Zoekresultaten 1561-1580 van de 1652 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7362
- Datum publicatie: 10-07-2025
- Datum uitspraak: 08-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:76
Gedeeltelijk gegronde klacht (doorhaling) van een zorgverzekeraar tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige stelde voor verschillende zorgaanbieders (thuis)zorgindicaties. De gegrond verklaarde klachtonderdelen gaan over het afgeven van indicaties die n iet voldeden aan de daaraan te stellen eisen en het niet beschikken over een deugdelijke zorgadministratie.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7361
- Datum publicatie: 10-07-2025
- Datum uitspraak: 08-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:77
Gegronde klacht (doorhaling) van een zorgverzekeraar tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige was eigenaar/bestuurder van een onderneming die (thuis)zorg verleende. De gegrond verklaarde klachtonderdelen gaan over het declareren van niet geleverde zorg, het declareren van zorg die niet voor vergoeding in aanmerking komt en het niet voldoen aan de dossierplicht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7920
- Datum publicatie: 10-07-2025
- Datum uitspraak: 08-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:78
(Kennelijk) ongegronde klacht van patiënt (vertegenwoordigd door zijn vader) tegen een kinderarts. Klager werd vanwege het vermoeden van een insult gezien op de SEH. Verwijt gaat over het stellen van een onjuiste diagnose en verlenen van onjuiste zorg als gevolg van het afzien van beeldvormend onderzoek. Het college oordeelt dat de werkdiagnose obstipatie met overloopdiarree niet onzorgvuldig was en dat beeldvormend onderzoek niet geïndiceerd was.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7457
- Datum publicatie: 10-07-2025
- Datum uitspraak: 08-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:79
Klacht tegen een orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Bij klager is in 2017 door de orthopedisch chirurg een heupprothese geplaatst. De operatie verliep voorspoedig en er waren geen complicaties. Wel kreeg klager na enige tijd (ernstige) rugklachten, waarvoor hij meerdere keren bij de orthopedisch chirurg op consult kwam. De orthopedisch chirurg heeft klager onderzocht en naar diverse specialisten verwezen. Klager verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en niet adequaat heeft gereageerd op zijn klachten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7118
- Datum publicatie: 20-01-2025
- Datum uitspraak: 17-01-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:8
Klacht tegen een anesthesioloog-intensivist kennelijk ongegrond. De klacht gaat over de inmiddels overleden vader/echtgenoot van klagers. Patiënt kwam op 1 maart 2022 bij de Spoedeisende Hulp (SEH) van het ziekenhuis met zuurstoftekort en koorts. Nadat hij positief testte op COVID-19 werd patiënt overgeplaatst naar de Intensive Care en aan de beademing gelegd. Uit onderzoek bleek dat er sprake was van een longontsteking door COVID-19. Ondanks verschillende medicatie, onderzoeken en behandelingen ging de gezondheid van patiënt steeds verder achteruit. Op 24 maart 2022 werd samen met de familie besloten om de behandeling van patiënt te staken, waarna patiënt overleed. Klagers zijn niet tevreden over de behandeling van patiënt en de communicatie/informatieverstrekking omtrent de ziekenhuisopname. Het college oordeelt dat de anesthesioloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024-7948
- Datum publicatie: 15-07-2025
- Datum uitspraak: 11-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:80
Klacht tegen internist-endocrinoloog kennelijk ongegrond. Klager is na behandeling met immunotherapie (vanwege een uitgezaaid melanoom) in 2014 gediagnosticeerd met hypofysitis. Daarvoor is hij vervolgens door verweerder behandeld met onder meer schildklierhormoonsubstitutie. De klacht heeft betrekking op deze behandeling.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7904
- Datum publicatie: 15-07-2025
- Datum uitspraak: 11-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:81
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klagers verwijten verweerder onder andere dat hun zoontje (destijds 2,5 jaar oud) met koorts- en hoestklachten, geen tijdige en adequate zorg heeft gekregen. Tijdens het spreekuur heeft verweerder het zoontje onderzocht en afwachtend beleid geadviseerd. De klachten namen niet af en uit nader onderzoek bleek uiteindelijk dat er sprake was van kinkhoest. Het college overweegt dat het niet direct voorschrijven van antibiotica bij de klachten van klagers zoontje getuigt van zorgvuldigheid, omdat de richtlijnen een terughoudend antibioticabeleid adviseren bij kinderen met luchtweginfecties. Het college is van oordeel dat verweerder hiermee in de gegeven omstandigheden heeft gedaan wat hij redelijkerwijs kon doen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8332
- Datum publicatie: 15-07-2025
- Datum uitspraak: 11-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:82
Klager verwijt de GZ-psycholoog dat de dagrapportages, die zijn opgemaakt door de leden van de groepsobservatie tijdens het verblijf van klager in de inrichting in 2015, ten onrechte zijn vernietigd. De voorzitter komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is, maar de klacht kennelijk ongegrond is. De dagrapportages zijn terecht vernietigd en verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7764
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:83
Klacht tegen een psychiater gegrond. Maatregel: berisping. De klacht gaat over een door verweerder opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het college oordeelt dat verweerder in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. Verweerder heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van verweerder in de aan deze procedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het tuchtcollege heeft verweerder weinig zelfinzicht en -reflectie getoond, berisping daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8321
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84
Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8322
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:85
Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8329
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:86
Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Klacht van nabestaande van patiënt tegen een aios over het niet (laten) doen van een melding.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7747
- Datum publicatie: 25-07-2025
- Datum uitspraak: 23-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:87
Klacht tegen een huisarts. Klaagster kwam bij de huisarts in verband met obstipatie, bloed bij de ontlasting en buikpijn. De huisarts onderzocht en behandelde klaagster van 18 tot 28 december 2023 als waarnemend huisarts. Enkele maanden later bleek dat klaagster een rectumcarcinoom had. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar te laat heeft doorverwezen naar een specialist. Het college is van oordeel dat de huisarts in eerste instantie uit heeft kunnen gaan van meer onschuldige aandoeningen, en daarvoor behandeling kunnen inzetten en het effect daarvan afwachten en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7748
- Datum publicatie: 25-07-2025
- Datum uitspraak: 23-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:88
Klacht tegen een huisarts. Klaagster kwam bij de huisarts in verband met obstipatie, bloed bij de ontlasting en buikpijn. De huisarts onderzocht en behandelde klaagster voor deze klachten vanaf januari 2024. Enkele maanden later bleek dat klaagster een rectumcarcinoom had. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar te laat heeft doorverwezen naar een specialist. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de handelswijze van de huisarts voor vertraging in de verwijzing heeft gezorgd en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8057
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 25-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:89
Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager verwijt verweerder dat hij onterecht aripiprazol (Abilify) heeft voorgeschreven en dat hij onterecht een verlenging van de zorgmachtiging heeft aangevraagd. Het college stelt vast, gelet op de psychotische problematiek van klager, dat verweerder gegronde redenen had om hem antipsychotica voor te schrijven. Voor de bijwerkingen was aandacht. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel constateert het college dat verweerder niet betrokken was bij de voorbereiding voor de verlenging van de zorgmachtiging. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7526
- Datum publicatie: 20-01-2025
- Datum uitspraak: 17-01-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:9
Klacht tegen radioloog. Klager is vanwege rugklachten naar het ziekenhuis verwezen voor röntgenfoto’s. De foto’s zijn door de radioloog beoordeeld en door hem is hierover gerapporteerd. De klacht heeft betrekking op het onderzoek door de radioloog en de verslaglegging. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8059
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 25-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:90
Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager verwijt verweerder dat hij onterecht aripiprazol (Abilify) heeft voorgeschreven en dat hij onterecht een verlenging van de zorgmachtiging heeft aangevraagd. Het college stelt vast, gelet op de psychotische problematiek van klager, dat de collega-psychiater gegronde redenen had om hem antipsychotica voor te schrijven en verweerder hiermee terecht door is gegaan. Voor de bijwerkingen was aandacht. Verder oordeelt het college dat verweerder in het door hem opgestelde zorgplan volgens de Wvggz, zorgvuldig was opgesteld en op voldoende grond de procedure in gang heeft kunnen zetten voor het aanvragen van een verlenging van de zorgmachtiging.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8239
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:91
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Volgens klager heeft de psychiater, tegen de afspraak in, gegevens van klager naar het CBR gestuurd. Ook voelt hij zich raciaal behandeld door de psychiater. De verwijten missen feitelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7901
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:92
Klacht tegen een orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Verweerder heeft klager geopereerd in verband met vernauwing van het wervelkanaal (lumbale stenose). Ruim twee weken later vond er een heroperatie plaats door verweerder en een andere wervelkolomchirurg. Beide operaties verliepen aanvankelijk ongecompliceerd. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat hij te lang moest wachten voordat hij geopereerd werd, dat er onvoldoende met hem is gecommuniceerd en dat zijn verzoeken om een MRI en CT-scan niet spoedig genoeg zijn gehonoreerd waardoor er veel problemen zijn ontstaan na de operaties. Ook het operatieverslag van een latere operatie in een ander ziekenhuis zou verweerder ten onrechte niet of te laat gelezen hebben.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7648
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:93
Klacht tegen een huisarts. Klager nam telefonisch contact op met de huisarts vanwege pijnklachten en een bult op zijn schouder. De huisarts ging, naar later bleek ten onrechte, uit van een slijmbeursontsteking. Enkele weken later bleek dat klager een ontsteking aan zijn hartklep had. Klager verwijt de huisarts, samengevat, dat zij hem ten onrechte geen fysiek consult heeft aangeboden en onvoldoende naar hem heeft geluisterd. Hierdoor is volgens klager een verkeerde diagnose gesteld. Het college is van oordeel dat de huisarts zich tijdens het telefonisch consult onvoldoende bewust was van de beperkingen die een telefonisch consult met zich meebrengt en legt de maatregel van een waarschuwing op.