Zoekresultaten 2101-2150 van de 2204 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2884

    Ongegrond klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de verpleegkundig specialist hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld, medicatie is voorgeschreven en een crisismaatregel is opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9498

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klagers hebben de klachten niet concreet toegelicht of onderbouwd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9013

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen verweerster (haar zus). Verweerster heeft bij aanvraag beschermingsbewind voor haar moeder benoemd dat zij HBO-verpleegkundige is en heeft gewerkt als casemanager dementie. Klaagster verwijt verweerster dat zij misbruik makat van haar professionele status. Handelen in de privésfeer kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder de tweede tuchtnorm worden getoetst. Het verweten handelen valt niet onder de reikwijdte van de tweede tuchtnorm.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9060

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9061

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8523

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster werkt als arts in hetzelfde ziekenhuis als de anesthesioloog. Klaagster is geopereerd aan een breuk in haar rechterelleboog. De anesthesioloog heeft daarbij de plaatselijke verdoving uitgevoerd. Sindsdien heeft klaagster ernstige klachten aan haar rechterarm. Klaagster verwijt de anesthesioloog onder meer onjuiste dan wel onvolledige verslaglegging. Dat klachtonderdeel is gegrond; tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen maatregel op: éénmalig tekortschieten, niet meer als anesthesioloog werkzaam, toetsbaar opgesteld, handelen vond bijna tien jaar geleden plaats.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9016

    “Kennelijk ongegronde klacht van nabestaande over de behandeling van een patiënt door verweerder. Patiënt werd twee maal gezien wegens pijn op de borst en overleed enkele maanden later aan de gevolgen van een hartstilstand. Geen aanwijzingen dat bloeddrukmeting onzorgvuldig is geweest. Spoedverwijzing lag niet in de rede.”

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8626

    Klaagster verwijt de radioloog dat hij de röntgenfoto van de bekken en de heupen van haar moeder (patiënte) verkeerd heeft beoordeeld, omdat hij een duidelijk zichtbare metastase heeft gemist waardoor kostbare tijd in haar behandeling verloren is gegaan en een immuuntherapie niet meer mogelijk was. Gelet op de (beperkte) informatie die de radioloog had en de beperkte zichtbaarheid van de afwijking van het botweefsel in de rechterheup, acht het college het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de radioloog die niet heeft waargenomen. Klacht is ongegrond.

  • Voorzittersbeslissing. Klagers zijn kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Klagers hebben een klacht ingediend tegen vijf bij naam genoemde artsen en negen anoniem gebleven artsen. De klacht gaat over een brief van een psychiater van 29 april 2024 gericht aan het College van procureurs-generaal (het bestuur van het Openbaar Ministerie). De voorzitter overweegt dat een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen. De voorzitter stelt vast dat de secretaris in deze zaak een zorgvuldige invulling heeft gegeven aan de inspanningsverplichting van het tuchtcollege. Mede gezien het uitgangspunt dat klagers diegene zijn die de naam van de beklaagde(n) moeten achterhalen, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege kunnen worden gevergd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7701

    De ouders van een patiënte die door suïcide overleed, dienden een klacht in tegen haar psychiater, tevens geneesheer-directeur. Zij verwijten hem onder meer dat hij geen gedwongen opname heeft geregeld, geen medicatie heeft verstrekt bij ontslag, het medisch dossier niet heeft gedeeld en het overlijden niet heeft gemeld als calamiteit. Het tuchtcollege oordeelt dat de klacht ongegrond is. Het ingezette en door de psychiater, gedurende de paar dagen dat hij behandelaar was, voortgezette behandelbeleid (gericht op meer autonomie) was volgens de professionele normen en gezien de voorgeschiedenis van de patiënte verdedigbaar. De psychiater was niet betrokken bij het verstrekken van het medisch dossier en de medicatie bij ontslag. Hij was als geneesheer-directeur niet verantwoordelijk voor het melden van een calamiteit. Daarnaast was er geen sprake van fouten in de zorg die een melding verplicht maakten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8843

    De inspectie verwijt de arts dat hij in de periode van juli 2021 tot en met februari 2022 ongeoorloofd off-label ivermectine en hydroxychloroquine heeft voorgeschreven voor de behandeling en/of preventie van COVID-19 en dat hij daarbij tevens in strijd heeft gehandeld met de destijds geldende normen voor het op afstand voorschrijven van medicatie. Daarnaast verwijt de inspectie de arts dat hij onvoldoende heeft samengewerkt met andere behandelaren. Het college komt tot het oordeel dat de arts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de arts de maatregel van berisping op en besluit tot openbaarmaking van die maatregel in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8462

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, echtgenote van de overleden patiënt, verwijt de huisarts dat hij bij een consult onvoldoende onderzoek heeft gedaan, een onjuiste diagnose (virusinfectie) heeft gesteld en een hartinfarct heeft gemist.Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame huisarts verwacht mag worden. Op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek waren er geen aanwijzingen voor een hartinfarct en was aanvullend onderzoek niet geïndiceerd. Dat later een hartinfarct werd vastgesteld, maakt dit niet anders. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9142

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zonder overleg en toestemming een verwijzing heeft gestuurd naar een neuroloog en dat aan klaagster geen verwijsbrief is gestuurd of gegeven. De voorzitter concludeert op basis van het medisch dossier dat er een consult heeft plaatsgevonden waarin de verwijzing naar de neuroloog is besproken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8053

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, echtgenote van de overleden patiënt, verwijt de huisarts dat geen aanvullend onderzoek (bloedonderzoek en röntgenfoto) is verricht, dat de patiënt ten onrechte met de diagnose griep/COPD-exacerbatie naar huis is gestuurd en dat sprake was van onheuse bejegening.Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek in redelijkheid tot haar diagnose en beleid kon komen en dat aanvullend onderzoek niet geïndiceerd was. De gestelde onheuse bejegening kan niet worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8095

    Klaagster heeft ernstige psychische problemen en wordt in 2024 met een zorgmachtiging opgenomen in een psychiatrische instelling. Zij dient een klacht in tegen de psychiater over maatregelen die op een specifieke dag zijn genomen, zoals het innemen van haar telefoon, en dat sprake is van gebrekkig overleg, intimidatie, onjuiste uitspraken over autisme en onjuiste dossiervoering. Het tuchtcollege acht de klacht ongegrond. De maatregelen die zijn ingezet waren gerechtvaardigd, proportioneel en zorgvuldig, er was geen sprake van intimidatie of onjuiste uitspraken over autisme en het dossier is correct bijgehouden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2973

    Klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een kleine, donkere, onderhuidse zwelling op zijn bovenbeen laten verwijderen. Uit pathologisch onderzoek bleek dat dit een dermatofibroom was. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8565

    Klaagster verwijt de klinisch psycholoog dat zij ten onrechte is behandeld voor een persoonlijkheidsstoornis zonder dat een diagnose is gesteld en zonder haar toestemming. De klinisch psycholoog is op basis van een zorgvuldige afweging tot de diagnose gekomen en heeft het diffuse karakter van de problematiek van klaagster in acht genomen. Geen sprake van een onjuiste declaratie. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9017

    Ongegronde klacht tegen een ambulanceverpleegkundige die betrokken is geweest bij de zorg aan klager die op straat was gevallen. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij ten onrechte uit is gegaan van dronkenschap en de mogelijkheid van neurologische problemen niet heeft uitgevraagd/onderzocht. Het college heeft geen contact kunnen krijgen met de verpleegkundige en er is geen verweer gevoerd. Anamnese en lichamelijk onderzoek voldoende. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat onjuiste informatie is vastgelegd in het ritformulier.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8417

    Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8418

    Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9098

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een klinisch psycholoog. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9099

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een psychotherapeut. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002 Verzet

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:229 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3014

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9240

    Klacht tegen een verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Klaagster was bij een ongeval betrokken. De schadebehandelaar van de verzekeraar vroeg aan de verzekeringsarts of hij iets kon zeggen over het percentage blijvende invaliditeit, waarop de verzekeringsarts een medisch advies heeft uitgebracht. Klaagster verwijt de verzekeringsarts, samengevat, dat hij een onzorgvuldig advies heeft gegeven. Het college oordeelt dat het onderzoek door de verzekeringsarts vakkundig en zorgvuldig is uitgevoerd en conform de algemeen aanvaarde werkwijze in de verzekeringsbranche.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3014

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9280

    Voorzittersbeslissing, klacht kennelijk ongegrond. De klacht gaat over het handelen van een psychiater bij de opname van klager op de High Intensive Care (HIC). Klager verwijt de psychiater onder meer dat zij verbeten en niet neutraal het gesprek in ging en dat geen gebruik werd gemaakt van zijn signaleringsplan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9058

    Kennelijk ongegronde klacht over huisarts. Patiënte verwijt de huisarts dat er onjuiste aantekeningen staan in het medisch dossier van klaagster over de periode in 2011. Ook heeft huisarts klaagster in 2012 niet doorverwezen naar een GZ-psycholoog waardoor klaagster, volgens klaagster geruime tijd last heeft gehad van de gevolgen van PTSS. De huisarts heeft gevraagd om klaagster niet-ontvankelijk te verklaren als het gaat om het handelen van voor 2 oktober 2015 en voor het overige de klacht ongegrond te verklaren. Oordeel college: klaagster deels niet-ontvankelijk en de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8709

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend in verband met de behandeling van haar moeder tijdens een consult. Klaagster vindt dat het onderzoek van de huisarts en de vervolgstappen ontoereikend zijn geweest en ziet een verband met het overlijden van haar moeder korte tijd erna. Het college oordeelt dat de huisarts enkele gerichte onderzoeksverrichtingen heeft nagelaten. Daarnaast heeft het college een passend vervolgonderzoek, het maken van een echo, gemist. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8863

    Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan. Klaagster is in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is. Het tweede klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8996

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij tijdens een gezondheidscheck zonder toestemming van de patiënt een injectie heeft toegediend. Uit het verslag van de afspraak blijkt wel dat er bloed is geprikt bij klager, maar niet dat er bij hem een injectie is toegediend. Gelet op de toelichting van de huisarts ziet het college geen aanleiding om aan te nemen dat er niettemin toch een injectie zou zijn toegediend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8826

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij tijdens een consult geen onderzoek heeft gedaan naar haar buikklachten en haar onvoldoende zorg heeft verleend. Daarnaast verwijt zij de huisarts dat zij haar (en haar zus) tijdens dat consult respectloos en onprofessioneel heeft bejegend. Naar het oordeel van het college heeft de huisarts op een goed te volgen wijze gehandeld. Niet is gebleken dat de huisarts onvoldoende onderzoek heeft gedaan, een onjuist beleid heeft bepaald, onvoldoende en onjuist heeft genoteerd in het medisch dossier en onvoldoende informatie heeft gegeven. Onprofessionele bejegening kan evenmin worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9102

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij bij een consult de indruk gaf dat hij haast had en dat hij fouten heeft gemaakt bij de injectie met Kenacort. De opmerking die de huisarts maakte was misschien niet zo handig, maar het is niet gebleken dat hij klaagster opzettelijk onder druk heeft willen zetten om zich te haasten. Bij het injecteren van Kenacort in de bilspier is er een kleine kans op complicaties, ook al is de injectie op een correcte manier toegediend. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts fouten heeft gemaakt. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8167

    Verweerder is als geneesheer-directeur verbonden aan het psychotherapeutische centrum waar patiënt werd behandeld. Patiënt is op 8 maart 2021 overleden door suïcide. Klaagster is nabestaande en maakt verweerder verschillende verwijten over de behandeling van patiënt en de gang van zaken na de suïcide. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8168

    Verweerster (psychiater) is in de periode van 13 maart 2020 tot en met 14 juli 2020, waarvan een gedeelte als regiebehandelaar, betrokken geweest bij de behandeling van klaagsters echtgenoot (hierna: patiënt). Patiënt is in maart 2021 overleden door suïcide. Klaagster maakt verweerster verschillende verwijten over de behandeling van patiënt. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8739

    Kennelijk ongegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde over onterechte overplaatsing van patiënte naar een gespecialiseerd zorgcentrum zonder instemming of overleg met familie. Artikel 21 Wet zorg en dwang. Toename gedragsproblematiek. Verblijf in kleinschalige woonvorm niet meer passend. Voortdurend en uitgebreid met de familie besproken. Besluit raad van bestuur. Voldoende valide argumenten voor overplaatsing.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8742

    Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog over onterechte overplaatsing van patiënte naar een gespecialiseerd zorgcentrum zonder instemming of overleg met familie. Artikel 21 Wet zorg en dwang. Toename gedragsproblematiek. Verblijf in kleinschalige woonvorm niet meer passend. Voortdurend en uitgebreid met de familie besproken. Besluit raad van bestuur. Voldoende valide argumenten voor overplaatsing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2947

    Klacht van een zorgverzekeraar tegen en verpleegkundige. De verpleegkundige was enig aandeelhouder/bestuurder van een onderneming in de vorm van een besloten vennootschap die (thuis)zorg verleende. De onderneming declareerde zorgvergoedingen bij klaagster als zorgverzekeraar. Klaagster verwijt de verpleegkundige het declareren van niet geleverde zorg, het declareren van zorg die niet voor vergoeding in aanmerking komt en het niet voldoen aan de dossierplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep op tegen de zwaarte van de aan haar opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de verpleegkundige.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8526

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg. De verpleegkundig specialist was regiebehandelaar van klaagster en heeft na het MDO klaagster geïnformeerd dat er contact zou worden opgenomen met haar moeder, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De verpleegkundig specialist is betrokken geweest bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De verpleegkundig specialist heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8968

    Deels gegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog onder andere dat hij medisch onnodig en in strijd met het informed consent heeft gehandeld door zonder toestemming van klaagster haar ovarium te verwijderen, en dat hij onjuist en onvolledig verslag heeft gedaan aan de huisarts. Het college is van oordeel dat de gynaecoloog in dit geval de mogelijkheid van gehele verwijdering van het ovarium nadrukkelijk met klaagster had moeten bespreken. Alleen in geval van een medische situatie die de verwijdering van het ovarium op dat moment noodzakelijk maakte, had de gynaecoloog dat zonder specifieke toestemming van klaagster mogen doen; van een medische noodzaak was in dit geval geen sprake. Ook is de verslaglegging naar de huisarts ondermaats geweest. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9241

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS gynaecoloog. Klaagster verwijt de AIOS dat hij haar zonder informed consent heeft laten instemmen met een episiotomie en haar daarbij heeft geïntimideerd. Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster na overleg en uitleg toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat informed consent ontbreekt, ongegrond. Dat de AIOS zich daarbij intimiderend zou hebben gedragen, wordt door hem ontkend. Het college kan bij tegengestelde verklaringen niet vaststellen wat er precies is gebeurd. Wel merkt het college op dat in het medisch dossier concreet en uitvoerig verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en dat expliciet is vermeld dat klaagster na de bevalling blij was met het beloop en de begeleiding van de AIOS, wat in tegenspraak is met haar klacht. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2843

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS interne geneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht tegen de arts kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3038

    Klacht tegen een huisarts. Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8524

    Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft haar beroepsgeheim geschonden door na een MDO contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De psychiater was betrokken bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3015

    Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychiater. Nadat die behandelrelatie was geëindigd, is de psychiater gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2938

    Klacht van de inspectie tegen een verpleegkundige. De inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt en aansluitend aan de behandelrelatie een seksuele en persoonlijke relatie aan te gaan met de patiënt. Ook verwijt de inspectie de verpleegkundige dat zij onprofessioneel heeft gehandeld door – zonder dat hiertoe een noodzaak bestond – medische informatie over patiënten met een derde te delen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van schorsing opgelegd voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Zowel de inspectie als de verpleegkundige komen in beroep tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel. Het beroep van de inspectie slaagt. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor zover daarbij een deels voorwaardelijke schorsing is opgelegd en legt de verpleegkundige een voorwaardelijke doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8525

    Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater, die ook geneesheer-directeur is, heeft een afweging gemaakt in de rol van psychiater, en niet in de rol van geneesheer-directeur. Tweede tuchtnorm. De psychiater onderschreef het tijdens het MDO afgesproken beleid om contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.