Zoekresultaten 1-50 van de 12754 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5367
- Datum publicatie: 05-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:9
Klacht tegen een arts werkzaam bij het consultatiebureau ingediend door ouders. Klagers zijn niet tevreden met het consult van hun zoontje bij het consultatiebureau. Zij verwijten de arts onder meer dat zij nalatig en onprofessioneel heeft gehandeld, en zij een onterechte en onjuiste doorverwijzing naar de kinderarts en melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Na het consult heeft de arts tijdens een telefoongesprek met de ouders haar zorgen om het kind onnodig uitvergroot. Daardoor is een vertrouwensbreuk ontstaan tussen de arts en de ouders. De arts heeft na overleg een melding gedaan bij Veilig Thuis. Het college is van oordeel dat de arts vanwege de vertrouwensbreuk met de ouders had moeten beseffen dat zij niet meer de aangewezen persoon was om bij deze casus betrokken te blijven. Voorts dient de arts als professional zorgvuldigheid te betrachten bij de communicatie jegens ouders, omdat dit anders de vertrouwensrelatie kan schaden. Uit het dossier en ter zitting is gebleken dat er al langer reële, maar niet acute zorgen over het kind en zijn ontwikkeling (afbuigende groei) waren. Dat maakt dat er langer gewacht had kunnen worden in deze situatie. Door deze ruimte niet te benutten en de melding te doen, is de situatie verder geëscaleerd. Overigens overweegt het college dat de melding zelf niet onterecht was gelet op de zorgen. Het college merkt daarbij op dat sprake van een relatief onervaren arts en dat het enige tijd heeft geduurd voordat vervanging gevonden was. De arts ziet in dat zij is tekortgeschoten en heeft hieruit lering getrokken. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de arts een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5558
- Datum publicatie: 18-01-2024
- Datum uitspraak: 16-01-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:8
Klacht van nabestaande tegen een psychiater over de behandeling van een patiënt tijdens zijn vrijwillige opname in een GGZ-instelling. De psychiater zou volgens klaagster tekort zijn geschoten in de zorg ten aanzien van patiënt Hij heeft hierdoor de kliniek kunnen verlaten en zichzelf van het leven beroofd. Ook wordt de psychiater verweten dat hij verantwoordelijk is voor het niet verstrekken van het medisch dossier naderhand, ondanks het feit dat er wel een machtiging was. Het college verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5571
- Datum publicatie: 18-01-2024
- Datum uitspraak: 16-01-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:7
Klacht van nabestaande tegen een verpleegkundige over de behandeling van een patiënt tijdens zijn vrijwillige opname in een GGZ-instelling. De verpleegkundige zou volgens klaagster tekort zijn geschoten in de zorg ten aanzien van patiënt Hij heeft hierdoor de kliniek kunnen verlaten en zichzelf van het leven beroofd. Ook wordt de verpleegkundige verweten dat zij verantwoordelijk is voor het niet verstrekken van het medisch dossier naderhand, ondanks het feit dat er wel een machtiging was. Het college verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5134
- Datum publicatie: 15-01-2024
- Datum uitspraak: 12-01-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:6
Klacht tegen huisarts. Klagers moeder (patiënte) was opgenomen in een verpleeghuis. De huisarts is als zelfstandige werkzaam bij een organisatie die onder meer verbonden is aan dit verpleeghuis. Na een val van patiënte in de nacht, heeft de verzorging/verpleging telefonisch contact opgenomen met de huisarts, omdat het hen niet lukte om patiënte zelf weer in bed te leggen. Zij adviseerde de ambulancedienst te bellen. Deze wilde echter niet komen. Ook het advies van de triagist om de brandweer te laten komen, leidde tot niets. De huisarts is uiteindelijk zelf naar het verpleeghuis gegaan. Daar heeft zij patiënte laten insturen naar de eerste hulp met het verzoek om de enkel te laten beoordelen. Diezelfde ochtend is patiënte weer overgedragen aan het verpleeghuis. Hierna is de toestand van patiënte snel verslechterd. Enkele dagen later is patiënte overleden. Klager verwijt de huisarts – kort gezegd – het niet bieden van een oplossing na de val van patiënte. Naar het oordeel van het college is de huisarts tekortgeschoten in de zorg die van haar verwacht mocht worden. Zij heeft ten onrechte geoordeeld dat de bij patiënte na de val verrichte metingen onvoldoende reden waren om patiënte op dat moment al te bezoeken. De klacht is gegrond en het college legt aan verweerster een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5433
- Datum publicatie: 15-01-2024
- Datum uitspraak: 12-01-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:5
Klacht tegen orthopedisch chirurg ongegrond. De klacht gaat over de behandeling van klaagster. Klaagster is scoliose patiënte en is in verband met de daaraan gerelateerde problematiek door verweerder geopereerd. Na deze operatie ging het aanvankelijk goed, maar na enige tijd kreeg klaagster pijnklachten en is uiteindelijk het osteosynthesemateriaal verwijderd. Na het verwijderen van dit materiaal is de scoliose terug gekomen. Volgens klaagster heeft verweerder bij de eerste operatie een onjuiste operatiemethodiek toegepast en heeft verweerder beeldmateriaal onjuist geïnterpreteerd, waardoor er ten onrechte van uit werd gegaan dat voldoende fusie was opgetreden. Tot slot verwijt klaagster verweerder dat hij niet open heeft willen zijn over de behandeling. Verweerder voert gemotiveerd verweer.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5085
- Datum publicatie: 15-01-2024
- Datum uitspraak: 12-01-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:4
Klacht tegen huisarts. Klaagster en haar zoontje zijn beiden patiënt bij de praktijk waar de huisarts werkt. De huisarts had het zoontje op verzoek van klaagster vanwege gedragsproblemen verwezen naar een ggz-instelling voor kinderen. Nadat de huisarts op verzoek van de instelling nadere informatie heeft verstrekt, heeft de instelling klaagster bericht dat zij het zoontje niet kunnen behandelen. Klaagster ging naar de huisarts om te vragen welke informatie hij heeft doorgegeven aan de instelling. Dit bezoek aan de huisarts resulteerde in een vervelend gesprek dat escaleerde, waarbij de huisarts klaagster heeft laten weten haar en haar zoontje niet meer te willen behandelen en haar heeft weggestuurd. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat hij haar onheus heeft bejegend tijdens het betreffende gesprek. Het college verklaart dit klachtonderdeel gegrond. Het college is van oordeel dat de huisarts zich zeer grensoverschrijdend en onprofessioneel heeft opgesteld tegenover klaagster. De huisarts is al vaker met het tuchtrecht in aanraking is geweest vanwege de wijze waarop hij patiënten bejegent en heeft al eerder forse maatregelen hiervoor gekregen. Ondanks dat is de huisarts toch weer de fout in gegaan en toont hij onvoldoende zelfinzicht. Het college heeft er geen vertrouwen in dat de huisarts zijn manier van handelen zal verbeteren. Alles overziend acht het college het noodzakelijk om de inschrijving van de huisarts in het BIG-register door te halen. De bevoegdheid van de huisarts om zijn beroep uit te oefenen wordt geschorst zolang de beslissing nog niet onherroepelijk is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5643
- Datum publicatie: 11-01-2024
- Datum uitspraak: 08-01-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:3
Klacht tegen huisarts. Klaagster is meerdere keren bij verweerder op consult geweest wegens klachten van misselijkheid en duizeligheid. Ook viel zij in korte tijd veel af. De huisarts heeft klaagster medicatie voorgeschreven voor de misselijkheid en bloedonderzoek laten verrichten. Ook heeft hij klaagster verwezen naar de MDL-arts. Uit onderzoek kwamen geen afwijkingen naar voren. Wel constateerde de MDL-arts een verdikte lymfeklier. In de brief aan verweerder schreef de MDL-arts dat zij aan klaagster had geadviseerd met verweerder contact op te nemen om daar nader onderzoek naar te verrichten. Daarnaast adviseerde zij verweerder om verwijzing naar een KNO-arts of neuroloog te overwegen, vanwege draaiduizeligheid. Verweerder heeft klaagster vervolgens naar de KNO-arts verwezen. Deze constateerde BPPD. Klaagster kreeg hiervoor medicatie. De medicatie beviel niet en klaagster bleef afvallen. Zij meldde zich bij verweerder voor andere medicatie. Na controle bij de KNO-arts kreeg klaagster oefeningen voor haar BPPD. Ook is klaagster naar de fysiotherapeut gegaan en is zij door verweerder verwezen naar de revalidatiearts in verband met fibromyalgie. Klaagster is uiteindelijk overgestapt naar een andere huisarts in de praktijk bij verweerder. Er zijn nog meerdere onderzoeken door diverse specialisten gedaan. Uiteindelijk is bij klaagster de diagnose PLS gesteld. Klaagster verwijt verweerder – kort gezegd – nalatigheid ten aanzien van haar misselijkheidsklachten en dat hij niet heeft verteld dat zij een gezwel had in haar lymfeklier. Het college komt tot het oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5349
- Datum publicatie: 29-02-2024
- Datum uitspraak: 23-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:27
Klager en verweerster zijn tandarts en praktijkhouder in dezelfde plaats. De verhoudingen tussen beide tandartspraktijken zijn al jaren ernstig verstoord. Klager verwijt verweerster dat zij zich zodanig niet collegiaal gedraagt dat dit in strijd is met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Ook verwijt hij haar valsheid in geschrifte en het niet verstrekken van medische dossiers van naar klager overgestapte patiënten. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ontvankelijk is maar dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5348
- Datum publicatie: 29-02-2024
- Datum uitspraak: 23-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:26
Klager en verweerder zijn tandarts in dezelfde plaats. De verhoudingen tussen beide tandartsen zijn al jaren ernstig verstoord. Klager verwijt verweerder dat hij zich zodanig niet collegiaal gedraagt dat dit in strijd is met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Ook verwijt klager hem valsheid in geschrifte en het niet verstrekken van medische dossiers van naar klager overgestapte patiënten. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ontvankelijk is en gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft patiënten aangemoedigd en zelfs financieel ondersteund bij het indienen van klachten tegen een collega waarmee hij zelf een conflict heeft. Daarnaast heeft hij zich in verschillende en herhaalde uitlatingen op social media negatief en onprofessioneel uitgelaten over de kwaliteit van het werk van deze collega. Verweerder schaadt met zijn handelen het vertrouwen van (voormalige) patiënten in het medisch handelen van klager. Het college legt een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5422
- Datum publicatie: 29-02-2024
- Datum uitspraak: 23-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:25
Klacht tegen oogarts gegrond: berisping. Klaagster klaagt over een laserbehandeling van haar rechteroog door verweerder. Bij klaagster is een laserbehandeling YAG-PI uitgevoerd. Klaagster had echter een afspraak gemaakt om te worden behandeld voor nastaar. Het verwijt is dat een verkeerde diagnose is gesteld en een onjuiste behandeling is uitgevoerd, zonder goede uitleg aan klaagster en zonder instemming van klaagster met die behandeling. De oogarts stelt zich op het standpunt dat in het dossier op de ochtend van de behandeling stond genoteerd dat sprake was van glaucoom. De oogarts heeft verder aangevoerd dat weliswaar een verkeerde behandeling is uitgevoerd, maar dat hij feitelijk heeft uitgelegd wat hij ging doen en daarmee is voldaan aan het informed consent vereiste. De oogarts is door de wijziging van de afspraak in januari 2023, door Eyescan, niet in de gelegenheid geweest om klaagster de gang van zaken zelf uit te leggen. Het college komt tot het oordeel dat de oogarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij de uitvoering van de behandeling, het informed consent en de nazorg (oogdruppels) aan klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5729
- Datum publicatie: 22-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:24
Klacht tegen huisarts. Klager is jarenlang bekend met psychiatrische problematiek en door de huisarts doorverwezen naar specialistische zorginstelling voor specialistische zorg. Deze is niet van de grond gekomen omdat klager niet tevreden was. In het najaar van 2020 is een impasse ontstaan over het aanhoudend gebruik van benzodiazepines. Klager heeft meerdere keren contact opgenomen met de huisarts om die medicatie weer te krijgen. De huisarts heeft de medicatie niet meer voorgeschreven en heeft klager daarvoor terugverwezen naar de zorginstelling. Hij heeft deze nadrukkelijk aangeschreven om de zorg weer op te pakken, met de mededeling dat hij de benzodiazepines waar klager van afhankelijk was geworden, maar die geen behandeldoel meer dienden, niet meer zou voorschrijven. Als gevolg van het plotseling stoppen met medicatie heeft klager veel last gehad van ontwenningsverschijnselen.Klager verwijt de huisarts dat hij medische hulp heeft onthouden door het niet voorschrijven van medicatie en geen begeleiding of hulp heeft geboden bij het afkicken van de medicatie. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht dus ongegrond is. Het college oordeelt dat de huisarts in de specifieke context van deze casus begrijpelijke en verdedigbare afwegingen heeft gemaakt. De gezondheid van klager is niet in gevaar gekomen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6051
- Datum publicatie: 22-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:23
Klacht tegen longarts kennelijk ongegrond. De klacht is ingediend door een nabestaande van een destijds 84-jarige patiënt. Patiënt is opgenomen wegens COVID-19 en een longembolie. Vanwege de COVID reglementen werd besloten om patiënt over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. Die nacht verslechterde de toestand van patiënt. Drie weken later is patiënt overleden. Klaagster is het niet eens met de overplaatsing. Ook is zij ontevreden over de behandeling van haar echtgenoot en het contact rondom de ziekenhuisopname, door het niet verstrekken van het medisch dossier en het onzorgvuldig opstellen van een brief aan klaagster. Het college oordeelt dat de longarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5227
- Datum publicatie: 22-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:22
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klagers zijn niet tevreden met een aantal consulten bij de huisartsenpraktijk. Zij verwijten de huisarts dat deze een onjuiste diagnose heeft gesteld waardoor er een psychose bij klaagster is ontstaan en zij haar ex-partner heeft neergestoken, niets heeft gedaan ondanks herhaalde verzoeken om hulp en niet heeft doorverwezen naar de crisisdienst voor een spoedopname. Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Er is geen sprake van een onjuiste of onzorgvuldige behandeling. Het incident was niet te voorzien.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5226
- Datum publicatie: 22-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:21
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klagers zijn niet tevreden met een aantal consulten bij de huisartsenpraktijk. Zij verwijten de huisarts dat deze een onjuiste diagnose heeft gesteld waardoor er een psychose bij klaagster is ontstaan en zij haar ex-partner heeft neergestoken, niets heeft gedaan ondanks herhaalde verzoeken om hulp en niet heeft doorverwezen naar de crisisdienst voor een spoedopname. Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Er is geen sprake van een onjuiste of onzorgvuldige behandeling. Het incident was niet te voorzien.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5688
- Datum publicatie: 22-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:20
: Klacht tegen longarts. Inmiddels overleden patiënte kwam sinds 2015 jaarlijks op het spreekuur bij de longarts. Zij gebruikte (met levenslange indicatie) antistollingsmedicatie in verband met longembolieën in 2013 en 2015, maar had veel last van bijwerkingen. Ondanks een wisseling van medicatie zijn de bijwerkingen niet verminderd. Patiënte heeft tijdens consult in oktober 2022 aan de longarts medegedeeld dat zij uit eigen beweging gestopt was met de antistollingsmedicatie. De longarts heeft het staken van de medicatie met de risico’s daarvan besproken met patiënte. Er werd afgesproken dat patiënte zich bij een toename van benauwdheidsklachten zou melden. De vervolgafspraak werd over zes maanden gepland en de huisarts werd geïnformeerd. Op 10 december is de toestand van patiënte achteruitgegaan. Zij belandde wegens acute benauwdheid in het ziekenhuis, waar werd geconcludeerd dat er sprake was van een longembolie. De dag erna is patiënte overleden.Nabestaanden verwijten de longarts dat hij onzorgvuldig en niet adequaat heeft gehandeld door patiënte met antistollingsmedicatie te laten stoppen (informed consent) zonder (her)beoordeling en bespreking met betrokkenen en dit niet goed vast te leggen in het medisch dossier. Het college komt tot het oordeel dat de longarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De patiënte was wilsbekwaam, de longarts heeft de risico’s goed uitgelegd, gecheckt of de patiënt deze begreep, duidelijke vervolgafspraken gemaakt, de huisarts geïnformeerd en aantekeningen in het dossier gemaakt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5606
- Datum publicatie: 11-01-2024
- Datum uitspraak: 05-01-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:2
Klacht tegen geneesheer/directeur van een GGZ-instelling over beëindiging van de behandelingsovereenkomst met 14-jarige patiënte. Deze had een ernstig incident in de instelling veroorzaakt waarbij een medewerkster brandwonden in het gezicht heeft opgelopen. De instelling vond dat zij daarna geen doelmatige opname kon bieden, dat er geen Wvggz-kader was. Het gebiedsteam had een aanvraag ‘gesloten machtiging’ vanuit de Jeugdwet heeft gedaan, maar dat deze was afgewezen. Een spoed OTS was aangevraagd maar vanwege vakanties zou in de lopende week geen oplossing komen. In het kader van de behandelovereenkomst zou de instelling IHT-Jeugd bieden en in het weekend was IHT volwassenen bereid huisbezoeken af te leggen. Daarna is de behandelingsovereenkomst feitelijk beëindigd. Patiënte is na aangifte door de geneesheer-directeur overgedragen voor verhoor aan de politie zonder dat passende vervolgzorg was geregeld. Het college komt tot het oordeel dat de psychiater tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is gegrond waarbij de maatregel van berisping is opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5942
- Datum publicatie: 22-02-2024
- Datum uitspraak: 16-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:19
Klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft de situatie van klaagsters echtgenoot (hierna: patiënt) beoordeeld. Patiënt had buikkrampen, moest overgeven en zijn stoma produceerde nauwelijks. De huisarts heeft meerdere keren telefonisch contact gehad met patiënt en zijn familie. Hierna verslechterde de toestand van patiënt snel, en belde de familie de huisartsenpost. Uiteindelijk is patiënt in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van de huisarts voorafgaand aan het overlijden van patiënt. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt aan de huisarts de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6122
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:18
Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Het uitgebrachte rapport voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6101
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 14-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:17
Klacht tegen arts kennelijk ongegrond. Rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Dat later ingediende stukken verweerster niet hebben bereikt kan haar niet worden aangerekend.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6019
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:16
Klacht tegen huisarts. Klagers zoontje (hierna: patiënt) van – op dat moment – bijna twee jaar oud, is bij de huisartsenpost door verweerder gezien in verband met fysieke klachten als verhoging en nekklachten. Voor verweerder waren er op dat moment geen aanwijzingen dat verdere actie noodzakelijk was. Afgesproken werd dat, wanneer de situatie zou verslechteren, klager en zijn partner zich weer moesten melden. Een dag later hebben zij zich weer gemeld bij de huisartsenpost. Patiënt is toen gezien door een andere huisarts. Deze heeft patiënt uiteindelijk doorverwezen naar de kinderarts. Onderzoek wees uit dat sprake was van een retrofaryngeaal abces. Patiënt is hiervoor behandeld. Klager maakt de huisarts verschillende verwijten over het door hem gedane onderzoek en de dossiervoering daarover. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6511
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:15
Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster was ziek en haar buurvrouw heeft vervolgens de huisarts gebeld, die waarnam voor de vaste huisarts. Op basis van de telefonische informatie die daarna door de patiënte verstrekt is, en informatie verkregen van de inmiddels aanwezige thuiszorg, stelde de huisarts de waarschijnlijkheidsdiagnose gastro-enteritis met dreigende collaps, schreef medicatie voor en stemde met de thuiszorg af dat zij extra zouden langskomen. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij geen bezoek heeft gebracht, de geformuleerde klachten niet serieus heeft genomen en de buurvrouw geen terugkoppeling heeft gegeven.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2023/5690
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:14
Klacht tegen uroloog kennelijk ongegrond. De klacht is ingediend door de dochter van patiënt. Klaagster is niet tevreden over de nazorg door de uroloog. Patiënt heeft een TUR-operatie aan de prostaat ondergaan op 22 augustus 2019, uitgevoerd door verweerder, nadat er vanwege zichtbaar bloed in de urine afwijkend weefsel was gevonden. Patiënt voelde zich nadien koortsig en niet lekker, waarna hij meerdere keren bij de huisarts en de huisartsenpost is geweest en verschillende antibiotica in verband met een urineweginfectie heeft gekregen. Vele weken later bleek patiënt een bacterie in zijn urine te hebben. Vervolgens is de gezondheid van patiënt snel achteruitgegaan en is hij in het ziekenhuis opgenomen. Op 6 november 2019 is patiënt overleden aan een hersenbloeding bij een ernstige endocarditis op basis van een Enterokokken infectie die volgens klaagster te laat is gediagnosticeerd door nalatigheid van de uroloog. Het college oordeelt dat de uroloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5943
- Datum publicatie: 15-02-2024
- Datum uitspraak: 09-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:13
Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster is in het kader van revalidatie na een heupoperatie meerdere keren door de fysiotherapeut gezien. Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij tijdens deze contacten grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond door onder meer het verrichten van wondcontrole, het ongevraagd aan klaagsters broek zitten en het doen van afwijkende, niet bij de gebruikelijke behandeling behorende oefeningen. Het college komt tot het oordeel dat de fysiotherapeut niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6709
- Datum publicatie: 08-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:12
Voorzittersbeslissing: klacht tegen arts maatschappij en gezondheid kennelijk ongegrond. De arts heeft een uitnodigingsbrief voor een coronaprik ondertekend als medisch programmamanager. De arts is daarmee niet verantwoordelijk voor de keuze van het aangeboden vaccin.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6036
- Datum publicatie: 08-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:11
Klager werd verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en heeft daarom 17 dagen vastgezeten (deels in volledige beperkingen) in een cellencomplex. Klager verwijt verweerder met name dat hij, op het moment dat hij betrokken was als arts in het cellencomplex, geen tweedelijnshulpverlening heeft ingeschakeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6020
- Datum publicatie: 08-02-2024
- Datum uitspraak: 02-02-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:10
Klager werd verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en heeft daarom 17 dagen vastgezeten (deels in volledige beperkingen) in een cellencomplex. Klager verwijt verweerster met name dat zij, op het moment dat zij betrokken was als arts in het cellencomplex, geen tweedelijnshulpverlening heeft ingeschakeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5832
- Datum publicatie: 11-01-2024
- Datum uitspraak: 05-01-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:1
Klacht tegen psychiater. De minderjarige dochter van klaagster was vrijwillig opgenomen. Tijdens haar opname heeft de dochter meermalen (ernstig) geweld gepleegd dan wel daarmee gedreigd. Na een ernstig incident heeft de geneesheer-directeur besloten dat de opname moest worden beëindigd en heeft zij de psychiater om een second opinion gevraagd. Klaagster verwijt de psychiater dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld en in zijn rapportage een onvoldoende gefundeerde en foutieve diagnose heeft gesteld. Klacht gegrond; berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4661
- Datum publicatie: 26-04-2023
- Datum uitspraak: 25-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:99
Klacht tegen huisarts. Beklaagde heeft in haar hoedanigheid van waarnemend huisarts de situatie van klaagsters partner (hierna: patiënt) beoordeeld. Klaagster en patiënt hebben telefonisch contact gehad met de assistente van de praktijk van de huisarts, vanwege onder meer pijnklachten van patiënt bij de ademhaling. De huisarts was akkoord met het door de assistente voorgestelde advies om, op basis van de klachten, eerst een Covid-19 test bij de GGD te laten doen, voordat patiënt een afspraak kon krijgen. Nog diezelfde dag is patiënt overleden aan een longembolie. De klacht heeft betrekking op het handelen van beklaagde (als medisch verantwoordelijke) voorafgaand aan het overlijden van patiënt en op de wijze waarop zij klaagster na het overlijden van patiënt heeft benaderd. Het college verklaart de klacht ongegrond. Naar het oordeel van het college mocht beklaagde in redelijkheid afgaan op de triage van de doktersassistente. Het college acht het begrijpelijk dat de huisarts een al dan niet Covid-19 gerelateerde luchtweginfectie bovenaan in de differentiaal diagnose had staan. De inschatting na de triage was dat geen sprake was van een urgente situatie. Dat maakt dat volgens de op dat moment geldende richtlijnen – waar er sprake was van klachten die zouden kunnen passen bij Covid – een Covid-test bij de GGD om corona uit te sluiten een voorwaarde was voor het bezoeken van het reguliere spreekuur van de huisarts. Thuistesten werden op dat moment nog onvoldoende betrouwbaar geacht. Wat betreft het benaderen van klaagster na het overlijden van patiënt, stelt het college vast dat beklaagde van de intensivist het telefoonnummer van klaagster heeft ontvangen naar aanleiding van haar verzoek om contact te mogen opnemen. Het lijkt erop dat dit berust op een misverstand. Dit kan beklaagde niet worden verweten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5087
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 17-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:98
Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij de professionele grenzen heeft overschreden, onder meer door veelvuldig (seksueel getint) WhatsApp-contact. De huisarts erkent dat het appcontact tussen hem en klaagster uit de hand is gelopen. De huisarts ontkent seksuele handelingen of onderzoek met seksuele intenties. Het college verklaart de klacht gegrond. De huisarts is al uitgeschreven uit het BIG-register. De ernst van de hier aan de orde zijnde normoverschrijdingen rechtvaardigt naar het oordeel van het college dat dit zo blijft en dat de huisarts zich niet opnieuw in het BIG-register kan inschrijven. Alleen op deze wijze kan risico op herhaling worden voorkomen. Het college betrekt hierin dat de huisarts op geen enkel moment gedurende het jarenlange appcontact zelf tot het inzicht is gekomen dat wat hij deed niet door de beugel kon. Tot dit besef kwam hij pas toen klaagster een procedure was gestart. Het college heeft niet de overtuiging gekregen dat de huisarts achteraf het volstrekt ontoelaatbare van zijn gedrag inziet. De wijze waarop de huisarts de achtergrond en redenen van zijn handelen heeft toegelicht, brengt het college tot de overtuiging dat het bij de huisarts ontbreekt aan een doorleefd besef van de ernst en de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag. Het college ontzegt aan de huisarts het recht om wederom in het BIG-register te worden ingeschreven.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5053
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:97
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Hem wordt verweten dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat hij klager dwingt medicijnen in te nemen. Aan klager is terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. De psychiater voert aan dat de diagnose met regelmaat wordt getoetst en dat klager - juist door het inzetten van anti-psychotische medicatie - wat dit aspect betreft doorgaans stabiel functioneert. De psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4713
- Datum publicatie: 18-04-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:96
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Hem wordt verweten dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat hij klager dwingt medicijnen in te nemen. Aan klager is terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. De psychiater voert aan dat de diagnose met regelmaat wordt getoetst en dat klager - juist door het inzetten van anti-psychotische medicatie - wat dit aspect betreft doorgaans stabiel functioneert. De psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5078
- Datum publicatie: 13-04-2023
- Datum uitspraak: 07-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:95
Klacht tegen tandarts. De klacht gaat over het handelen van de tandarts bij aanhoudende klachten aan klagers voortand. Klager wilde antibiotica voor zijn klachten. De tandarts heeft aan deze wens geen gehoor gegeven, maar klager uiteindelijk verwezen naar de parodontoloog. Klager verwijt de tandarts onder meer dat hij ernstig nalatig is geweest in zijn optreden, dat hij klager de noodzakelijke medische zorg heeft onthouden en dat hij op geen enkele manier aandacht heeft gegeven aan klagers hulpvraag. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat niet kan worden vastgesteld dat de tandarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4413
- Datum publicatie: 13-04-2023
- Datum uitspraak: 07-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:94
Klacht tegen huisarts ongegrond. Klager staat sinds juni 2017 in de praktijk als patiënt ingeschreven. Op 26 juni 2017 heeft een kennismakingsgesprek plaatsgevonden tussen beklaagde en klager. Hierna zijn veel consulten van klager bij beklaagde gevolgd, vanwege uiteenlopende lichamelijke en psychische (angst)klachten. Klager maakt beklaagde meerdere verwijten. Het college verklaart de klacht ongegrond. Over de klacht van de oogklachten overweegt het college als volgt. Gelet op de gepresenteerde klachten en de bekende voorgeschiedenis van oogklachten acht het college het niet verwijtbaar dat klager niet dezelfde dag op consult is gezien. Hoewel het achteraf beter was geweest dat klager wel was gezien door de huisarts leidt dit niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt. De kennis van achteraf wordt bij een tuchtrechtelijke beoordeling buiten beschouwing gelaten. Klager was al twee keer eerder bij de oogarts geweest met soortgelijke klachten waarbij geen afwijkingen waren gevonden. Het is onduidelijk in hoeverre de assistent doorgevraagd heeft naar de alarmsymptomen bij klager. Het advies van de assistente aan klager was daarmee weliswaar niet optimaal, maar klager is wel een vangnetadvies gegeven. Aan klager is meegedeeld dat hij bij pijn of andere klachten weer contact moest opnemen
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3932
- Datum publicatie: 13-04-2023
- Datum uitspraak: 07-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:93
Beklaagde is huisarts en daarnaast ook als arts werkzaam in de Penitentiaire Inrichting waar klager verbleef in februari 2022. Bij de intake heeft klager laten weten dat hij verslaafd is en dat hij graag methadon in tabletvorm in de avond wil ontvangen. Beklaagde heeft dat, in overeenstemming met het binnen de PI geldende beleid, geweigerd en methadon in vloeibare vorm, te verstrekken in de ochtend, voorgeschreven. De klacht is ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3474
- Datum publicatie: 13-04-2023
- Datum uitspraak: 07-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:92
Klacht over de vraag of beklaagde als medisch adviseur (apotheker) op juiste wijze heeft geadviseerd aan de zorgverzekeraar van de patiënte over haar afbouwmedicatie, zoals voorgeschreven door de huisarts van de patiënte, en meer specifiek of "tapering" van die medicatie (bupropion) valt onder het bereik van 'rationele farmacotherapie' in de zin van het Zorgbesluit die voor vergoeding door de zorgverzekeraar in aanmerking komt. Het college verklaart de klacht niet-ontvankelijk, omdat het handelen van beklaagde geen betrekking heeft op de individuele gezondheidszorg in de zin van de Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4912
- Datum publicatie: 13-04-2023
- Datum uitspraak: 07-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:91
De klacht gaat over een huisarts die informatie over klager aan Veilig Thuis heeft gegeven. Veilig Thuis heeft de huisarts benaderd, gemeld dat toestemming door klager was gegeven, en telefonisch om informatie gevraagd over klager. Klager verwijt de huisarts dat zij onjuiste informatie heeft gegeven en haar beroepsgeheim heeft geschonden, door zonder toestemming van klager informatie te delen met Veilig Thuis. Het college verklaart de klacht deels gegrond. Gelet op het bepaalde in artikel 69, vierde lid, Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG) wordt geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4070
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 31-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:90
Klacht tegen radioloog. Klaagster verwijt de radioloog dat hij op de mammografieën, die in het kader van het Bevolkingsonderzoek Borstkanker in juli 2020 bij haar zijn gemaakt, ten onrechte niet heeft gezien dat sprake was van een verdachte afwijking. Klaagster stelt dat daarop duidelijk een tumor in haar rechterborst was te zien. Het college overweegt dat in juli 2020 sprake was van een screeningssituatie en niet van een diagnostische situatie. Het Bevolkingsonderzoek Borstkanker is erop gericht om in de doelgroep als geheel (alle vrouwen tussen de 50 en 75 jaar) borstkanker in een vroeg stadium op te sporen en zo sterfte aan borstkanker in die doelgroep terug te dringen. Daarbij staan de radioloog beperkte middelen ter beschikking. De radioloog beoordeelt alleen de mammogrammen die door de laborant zijn gemaakt en heeft geen direct contact met de persoon die het mammogram ondergaat. Beklaagde als screeningsradioloog kan dus niet bespreken of sprake is van borstklachten en, zo ja, in welke borst en op welke plek. Evenmin heeft hij de mogelijkheid tot lichamelijk of aanvullend onderzoek in de vorm van een tomografie of een echografie. De screeningsradioloog kan alleen op basis van de mammogrammen een inschatting maken van de waarschijnlijkheid op aan- of afwezigheid van borstkanker. Dit heeft tot gevolg dat bij het Bevolkingsonderzoek Borstkanker fout-positieve en fout-negatieve uitslagen kunnen voorkomen. De te onderzoeken personen worden expliciet gewezen op het feit dat de uitslag geen volledige zekerheid geeft en dat drie van de tien gevallen van borstkanker bij een bevolkingsonderzoek borstkanker niet worden ontdekt. Op de beschikbare beelden van het screeningsonderzoek is volgens het college geen aanwijzing te zien voor een afwijking die een verwijzing voor vervolgonderzoek rechtvaardigt. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3997
- Datum publicatie: 13-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:9
Twaalf klachten tegen internist-oncoloog. Het betreft de samenhangende zaken met registratienummers Z2022/3994, 3996, 3997, 3999, 4000, 4001, 4002, 4003, 4004, 4005, 4006 en 4189. De klagers zijn in elf zaken zijn de nabestaanden van patiënten van de internist-oncoloog. In zaak 4001 is de patiënte zelf klaagster. Klachten over onjuiste behandeling, tekortschietende communicatie en dossiervorming. De internist is tijdelijk niet ingeschreven geweest in het BIG-register en in het specialistenregister. Het college oordeelt in zeven zaken dat de klachten gedeeltelijk gegrond zijn. Hiervoor legt het college in vijf zaken waarschuwingen op, in één zaak een berisping en in één zaak wordt geen maatregel opgelegd. De overige klachtonderdelen in deze zaken en de overige vijf zaken (3994, 4001, 4002, 4003, 4189) zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4188
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 04-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:89
Klacht tegen patholoog. Klaagster is de dochter van een patiënte die in 2019 aan de gevolgen van vulvakanker is overleden. Volgens klaagster zijn er in 2012 fouten gemaakt bij de beoordeling van een vulvabiopt van patiënte waardoor de ernst van de aangetroffen afwijkingen is onderschat. Deze fouten zijn toen door een collega van de patholoog gemaakt. De aangeklaagde patholoog heeft destijds het volgens klaagster onjuiste pathologierapport besproken met andere specialisten tijdens een MDO. De collega die het rapport had opgesteld, was niet aanwezig bij dat MDO. De aangeklaagde patholoog wordt verweten dat hij de fouten van zijn collega, zoals die bleken uit het rapport, niet heeft hersteld. Het college deelt de verwijten niet en verklaart de klacht ongegrond. Deze zaak hangt samen met de zaak Z2022/4116, waarin op dezelfde dag uitgedaan is gedaan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4116
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 04-04-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:88
Klacht tegen patholoog. Klaagster is de dochter van een patiënte die in 2019 aan de gevolgen van vulvakanker is overleden. De patholoog is betrokken geweest bij de behandeling van patiënte doordat hij in 2012 een vulvabiopt van patiënte heeft beoordeeld. Volgens klaagster is de patholoog destijds tot onjuiste bevindingen gekomen doordat hij fouten zou hebben gemaakt in de manier waarop hij het biopt heeft onderzocht. De patholoog zou hierdoor de ernst van de aangetroffen afwijkingen hebben gemist. Het college deelt de verwijten niet en verklaart de klacht ongegrond. Deze zaak hangt samen met de zaak Z2022/4188, waarin op dezelfde dag uitgedaan is gedaan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5073
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 31-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:87
Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde mogelijk ten opzichte van een statistisch gemiddelde minder patiënten zag, is echter op zichzelf onvoldoende grondslag om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Beklaagde werkte echter drie dagen als vaste waarnemer in de praktijk. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5072
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 31-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:86
Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5071
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 31-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:85
Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5070
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 31-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:84
Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5069
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 31-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:83
Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5068
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 31-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:82
Klacht tegen huisarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.De voorzitter is met beklaagde van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover deze is gebaseerd op de stelling dat zij financiële schade heeft geleden door wanprestatie van beklaagde. Vermogensschade raakt niet aan de individuele gezondheidszorg.Het enkele feit dat beklaagde alleen voor spoedgevallen zou hebben waargenomen, is op zichzelf onvoldoende grondslag om haar een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klaagster lijkt uit te gaan van de veronderstelling dat beklaagde alle patiënten van klaagster diende te zien. Zo ver gaat de waarneemovereenkomst, zoals die er destijds lag (zie artikel 4), niet. Dat beklaagde noodzakelijke zorg aan patiënten van klaagster heeft geweigerd, heeft zij niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3880
- Datum publicatie: 06-04-2023
- Datum uitspraak: 31-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:81
Klacht tegen radioloog. Klaagster verwijt de radioloog dat hij op de mammografieën, die in het kader van het Bevolkingsonderzoek Borstkanker in juli 2020 bij haar zijn gemaakt, ten onrechte niet heeft gezien dat sprake was van een verdachte afwijking. Klaagster stelt dat daarop duidelijk een tumor in haar rechterborst was te zien. Het college overweegt dat in juli 2020 sprake was van een screeningssituatie en niet van een diagnostische situatie. Het Bevolkingsonderzoek Borstkanker is erop gericht om in de doelgroep als geheel (alle vrouwen tussen de 50 en 75 jaar) borstkanker in een vroeg stadium op te sporen en zo sterfte aan borstkanker in die doelgroep terug te dringen. Daarbij staan de radioloog beperkte middelen ter beschikking. De radioloog beoordeelt alleen de mammogrammen die door de laborant zijn gemaakt en heeft geen direct contact met de persoon die het mammogram ondergaat. Beklaagde als screeningsradioloog kan dus niet bespreken of sprake is van borstklachten en, zo ja, in welke borst en op welke plek. Evenmin heeft hij de mogelijkheid tot lichamelijk of aanvullend onderzoek in de vorm van een tomografie of een echografie. De screeningsradioloog kan alleen op basis van de mammogrammen een inschatting maken van de waarschijnlijkheid op aan- of afwezigheid van borstkanker. Dit heeft tot gevolg dat bij het Bevolkingsonderzoek Borstkanker fout-positieve en fout-negatieve uitslagen kunnen voorkomen. De te onderzoeken personen worden expliciet gewezen op het feit dat de uitslag geen volledige zekerheid geeft en dat drie van de tien gevallen van borstkanker bij een bevolkingsonderzoek borstkanker niet worden ontdekt. Op de beschikbare beelden van het screeningsonderzoek is volgens het college geen aanwijzing te zien voor een afwijking die een verwijzing voor vervolgonderzoek rechtvaardigt. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4203
- Datum publicatie: 30-03-2023
- Datum uitspraak: 24-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:80
De klacht gaat over de vraag of beklaagde (huisarts) tijdens het eerste gesprek over euthanasie op 20 februari 2013, en naar aanleiding van de verklaringen die klaagster daarna aan beklaagde heeft overgelegd, klaagster had moeten informeren dat hij geen euthanasie uitvoert bij dementie. Het college verklaart de klacht deels gegrond zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3996
- Datum publicatie: 13-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:8
Twaalf klachten tegen internist-oncoloog. Het betreft de samenhangende zaken met registratienummers Z2022/3994, 3996, 3997, 3999, 4000, 4001, 4002, 4003, 4004, 4005, 4006 en 4189. De klagers zijn in elf zaken zijn de nabestaanden van patiënten van de internist-oncoloog. In zaak 4001 is de patiënte zelf klaagster. Klachten over onjuiste behandeling, tekortschietende communicatie en dossiervorming. De internist is tijdelijk niet ingeschreven geweest in het BIG-register en in het specialistenregister. Het college oordeelt in zeven zaken dat de klachten gedeeltelijk gegrond zijn. Hiervoor legt het college in vijf zaken waarschuwingen op, in één zaak een berisping en in één zaak wordt geen maatregel opgelegd. De overige klachtonderdelen in deze zaken en de overige vijf zaken (3994, 4001, 4002, 4003, 4189) zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4286
- Datum publicatie: 30-03-2023
- Datum uitspraak: 24-03-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:79
Klacht tegen sociaal psychiatrisch verpleegkundige kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de inmiddels overleden broer van klaagster. Klaagster verwijt de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat hij onzorgvuldig is geweest in het opstellen en naleven van het behandelplan, dat hij niet heeft meegewerkt aan overplaatsing naar een gespecialiseerde afdeling en dat hij het advies van een door klaagster en haar broer geraadpleegde psychiater niet heeft opgevolgd.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 256
- Volgende pagina zoekresultaten