Zoekresultaten 2201-2250 van de 2327 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9257
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:129
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over diens begeleiding. Klager heeft eerder een tuchtklacht tegen de bedrijfsarts ingediend. Hoewel de onderbouwing van de klachtonderdelen summier is, is het college van oordeel dat de klachtonderdelen voldoen aan de voor de onderbouwing daarvan betreft minimale eisen. De bedrijfsarts heeft tegen elk van de klachtonderdelen ook inhoudelijk verweer gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is maar dat zijn klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3178 herziening
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:115
Klager heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van de beslissing van het Centraal Tuchtcollege van 26 november 2025. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat alleen om herziening kan worden verzocht door degene over wie is geklaagd. Daarnaast is herziening bedoeld om een beslissing te herstellen die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt en niet voor een hernieuwde discussie over uitspraken. Op basis hiervan heeft het Centraal Tuchtcollege verzoeker (klager) niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herziening van de beslissing van 26 november 2025
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8949
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:85
Kennelijk ongegrond klacht tegen een neuroloog. Klaagster lijdt aan MS. Zij verwijt de behandelend neuroloog – kort gezegd – dat hij de periode na de start met medicatie heeft nagelaten te reageren op herhaalde signalen van medicatiefalen. Het college overweegt onder meer dat een toename van klachten niet de conclusie rechtvaardigt dat een verkeerde diagnose is gesteld, dan wel dat de ingezette behandeling en diagnostiek niet adequaat was.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8753
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:132
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend naar aanleiding van de visite van 4 april 2023 van de huisarts bij haar op 16 april 2023 overleden vader. Verweerster was niet de eigen huisarts van de patiënt. Tegen de eigen huisarts van de patiënt is door klaagster ook een klacht ingediend (zaaknummer A2025/8754). Het college oordeelt dat de huisarts adequaat heeft gehandeld toen zij op 4 april 2023, na de zorgwekkende waarnemingen van de familie, meteen naar de patiënt is toegegaan. Dat de huisarts de geuite zorgen en wensen van de familie van patiënt niet serieus heeft genomen is volgens het college dan ook niet gebleken. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8754
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:133
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend naar aanleiding van de behandeling van haar op 16 april 2023 overleden vader door de huisarts. Tegen de waarnemend huisarts van de patiënt is door klaagster ook een klacht ingediend (zaaknummer A2025/8753). Gegeven de situatie dat de patiënt op 11 april 2023 opnieuw gezien zou worden door de waarnemend huisarts en ook al vervolgafspraken had in het ziekenhuis bij de cardioloog en de internist, acht het college het dan ook begrijpelijk dat zij op 7 april 2023 geen concrete vervolgstappen heeft genomen of bij de patiënt op visite is gegaan. Dat de huisarts de klachten en zorgen niet serieus heeft genomen en de ernst van de situatie niet juist heeft ingeschat is naar het oordeel van het college niet gebleken. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8842
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:134
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is van mening dat de huisarts in de behandelrelatie structureel grensoverschrijdend, nalatig en psychisch schadelijk heeft gehandeld en dat het niet mogelijk was om dit bij de huisarts aan te kaarten. Het college overweegt dat de vragen van de huisarts vragen zijn die op grond van de NHG Standaard Depressie/module suïcidaliteit relevant zijn om een inschatting van het gevaar te kunnen maken. Het college gaat er dan ook vanuit dat de opmerkingen van de huisarts zijn gemaakt in die context, en niet in de betekenis die klaagster aan die woorden heeft gegeven. Omdat er verder twee verschillende lezingen zijn en onderbouwing ontbreekt, kan het college niet vaststellen wat er precies is gezegd. Van bagatellisering van de situatie van klaagster door de huisarts is het college niet gebleken. Alles afwegende komt het college tot de conclusie dat de huisarts correct en adequaat heeft gehandeld in een situatie die uitermate complex is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8936
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:135
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers hebben een klacht ingediend in verband met de behandeling van hun moeder voorafgaand aan haar overlijden. Het college overweegt dat de huisarts de geldende protocollen ten aanzien van de palliatieve sedatie op een juiste wijze heeft doorlopen. Op medisch gebied heeft de huisarts dan ook de juiste zorg geleverd. Het college overweegt dat de communicatie met klagers en patiënte rondom het verloop van een palliatieve sedatie en hoe zich dat verhoudt ten aanzien van het verloop van een euthanasie wellicht beter had gekund. Daarbij had de huisarts eerder en helderder kunnen communiceren over haar persoonlijke bezwaren tegen euthanasie, omdat dit had kunnen bijdragen aan een beter verwachtingsmanagement voor patiënte en haar familie. Het college is echter van mening dat het handelen van de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9468
- Datum publicatie: 10-06-2026
- Datum uitspraak: 10-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:107
Doorhaling, algemeen beroepsverbod bij voordacht van IGJ over verpleegkundige vanwege het missen van de geschiktheid tot het uitoefenen van het beroep als verpleegkundige door middelenmisbruik.College: problematisch alcoholgebruik, verweerder is aangehouden voor rijden onder invloed met medicatie in de auto, heeft alcohol gedronken op de parkeerplaats van het ziekenhuis, is meermaals onder invloed. De medische informatie geeft blijk van een hardnekkige verslaving. Voor verweerder is een zorgmachtiging afgegeven voor het ondergaan van verplichte zorg. Verweerder verklaarde in het verleden meermaals niet naar waarheid, was niet aanspreekbaar voor de politie, ambulancedienst en IGJ, toont weinig zelfinzicht, reflectie en transparantie door onder andere het expertiserapport niet te delen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8162
- Datum publicatie: 10-06-2026
- Datum uitspraak: 10-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:102
Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende 10 maanden is de behandeling aan de opvolger van de tandarts overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8414
- Datum publicatie: 10-06-2026
- Datum uitspraak: 10-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:103
Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende ruim een jaar is de behandeling op verzoek van klaagster, moeder van de patiënt, aan een andere behandelaar overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8366
- Datum publicatie: 10-06-2026
- Datum uitspraak: 10-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:104
Klacht van klager/orthodontist tegen collega orthodontist. Na beëindiging van de praktijk door klager hebben diverse patiënten zich tot verweerder gewend, die zich in (te) ferme en negatieve bewoordingen heeft uitgelaten over de kwaliteit van de zorg die klager had geleverd aan de patiënten en uitdrukkelijk de suggestie heeft gedaan dat een klacht hierover kon worden ingediend. Daarnaast heeft hij zeker in één geval een patiënt overgenomen die hij in het kader van een second opinion heeft gezien. De klacht van de collega orthodontist is ontvankelijk omdat het handelen gevolgen heeft voor de kwaliteit van de patiëntenzorg. Het handelen kan namelijk bijdragen aan onrust bij (ouders van) patiënten en het vertrouwen in de zorgverlening. De beoordeling vindt plaats met toepassing van de tweede tuchtnorm. De klacht is gegrond. Als maatregel wordt een berisping opgelegd. De gevraagde kostenveroordeling wordt toegekend aan de hand van de Oriëntatiepunten kostenveroordeling tuchtcolleges voor de gezondheidszorg.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9467
- Datum publicatie: 10-06-2026
- Datum uitspraak: 10-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:105
Doorhaling, algemeen beroepsverbod bij klacht van IGJ over verpleegkundige. De IGJ verwijt verweerder dat hij zich presenteerde als professioneel hulpverlener terwijl hij toen BHV’er was en daarbij onprofessioneel en onzorgvuldig handelde. Ook verwijt de IGJ verweerder dat hij ondanks zijn alcoholgebruik in de zorg werkzaam blijft zonder randvoorwaarden. Verweerder erkent zijn alcoholprobleem, zijn presentatie als professioneel hulpverlener en de medische handelingen die hij niet mocht verrichten. Verweerder meent dat het wegnemen van opiaten bij werkgever niet vaststaat vanwege het hoger beroep van de strafrechtelijke veroordeling.College: verweerder was betrokken bij meerdere incidenten, was meermaals onder invloed, nuttigde alcohol op de parkeerplaats van het ziekenhuis, handelde niet volgens de richtlijnen, was niet aanspreekbaar voor de politie, ambulancedienst en IGJ, toont weinig zelfinzicht, reflectie en transparantie door onder andere het expertiserapport niet te delen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9025
- Datum publicatie: 10-06-2026
- Datum uitspraak: 10-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:106
Klacht tegen tandarts over de rekening (kosten zouden worden vergoed of er zouden geen kosten in rekening worden gebracht en er zouden kosten in rekening zijn gebracht voor een behandeling die niet heeft plaatsgevonden) en over bejegening kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9452
- Datum publicatie: 12-06-2026
- Datum uitspraak: 12-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:92
Voorzittersbeslissing, klacht kennelijk ongegrond. Klacht over handelen in 2017/2018. Klaagster heeft geweigerd toestemming te geven om het dossier op te vragen omdat zij vindt dat ze voldoende informatie heeft overgelegd. Vanwege het ontbreken van het medisch dossier is het niet mogelijk de aan de verwijten ten grondslag gelegd feiten vast te stellen. Uit de wel overgelegde stukken kan niet worden afgeleid dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8348
- Datum publicatie: 12-06-2026
- Datum uitspraak: 12-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:138
Deels gegronde klacht tegen tandarts. Klaagster had acute pijnklachten en heeft de tandarts gebeld. Zij verwijt de tandarts dat hij toen direct, zonder haar voorafgaande toestemming, een behandeling heeft ingepland en haar onprofessioneel heeft bejegend. Ook verwijt zij de tandarts dat hij haar vader heeft gebeld, waarmee hij haar autonomie en privacy als volwassen vrouw heeft geschonden. Dit laatste acht het college gegrond en tuchtrechtelijk verwijtbaar. De tandarts heeft zijn beroepsgeheim geschonden door als tandarts met de vader van een volwassen patiënt over haar gedrag te spreken. Het college vindt dit een ernstige miskenning van de professionele standaard en de autonomie van klaagster. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8904
- Datum publicatie: 12-06-2026
- Datum uitspraak: 12-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:139
Kennelijk ongegronde klacht tegen tandarts. Klager had een gaatje in zijn kies. De tandarts adviseerde een volledige prothese in de bovenkaak en een plaatje in de onderkaak. Klager vindt dat de tandarts het gaatje in de kies had moeten vullen. Klager stelt ook dat de tandarts weigerde om een controle uit te voeren. Het college heeft geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de tandarts de controle heeft geweigerd. Volgens het college is het aan de/een tandarts om een professionele afweging te maken en te beoordelen of de door een patiënt gewenste behandeling geïndiceerd en mogelijk is. Dat heeft de tandarts gedaan en een alternatieve behandeling voorgesteld. Het college acht dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8605
- Datum publicatie: 12-06-2026
- Datum uitspraak: 12-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:90
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De psychiater is als regiebehandelaar verantwoordelijk geweest voor de diagnostiek, behandeling en medicamenteuze begeleiding van klager. Klager verwijt de psychiater samengevat machtsmisbruik, grensoverschrijdend gedrag, bedreiging, chantage, manipulatie, misbruik van de kwetsbare positie van klager en het verstrekken van onjuiste informatie aan andere zorgverleners. Het college is van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9463
- Datum publicatie: 12-06-2026
- Datum uitspraak: 12-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:91
Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager werd door de huisarts naar de psychiater verwezen voor een verkort zorg traject. De psychiater sprak klager enkele keren en verrichtte psychiatrisch onderzoek. Met instemming van klager stuurde de psychiater de eindevaluatie naar de huisarts. Klager verwijt de psychiater, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld in zijn verslaglegging richting de huisarts. Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3123
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:116
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3124
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:117
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3125
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:118
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-9194
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:89
Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster is door de huisarts op consult gezien. Zij maakt de huisarts verwijten over haar bejegening tijdens dit consult en over de hygiënische omstandigheden van de behandelruimte. Het college kan niet vaststellen dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3126
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:119
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3127
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:120
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3131
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:121
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3128
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:122
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8873
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 16-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:108
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts, tevens bestuurder van het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zorgweigering door een oogarts uit het ziekenhuis waarvan hij bestuurder is heeft gedoogd, het recht op vrije artsenkeuze blokkeert en geen herstelmaatregelen heeft genomen. Klager maakt naar oordeel van de voorzitter misbruik van zijn klachtrecht, omdat hij eerder een klacht met op hoofdlijnen dezelfde inhoud heeft ingediend en uit zijn uitlatingen op sociale media blijkt dat hij de tuchtprocedure inzet om verweerder doelbewust te schaden en te belasten. Daarnaast valt het handelen van verweerder, dat bestond uit het opstellen en ondertekenen van een brief in zijn hoedanigheid van bestuurder, niet onder het bereik van de eerste of tweede tuchtnorm. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3133
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:123
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2825
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:104
Klacht tegen een KNO-arts in zijn hoedanigheid van SCEN-arts. De echtgenote van klager (de patiënte) was ernstig ziek en had gevraagd om euthanasie. Daarop heeft de huisarts van de patiënte het euthanasietraject ingezet en de SCEN-arts geraadpleegd. Klager verwijt de SCEN-arts dat hij te laat is gekomen en dat hij, in strijd met de wens van patiënte, niet akkoord is gegaan met het uitvoeren van euthanasie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3130
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:124
Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2826
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:105
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager had een slechte gezondheid met veel pijnklachten en heeft de huisarts om euthanasie gevraagd. De huisarts heeft het euthanasietraject ingezet, maar de patiënte is uiteindelijk op natuurlijke wijze komen te overlijden. Klager verwijt de huisarts onder meer dat zij onvoldoende en warrig heeft gecommuniceerd over de gezondheidstoestand van de patiënte, dat zij onvoldoende bereikbaar was en dat zij geen euthanasie heeft uitgevoerd bij de patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege te 's-Hertogenbosch heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing tot ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3129
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:125
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3179 VZ
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:126
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat niet kan worden vastgesteld dat de persoon tegen wie de klacht is gericht, staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3233 VZ
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:127
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat de kern van de door klaagster ingediende klacht gelijk is aan hetgeen klaagster de orthopedisch chirurg verweet in klachtonderdeel g) in een eerdere tuchtprocedure. Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8991
- Datum publicatie: 17-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:109
Kennelijk ongegronde klacht tegen arts, destijds ANIOS, werkzaam op afdeling traumachirurgie. Zoon van overleden patiënte dient klacht in over het niet adequaat en niet zorgvuldig functioneren tijdens laatste levensuren van patiënte, waaronder het niet opvolgen van gemaakte afspraken over pijnbestrijding/palliatieve sedatie. Snelle verslechtering patiënte na operatie pols. Kwetsbare patiënte bij wie stervensproces al was ingezet. Handelen conform Zorgpad stervensfase. Overleg met supervisor en met palliatief advies team. Duidelijk en zorgvuldig bijgehouden dossier. Continuïteit en betrokkenheid in de zorg voor patiënte.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-8740
- Datum publicatie: 17-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:88
Kennelijke ongegronde klacht. Klager, patiënt van verweerster (KNO-arts) klaagt over de operatie waarbij zijn keelamandelen (tonsillen) zijn verwijderd. Klager verwijt verweerster dat zij voorafgaand aan de tonsillectomie onvoldoende onderzoek deed en zich niet vergewiste van ’informed consent’, de onjuiste operatie koos, niet in het belang van klager handelde en klager onvoldoende serieus nam.College: Na voldoende onderzoek, de hernieuwde verwijzing en nieuwe informatie stelde verweerster de tonsillectomie voor. Verweerster voerde overleg met de huisarts van klager, had oog voor de klachten en de achterliggende problematiek van klager en noteerde deze helder. De time out procedure is een checkmoment.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9043
- Datum publicatie: 17-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:110
Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat hij onjuist is omgegaan met seksueel ontremd gedrag van een medepatiënt, onvoldoende heeft gehandeld na een incident waarbij deze medepatiënt seksuele handelingen bij zijn wilsonbekwame moeder heeft verricht, onjuist heeft gehandeld bij de behandeling van een urineweginfectie en zich ten onrechte als arts heeft voorgedaan. Het college oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in het klachtonderdeel over het delen van medische informatie over de medepatiënt. Klager is in de overige klachtonderdelen ontvankelijk, maar deze zijn ongegrond. Uit het dossier blijkt dat de verpleegkundig specialist na het incident direct de urgentie heeft onderkend, zich herhaaldelijk heeft laten informeren en intercollegiaal overleg heeft gevoerd. Voor de plaatsing van de deurstok, de kamerindeling en de overplaatsing was hij niet verantwoordelijk. Bij de urineweginfectie heeft hij tijdig een passende antibioticakuur voorgeschreven.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8697
- Datum publicatie: 17-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:111
Gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijke en ongegronde klacht tegen een verpleegkundige/casemanager dementie. Klaagster, de ex-partner van patiënt, verwijt verweerster een onjuist behandelplan, gebrekkige communicatie over wijziging van de eerste contactpersoon en schending van de geheimhoudingsplicht. Het college verklaart de eerste twee klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk, omdat patiënt zelf de wijzigingen in gang heeft gezet waarover wordt geklaagd en geen aanknopingspunten bestaan dat hij hierover zelf had willen klagen. Het verwijt van schending van de geheimhoudingsplicht is kennelijk ongegrond, omdat patiënt wilsbekwaam was en verweerster toestemming had gegeven contact op te nemen met zijn dochters over toekomstige vertegenwoordiging.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8679
- Datum publicatie: 19-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:86
Klacht tegen huisarts ongegrond. Klaagster is bij de waarnemend huisarts geweest met aanhoudende vaginale bloedingen bij een positieve zwangerschapstest. De vervolgens gemeten hCG-waarde zou kunnen passen bij een zwangerschapsduur van ongeveer vijf weken. Bij herhaling van de hCG-bepaling een week later bleek de waarde gedaald. Door deze daling werd vermoed dat sprake was van een miskraam. Op advies van verweerder werd klaagster door de assistente geadviseerd om een afspraak te maken voor een echo bij de verloskundige voor de week erna. Uiteindelijk heeft klaagster een aantal weken later op vakantie een spoedoperatie ondergaan vanwege een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Klaagster verwijt de huisarts – samengevat – dat hij onvoldoende alert is geweest, de zorgen van klaagster en haar partner over een mogelijke buitenbaarmoederlijke zwangerschap niet serieus heeft genomen en onjuiste informatie heeft laten verstrekken via de assistente. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts de zorgen van klaagster omtrent een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wel degelijk serieus heeft genomen. Verder kan het college niet vaststellen dat de huisarts omtrent het verstrekken van informatie tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8660
- Datum publicatie: 19-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:87
Klacht tegen verloskundige gegrond. Klaagster is door de verloskundige gezien omdat er een vermoeden bestond op een miskraam gezien eerder vaginaal bloedverlies en een positieve zwangerschapstest. De verloskundige heeft een echo verricht en de hCG-waarde bepaald en geconcludeerd dat sprake was van een miskraam. Enkele weken later, toen klaagster op vakantie was, bleek sprake te zijn van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, waarvoor klaagster een spoedoperatie heeft ondergaan. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij de echoscopie geen onderzoek heeft verricht naar een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Naar het oordeel van het college boden de bevindingen van het echo-onderzoek en de uitslag van de hCG-bepaling onvoldoende zekerheid om te kunnen concluderen dat sprake was van een spontane miskraam en dat een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kon worden uitgesloten. De verloskundige had zich hierover minder stellig dienen uit te laten richting klaagster. Aan de verloskundige wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8930
- Datum publicatie: 19-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:140
Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8931
- Datum publicatie: 19-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:141
Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3211 VZ
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:128
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht in verband met een eerdere klacht van klaagster tegen de verzekeringsarts met eenzelfde inhoud en strekking.Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3223 VZ
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:129
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts was de huisarts van de broer van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij mede door zijn toedoen gedwongen is opgenomen.De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissingdan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8126
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94
Verweerder was in 2014 als huisarts betrokken bij de tweejaarlijkse cholesterol- controle van klaagster in verband met haar hoge bloeddruk. Vanaf 2016 is deze controle overgedragen aan de praktijkondersteuner somatiek. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogd cholesterolgehalte en dit in 2014 niet goed te noteren in het dossier. Hierdoor is klaagster te laat doorverwezen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat een deel van de klacht niet-ontvankelijk en dat de huisarts voor het overige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8127
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:95
Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk van verweerder. Ze verwijt de huisarts dat zij bij het opvragen van haar medisch dossier is tegengewerkt en dat de huisarts het dossier onbeveiligd heeft laten versturen door de assistente via de praktijke-mail. Het college komt tot het oordeel dat alhoewel het dossier niet onbeveiligd had mogen worden verstuurd, de huisarts er in dit geval geen verwijt van kan worden gemaakt, omdat de assistente dit heeft gedaan zonder medeweten van de huisarts en in strijd met de geldende afspraken hierover in de praktijk, ook is niet duidelijk onder welke omstandigheden de assistente het dossier via de praktijke-mail heeft verzonden. Van tegenwerking bij het verstrekken van het dossier is het college niet gebleken. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8129
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:96
Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk waar de huisarts, als waarnemer werkzaam was. De waarnemend huisarts was alleen betrokken bij de doorverwijzing naar de afdeling cardiologie, die diezelfde dag door de huisarts is veranderd in een verwijzing naar het ziekenhuis dat klaagsters voorkeur had. Klaagster verwijt de huisarts kortgezegd dat zij een onzorgvuldige en onlogische doorverwijzing heeft gedaan en hiervoor aantoonbaar en bewust onjuiste redenen heeft opgegeven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de verwijzing niet onjuist was en van het opgeven van onjuiste redenen hiervoor niet gebleken is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8130
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:97
Verweerster was vanaf 2016 als verpleegkundige en praktijkondersteuner somatiek betrokken bij behandeling van klaagsters hoge bloeddruk en de controle van haar verhoogde cholesterol. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL-cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogde cholesterolgehalte en ten onrechte hiervoor een DNA onderzoek te weigeren. Ze heeft klaagster te laat door de huisarts laten doorverwijzen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer omdat de verpleegkundige niet bekend was met de door klaagster gestelde- maar verder niet onderbouwde- aanwezige familiaire hypercholesterolemie en de verpleegkundige conform de daarvoor geldende richtlijnen heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9393
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142
Gegronde klacht tegen een arts. De klacht is ingediend door de IGJ. De arts is als SCEN-arts betrokken geweest bij een door een huisarts (A2025/9392) uitgevoerde euthanasie bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college oordeelt dat de arts bij het verlenen van de SCEN-consultatie bij een euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden, niet de grote behoedzaamheid in acht heeft genomen die op grond van de wet en de beroepsnormen aangewezen was. Het verslag van de arts is onvoldoende onderbouwd. Ook heeft hij de huisarts er niet op terecht gewezen dat de verstrekte informatie onvoldoende was om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven. Het was naar het oordeel van het college ook aangewezen om in ieder geval overleg te hebben met een SCEN-arts die tevens psychiater is. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de arts zich heeft laten bijscholen en dat hij inmiddels met pensioen is. Klacht gegrond verklaard, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9392
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143
Gegronde klacht tegen een huisarts. De klacht is ingediend door de IGJ. De huisarts heeft euthanasie uitgevoerd bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld door niet zorg te dragen voor het raadplegen van voldoende psychiatrische expertise en genoegen heeft genomen met een ondermaats SCEN-verslag, waardoor zij niet de grote behoedzaamheid heeft betracht die bij het verlenen van euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden aangewezen was. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de huisarts op eigen initiatief nascholing en een intensief supervisietraject heeft gevolgd. Klacht gegrond, waarschuwing.