Zoekresultaten 651-700 van de 1713 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:283 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8203
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:283
Deels gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater in de kern dat de behandeling kwalitatief onvoldoende was, dat hij haar aan haar lot heeft overgelaten en de ernst van haar klachten heeft onderschat. De psychiater stelt dat op sommige punten ruimte voor enige verbetering was, maar dat hem geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Het college overweegt dat klaagster zowel arts als patiënt was en dat die dubbele rol ingewikkeld kan zijn. Ook bij gezamenlijke besluitvorming had de psychiater zich er bewust van moeten zijn dat de ziekte van klaagster haar beoordelingsvermogen kon beïnvloeden. Dat betekent dat de psychiater er niet zonder meer en niet gedurende een lange periode vanuit kon gaan dat het goed met klaagster ging, zonder haar te zien. Ook in verband met de voorgeschreven medicatie was het nodig om klaagster regelmatig te zien. Klachtonderdelen a en b zijn gegrond. Dat de psychiater vanwege ontstane klachten na het gebruik van medicatie aan een neurologische oorzaak voor de klachten had moeten denken en klaagster eerder dan eind 2020 had moeten verwijzen, kan het college niet vaststellen. Klachtonderdeel c is ongegrond. Klachtonderdeel d, gebrek aan professionaliteit, is deels gegrond voor zoverre het verwijt is dat er te weinig regie en sturing vanuit de psychiater was en dat de psychiater niets heeft gedaan met noodkreten van familie en vrienden van klaagster. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:284 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8226
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:284
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat hij een rol heeft gespeeld in het faciliteren van labonderzoeken voor zijn broer tevens ex-echtgenoot, die de testresultaten vervolgens gebruikte in een familierechtelijke procedure. Omdat de resultaten onbruikbaar bleken, liep de procedure vertraging op. Dat zorgde voor stress bij klaagster en haar kinderen. Het college oordeelt dat klaagster niet als rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG kan worden aangemerkt.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:280 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8614
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:280
Klager uit een veelvoud aan forse, niet onderbouwde en onbegrijpelijke beschuldigingen tegen een oogarts en wordt wegens misbruik van tuchtrecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7595
- Datum publicatie: 27-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:154
Klacht tegen een GZ-psycholoog grotendeels gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster is lange tijd onder multidisciplinaire behandeling geweest voor haar psychische klachten. Verweerster was gedurende een deel van deze behandeling als regiebehandelaar hierbij betrokken. Klaagster maakt verweerster verschillende verwijten: ten onrechte behandeling beëindigen, onzorgvuldige besluitvorming, niet opstellen behandelplan, verstrekken onjuiste informatie, onheuse bejegening en geen nazorg bieden. Het college oordeelt dat verweerster tekortgeschoten is in de zorg die ze jegens klaagster diende te betrachten door onvoldoende regie te voeren over de behandeling van klaagster en het toewerken naar een zorgvuldige afsluiting en overdracht van de behandeling van klaagster. Het college heeft echter ook oog voor de complexe context waarbij sprake was van een lange wachtlijst, de zwangerschap van klaagster, wisseling van bij klaagster betrokken collega’s en rolverwarring. Het college is ervan overtuigd geraakt dat verweerster lering heeft getrokken uit de gebeurtenissen. Waarschuwing onder deze omstandigheden passend.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2585
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:191
Klager heeft op 3 januari 2022 een ooglaserbehandeling ondergaan. Hij heeft twee maanden daarna last gekregen van droge ogen en pijn. Hij is ontevreden over het vooronderzoek, de informatievoorziening, de nazorg en (de verstrekking van) de verslaglegging. Ook klaagt hij over de behandeling door een niet-BIG-geregistreerde zorgverlener. Klager verwijt verweerder kort gezegd dat hij, al dan niet als medisch directeur, niet heeft gehandeld in overeenstemming met de verantwoordelijkheid die voor hem voortvloeit uit artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek (BW). Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in een deel van de klacht niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat klager wél ontvankelijk is in klachtonderdeel d) i. Het Centraal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel vervolgens ongegrond. Voor het overige sluit het Centraal Tuchtcollege zich volledig aan bij de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en wordt het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2586
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:192
Klager heeft op 3 januari 2022 een ooglaserbehandeling ondergaan. De ingreep is uitgevoerd door een in het buitenland opgeleide arts onder supervisie van de oogarts. Na de ingreep heeft klager last gekregen van droge ogen en pijn. Volgens klager is het vooronderzoek niet juist uitgevoerd, waardoor niet duidelijk is geworden dat hij in een risicogroep viel en de operatie ten onrechte is uitgevoerd. Verder is hij ontevreden over de informatie die hij voor de operatie heeft ontvangen. De risico’s zijn daarin te rooskleurig weergegeven, als gevolg waarvan hij geen weloverwogen keuze heeft kunnen maken. Verder verwijt hij de oogarts dat zij opdracht heeft gegeven aan een onbevoegd en onbekwaam persoon om de ingreep uit te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft twee klachtonderdelen gegrond verklaard en ter zake daarvan aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7669
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:134
Ongegronde klacht. Verweerder, bedrijfsarts, wordt verweten zonder basisovereenkomst tussen de arbodienst en de werkgever van klager een verzuimconsult te hebben gehouden. Er heeft geen verzuimconsult en geen vrijwillig consult in het kader van arbeidsomstandigheden plaatsgevonden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:193
De zaak is aangehouden.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7641
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:135
Deels gegronde klacht met waarschuwing. Verweerder, bedrijfsarts, wordt door werknemer verweten dat verweerder onbevoegd een verzuimconsult heeft gehouden zonder basisovereenkomst tussen de arbodienst en de werkgever van klager. Ook wordt verweerder verweten een onjuiste verklaring en onvoldoende informatie over het type consult (arbeidsomstandigheden- of verzuimconsult) te hebben gegeven. Tot slot wordt verweerder verweten dat hij partijdig was en onvoldoende zorg en een onjuiste behandeling zou hebben gegeven, zonder klager te wijzen op het correctierecht en zonder klager inzage te verlenen in de basisovereenkomst.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:194
De zaak is aangehouden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:277 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8065
- Datum publicatie: 25-11-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:277
Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De 7-jarige dochter van klaagster kwam onder behandeling bij de orthopedagoog-generalist vanwege angstklachten. Tijdens het intakegesprek kwam verder naar voren dat er spanningen waren tussen klaagster en haar partner en dat zij gingen scheiden. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist met name dat zij zich niet neutraal heeft opgesteld ten opzichte van klaagster en haar partner en dat het dossier niet op orde is.Het college oordeelt als volgt. Uit het dossier wordt duidelijk dat er sprake was van een complexe scheidingssituatie waarbij de orthopedagoog-generalist in een ingewikkelde positie terecht is gekomen. Uit het dossier blijkt dat de beide moeders bij voortduring afzonderlijk van elkaar hun kant van het verhaal met (uitsluitend) de orthopedagoog-generalist deelden, terwijl de orthopedagoog-generalist hen uitdrukkelijk had gevraagd om informatie ook onderling met elkaar te delen. Naar het oordeel van het college kan niet worden vastgesteld dat de orthopedagoog-generalist zich ten opzichte van de moeders niet neutraal zou hebben opgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:278 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7770
- Datum publicatie: 25-11-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:278
Deels gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager, geboren in februari 2007, is na psychische problemen door de overgang van de lagere naar de middelbare school in april 2021 aangemeld bij de organisatie waar de psycholoog werkzaam is. Namens klager is onder andere aangevoerd dat de behandeling niet goed is verlopen omdat de gz-psycholoog te weinig regie heeft genomen.Het college oordeelt als volgt. Op basis van de informatie waarover het college in deze zaak beschikt is de gz-psycholoog te veel op de achtergrond gebleven. Hierdoor heeft de gz-psycholoog niet gezien dat de communicatie tussen de uitvoerend behandelaar en de moeder van klager niet optimaal verliep. Evenmin is door de gz-psycholoog gesignaleerd dat er het eerste jaar van de behandeling geen contact plaatsvond met de school van klager, terwijl de behandeling mede door de school was geïnitieerd. De gz-psycholoog had in haar rol van regiebehandelaar niet de plicht om die afspraken bij te wonen en al helemaal niet om die afspraken te plannen, maar ze had wel moeten zien dat de afspraken niet plaatsvonden en had daarover overleg moeten voeren met de uitvoerend behandelaar. De rest van de klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:279 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7872
- Datum publicatie: 25-11-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:279
Deels gegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. Klager, geboren in februari 2007, is na psychische problemen door de overgang van de lagere naar de middelbare school in april 2021 aangemeld bij de organisatie waar de psycholoog werkzaam is. Namens klager is onder andere aangevoerd dat de behandeling niet goed is verlopen omdat de orthopedagoog-generalist te weinig regie heeft genomen.Het college oordeelt als volgt. Op basis van de informatie waarover het college in deze zaak beschikt is de orthopedagoog-generalist te veel op de achtergrond gebleven. Hierdoor heeft de orthopedagoog-generalist niet gezien dat de communicatie tussen de uitvoerend behandelaar en de moeder van klager niet optimaal verliep. Evenmin is door de orthopedagoog-generalist gesignaleerd dat er het eerste jaar van de behandeling geen contact plaatsvond met de school van klager, terwijl de behandeling mede door de school was geïnitieerd. De orthopedagoog-generalist had in haar rol van regiebehandelaar niet de plicht om die afspraken bij te wonen en al helemaal niet om die afspraken te plannen, maar ze had wel moeten zien dat de afspraken niet plaatsvonden en had daarover overleg moeten voeren met de uitvoerend behandelaar. De rest van de klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2504
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:190
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had dienst op de huisartsenpost. Het dochtertje van klaagster, had hoge koorts. Klaagster nam contact op met de huisartsenpost. De triagiste heeft de huisarts gevraagd om via de beeldbellen te beoordelen of er bij het dochtertje sprake was van sufheid. De huisarts vond dat er sprake was van een ziek meisje, maar dat er geen sprake was van sufheid bij een ernstig ziek kind. De triagiste heeft daarop de urgentie van U3 (er is een reële kans op lichamelijke schade op korte termijn, patiënt binnen enkele uren laten beoordelen) naar U5 (er is geen kans op schade op korte termijn, beoordeling door een arts is niet nodig of kan wachten) gebracht. Het dochtertje is drie dagen later overleden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar dochtertje niet adequaat heeft beoordeeld en behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat dat de beoordeling door de huisarts via beeldbellen, waarbij alleen kortstondig een beeld van het kind te zien is, de informatie die de triagiste in het triagegesprek van klaagster had gekregen en die door de huisarts was gelezen, niet had mogen overrulen. Het kortstondig kijken naar het beeld had er aldus niet toe mogen leiden dat de urgentie werd afgeschaald van U3 naar U5. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7464
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:155
Klacht tegen een GZ-psycholoog deels gegrond. Maatregel: berisping. Klager en zijn ex-vrouw hebben twee kinderen. Op enig moment is de – op dat moment 15-jarige – dochter van klager in behandeling gekomen bij verweerster. Gedurende de behandeling heeft verweerster, vanwege zorgen over de situatie van de dochter in de thuissituatie bij klagers (vader en zijn nieuwe partner), een melding bij Veilig Thuis gedaan. De klacht heeft onder meer betrekking op de behandeling van klagers (stief)dochter en de Veilig Thuis melding. Het college komt tot het oordeel dat klagers deels ontvankelijk zijn in hun klacht en voor dat gedeelte de klacht gegrond is. Voor het overige worden klagers niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. Het college oordeelt dat verweerster door de wijze waarop en de aard van de gegronde verwijten ernstig is tekortgeschoten in haar verplichtingen als zorgverlener. Daarbij heeft het college de indruk gekregen dat verweerster zich niet voldoende bewust is geweest van de vereiste afwegingen en stappen en te snel – hoe goed bedoeld mogelijk ook – is overgegaan tot het doen van een VT-melding. Ook werden in het behandelplan op een gegeven moment andere doelen opgenomen, waar niet over is gecommuniceerd en klager onvoldoende bij werd betrokken. Berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2961 VZ
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:189
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verblijft in een TBS-kliniek. De klacht gaat over de behandeling van klager in deze kliniek. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat klager al twee klachten tegen dezelfde zorgverlener heeft ingediend en hij niet duidelijk heeft gemaakt waarin de nieuwe klacht van de eerdere klachten verschilt. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:275 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8349
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:275
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager klaagt namens zichtzelf en zijn inmiddels overleden vrouw die aan de ziekte van Alzheimer leed. Het college oordeelt dat de tandarts niet het verwijt kan worden gemaakt dat zij het welzijn van de patiënte uit het oog heeft verloren door het niet plaatsen van de kroon. Er is tijdig en adequaat gereageerd op de zorgvraag. Het beleid van de nieuwe tandarts afwachten was een verantwoord advies, temeer omdat informed consent voor de door de tandarts voorgestelde behandeling ontbrak. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat klager buitenspel is gezet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:276 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8351
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:276
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager klaagt namens zichtzelf en zijn inmiddels overleden vrouw die aan de ziekte van Alzheimer leed. Het college oordeelt dat de tandarts niet het verwijt kan worden gemaakt dat hij het welzijn van de patiënte uit het oog heeft verloren door het niet plaatsen van de kroon. Er is tijdig en adequaat gereageerd op de zorgvraag. Een afwachtend beleid was verantwoord. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat klager buitenspel is gezet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:274 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8264
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:274
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De vulling die door de tandarts is gezet, is volgens het college niet volgens de professionele standaard uitgevoerd. Daarnaast was zij ten onrechte niet aangesloten bij een klachtenregeling op grond van de Wkkgz. Zij heeft voorts onvoldoende blijk gegeven van zelfinzicht. Klacht grotendeels gegrond verklaard, berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8284
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:152
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager verwijt de arts in de penitentiaire inrichting dat hij heeft nagelaten een juiste behandeling in te zetten voor zijn rugklachten. Daarnaast verwijt klager de arts dat hij ten onrechte niet is doorverwezen. Het college is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld conform de professionele standaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2764
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:184
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8281
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:153
Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verwijt de tandarts in de penitentiaire inrichting (PI) dat zij klagers pijnklachten niet serieus neemt, een doorverwijzing naar zijn eigen tandarts heeft afgewezen en geen structurele oplossing voor zijn gebitsproblemen biedt. Het college overweegt dat de tandarts adequaat heeft gereageerd op de hulpvraag van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2765
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:185
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2766
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:186
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door haar aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van haar verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7677
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:149
Klacht tegen een GZ-psycholoog deels gegrond. Geen maatregel. Verweerster was als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klaagsters psychische klachten die waren ontstaan na de geboorte van de zoon van klagers. Hierbij is onder meer gesproken over de spanningen tussen klagers. Uiteindelijk is de behandeling op verzoek van klaagster gestopt. Vlak na beëindiging van de behandeling heeft verweerster een melding gemaakt bij Veilig Thuis in verband met zorgen over de veiligheid van hun zoon. Klagers maken verweerster diverse verwijten over de melding. Het college besluit geen maatregel op te leggen ondanks het deels gegrond verklaren van een klachtonderdeel. Het feit dat verweerster alvorens het doen van de melding bij VT niet eerst contact heeft gezocht met klager en hem heeft uitgenodigd voor een gesprek is in deze zaak van onvoldoende gewicht om tot oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel over te gaan. Het gaat om een relatief geringe tekortkoming bij een overigens verder (inhoudelijk) zorgvuldige doorlopen procedure. Daarbij komt dat het afhouden van contact door klagers de situatie extra lastig maakte.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2767
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:187
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door haar aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van haar verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2768
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:188
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van hem verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7769
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:150
Ongegronde klacht tegen de chirurg die betrokken was bij de zorg aan de overleden echtgenote van klager. De klacht gaat onder meer over de vraag of de chirurg klager en zijn echtgenote al dan niet volledig en tijdig heeft geïnformeerd over mogelijke diagnoses (waaronder kanker) en of er – aan de chirurg te wijten - onnodige vertraging is opgetreden in het proces dat uiteindelijk leidde tot de diagnose cholangiocarcinoom.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2504
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:182
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had dienst op de huisartsenpost. Het dochtertje van klaagster, had hoge koorts. Klaagster nam contact op met de huisartsenpost. De triagiste heeft de huisarts gevraagd om via de beeldbellen te beoordelen of er bij het dochtertje sprake was van sufheid. De huisarts vond dat er sprake was van een ziek meisje, maar dat er geen sprake was van sufheid bij een ernstig ziek kind. De triagiste heeft daarop de urgentie van U3 (er is een reële kans op lichamelijke schade op korte termijn, patiënt binnen enkele uren laten beoordelen) naar U5 (er is geen kans op schade op korte termijn, beoordeling door een arts is niet nodig of kan wachten) gebracht. Het dochtertje is drie dagen later overleden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar dochtertje niet adequaat heeft beoordeeld en behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat dat de beoordeling door de huisarts via beeldbellen, waarbij alleen kortstondig een beeld van het kind te zien is, de informatie die de triagiste in het triagegesprek van klaagster had gekregen en die door de huisarts was gelezen, niet had mogen overrulen. Het kortstondig kijken naar het beeld had er aldus niet toe mogen leiden dat de urgentie werd afgeschaald van U3 naar U5. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8400
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:151
Klacht tegen een vaatchirurg kennelijk ongegrond. Klager kwam op de Spoedeisende Hulp in verband met pijn in zijn linkervoet. Klager had reeds diverse medische klachten, en de wond herstelde onvoldoende. Uiteindelijk werd besloten tot een onderbeenamputatie. Klager verwijt de vaatchirurg, samengevat, dat hij ten onrechte zijn gehele onderbeen heeft geamputeerd. Het college oordeelt, samengevat, dat de vaatchirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en ook niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de definitieve plaats waar de amputatie uiteindelijk door de operateur is bepaald.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2665 en C2024/2666
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:183
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg is directeur-eigenaar van een kliniek. Klaagster heeft zich in deze kliniek door een collega van de plastisch chirurg laten opereren aan de hals- en kaaklijn. Klaagster was niet tevreden over het resultaat van deze ingreep, waarna een tweede operatie is ingepland. Een dag voor deze tweede operatie heeft een gesprek tussen klaagster en de plastisch chirurg plaatsgevonden, waarbij de eerder voorgestelde (tweede) behandeling is aangepast. De volgende dag is de operatie uitgevoerd door de collega-plastisch chirurg. Klaagster maakt de plastisch chirurg verschillende verwijten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel over het niet geven van bedenktijd gegrond verklaard en aan de plastisch chirurg een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster en het door de plastisch chirurg ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7699
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:132
Een patiënte klaagt erover dat haar huisarts haar hulpvraag niet beantwoordde en zonder toestemming medische informatie met een collega deelde. Het tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het gesprek kon door het gedrag van de patiënte niet goed verlopen en het delen van informatie met een collega binnen een praktijk met wie een vervolgconsult is gepland, is toegestaan.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024-7587
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:126
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie. Geen reden om van de reeds gestelde diagnose af te wijken. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7585
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:133
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie. Geen reden om van de reeds gestelde diagnose af te wijken. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7320
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:127
Klager verwijt de huisarts van zijn overleden moeder dat zij een blaasontsteking niet heeft herkend en behandeld, onterecht zware medicatie heeft voorgeschreven en haar niet heeft bezocht in het weekend voor haar overlijden. Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld. Zij volgde de geldende richtlijnen bij het urineonderzoek; er was geen blaasontsteking. De medicatie paste bij de palliatieve fase waarin de moeder verkeerde. De huisarts hoefde in het weekend niet bereikbaar te zijn, maar had wel 24-uurszorg geregeld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7592
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:128
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie en het inschakelen van de politie om klager dwangmedicatie toe te dienen. Geen reden om van de reeds gestelde diagnose af te wijken. Zorgvuldig medicatiebeleid. Medicatie is passend bij de diagnose en conform de richtlijnen voorgeschreven.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7670
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:129
Een patiënte klaagt over een huisarts omdat hij volgens haar zonder haar toestemming medische informatie met haar vaste huisarts heeft gedeeld en haar hulpvraag niet heeft beantwoord. Het tuchtcollege oordeelt dat niet deze huisarts informatie over patiënte heeft gedeeld maar de vaste huisarts. Het antwoord van de huisarts op haar hulpvraag was toereikend. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7589
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:130
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het opstellen van een onjuiste rapportage. Procedure zorgmachtiging verplichte zorg. Niet kan worden vastgesteld dat de door de psychiater opgestelde medische verklaring onjuist zou zijn. Rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7725
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:131
Klaagster klaagt over een huisarts in opleiding die haar dochter die oorpijn en koorts had ten onrechte niet heeft verwezen naar een kinderarts en dochter uiteindelijk een hersenvliesontsteking bleek te hebben. Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld: hij heeft het kind goed onderzocht en twee keer met een kinderarts overlegd en diens advies om antibiotica (te proberen) toe te dienen opgevolgd. Op dat moment waren er geen aanwijzingen die konden duiden op een hersenvliesontsteking. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:269 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7817
- Datum publicatie: 18-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:269
Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is langdurig in behandeling geweest bij (de praktijk van) de huisarts. Zij verwijt de huisarts haar geen bloeddrukverlagende medicijnen te hebben voorgeschreven. Klaagster heeft een herseninfarct gekregen, dat met het gebruik van bloeddrukverlagers wellicht had kunnen worden voorkomen. Het college oordeelt dat de huisarts onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij ondanks een steeds verder stijgende bloeddruk bij klaagster is blijven vasthouden aan haar oordeel dat er sprake was van een laag tot licht verhoogd risico op een CVA en aan leefstijladviezen c.q. verwijzing naar de POH-GGZ of de fysiotherapeut. De huisarts heeft een onbetrouwbare 24-uursmeting als geruststellend geïnterpreteerd en klaagster onterecht niet behandeld met bloeddrukverlagende medicatie. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:270 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8395
- Datum publicatie: 18-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:270
Klaagster is in de periode van 2022 tot maart 2024 door meerdere zorgverleners van de praktijk van de huisarts gezien in het kader van diverse mentale en fysieke gezondheidsklachten. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat er tijdens consulten niet aan haar gezondheid gerelateerde vragen zijn gesteld en dat haar medische hulp bij haar fysieke klachten is geweigerd. Het college komt tot het oordeel dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:271 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8396
- Datum publicatie: 18-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:271
Klaagster is door de huisarts eenmalig gezien in de praktijk. Dit consult vond plaats één week nadat klaagster was onderzocht door een physician assistant.Zij verwijt de huisarts onder andere dat hij haar gezondheidsklachten niet serieus heeft genomen en haar niet lichamelijk heeft onderzocht. Het college kan niet vaststellen dat de huisarts klaagster niet serieus heeft genomen in haar klachten. Gelet op het feit dat klaagster zich veel zorgen maakte over haar gezondheid, zou het haar mogelijk geholpen hebben als de huisarts wel lichamelijk onderzoek had verricht, maar het college acht het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat hij dat in deze situatie, waarbij klaagster in zorg was bij de physician assistant en het vervelend vond haar verhaal opnieuw te vertellen, niet heeft gedaan. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:272 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8611
- Datum publicatie: 18-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:272
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is tijdens een consult door een coassistent is gezien. Volgens klaagster was de coassistent niet bevoegd of bekwaam en heeft de huisarts de coassistent onvoldoende begeleid door haar zelfstandig het consult te laten uitvoeren. Het college oordeelt dat de anamnese die is afgenomen en het advies dat is gegeven vallen onder de medische handelingen die de coassistent onder supervisie van de huisarts mocht uitvoeren. Van enige onzorgvuldigheid of van onvoldoende professionaliteit van de huisarts als supervisor bij het spreekuur is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:273 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8612
- Datum publicatie: 18-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:273
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft naar aanleiding van een consult waarbij zij door een coassistent is gezien meerdere klachten over het handelen van de huisarts. Het college oordeelt dat de huisarts zorgvuldig en professioneel heeft gehandeld bij het verlenen van zorg aan klaagster. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:266 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8289
- Datum publicatie: 14-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:266
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist-oncoloog. Klaagster is gediagnosticeerd met darmkanker. Zij verwijt de internist-oncoloog gebrekkige communicatie en het weigeren van verdere behandeling. Het college kan niet vaststellen dat de communicatie onvoldoende was. Voor wat betreft de behandeling heeft de internist-oncoloog inzichtelijk gemaakt dat de beslissing om niet te opereren gebaseerd was op de kwetsbare conditie van klaagster en omdat sprake was van een langzaam groeiende tumor. Bovendien was in goed overleg besproken dat geen (invasief) aanvullend onderzoek zou worden gedaan vanwege de risico’s bij de conditie van klaagster. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:267 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8191
- Datum publicatie: 14-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:267
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een internist. Klaagster is ruim een jaar bij de internist in behandeling geweest vanwege een afwijkend bloedbeeld. Zij heeft in het begin medicatie toegediend gekregen waarbij de internist een voorschrijffout heeft gemaakt. Deze fout is erkend door de internist. Klaagster vindt dat de internist gedurende de behandeling op een groot aantal punten onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht over de voorschrijffout is gegrond, de rest is ongegrond. Geen maatregel opgelegd omdat de internist haar verantwoordelijkheid heeft genomen en maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:268 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7768
- Datum publicatie: 14-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:268
Gegronde klacht van een zorgverzekeraar tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is (indirect) bestuurder en aandeelhouder van een zorgaanbieder die zowel wijkverpleging als geestelijke gezondheidszorg levert. De zorgverzekeraar concludeert op basis van fraudeonderzoeken dat er opzettelijk en op grote schaal onjuiste declaraties zijn ingediend. Het college overweegt dat uit het onderzoek meerdere onregelmatigheden en ernstige gebreken naar voren komen waarvoor de verpleegkundige geen passende verklaringen heeft gegeven. Het college stelt daarnaast vast dat de verpleegkundige onvoldoende heeft meegewerkt aan de fraudeonderzoeken. Doorhaling inschrijving in BIG-register en directe schorsing. Publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7902
- Datum publicatie: 13-11-2025
- Datum uitspraak: 11-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:146
Klacht tegen een huisarts. Klagers hebben als mentor en bewindvoerder van hun zoon, die verstandelijk beperkt en autistisch is, een klacht ingediend tegen de voormalig huisarts van hun zoon. Klagers verwijten de huisarts, samengevat, nalatigheid in het verlenen van zorg, onheuse bejegening en het ten onrechte opzeggen van de behandelingsovereenkomst. Het college oordeelt dat de huisarts onvoldoende zorg heeft verleend en de behandelingsovereenkomst ten onrechte heeft beëindigd en legt de huisarts de maatregel op van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8231
- Datum publicatie: 13-11-2025
- Datum uitspraak: 11-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:147
Klacht tegen een huisarts. Klaagster was patiënte bij de huisartsenpraktijk van verweerder. Sinds haar bevalling in 2021 heeft klaagster rugklachten. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onzorgvuldig heeft gehandeld rond de beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8107
- Datum publicatie: 13-11-2025
- Datum uitspraak: 11-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:148
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. De huisarts schreef klaagster, die veel last had van hoofdpijn, tramadol voor. Een paar dagen later kwam klaagster in huis ten val. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat zij ten onrechte tramadol had voorgeschreven en dat zij onvoldoende was voorgelicht en gemonitord. Het college oordeelt dat de huisarts met inachtneming van de NHG-standaard Pijn tramadol heeft kunnen voorschrijven aan klaagster en voldoende uitleg heeft gegeven.