We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1-50 van de 1700 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8592

    Gegronde klacht tegen kinderarts. Inspectie verwijt de kinderarts dat de dossiervoering, samenwerking en communicatie niet conform de professionele standaard was. Ontslag na disfunctioneren. Tekortschieten in dossierplicht ex artikel 7:454 BW. Niet voldoen aan algemene competenties van de medisch specialist. Goede zorgverlening aan patiënten niet of onvoldoende gewaarborgd. Ernstige risico’s voor de patiëntveiligheid en voor de patiëntenzorg. Niet toetsbaar opgesteld. Schorsing voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9650

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een conflict met het ziekenhuis en de arts waarbij zij aandrong op een schadevergoeding door de verzekeraar en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere (inhoudelijk grotendeels gelijkluidende) klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H20269721

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts en kon dit daarom niet verstrekken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8121

    Klager is een jaar in behandeling bij een gz‑psycholoog voor sociale angst. De behandeling wordt beëindigd nadat hij seksuele gevoelens tijdens de behandeling ervaart. Hij dient 13 klachten in over onder andere geheimhouding, informatievoorziening, regie, dossier, overdracht en beëindiging. Het tuchtcollege verklaart12 van de 13 klachtonderdelen ongegrond. Alleen het onderdeel over het onbeveiligd mailen van vertrouwelijke gegevens is gegrond, maar rechtvaardigt geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9271

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts en kon dit daarom niet verstrekken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8379

    Klager, tbs‑patiënt, verwijt zijn behandelcoördinator (gz‑psycholoog) dat zij in haar advies aan justitie over hem bevooroordeeld was, dat zij onjuiste informatie gaf, zijn privacy schond en hem heeft bedreigd. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog handelde volgens de professionele normen en er geen sprake is van – of bewijs voor bevooroordeeldheid, onjuiste informatie, privacy‑schending of een dreigement. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8823

    Klaagster klaagt over de handelwijze van verweerster, gz-psycholoog, nadat haar dochter een suïcidevoornemen heeft geuit. Het college acht klaagster grotendeels niet‑ontvankelijk in haar klacht tegen de gz‑psycholoog, omdat haar 16‑jarige dochter zelf klachtgerechtigd is. Voor het niet delen van informatie met haar is zij wel ontvankelijk maar wordt de klacht ongegrond verklaard. Volgens het college was er geen sprake van een acute suïcidesituatie die het doorbreken van het beroepsgeheim zou kunnen rechtvaardigen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8560

    Klager klaagt over gedragingen van zijn ex-partner, een gz-psycholoog, in de privésfeer. Het college oordeelt dat nu geen sprake is van een behandelrelatie en niet is gebleken van privéhandelen dat zijn weerslag heeft op de beroepsuitoefening, klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8956

    Klacht tegen een verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college acht het verweer van de verpleegkundige aannemelijk dat zij in het systeem met de muis per ongeluk een verkeerde patiënt heeft aangeklikt. Het college oordeelt dat een verkeerde muisklik een menselijke vergissing is zonder onjuiste intentie. Dit is van onvoldoende gewicht om de verpleegkundige een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8955

    Klacht tegen verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college oordeelt dat de feiten en omstandigheden niet met een redelijke mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9065

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager dient namens hemzelf en zijn minderjarige kinderen een klacht in tegen de arts dat er, kort gezegd, een eenzijdig en onzorgvuldig onderzoek is gedaan waarbij de beschuldigingen van de ex-partner zijn overgenomen zonder dat gekeken is naar alternatieve verklaringen. Klager is bevoegd om in zijn rol van wettelijk vertegenwoordiger te klagen, zonder dat de moeder van de kinderen met het indienen van de klacht heeft ingestemd. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8953

    Klacht tegen verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college oordeelt dat de feiten en omstandigheden niet met een redelijke mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9096

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster heeft een vaginaplastiek ondergaan waarbij zij is geopereerd door de plastisch chirurg. Klaagster heeft diverse klachten over de operatie, de verleende zorg en de verslaglegging. De klacht over de informatievoorziening is verjaard en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Het gebruik van een perineoscrotale lap tijdens de operatie is in overeenstemming met wetenschappelijke inzichten. Dat de gecreëerde labia majora onontwikkelder zijn dan klaagster had gewild, maakt niet dat de operatie niet goed is uitgevoerd. Niet aannemelijk dat de prolaps het gevolg is van de operatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2805

    Ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar moeder (hierna: de patiënte) die is overleden. De patiënte werd behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. De internist was de hoofdbehandelaar van patiënte. Klaagster is, kort gezegd, niet tevreden over de medische behandeling die de patiënte heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2798

    Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. Zij is - kort gezegd - niet tevreden over de zorg die haar moeder in het ziekenhuis kreeg. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte was bij de longarts onder behandeling voor longklachten vanwege haar astma. Klaagster verwijt de longarts onder andere dat hij een verkeerde diagnose (sarcoïdose) heeft gesteld en patiënte niet heeft gewezen op de risico’s van zuurstoftoediening en niets heeft gedaan om deze risico’s te mitigeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2823

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster is in de nacht opgenomen op de afdeling van het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkzaam was, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). Patiënte was onder meer bekend met uitgezaaide borstkanker waarbij sinds weken sprake was van een respiratoire achteruitgang (benauwdheid). Op de SEH was op basis van het klinisch beeld ook sprake van vermoeden van sepsis (bloedvergiftiging). De verpleegkundige had dagdienst op de afdeling waar patiënte in de nacht was opgenomen. Patiënte overleed daar aan het eind van de ochtend. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte, in de communicatie met de familie en in de nazorg na het overlijden van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klachtonderdelen die betrekking hebben op de zorg aan patiente gegrond zijn, vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op deze onderdelen en legt aan de verpleegkundige de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9094

    Voorzittersbeslissing. Klagers klagen over de behandeling van hun overleden dochter tegen de behandelend psychiater. Naar aanleiding van meerdere aanwijzingen, waaronder een aangifte van de dochter van klagers tegen haar vader (klager), volgt dat moet worden getwijfeld aan de vertegenwoordiging door de ouders van de veronderstelde wil van hun dochter. Klagers behoren hierdoor niet tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Klagers niet-ontvankelijk en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2799

    Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte is in de nacht opgenomen in het ziekenhuis, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). De volgende ochtend is zij overleden. De longarts was op de avond van opname en op de dag van het overlijden van patiënte de dienstdoend longarts. Klaagster verwijt de longarts onder andere dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan, geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden van patiënte en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klachten dat de longarts geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden van patiënte en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had alsnog gegrond en legt de longarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2824

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. De moeder van klaagster is behandeld in het ziekenhuis in verband met een mammacarcinoom (borstkanker). Vanaf september 2015 vonden de poliklinische controles plaats bij de verpleegkundig specialist. Eind februari 2021 heeft de arts de controles (weer) overgenomen in verband met uitzaaiingen (levermetastasen). Patiënte is op 14 maart 2022 overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist dat zij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte en in de communicatie met patiënte en klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2800

    Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. De longarts is betrokken geweest bij een behandeling van patiënte op de spoedeisende hulp (SEH). Volgens klaagster heeft de longarts onzorgvuldig gehandeld, omdat hij geen behandeling heeft voorgesteld voor de dyspnoeklachten en/of geen zuurstofbeleid heeft opgesteld voor het toedienen van zuurstof. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2927 en C2025/2928

    Klaagster heeft een aanvraag gedaan voor begeleiding vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De verpleegkundige heeft in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan en een rapport/advies uitgebracht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat dit rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en een onjuist advies, met een onjuiste conclusie is. Verder verwijt klaagster de verpleegkundige dat hij het correctierecht niet goed heeft uitgevoerd en de rapportage niet op deze wijze naar de gemeente had mogen sturen. Ten slotte wordt de verpleegkundige verweten dat hij zonder toestemming van klaagster medische informatie in de tuchtrechtprocedure heeft ingebracht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de verpleegkundige daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigen en de klacht alsnog ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2950

    Klacht tegen een SEH-arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de SEH-arts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte heeft zich in de avond gemeld op de SEH, en is ‘s-nachts vanuit de SEH opgenomen in het ziekenhuis. De volgende ochtend is zij overleden. Verweerster was de dienstdoend SEH-arts. Klaagster verwijt de SEH-arts dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en patiënte in plaats daarvan naar een niet geschikte afdeling is gebracht zonder verdere monitoring (in samenwerking met de arts-assistent), de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2974

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts is werkzaam bij een praktijk gespecialiseerd in tandheelkundige spoedgevallen. Klager heeft zich tot de praktijk gewend in verband met plotselinge kiespijn. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een endodontische behandeling uitgevoerd. Klager verwijt de tandarts dat zij de endodontische behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd omdat er een zenuwdeel zou zijn achtergebleven in de kies waardoor klager veel pijn had. Daarnaast verwijt hij de tandarts dat zij gebrekkig is geweest in haar nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2025/2951

    Klacht tegen een arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de arts als arts-assistent werkzaam was. De moeder van klaagster was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte heeft zich in de avond gemeld op de SEH en is ‘s-nachts vanuit de SEH opgenomen in het ziekenhuis. De volgende ochtend is zij overleden.De arts was in het kader van haar opleiding tot militair arts net begonnen als arts-assistent op de SEH. De opname van patiënte op de SEH waar het in deze zaak om gaat, vond plaats aan het einde van haar vijfde dienst. Klaagster verwijt de arts dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en patiënte in plaats daarvan naar een niet geschikte afdeling is gebracht zonder verdere monitoring (in samenwerking met de SEH-arts), de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege acht het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de arts geen contact heeft opgenomen met de longarts toen de omvang en complexiteit van de medicatielijst haar duidelijk werden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond maar legt de arts geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3040

    Klaagster werd vanuit het ziekenhuis verwezen naar de afdeling dermatologie in verband met huidklachten. Zij kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag) kon klaagster terugkomen. Klaagster werd vervolgens door de arts op consult voor een herbeoordeling gezien. Na onderzoek concludeerde de arts dat er op dat moment geen reden was voor aanvullende diagnostiek. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot datzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2754

    .

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8571

    Gegronde klacht tegen een psychiater. Volgens klager heeft de psychiater onzorgvuldig gehandeld omdat zij, door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager, diens belangen in ernstige mate heeft geschonden. Het college is van oordeel dat de psychiater, zoals zij zelf ook heeft erkend, de beëindiging van de behandelrelatie met klager onvoldoende zorgvuldig heeft gedaan. De psychiater is tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten door onaangekondigd en abrupt mee te delen dat zij de behandeling beëindigde, zonder te hebben zorggedragen voor een opvolging van de behandeling, voor overbruggingszorg, voor een overdracht naar de huisarts dan wel voor enige nazorg. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8432

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8568

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8569

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog is bij de behandeling van klager betrokken geweest. Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd.Het college is van oordeel dat het de gz-psycholoog niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de gz-psycholoog geen bemoeienissen gehad. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9029

    klacht tegen huisarts ingediend door nabestaanden van patiente. Beroep op artikel 67 lid 3 Wet BIG door de huisarts is gehonoreerd. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9012

    Klacht tegen apotheker kennelijk ongegrond. Aan klager zijn door de oogarts oogdruppels voorgeschreven. Vanwege een tekort van deze oogdruppels bij de apotheek, heeft de apotheker aan klager als alternatief verschillende andere druppels verstrekt. Klager verwijt de apotheker dat zij stelselmatig heeft geweigerd de voorgeschreven en medisch noodzakelijke oogdruppels te verstrekken. Het college oordeelt dat de apotheker heeft kunnen volstaan met de door haar gegeven alternatieven. Van een tuchtrechtelijk verwijtbare weigerachtigheid is geen sprake.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8570

    Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. De psychotherapeut is bij de behandeling van klager betrokken geweest. Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd.Het college is van oordeel dat het de psychotherapeut niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de psychotherapeut geen bemoeienissen gehad. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8418

    Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 .

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8417

    Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9154

    Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster verwijt de arts dat zij onvoldoende heeft gereageerd op haar zorgen over de vermelding van opiaten in het medisch dossier, haar angst voor toediening van morfine niet heeft weggenomen en voorafgaand aan een operatie niet adequaat heeft gereageerd op haar signalen en verzoeken.De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8900

    Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster verwijt de arts dat zij de behandeling van haar ziekte van Crohn ten onrechte heeft beëindigd, onvoldoende heeft meegewerkt aan de voortzetting van de zorg, onvolledige informatie aan de huisarts heeft verstrekt en verzoeken om behandelafspraken heeft genegeerd. De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9231

    Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster is bang dat ze na een ongeluk in haar woonplaats naar het ziekenhuis wordt gebracht en dat zij daar pijnstilling krijgt toegediend. Klaagster is bang dat deze morfinegift haar fataal gaat worden, in het licht van eerdere ervaringen. Klaagster wil erop kunnen vertrouwen dat ze geen morfinepreparaat krijgt toegediend en verwijt verweerster dat zij geen borging biedt voor goede en veilige zorg..De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9406

    Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster verwijt de arts dat zij onvoldoende heeft gewaarborgd dat aan haar geen morfinepreparaten zouden worden toegediend en daarmee geen goede en veilige zorg heeft geboden. De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8957

    Kennelijk ongegronde klacht tegen arts die intakegesprek heeft gevoerd en neurologisch onderzoek heeft gedaan bij onderzoek naar multiple sclerose (MS). Verwijt dat de arts klaagsters klachten niet (volledig) heeft besproken in het multidisciplinair overleg (MDO) en geen correcte diagnose heeft gesteld is ongegrond. De arts heeft een zorgvuldig en volledig neurologisch onderzoek uitgevoerd en daarbij geen zaken onbesproken gelaten. Haar onderzoek was ook slechts een van de invalshoeken van het MDO. Met betrekking tot de (aanwezige en beoordeelde) MRI-scans geldt dat de beoordeling van de beeldvorming de verantwoordelijkheid is van de radiologen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8578

    Klacht tegen een orthopedagoog-generalist kennelijk ongegrond. De orthopedagoog-generalist heeft in civielrechtelijk kader een forensisch onderzoek gedaan, wat heeft geleid tot onder andere een deelrapport over klagers minderjarige zoon. Klager is het, samengevat, niet eens met de inhoud en totstandkoming van dit rapport. Het college oordeelt dat de orthopedagoog-generalist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8958

    Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Onder verantwoordelijkheid van de neuroloog is onderzocht of klaagster multiple sclerose (MS) had. Intakegesprek en neurologisch onderzoek door arts-onderzoeker waren zorgvuldig en volledig. Daarbij zijn geen zaken onbesproken gelaten. Het onderzoek was ook slechts een van de invalshoeken van het MDO. De neuroloog valt noch als supervisor van de arts, noch als behandelaar een verwijt te maken. Met betrekking tot de (aanwezige en beoordeelde) MRI-scans geldt dat de beoordeling van de beeldvorming de verantwoordelijkheid is van de radiologen. Overigens zijn tot twee keer toe nog ontbrekende scans opgevraagd en beoordeeld en heeft de neuroloog alle MRI-scans nog eens samen met klaagster bekeken en besproken. Het wel of niet afwijkende looppatroon van klaagster is geen doorslaggevende factor bij het stellen van de diagnose MS.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8764

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster was patiënt in de praktijk van verweerster. De tandartspraktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klaagster. De opvolgende tandarts heeft bij de eerste periodieke controle bij klaagster tien laesies vastgesteld, waarvoor een restauratieve behandeling werd ingezet. Klaagster verwijt verweerster dat zij onbekwaam heeft gehandeld en onvoldoende gehoor heeft gegeven aan haar pijn- en kaakklachten. Het college oordeelt dat het terughoudende beleid van verweerster ten aanzien van niet-gecaviteerde cariëslaesies binnen de geldende professionele standaarden past. Klacht over onvoldoende luisteren naar klachten is ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8765

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. De dochter van klagers was patiënt in de praktijk van verweerster en werd behandeld door een kindertandverzorgster. De praktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klagers. Na de overname, heeft de opvolgende tandarts bij de dochter diepe, gecaviteerde laesies vastgesteld. Klagers verwijten verweerster dat zij als eindverantwoordelijke voor het handelen van de kindertandverzorgster roekeloos, zeer nalatig en onbekwaam heeft gehandeld en niet goed met klagers als ouders heeft gecommuniceerd. Het college kan niet vaststellen dat de kindertandverzorgster onjuist of anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld en daarom kan ook niet worden vastgesteld dat de tandarts roekeloos, nalatig of onbekwaam is geweest. Een meer afwachtend beleid betekent niet dat de werkwijze niet binnen de norm van behoorlijke zorg valt. Voldoende gebleken dat de belangrijke aspecten rond het gebit van de dochter met de ouders zijn besproken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8866

    Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster is het niet eens met het verslag van de neuroloog van het consult en verwijt de neuroloog onder meer daarmee de noodzakelijke verwijzing naar een neurochirurg te blokkeren. Verschil van inzicht betekent niet dat de beoordeling door de neuroloog onjuist is. De neuroloog heeft het afwijkende inzicht van haar collega in haar beoordeling betrokken en heeft bovendien het verslag op verzoek van klaagster meerdere malen aangepast.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8766

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster was patiënt in de praktijk van verweerster. De tandartspraktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klaagster. Klaagster verwijt verweerster dat zij vele forse laesies in haar gebit heeft gemist of niet heeft behandeld, en dat zij een deel van een kroon zodanig heeft verlengd dat dit niet gereinigd kan worden. Het college constateert op de foto’s geen cariëslaesies die verweerster had moeten behandelen. Het behandelbeleid van monitoren, adviseren en behandelen met fluoride acht het college zorgvuldig. Niet kan worden vastgesteld dat verweerster met de verlengde composietfacing op de kroon onzorgvuldig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9007

    Klachten over onderzoek door neuroloog bij pijnklachten in de rug, waarbij een MRI van het onderste gedeelte van klaagsters rug is gemaakt. Na een second opinion én na toename van de klachten is een MRI gemaakt van de gehele wervelkolom, waarbij een tumor werd gezien, wat een zeldzaam voorkomende oorzaak van de klachten was. Het eerdere onderzoek door de neuroloog voldeed aan de eisen en er was op dat moment, gelet op de klachten, ook geen aanleiding om een MRI van de gehele wervelkolom te maken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8751

    Klacht tegen arts ongegrond. Klager heeft in de Penitentiaire Inrichting zijn teen gebroken. Bij controleafspraak in het ziekenhuis bleek sprake te zijn van kuitvenetrombose. Nadat de situatie van klager verslechterde, is de arts opgeroepen voor een consult. De arts heeft klager naar een medisch specialist in het ziekenhuis doorverwezen. In het ziekenhuis bleek klager een longembolie te hebben. Klager verwijt de arts dat hij zijn benauwdheidsklachten onvoldoende serieus heeft genomen, klager niet met de nodige spoed naar het ziekenhuis is gestuurd en dat er in de wachttijd niet is gehandeld door het toedienen van zuurstof.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8762

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. De praktijk van verweerster is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klager. Klager verwijt verweerster dat zij een preventieassistente de diepte van de tandvleespockets heeft laten opmeten, dat zij niet althans onvoldoende zorgvuldig, tandsteen verwijderd en dat zij diverse laesies heeft gemist. Het opmeten van de PPS-score door de preventieassistente onder verantwoordelijkheid van de tandarts is niet ongebruikelijk en ook niet verwijtbaar. De laatste tandsteenreiniging is mogelijk niet optimaal uitgevoerd, maar dit is onvoldoende ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. Op het beeldmateriaal zijn geen zo vergevorderde cariëslaesies te zien dat verweerster die had moeten behandelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8961

    Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster lijdt aan multiple sclerose en is door haar behandelaar verwezen naar de neuroloog met de vraag of er sprake was van secundaire progressie van haar ziekte en of er alternatieve behandeling (stamceltransplantatie) mogelijk was. Stamceltherapie komt in Nederland alleen onder zeer strikte voorwaarden in aanmerking. De beslissing dat klaagster niet aan de voorwaarden voldeed is in overeenstemming met de professionele standaard.