Zoekresultaten 701-750 van de 1600 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8275
- Datum publicatie: 03-10-2025
- Datum uitspraak: 03-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:228
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. In de medische rapportage die is opgesteld door de verzekeringsarts in het kader van de bezwaarprocedure is opgenomen: “Komt allemaal wat gespeeld over, geen teken van ongemak.” Klager vindt dit onprofessioneel en kwetsend. De verzekeringsarts erkent dat de betreffende passage niet in de medische rapportage had mogen staan en licht toe dat dit een persoonlijke notitie aan haarzelf betrof. Zij heeft hiervoor haar excuses aan klager aangeboden. Het college is van oordeel dat dit moet worden beschouwd als een menselijke vergissing. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8312
- Datum publicatie: 03-10-2025
- Datum uitspraak: 03-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:229
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. In het kader van de verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart heeft de arts een medische keuring uitgevoerd bij klager. Klager verwijt de arts onder andere dat hij geen 100 meter heeft gelopen en de arts de afgelegde afstand niet heeft onderbouwd. De arts heeft met een uitdraai van Google Maps aangetoond dat de afstand meer dan honderd meter moet zijn geweest. Het college ziet geen reden om aan te nemen dat de bevindingen van Google Maps niet kloppen. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7999
- Datum publicatie: 02-10-2025
- Datum uitspraak: 26-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:110
Klacht tegen een arts (in opleiding tot bedrijfsarts) kennelijk ongegrond. Klaagster kwam meerdere keren op consult bij verweerster in verband met verzuimbegeleiding. Na de eerste afspraak constateerde verweerster dat er sprake was van een verstoorde arbeidsrelatie tussen klaagster en haar werkgever, en geen medische beperking in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter (WVP). Vervolgens stelde verweerster vast dat er wel een medische beperking was. Bij het laatste consult concludeerde verweerster dat de klachten van klaagster niet meer als medische beperking konden worden aangemerkt. Klaagster verwijt de arts onder andere dat zij onvoldoende informatie had het advies te komen, een verkeerde diagnose heeft gesteld, onjuiste rapportages heeft opgesteld en haar onheus heeft bejegend. Het college oordeelt dat er geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, zo zijn de keuzes van de arts navolgbaar en van onjuiste verslaglegging is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8280
- Datum publicatie: 02-10-2025
- Datum uitspraak: 26-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:111
Klager, verblijvende in een forensische psychiatrisch centrum, klaagt tegen een psychiater omdat hij het oneens is met de combinatie van medicatie die hem onder dwang wordt toegediend.Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Er was geen aanleiding om de dwangbehandeling te heroverwegen
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8146
- Datum publicatie: 02-10-2025
- Datum uitspraak: 26-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:112
Klaagster verwijt de huisarts het niet dan wel te laat, en deels onleesbaar, verstrekken van het medisch dossier van de overleden moeder van klaagster (hierna: patiënte), ondanks het daarover vermelde in haar levenstestament. Klaagster vindt verder dat het dossier niet volledig is en verwijt de huisarts dat door de huisarts niet is gereageerd op het verzoek wijzigingen in het medisch dossier van moeder aan te brengen. De huisarts erkent dat zij het dossier te laat heeft verstrekt en niet heeft gereageerd op het wijzigingsverzoek van klaagster. De huisarts betwist dat het dossier onvolledig is. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8148
- Datum publicatie: 02-10-2025
- Datum uitspraak: 26-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:113
Klaagster verwijt de huisarts dat in het medisch dossier van klaagsters overleden moeder door de huisarts gemaakte foto’s zouden ontbreken, dan wel zijn verwijderd. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7321
- Datum publicatie: 01-10-2025
- Datum uitspraak: 01-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:108
Klager klaagt erover dat een apotheker van een online-apotheek zonder uitleg met hem of overleg met een arts heeft vervangen door een ander medicijn en over het niet of onvoldoende verstrekken van zijn medisch dossier. Het college oordeelde dat de klacht kennelijk ongegrond is. De apotheker is namelijk niet de eindverantwoordelijke voor de communicatie over de medicijnverstrekking (dat is de gevestigd apotheker), en de patiënt had geen huisarts waarmee overleg mogelijk was. Het college overweegt daarbij wel dat een apotheker een client over een merkwissel dient te informeren. De apotheek heeft het medicatieoverzicht toegestuurd. Dat volstond. Een recept maakt geen deel uit van het medisch dossier van de apotheek. Klager heeft daarbij niet duidelijk gemaakt dat hij ook het originele recept wilde, dat bleek pas later, na het indienen van de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:224 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7797
- Datum publicatie: 26-09-2025
- Datum uitspraak: 26-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:224
Klacht tegen anesthesioloog over eenmalig contact tijdens afwezigheid van behandelend collega (zaaknummer A2024/7796). Klaagster stelt in dat gesprek niet ingestemd te hebben met Pulsed Radio Frequency behandeling, die later heeft plaatsgevonden, maar inhoud dossier wijst op het tegendeel. Onjuistheid in verslag over meegeven folder niet verwijtbaar, omdat klaagster de folder al eerder had ontvangen. Het (aanzienlijk) later toezenden van verslag aan huisarts van klager is onwenselijk, maar niet verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8077
- Datum publicatie: 26-09-2025
- Datum uitspraak: 26-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:225
Klacht tegen anesthesioloog die op de intensive care in de dagen voor het overlijden van de echtgenote van klager bij de behandeling betrokken was. Niet gebleken dat anesthesioloog zich daags voor het overlijden te positief heeft uitgelaten over herstelmogelijkheden. Niet ingegaan op vraag naar euthanasie, omdat dat geen optie was. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7796
- Datum publicatie: 26-09-2025
- Datum uitspraak: 26-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:223
Klachten over Pulsed Radio Frequency behandeling door anesthesioloog kennelijk ongegrond. Er was informed consent en klaagster heeft ook bij Time Out Procedure niet aangegeven dat zij de behandeling niet wilde. Geen aanknopingspunt dat behandeling onzorgvuldig was. Anesthesioloog had er goed aan gedaan nog eens met klaagster te bellen, maar nalaten niet verwijtbaar. Geen tekortkomingen in medisch dossier.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7932
- Datum publicatie: 25-09-2025
- Datum uitspraak: 19-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:108
kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten behoeve van psychodiagnostiek en behandeling verwezen naar de organisatie waar verweerster werkt. Verweerster was de regiebehandelaar. Klager is het met de inhoud en conclusie van het onderzoeksverslag niet eens.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8583
- Datum publicatie: 25-09-2025
- Datum uitspraak: 23-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:109
Klacht over behandeling van inmiddels overleden broer. De broer en klager waren bij dezelfde huisarts ingeschreven. De huisarts heeft aangevoerd dat er twijfel is of klager met de klacht de veronderstelde wil van zijn broer tot uitdrukking laat komen. De voorzitter verklaart klager niet-ontvankelijk en neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat klager in de klacht ook uitgebreid schrijft over zijn persoonlijke conflict met de huisarts en de beëindiging van zijn eigen behandelingsovereenkomst door de huisarts. Verder blijkt niet dat de patiënt op enig moment heeft aangegeven dat hij ontevreden was over de door de huisarts verleende zorg. De feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leiden tot de slotsom dat er twijfel is dat klager met het voeren van deze tuchtprocedure de wil van de overleden patiënt vertegenwoordigt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7933
- Datum publicatie: 25-09-2025
- Datum uitspraak: 19-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:107
kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klager. In die periode zijn ook zorgmachtigingen aangevraagd en verkregen. Klager is het daar niet mee eens.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8164
- Datum publicatie: 24-09-2025
- Datum uitspraak: 24-09-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:107
Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De echtgenote van de overleden patiënt verwijt verweerster dat zij zonder adequaat overleg, zorgvuldig patiëntgericht handelen en respect voor de patiënt zijn reanimatiestatus heeft gewijzigd en ten onrechte heeft vermeld dat dit op verzoek van patiënt en familie was. Het college: verweerster kon besluiten dat reanimeren medisch zinloos zou zijn en de behandelbeperking “niet reanimeren” in het dossier vastleggen. Daarvoor is geen overleg met patiënt en/of familie vereist. Partijen verschillen van mening over de wijze van communicatie, zodat niet kan worden vastgesteld dat verweerster op dat punt klachtwaardig heeft gehandeld. Het aanvinken van het hokje “Beleid besproken met … op verzoek van patiënt” is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat het technisch niet mogelijk was om het akkoord met het besluit op een andere manier tot uitdrukking te brengen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2706
- Datum publicatie: 22-09-2025
- Datum uitspraak: 22-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:152
Klacht tegen een internist-oncoloog. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. Nadat klaagster eind januari 2021 is geopereerd, heeft het multidisciplinaire behandelteam klaagster radiotherapie en chemotherapie geadviseerd. Voor de chemotherapie is klaagster verwezen naar de internist. Klaagster verwijt de internist dat hij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2572
- Datum publicatie: 22-09-2025
- Datum uitspraak: 22-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:153
Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2573
- Datum publicatie: 22-09-2025
- Datum uitspraak: 22-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:154
Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2663
- Datum publicatie: 22-09-2025
- Datum uitspraak: 22-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:155
Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een arts die destijds als arts (niet in opleiding tot specialist) en nog maar kort werkzaam was op de afdeling van het ziekenhuis. De klacht gaat onder meer over onvoldoende lichamelijk onderzoek, het niet stellen van een differentiaal diagnose, het kiezen van een expectatief beleid en het voorschrijven van slaapmedicatie. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht ziet op handelen of nalaten vóór 6 maart 2014 en de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het door klagers ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2705
- Datum publicatie: 22-09-2025
- Datum uitspraak: 22-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:151
Klacht tegen een chirurg. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. de chirurg heeft klaagster eind januari 2021 geopereerd. Begin februari 2021 heeft een nabespreking plaatsgevonden. De chirurg heeft klaagster medegedeeld dat zij – in samenspraak met het multidisciplinaire behandelteam – radiotherapie en chemotherapie adviseerde, waarna klaagster is verwezen naar de radiotherapeut en de internist. Klaagster verwijt de chirurg dat zij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Klaagster verwijt de chirurg ook dat het medisch dossier fouten bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8173
- Datum publicatie: 18-09-2025
- Datum uitspraak: 15-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:101
Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Klager heeft een MRI-scan laten verrichten bij een diagnostisch centrum. Verweerder beoordeelt als zelfstandig gevestigd radioloog in opdracht van dit diagnostisch centrum MRI-scans. In die hoedanigheid heeft hij ook de MRI-scan van klager beoordeeld. Klager maakt de radioloog meerdere verwijten over deze beoordeling.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8172
- Datum publicatie: 18-09-2025
- Datum uitspraak: 15-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:102
Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8153
- Datum publicatie: 18-09-2025
- Datum uitspraak: 15-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:103
Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klager is vijftien jaar patiënt geweest van de huisarts. Voordat klager zich heeft uitgeschreven uit de praktijk van de huisarts, is hij veelvuldig op consult geweest, onder meer vanwege cognitieve klachten en tremoren en later ook vanwege een zwelling ter plaatse van zijn borstbeen. Klager maakt de huisarts uiteenlopende verwijten over de wijze waarop hij heeft gehandeld ten aanzien van deze klachten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8171
- Datum publicatie: 18-09-2025
- Datum uitspraak: 15-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:104
Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7867
- Datum publicatie: 18-09-2025
- Datum uitspraak: 12-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:105
Klacht tegen een arts werkzaam op de afdeling dermatologie kennelijk ongegrond. Klaagster werd verwezen in verband met huidklachten en kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag) kon klaagster terugkomen. Klaagster nam een paar maanden daarna contact op en werd vervolgens door verweerster op consult voor een herbeoordeling gezien. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan. Het college oordeelt dat er op dat moment geen reden was voor aanvullende diagnostiek en verweerster verder ook geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8213
- Datum publicatie: 18-09-2025
- Datum uitspraak: 12-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:106
Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager verblijft op basis van een opgelegde tbs met dwangverpleging in een tbs-kliniek. De psychiater is als behandelend psychiater betrokken bij de behandeling. Klager is het niet eens met het besluit over te gaan tot een gedwongen behandeling met medicatie (ook wel a-dwangbehandeling). Het college oordeelt dat de psychiater uitgebreid en zorgvuldig onderbouwd heeft waarom een dwangbehandeling volgens hem noodzakelijk was en waarom is voldaan aan de voorwaarden van doelmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit. De psychiater kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8174
- Datum publicatie: 18-09-2025
- Datum uitspraak: 15-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:100
Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. Klager is door de huisarts naar de internist verwezen vanwege een zwelling op zijn borstbeen. De internist heeft onderzoek verricht. Daarna heeft de internist klager op zijn verzoek verwezen naar een ander ziekenhuis voor een second opinion. Klager maakt de internist verschillende verwijten over onder meer haar onderzoek, bevindingen, verwijzing en bejegening.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8175
- Datum publicatie: 18-09-2025
- Datum uitspraak: 15-09-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:99
Klacht tegen oncologisch chirurg kennelijk ongegrond. Klager is door de huisarts naar de internist verwezen vanwege een zwelling op zijn borstbeen. Nadat deze onderzoek had verricht en haar bevindingen met klager had besproken, heeft de internist klager op zijn verzoek verwezen naar een expertisecentrum van een ander ziekenhuis. Hier heeft de oncologisch chirurg klager gezien en onderzoek verricht. Klager maakt de oncologisch chirurg uiteenlopende verwijten over onder meer het door haar verrichte onderzoek en haar bevindingen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7810
- Datum publicatie: 15-09-2025
- Datum uitspraak: 15-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:222
Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en een onjuist dossier heeft opgesteld. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut onvoldoende oog heeft gehad voor de ernstige gele vlaggen (psychosociale factoren die herstel kunnen belemmeren) bij klager. De gestelde diagnose is wetenschappelijk omstreden en past daarmee niet binnen het domein van de reguliere fysiotherapie. Daar komt bij dat de fysiotherapeut de nek veel langer heeft behandeld dan voorgeschreven in de toepasselijke richtlijn: de KNGF-richtlijn Nekpijn. De klacht over de dossiervoering is ongegrond. Gedeeltelijk gegrond. Beslissing met publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2513
- Datum publicatie: 11-09-2025
- Datum uitspraak: 10-09-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:150
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klagers is begin 2021 door suïcide overleden. Hij was bekend met depressieve klachten. Klagers stellen dat de huisarts hun zoon in de periode voorafgaand aan de suïcide adequate hulp en medische behandeling heeft onthouden en hem ten onrechte niet naar de specialistische GGZ heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7476
- Datum publicatie: 03-09-2025
- Datum uitspraak: 03-09-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:104
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Patiënte klaagt onder meer over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling en eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Intensief behandeltraject met meerdere opnames, poliklinische contacten en ECT-behandeling. Een continu proces waarin diagnostiek plaatsvond. Zorgvuldig psychiatrisch onderzoek. Multidisciplinaire richtlijn Depressie. ECT-behandeling niet te snel gestart. Voldoende ingespannen voor passende nazorg. Beëindiging behandelingsovereenkomst. Geen medische indicatie meer voor voortzetten van de behandeling. Behandel- en begeleidingsmogelijkheden waren uitgeput. Gewichtige reden volgens KNMG-Richtlijn ‘Niet aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7477
- Datum publicatie: 03-09-2025
- Datum uitspraak: 03-09-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:105
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen verpleegkundige. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling en eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Geen behandelrelatie. Verweerder heeft niet gehandeld in zijn hoedanigheid van verpleegkundige. Geen weerslag op de individuele gezondheidszorg. Het handelen kan niet worden getoetst aan de eerste en tweede tuchtnorm.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7239
- Datum publicatie: 03-09-2025
- Datum uitspraak: 03-09-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:106
Verweerster, huisarts werkzaam in PI, wordt verweten dat zij in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende professionele standaard door geen/niet tijdig een diagnose te stellen, te lang af te wachten en klager niet serieus te nemen nadat hij met zijn hoofd op de wasbak is gevallen en aanhoudende klachten had. Ook wordt de huisarts verweten dat zij klager niet voldoende heeft geïnformeerd en er geen sprake is geweest van informed consent. Het college overweegt dat het door de huisarts ingezette beleid passend en toereikend was. Geen sprake van onvoldoende zorg, informatievoorziening of onjuiste behandeling. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8100
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:218
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7790
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:219
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verbleef van 2013 tot 2017 in een specialistisch verpleeghuis. Klager is eenmaal bij de arts, destijds huisarts, op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Het college stelt vast dat de arts klager voldoende en zorgvuldig heeft onderzocht. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:220 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7789
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:220
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een huisarts. Er is een periodevan meer dan tien jaren verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. Het college bespreekt daarom de klacht niet verder inhoudelijk en beslist dat klager niet-ontvankelijk is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8189
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het college oordeelt dat de huisarts op goede gronden heeft voorgesteld het plekje te verwijderen en het plekje ook op de juiste wijze heeft verwijderd. Littekenvorming is inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de persoon zelf. Een huisarts hoeft bij een verdenking op een goedaardige tumor in beginsel niet door te verwijzen naar een specialist. Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te verwijderen en het weefsel op te sturen voor verder onderzoek. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7979
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7975
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:98
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. De moeder van klaagster (patiënte) was onder behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het college oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7373
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:99
Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met een waarnemend arts. Zij en haar echtgenoot (klager) verwijten haar onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het college oordeelt dat klager in een aantal klachtonderdelen niet kan worden ontvangen omdat hij daarbij geen direct belang heeft. Behandeling en doorverwijzing zijn volgens de regels. Het college acht de informatie in de verwijsbrief aan de KNO-arts, met uitzondering van een per vergissing opgenomen notitie van een telefoongesprek met klager, relevant en noodzakelijk. De klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7757
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:100
Onder supervisie van een bedrijfsarts werkende arts heeft klager tweemaal op een consult ontvangen tijdens een eerder door het college opgelegde schorsing. Van deze consulten heeft hij ook een terugkoppeling gegeven aan de werkgever. Klacht gegrond. Verweerder heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen. Maatregel doorhaling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2653
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:146
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het beroep van de arts tegen die beslissing slaagt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b alsnog ongegrond, hetgeen meebrengt dat de in eerste aanleg oplegde maatregel komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7157
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:101
Klaagster klaagt tegen de eerdere huisarts van haar tweelingzus omdat deze medische gegevens over haar, die per abuis in het dossier van haar tweelingzus zijn opgenomen, zonder haar toestemming uit dit dossier heeft verwijderd en in een apart dossier heeft geplaatst. Ook klaagt zij erover dat hij geen contact met haar heeft opgenomen en niet heeft gereageerd op een mail van haar. Het college oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat het verweerder is die de gegevens heeft verwijderd en een nieuw dossier heeft aangemaakt. Ook is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder geen contact opnam of niet reageerde op de e-mail, aangezien hij geen behandelaar van klaagster was en de behandelrelatie met haar zus al was beëindigd en er geen medische noodzaak bestond op de e-mail te reageren. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2691
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:147
.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7779
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:102
Klacht tegen arts in opleiding tot longarts. De echtgenoot van klaagster had longkanker. Klaagster verwijt verweerder dat kort na de behandeling met chemotherapie en bestraling, tegen zijn wens in en zonder controle van zijn eiwitwaardes, is gestart met immuuntherapie, waarna hij een maand later snel achteruit is gegaan en is overleden. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2654
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:148
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de klachtonderdelen a, c en d. Het beroep heeft tot doel dat die klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7541
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:103
Klacht tegen specialist longgeneeskunde. De echtgenoot van klaagster had longkanker. Klaagster verwijt verweerder dat kort na de behandeling met chemotherapie en bestraling, tegen zijn wens in en zonder controle van zijn eiwitwaardes, is gestart met immuuntherapie, waarna hij een maand later snel achteruit is gegaan en is overleden. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2648
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:149
Kopje: Deels gegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De orthopedagoog-generalist heeft een psychodiagnostisch onderzoek uitgevoerd bij de dochter van klaagster. Na het afronden van het psychodiagnostisch onderzoek is de begeleiding van de dochter voortgezet door een collega van de orthopedagoog-generalist terwijl de orthopedagoog-generalist gesprekken met de ouders voerde. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij onprofessioneel heeft gehandeld, onvoldoende regie heeft gehouden en onterecht een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de orthopedagoog-generalist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is – anders dan het Regionaal Tuchtcollege – van oordeel dat de orthopedagoog-generalist in dit geval de stappen uit de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ niet voldoende zorgvuldig heeft doorlopen, alvorens de melding bij Veilig Thuis te doen. Stap 3: ‘Gesprek met de betrokkenen’ is door de orthopedagoog-generalist overgeslagen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de orthopedagoog-generalist een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2657
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:144
Klacht tegen longarts. Klager kwam medio 2023 bij de longarts op verdenking van longkanker. De longartsarts voerde diverse onderzoeken uit, waaronder lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. De uitslagen van deze onderzoeken wezen uit dat sprake was van verdenking van een longabces in plaats van longkanker. Klager kwam twee weken later bij de longarts om de uitslagen van de onderzoeken te bespreken. In de brief aan de huisarts schreef de longarts onder meer dat hij lichamelijk onderzoek had verricht. Klager verwijt de longarts dat hij, anders dan in deze brief staat, geen lichamelijk onderzoek heeft verricht en dat het daarnaast niet tot de competenties van de longarts behoort een gebit te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de longarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2867
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:145
Wrakingsverzoek gericht tegen twee leden-beroepsgenoten. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8013
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:211
Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater was ten tijde van de gedragingen die tot deze klacht leidden, werkzaam als geneesheer-directeur/psychiater. In 2022 vroeg de psychiater een collega een medische verklaring op te stellen voor zijn zoon. Hiermee wilde hij voorkomen dat de zoon hoge opleidingskosten moest betalen. In 2024 stelde de psychiater – ook om onder diezelfde hoge opleidingskosten uit te komen – zelf op briefpapier van zijn werkgever een valse medische verklaring op voor zijn zoon. Hierbij heeft hij de naam en handtekening van de eerder betrokken collega – zonder haar medeweten of toestemming – onder de verklaring gezet. De psychiater heeft de collega kort daarna gevraagd om – indien nodig – tegenover de schuldeisende instantie te bevestigen dat zij de medische verklaring had opgesteld. De psychiater heeft de klacht volledig onderkend. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt een schorsing op van één jaar, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.