Zoekresultaten 13321-13328 van de 13328 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/6937
- Datum publicatie: 15-08-2024
- Datum uitspraak: 07-08-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:92
Klacht tegen een supervisor kennelijk ongegrond. Verweerder is supervisor van de arts-assistent die klaagster heeft opgevangen op de spoedeisende hulp na een auto-ongeval. Klaagster is diezelfde avond ontslagen uit het ziekenhuis. Later bleek dat haar heiligbeen gebroken was. Klaagster verwijt de supervisor dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/6938
- Datum publicatie: 15-08-2024
- Datum uitspraak: 07-08-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:93
Klacht tegen een arts-assistent kennelijk ongegrond. Klaagster heeft een auto-ongeval gehad en belandde op de spoedeisende hulp. Zij is diezelfde avond ontslagen uit het ziekenhuis. Later bleek dat haar heiligbeen gebroken was. De arts-assistent heeft haar op de spoedeisende hulp behandeld. Klaagster stelt dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/6803
- Datum publicatie: 15-08-2024
- Datum uitspraak: 07-08-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:94
Klacht tegen een traumachirurg kennelijk ongegrond. Klaagster heeft een auto-ongeval gehad en belandde op de spoedeisende hulp. Zij is diezelfde avond ontslagen uit het ziekenhuis. Later bleek dat haar heiligbeen gebroken was. De traumachirurg heeft klaagster gesproken nadat zij pijnklachten bleef houden en door de dokter werd doorverwezen naar het ziekenhuis. Klaagster verwijt de traumachirurg dat hij laconieke nazorg heeft geleverd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6675
- Datum publicatie: 15-08-2024
- Datum uitspraak: 07-08-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:95
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde kennelijk ongegrond. Na verwijzing door de huisarts heeft de specialist ouderengeneeskunde een huisbezoek afgelegd bij klager en zijn moeder, die hij verzorgde. Hierna heeft zij een multidisciplinair overleg (MDO) gepland met verschillende betrokken zorgverleners. Geconcludeerd werd dat opname in een 24-uurs setting noodzakelijk was. De moeder van klager is uiteindelijk na een Rechterlijke Machtiging opgenomen. Zij is binnen enkele maanden na haar opname overleden. Klager vindt dat de specialist ouderengeneeskunde de fysieke klachten van zijn moeder niet serieus heeft genomen en ten onrechte heeft gezegd dat klager ontkende dat zijn moeder aan de ziekte van Alzheimer leed. Ook verwijt klager de specialist ouderengeneeskunde dat zij heeft geweigerd filmmateriaal te bekijken waaruit bleek dat moeder veel helderder van geest was, als zij niet ziek was.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/6960
- Datum publicatie: 16-08-2024
- Datum uitspraak: 05-08-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:96
Klacht tegen huisarts kennelijk niet-ontvankelijk. Klager verwijt huisarts in een aangifte medische informatie te hebben gedeeld en daarmee zijn beroepsgeheim te hebben geschonden. De voorzitter is van oordeel dat sprake is van ne bis in idem nu in Z2022/5187 hetzelfde feitencomplex is beoordeeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/6838
- Datum publicatie: 29-08-2024
- Datum uitspraak: 23-08-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:97
Klacht tegen verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft in opdracht van een re-integratiebedrijf een verzekeringsgeneeskundige expertise verricht. Het hiervan door haar opgestelde rapport heeft zij in concept aan klaagster voorgelegd. Klaagster was het op punten niet eens met de inhoud van het rapport en heeft de verzekeringsarts meerdere keren gevraagd het rapport ten aanzien van deze punten op basis van het correctierecht aan te passen. De verzekeringsarts heeft hier ten dele gehoor aan gegeven. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zij een onzorgvuldig, ondeugdelijk rapport heeft opgesteld. Ook meent zij dat een onderbouwing van de vastgestelde belastbaarheid ontbreekt. Daarnaast heeft zij het college onder meer verzocht om vernietiging van het rapport en het oordeel dat de verzekeringsarts verantwoordelijk is voor door klaagster opgelopen schade. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Daarnaast heeft het college de door klaagster gedane verzoeken afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6581
- Datum publicatie: 29-08-2024
- Datum uitspraak: 23-08-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:98
Voorzittersbeslissing. Klacht ingediend door een klager tegen een voormalig samenwerkingspartner. Met klachtonderdeel a verwijt klager verweerder dat zij bij een zakelijke bespreking zijn pols heeft gevoeld en daarbij heeft benoemd dat hij atriumfibrilleren en bigeminie had. Daarmee zij volgens klager zijn zorg over zijn gezondheid versterkt om hem daarmee tot zakelijke concessies te bewegen. De voorzitter oordeelt dat het handelen van verweerster plaatsvond in de besloten setting van een bespreking tussen samenwerkingspartners, waarbij het doel was overeenstemming te bereiken over een bepaalde winstverdeling. Het handelen heeft onvoldoende weerslag op het belang van de individuele gezondheidszorg. Verweerster heeft geen medisch advies gegeven of behandelvoorstellen gedaan. Door klager is evenmin inzichtelijk gemaakt dat het handelen van verweerster voor klager gevolgen heeft gehad waardoor de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg is of wordt geraakt. De door klager genoemde omstandigheid dat hij door het handelen van verweerster akkoord is gegaan met een voor hem minder gunstige winstverdeling, betreft een zakelijk belang en raakt niet de individuele gezondheidszorg. Klager werd bij dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaard omdat het handelen niet valt onder één van de tuchtnormen. Klachtonderdelen b tot en met e gaan allemaal over handelen van verweerster in een samenwerkingsverband waarin klager geen partij was. Hij had bij de uitvoering hiervan zelf slechts een financieel belang. Door klager genoemde belangen als volksgezondheid, publieke gelden en publiek vertrouwen is een algemeen belang. Het belang van klager verschilt hierin niet van enig andere privépersoon en is daarmee niet aan te merken als een rechtstreeks eigen belang. Klager kan ook niet in de overige klachtonderdelen worden ontvangen omdat klager niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6672
- Datum publicatie: 29-08-2024
- Datum uitspraak: 27-08-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:99
Klacht tegen apotheker. De apotheker heeft medicatie aan klager verstrekt. Het betreft onder meer tramadol, diclofenac en naproxen. Klager verwijt de apotheker dat hij hem deze medicatie langdurig heeft verstrekt zonder hem te informeren over de gevolgen van het gebruik van deze medicatie. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1332
- Pagina: 1333