestemming heeft gegeven om haar te opereren, in ieder geval niet om de eerste incisie te zetten. Daarnaast is klaagster ontevreden over de uitvoering en het resultaat van de operatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klaagster verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2836

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster is wegens pensionering van haar vaste huisarts per 1 juli 2022 ingeschreven als patiënt bij de huisartsenpraktijk van de huisarts die het patiëntenbestand overnam. Klaagster was het daar niet mee eens vanwege de grotere afstand van de praktijk tot haar woning. Het bleek niet mogelijk te zijn om klaagster aan een andere huisarts over te dragen. Klaagster had in 2023 en 2024 meerdere malen contact met de huisartsenpraktijk voor verschillende hulpvragen. Zij is niet tevreden met de zorg die zij heeft ontvangen. Zo zou de huisarts onder andere haar zorgplicht niet zijn nagekomen, onzorgvuldig beleid voeren, slechte service verlenen en medicatie hebben geweigerd. Het regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2833

    Klager en verweerder zijn tandarts in dezelfde plaats. De verhoudingen tussen beide tandartsen zijn al jaren ernstig verstoord. Klager verwijt verweerder 1) ernstig oncollegiaal gedrag en 2) het niet verstrekken van medische dossiers van naar klager overgestapte patiënten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en bepaald dat aan verweerder geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep voor zover dit betrekking heeft op het gegrond verklaarde klachtonderdeel en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2839

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een radioloog. Klager is de weduwnaar van klaagster in eerste aanleg (hierna: patiënte). Patiënte is in januari 2022 in verband met een zwelling in de rechterborst en pijnklachten door haar huisarts verwezen naar de afdeling radiologie van het ziekenhuis waar de radioloog werkt. Na verergering van de klachten en groei en toename van de zwellingen is zij nogmaals naar de afdeling radiologie en later naar de mammapoli chirurgie doorverwezen. Zij stond onder behandeling van een physician assistant en er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en drainages verricht door verschillende radiologen. Vanaf het eerste consult in het ziekenhuis is gedurende acht maanden uitgegaan van lactatieadenomen/galactocèles. Uiteindelijk bleek patiënte een zeldzame vorm van een (agressieve) borstkanker te hebben en is zij aan de gevolgen daarvan overleden. De radioloog wordt onder meer verweten dat hij onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen volledige diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een gedeelte gegrond verklaard en aan de radioloog daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2841

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster is een voormalig patiënt van de tandarts. Zij klaagt onder meer over de gang van zaken bij het verstrekken van haar patiëntendossier, de kwaliteit van de door de tandarts verleende zorg en de dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor wat betreft de dossiervoering en het niet maken van een röntgenfoto voorafgaand aan een wortelkanaalbehandeling gegrond verklaard en bepaald dat aan de tandarts geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:52 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2846

    De radioloog heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam van 7 mei 2025 waarin aan hem een berisping is opgelegd met daarbij de bepaling dat deze maatregel, zodra de beslissing onherroepelijk is geworden, op grond van artikel 48 lid 11 Wet BIG zal worden aangetekend in het BIG-register en aldus openbaar zal worden gemaakt. Het beroep is beperkt tot de openbare publicatie van de maatregel. Het Centraal Tuchtcollege zal het beroep van de radioloog gegrond verklaren en de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op dat punt vernietigen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:59 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2861

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Na een fietsongeluk in 2022 belandde klager in het ziekenhuis met een kniebreuk. Hij is door de chirurg aan zijn knie geopereerd. Na de operatie ging klager voor revalidatie naar een zorgpension. Twee weken later werd klager met spoed in het ziekenhuis opgenomen en werd bij hem trombose in het geopereerde been en in de longen (ruiterembolus), en een herseninfarct vastgesteld. Klager vindt onder andere dat de chirurg onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft getroffen om trombose te voorkomen en hem ten onrechte niet heeft voorgelicht over trombose als mogelijke complicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2847

    Klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is begin 2022 vanwege pijn en een zwelling in de rechterborst verwezen naar de afdeling radiologie van een ziekenhuis. Na verergering van de klachten is zij nogmaals naar de afdeling radiologie en later naar de mammapoli chirurgie verwezen. Er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en herhaaldelijk drainages verricht. Steeds werd uitgegaan van galactocèles. Klaagster is door de chirurg doorverwezen naar de plastisch chirurg ter verwijdering van deze galactocèles. Uiteindelijk bleek zij een zeldzame vorm van een agressieve borstkanker te hebben. Zij is in 2025 overleden. De plastisch chirurg wordt onder meer verweten dat in de differentiaaldiagnose ‘mammacarcinoom’ had moeten worden vermeld en dat hij de operatie onjuist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart deze klachtonderdelen gegrond en legt de plastisch chirurg een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing voor zover daarbij de bedoelde klachtonderdelen gegrond zijn verklaard en aan de plastisch chirurg een waarschuwing is opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:60 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2911

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over de behandeling van de tandarts. Zij maakt de tandarts verschillende verwijten over de behandeling van de loszittende kroon op een implantaat in het gebit van klaagster en over nalatigheden bij het bijhouden van het dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht volledig gegrond en legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b) alsnog ongegrond, verwerpt het beroep voor het overige en verstaat dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2871

    Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager bij E.. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts i.o, werkzaam bij F., heeft klager in zijn ziekteverzuimperiode begeleid. Klager verwijt de bedrijfsarts i.o, in meerdere klachtonderdelen, dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing. Het incidenteel beroep van de bedrijfsarts i.o. slaagt, in die zin dat het Centraal Tuchtcollege klager alsnog niet-ontvankelijk verklaart in klachtonderdeel j (het niet melden van PTSS als beroepsziekte).

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8875

    Tenuitvoerlegging voorwaardelijke maatregel: De beroepsbeoefenaar, arts, heeft de bijzondere voorwaarden die het CTG deze beroepsbeoefenaar eerder had opgelegd, niet nageleefd. De beroepsbeoefenaar heeft - hoewel hij al niet meer in het BIG-register ingeschreven stond als bedrijfsarts, maar als arts - onduidelijkheid hierover laten bestaan. Ook heeft hij onder andere onduidelijkheid laten bestaan over het werken onder supervisie en de IGJ niet tijdig en onvoldoende geïnformeerd. De IGJ heeft het college verzocht om een tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel. De beroepsbeoefenaar erkent dat hij de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd en vraagt een tweede kans.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8382

    Kennelijk ongegronde klacht van de werkgever van een medewerkster tegen verweerder, bedrijfsarts. Verweerder heeft de medewerkster begeleid bij haar ziekteverzuim en haar vervolgens arbeidsgeschikt bevonden. Klager verwijt verweerder dat verweerder de medewerkster arbeidsgeschikt heeft bevonden ondanks de afspraak tussen klager en verweerder dat de medewerkster arbeidsongeschikt zou zijn. Deze afspraak is niet gebleken en de organisatorische problemen van klager zijn geen onderdeel van de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van de medewerkster. Ook verwijt klager verweerder een belangenverstrengeling vanwege een aandelentransactie tussen de arbodienst waarvoor verweerder werkzaam is en de verzuimverzekering van klager. Deze belangenverstrengeling is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7808

    Deels gegronde klacht van werkneemster over verweerder. Verweerder, arbo-arts, heeft klaagster begeleid na de ziekmelding van klaagster. Klaagster verwijt verweerder dat hij de COPD-klachten van klaagster niet serieus heeft genomen, geen medische informatie heeft opgevraagd bij de huisarts van klaagster en geen verslagen of adviezen van fysieke consulten heeft opgesteld, ook niet na verzoek daartoe. Verweerder adviseerde klaagster re-integratie terwijl hij klaagster niet had gezien en klaagster aangaf daartoe niet in staat te zijn. Ook verwijt klaagster dat verweerder geen mediation heeft geadviseerd en niet heeft gereageerd op het verzoek om een second opinion.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8505

    Volgens klager heeft hij niet alle voorgeschreven medicatie ontvangen. In de apotheek is hem ten onrechte meegedeeld dat hij deze al uit de afhaalautomaat had opgehaald, waarna de medicatie zou zijn geannuleerd. Klager ziet dit als nalatigheid van de apotheker. De apotheker voert verweer en voert aan dat zij de situatie met klager wilde bespreken, maar dat klager direct aangaf de formele tuchtrechtelijke route te willen volgen.Het college oordeelt in raadkamer dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8237

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft tweemaal een heupoperatie bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, nalatigheid in medisch handelen en het leveren van inadequate (na)zorg. Daarnaast is volgens klaagster sprake geweest van tekortkomingen in de communicatie. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8746

    (kennelijk) ongegronde klacht van een klager tegen een orthopedisch chirurg die bij klager wegens progressief stenoserend vaatlijden een broekprothese plaatste. In verband met aanhoudende klachten na de operatie werd klager gezien in een ander ziekenhuis, waar wordt gedacht aan een neurologische oorzaak als mogelijke verklaring voor de klachten. De verwijten gaan over diagnosestelling, informed consent en nazorg.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8841

    Klager bezocht de apotheek met een buitenlands recept voor onder meer een antibioticum. Na overleg tussen apothekersassistent en apotheker, die niet aanwezig was, besloot de apotheker het antibioticum niet te verstrekken. Klager diende een klacht in bij de apotheek en correspondeerde later via een advocaat met de apotheker. Uiteindelijk beëindigde de apotheker de behandelingsovereenkomst met klager, zijn echtgenote en hun minderjarige zoon. Klagers verwijten de apotheker dat het antibioticum ten onrechte is geweigerd, dat de klacht onzorgvuldig is afgehandeld en dat de behandelingsovereenkomst onterecht is beëindigd. De apotheker voert verweer. Het college verklaart de klacht gegrond. Volgens het college is de apotheker ernstig tekortgeschoten in de zorg die zij had moeten leveren. Van een apotheker mag een actievere en zorgvuldigere houding worden verwacht. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8181

    Ongegronde klacht tegen een (vaat)chirurg. Bij klager werd door middel van een endovasculaire operatie een stent geplaatst vanwege een aneurysma van de buikslagader. Na de operatie bleek dat sprake was van spinale ischemie, leidend tot een (incomplete) dwarslaesie. Klager verwijt de chirurg onder meer dat zij onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn familiaire voorgeschiedenis en dat hij onvoldoende is geïnformeerd over het risico op spinale ischemie/dwarslaesie.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8032

    Klacht tegen een tandarts. Klager had begin 2016 zijn eerste consult bij de orthodontist ter voorbereiding op een orthodontische behandeling. In maart 2020 werd bij hem vaste apparatuur geplaatst. In augustus 2022 plaatste de orthodontist een orthoimplantaat en in augustus 2024 bezocht klager voor het laatst de praktijk van de orthodontist voor een controleafspraak. Klager verwijt de orthodontist, samengevat, onvoldoende regievoering en gebrek in de communicatie. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8924

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster is behandeld door de tandarts vanwege pijnklachten en cariës. Klaagster verwijt de tandarts, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld en haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling. Ook verwijt klaagster de tandarts onvoldoende dossiervoering en onheuse bejegening. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de maatregel van een berisping op, omdat de tandarts op een aantal gebieden niet heeft voldaan aan de professionele standaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8534

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Klager is door de chirurg geopereerd aan een darmtumor. Enkele dagen na de operatie verslechterde de nierfunctie van klager, met blijvende nierinsufficiëntie als gevolg. Klager verwijt de chirurg in vier klachtonderdelen dat hij niet adequaat heeft gehandeld in het postoperatieve traject. Het college is het met de chirurg eens dat een milde achteruitgang in de nierfunctie zich normaliter herstelt door het toevoegen van een (vocht)infuus. De acute nierinsufficiëntie van klager was naar het oordeel van het college dan ook niet te voorzien. Het college kan zich vinden in het door de chirurg ingezette beleid toen bleek dat klagers toestandsbeeld was verslechterd en -even later- dat zijn nierfunctie drastisch was verslechterd. De chirurg heeft hier naar het oordeel van het college tijdig en adequaat gehandeld, door het infuus op te hogen, een CT-scan aan te (laten) vragen en later de internist in consult te vragen. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8235

    Klacht tegen gynaecoloog ongegrond. Gynaecoloog was goed op de hoogte van gezondheid van klaagster heeft dit meegewogen bij het bepalen van beleid. Geen sprake van onjuist behandelplan. De gynaecoloog had klaagster uitgebreider kunnen informeren over waarom een keizersnede niet de voorkeur had, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Informatieplicht niet geschonden. Medisch dossier voorzien van alle relevante gegevens.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8355

    “Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij haar beroepsgeheim, de AVG en de medische volmacht heeft geschonden en dat zij bij de zorgmelding over klager bij Veilig Thuis heeft gehandeld in strijd met de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld.Klacht deels gegrond, verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld door de stappen van het in de KNMG-meldcode opgenomen stappenplan niet of onvoldoende te volgen, berisping.”

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7406

    “Klacht tegen een huisarts, werkzaam bij een PI. Klager verwijt de inrichtingsarts dat hij hem zonder voorafgaand overleg en/of eigen onderzoek en ten onrechte arbeidsgeschikt heeft verklaard, hem niet heeft toegelaten tot het spreekuur en niet heeft gereageerd op brieven van zijn advocaat. Klacht ongegrond.”

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8445

    Kennelijk ongegronde klacht van mentor van de cliënte tegen verweerster, arts verstandelijk gehandicapten. De cliënte wordt behandeld door verweerster. De cliënte is bekend met het syndroom van Down en met dementie. Verweerster wordt verweten dat zij klaagster verkeerd heeft geplaatst in een woonzorginstelling. Ook wordt verweerster verweten dat de aan de cliënte toegekende zorgindicaties zijn ontnomen. Hierdoor krijgt de cliënte geen extra begeleiding meer en zijn de uitdagingen die de cliënte gewend was, volgens klager vervallen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8223

    Kennelijk ongegronde klacht tegen verweerder, arts verstandelijk gehandicapten. Klaagster, patiënte, verwijt verweerder dat hij klaagster niet goed heeft behandeld nadat klaagster hierom meermaals had verzocht. Klaagster verwijt verweerder meer concreet dat hij klaagster niet goed in de gaten heeft gehouden, geen mentale ondersteuning heeft geboden en geen extra medicatie heeft verstrekt. Ook verwijt klaagster verweerder dat hij geen akkoord heeft gegeven voor het volgen van een Acceptance-and-Commitment-therapie (ACT-therapie). Tot slot verwijt klaagster dat zij een reikwijdteverklaring in het kader van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd) heeft gekregen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8458

    Klacht tegen een arts in een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met de arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt van haar mentale toestand en dat er niet is gesproken over mogelijke alternatieven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8459

    Klacht tegen een verpleegkundige van een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met een arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. De verpleegkundige heeft klaagster ook gezien voorafgaand aan de ingreep. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt van haar mentale toestand en dat er niet is gesproken over mogelijke alternatieven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8441

    Klacht tegen een arts/medisch coördinator van een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met een andere arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. Klaagster verwijt de medisch coördinator dat het dossier onvolledig en onbetrouwbaar is en dat de abortuskliniek niet voldeed aan de wettelijke eisen die gelden voor het mogen uitvoeren van abortussen bij een zwangerschapsduur van meer dan dertien weken. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9026

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Het klaagschrift voldoet niet aan de krachtens de wet gestelde eisen. Het is onvoldoende duidelijk wat de huisarts (persoonlijk) wordt verweten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:45 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3022 Verzet

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de specialist ouderengeneeskunde bij wie zijn zus vanaf 2021 tot haar overlijden onder behandeling en in zorg was. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en daardoor verkeerde medicatie heeft toegediend. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager niet behoort tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 van de Wet BIG, zodat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Klager heeft vervolgens verzet ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich volledig aan bij de beslissing van de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege en verklaart het verzet van klager ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:46 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2804 Verzet

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS internist-oncoloog.De moeder van klaagster (patiënte) is, in het ziekenhuis waar de arts werkzaam was, behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is overleden. In de nacht dat de patiënte opgenomen werd op de SEH van een ander ziekenhuis heeft de arts aan dat ziekenhuis informatie gegeven over de prognose van de patiënte. Klaagster verwijt de arts dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt over de levensverwachting van patiënte, met als gevolg dat de patiënte is overleden, omdat zij geen medische behandeling meer kreeg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klaagster ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:47 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2802 Verzet

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een internist. De moeder van klaagster (patiënte) is behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is overleden. Klaagster verwijt de internist dat zij patiënte en klaagster heeft afgesnauwd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klaagster ingestelde verzet ongegrond.