Zoekresultaten 1431-1440 van de 2399 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7816

    Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld met spanningsklachten. Dat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat een verstoorde arbeidsrelatie de oorzaak was van de spanningsklachten acht het college navolgbaar, evenals het advies om via mediation het arbeidsconflict met de werkgever proberen op te lossen. Op het moment dat klager echter per e-mail liet weten dat hij weer terug aan het werk was in zijn eigen functie en de spanningsklachten weer opliepen mocht van de bedrijfsarts een interventie verwacht worden (zoals een advies tot het verrichten van werk in een andere functie). Dat de bedrijfsarts dit heeft nagelaten acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8163

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft op 13 januari 2025 contact opgenomen met de huisarts nadat hij sinds een dag last had van pijnaanvallen in de buik, en heeft gezegd dat hij dacht aan galsteenaanvallen. De huisarts heeft klager onderzocht en een expectatief beleid gevoerd. De volgende dag is klager naar de SEH geweest en bleek sprake te zijn van een galblaas- en alvleesklierontsteking. Klager verwijt de huisarts dat hij hem niet direct voor bloedonderzoek heeft doorverwezen, geen vangnetadvies heeft gegeven en geen nazorg heeft verleend.Wat betreft het consult en het vangnetadvies overweegt het college het volgende. Uit het lichamelijk onderzoek kwam naar voren dat klager op dat moment geen koorts had en geen verhoogde ontstekingswaardes (CRP). Klager braakte niet en had een soepele buik. De huisarts heeft onder die omstandigheden op goede gronden kunnen besluiten om een expectatief beleid te voeren. Er was ten tijde van het consult geen aanleiding om klager door te sturen voor verder onderzoek of verdere behandeling. Voorts stelt het college vast, uitgaande van het medisch dossier, dat er wel diclofenac is voorgeschreven en dat er door de huisarts een vangnetadvies is gegeven. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7916

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte een nieuwe sonde.Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte te kort is geschoten. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7819

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij in 2024 in een één op één gesprek met klagers zoon, die toen 12 jaar oud was, de dosering van de medicatie methylfenidaat heeft verhoogd zonder overleg met klager die co-ouder is, en met gevolgen voor de geestelijke gezondheid van de zoon.Het college twijfelt er niet aan dat de huisarts de verandering van de dosering van de medicatie heeft besproken met klagers zoon in bijzijn van klagers ex-partner, en dat dit niet is gebeurd in een één op één gesprek met klagers zoon. Wat het niet inlichten van klager betreft, overweegt het college dat de huisarts niet apart instemming van beide ouders hoefde te vragen bij de geringe verhoging van de dosis van een medicijn dat al enige tijd werd gebruikt. De huisarts mocht ervan uitgaan dat de ouders elkaar hierover zouden inlichten. Dat zou anders zijn als de huisarts had geweten dat de relatie tussen klager en zijn ex-partner sterk verstoord was, maar die informatie had de huisarts niet. Bovendien had klagers zoon bij de huisarts laten weten dat hij liever afstand bewaarde tot klager. Omdat klagers zoon toen al 12 jaar oud was heeft de huisarts dat terecht zwaar laten meewegen. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7761

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. De internist sloot dit uit met een PET-scan en concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7355

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Patiënt bij wie na verloop van tijd de diagnose ‘creeping eruption’ is gesteld, verwijt huisarts het stellen van een verkeerde diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie, onvoldoende deskundigheid en onvoldoende begrip. Werkdiagnose en aanpassing werkdiagnose. Passende medicatie bij de gemelde klachten. Medisch dossier biedt geen aanknopingspunten voor de verwijten van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7503

    Ongegronde klacht tegen huisarts. Hulpvraag van een niet in de praktijk ingeschreven kind en zijn oma. De klacht gaat over het niet verlenen van spoedeisende zorg en het negeren en afwimpelen van de passanten. Geen passantenzorg verleend. Adequate beoordeling of acute zorg al dan niet nodig was. Het ontbreken van noodzakelijke persoonsgegevens. Verwijzing naar eigen huisarts. Vastlopen van het gesprek tussen de huisarts en de oma. Geen sprake van onzorgvuldig handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2681

    Deels gegronde klacht tegen een cardioloog. Klaagster heeft zich bij de stichting waar de cardioloog aan verbonden is aangemeld in verband met lichamelijke klachten. Klaagster is eenmalig op consult geweest. Daarnaast is er veel e-mailcontact geweest tussen klaagster en de cardioloog. Klaagster verwijt de cardioloog dat zij haar niet goed heeft behandeld, ten onrechte de diagnose ME/CVS heeft gesteld en onjuiste facturen heeft verstuurd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht wat betreft de onjuiste facturen deels gegrond verklaard en de cardioloog een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van de cardioloog.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7217

    Ongegronde klacht tegen huisarts. Patiënt bij wie na verloop van tijd de diagnose ‘creeping eruption’ is gesteld, verwijt huisarts het stellen van een verkeerde diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie, onvoldoende deskundigheid en onvoldoende begrip. Werkdiagnose en aanpassing werkdiagnose. Passende medicatie bij de gemelde klachten. Doorverwijzing naar dermatoloog. Impact van het enthousiasme van huisarts over de zeldzame diagnose en het tonen van foto’s. Grenzen van een redelijke beroepsuitoefening niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2732

    Ongegronde klacht tegen een huisarts op de huisartsenpost. De broer van klager (patiënt) is ‘s nachts met pijnklachten naar de huisartsenpost gegaan. Na onderzoek door de huisarts kreeg hij pijnmedicatie en medicatie tegen misselijkheid en braken toegediend en mocht hij naar huis. In de loop van de ochtend verslechterde de situatie van patiënt en is hij overleden. Klager verwijt de huisarts nalatigheid en stelt dat hij patiënt naar het ziekenhuis had moeten verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Hert Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.