Zoekresultaten 741-750 van de 1512 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7764
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:83
Klacht tegen een psychiater gegrond. Maatregel: berisping. De klacht gaat over een door verweerder opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het college oordeelt dat verweerder in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. Verweerder heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van verweerder in de aan deze procedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het tuchtcollege heeft verweerder weinig zelfinzicht en -reflectie getoond, berisping daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8321
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84
Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8322
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:85
Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8329
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:86
Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Klacht van nabestaande van patiënt tegen een aios over het niet (laten) doen van een melding.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8133
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:182
Deels gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een onderzoek ondergaan bij de psychiater naar een mogelijke autismespectrumstoornis. Zij klaagt over de bejegening en de wijze van onderzoek. Daarnaast is zij van mening dat de psychiater een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het college is van oordeel dat de psychiater onvoldoende onderzoek heeft gedaan om de door hem getrokken conclusie dat geen sprake was van ASS en (hooguit) van een communicatiestoornis (voldoende) te onderbouwen. Zo kon van de psychiater verwacht worden dat hij alle zogenoemde B-criteria van de DSM-5 naar ASS had doorgenomen bij zijn onderzoek en uitleg. Verder had mogen worden verwacht dat de psychiater een heteroanamnese en een uitgebreidere ontwikkelingsanamnese had afgenomen en de resultaten van de eerder afgenomen NIDA-vragenlijsten had geïntegreerd in zijn oordeel. Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7803
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:183
Ongegronde klacht tegen een arts (in opleiding tot psychiater). Klaagster werd gezien door de arts voor een intake op de polikliniek Psychiatrie. Klaagster betwist de genoemde diagnose en klaagt daarnaast over het schenden van de informatieplicht door de arts, onzorgvuldige dossiervorming, schending van het beroepsgeheim en een gebrekkige voorlichting. Het college oordeelt dat de arts adequaat heeft gehandeld door klaagster te onderzoeken en advies te geven over mogelijk zinvolle behandelingen. Verder stelt het college vast dat ten aanzien van een ontbrekend verslag van het adviesgesprek sprake is van een omissie, maar een dergelijke incidentele fout is onvoldoende om de arts hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De arts heeft excuses aangeboden, verbetering toegezegd en de continuïteit van zorg is niet in het gedrang geweest. Ook de andere onderdelen van de klacht zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8182
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:184
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een crisismaatregel opgelegd gekregen. Zij verwijt de psychiater onder andere dat hij op basis van onjuiste informatie van haar ex-partner, en zonder haar zelf te zien of te spreken, de crisismaatregel heeft verzocht. Het college stelt vast, aan de hand van de standpunten van partijen en de ingediende stukken, dat verweerder in zijn hoedanigheid als geneesheer-directeur geen betrokkenheid heeft gehad bij de aanvraag van de crisismaatregel voor klaagster. Als geneesheer-directeur had verweerder ook geen rol in het horen, zien of onderzoeken van klaagster dan wel in het zorgdragen voor het horen door of in opdracht van de burgemeester.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8250
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:181
Voorzittersbeslissing. Klacht is kennelijk van onvoldoende gewicht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij in het verpleegkundig dossier onjuist heeft genoteerd dat tijdens een gesprek met klaagster de aanwezige arts het woord voerde in plaats van de aanwezige arts-assistent. De voorzitter is van oordeel dat het gaat om een eenvoudige verschrijving en het tuchtrecht in de gezondheidszorg is niet bedoeld om eenvoudige verschrijvingen in een medisch of verpleegkundig dossier aan de orde te stellen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8058
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 18-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:180
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar klachten niet serieus heeft genomen en tweemaal een verkeerde diagnose heeft gesteld, in juni 2024 voor klaagster geen spoedafspraak bij de neuroloog heeft gemaakt, maar instemde met een afspraak voor drie weken later en haar op een zakelijke manier heeft behandeld in september 2024 en niet heeft gevraagd hoe het met haar ging. De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de huisarts de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen. Zij heeft klaagster bij ieder consult bevraagd, lichamelijk onderzoek gedaan behorende bij de klachten waarmee klaagster op de consulten verscheen en waar nodig nader onderzoek ingesteld. Ook kan niet worden vastgesteld dat zij tweemaal een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het college kan de huisarts volgen in haar verweer dat op het moment van verwijzen (juli 2024) geen acute of neurologische (uitvals)verschijnselen waren en dat er daarom geen indicatie voor een spoedverwijzing was. De indicatie voor de wachttijd bedroeg drie weken. Tenslotte is het college van oordeel dat niet is gesteld of gebleken dat de huisarts klaagster onheus of onprofessioneel heeft te woord gestaan. De klacht is kennelijk ongegrond in al zijn onderdelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7682
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 18-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:178
Deels gegronde klacht tegen een huisarts, waarschuwing en kostenveroordeling. Verzoek behandeling achter gesloten deuren afgewezen. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij klaagster – ten onrechte en zonder haar toestemming – heeft doorverwezen voor behandeling van psychische klachten. Voorts verwijt klaagster de huisarts dat zij – zonder toestemming van klaagster en zonder haar te informeren – contact met derden over klaagster opnam en daarmee haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden. De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college is van oordeel dat er sprake is van een gegronde klacht inzake de klachtonderdelen b) geen toestemming voor verwijzen en d) schending van het beroepsgeheim. Ten aanzien van de maatregel is het college is van oordeel dat kan worden volstaan met de maatregel van waarschuwing. Daarbij speelt onder meer een rol dat de huisarts heeft verklaard zich te realiseren dat zij toestemming had moeten vragen aan klaagster en eerder haar excuses heeft aangeboden voor het opnemen van contact met de ex-partner van klaagster zonder haar toestemming. Deels gegronde klacht, waarschuwing, publicatie in het algemeen belang en kostenveroordeling.