Zoekresultaten 1-50 van de 14621 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8709

    Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan. Klaagster is in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is. Het tweede klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8996

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij tijdens een gezondheidscheck zonder toestemming van de patiënt een injectie heeft toegediend. Uit het verslag van de afspraak blijkt wel dat er bloed is geprikt bij klager, maar niet dat er bij hem een injectie is toegediend. Gelet op de toelichting van de huisarts ziet het college geen aanleiding om aan te nemen dat er niettemin toch een injectie zou zijn toegediend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8826

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij tijdens een consult geen onderzoek heeft gedaan naar haar buikklachten en haar onvoldoende zorg heeft verleend. Daarnaast verwijt zij de huisarts dat zij haar (en haar zus) tijdens dat consult respectloos en onprofessioneel heeft bejegend. Naar het oordeel van het college heeft de huisarts op een goed te volgen wijze gehandeld. Niet is gebleken dat de huisarts onvoldoende onderzoek heeft gedaan, een onjuist beleid heeft bepaald, onvoldoende en onjuist heeft genoteerd in het medisch dossier en onvoldoende informatie heeft gegeven. Onprofessionele bejegening kan evenmin worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9102

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij bij een consult de indruk gaf dat hij haast had en dat hij fouten heeft gemaakt bij de injectie met Kenacort. De opmerking die de huisarts maakte was misschien niet zo handig, maar het is niet gebleken dat hij klaagster opzettelijk onder druk heeft willen zetten om zich te haasten. Bij het injecteren van Kenacort in de bilspier is er een kleine kans op complicaties, ook al is de injectie op een correcte manier toegediend. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts fouten heeft gemaakt. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:229 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3014

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3014

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8565

    Klaagster verwijt de klinisch psycholoog dat zij ten onrechte is behandeld voor een persoonlijkheidsstoornis zonder dat een diagnose is gesteld en zonder haar toestemming. De klinisch psycholoog is op basis van een zorgvuldige afweging tot de diagnose gekomen en heeft het diffuse karakter van de problematiek van klaagster in acht genomen. Geen sprake van een onjuiste declaratie. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8417

    Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8418

    Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9098

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een klinisch psycholoog. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9099

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een psychotherapeut. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7701

    De ouders van een patiënte die door suïcide overleed, dienden een klacht in tegen haar psychiater, tevens geneesheer-directeur. Zij verwijten hem onder meer dat hij geen gedwongen opname heeft geregeld, geen medicatie heeft verstrekt bij ontslag, het medisch dossier niet heeft gedeeld en het overlijden niet heeft gemeld als calamiteit. Het tuchtcollege oordeelt dat de klacht ongegrond is. Het ingezette en door de psychiater, gedurende de paar dagen dat hij behandelaar was, voortgezette behandelbeleid (gericht op meer autonomie) was volgens de professionele normen en gezien de voorgeschiedenis van de patiënte verdedigbaar. De psychiater was niet betrokken bij het verstrekken van het medisch dossier en de medicatie bij ontslag. Hij was als geneesheer-directeur niet verantwoordelijk voor het melden van een calamiteit. Daarnaast was er geen sprake van fouten in de zorg die een melding verplicht maakten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8843

    De inspectie verwijt de arts dat hij in de periode van juli 2021 tot en met februari 2022 ongeoorloofd off-label ivermectine en hydroxychloroquine heeft voorgeschreven voor de behandeling en/of preventie van COVID-19 en dat hij daarbij tevens in strijd heeft gehandeld met de destijds geldende normen voor het op afstand voorschrijven van medicatie. Daarnaast verwijt de inspectie de arts dat hij onvoldoende heeft samengewerkt met andere behandelaren. Het college komt tot het oordeel dat de arts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de arts de maatregel van berisping op en besluit tot openbaarmaking van die maatregel in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8462

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, echtgenote van de overleden patiënt, verwijt de huisarts dat hij bij een consult onvoldoende onderzoek heeft gedaan, een onjuiste diagnose (virusinfectie) heeft gesteld en een hartinfarct heeft gemist.Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame huisarts verwacht mag worden. Op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek waren er geen aanwijzingen voor een hartinfarct en was aanvullend onderzoek niet geïndiceerd. Dat later een hartinfarct werd vastgesteld, maakt dit niet anders. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9142

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zonder overleg en toestemming een verwijzing heeft gestuurd naar een neuroloog en dat aan klaagster geen verwijsbrief is gestuurd of gegeven. De voorzitter concludeert op basis van het medisch dossier dat er een consult heeft plaatsgevonden waarin de verwijzing naar de neuroloog is besproken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8053

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, echtgenote van de overleden patiënt, verwijt de huisarts dat geen aanvullend onderzoek (bloedonderzoek en röntgenfoto) is verricht, dat de patiënt ten onrechte met de diagnose griep/COPD-exacerbatie naar huis is gestuurd en dat sprake was van onheuse bejegening.Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek in redelijkheid tot haar diagnose en beleid kon komen en dat aanvullend onderzoek niet geïndiceerd was. De gestelde onheuse bejegening kan niet worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8095

    Klaagster heeft ernstige psychische problemen en wordt in 2024 met een zorgmachtiging opgenomen in een psychiatrische instelling. Zij dient een klacht in tegen de psychiater over maatregelen die op een specifieke dag zijn genomen, zoals het innemen van haar telefoon, en dat sprake is van gebrekkig overleg, intimidatie, onjuiste uitspraken over autisme en onjuiste dossiervoering. Het tuchtcollege acht de klacht ongegrond. De maatregelen die zijn ingezet waren gerechtvaardigd, proportioneel en zorgvuldig, er was geen sprake van intimidatie of onjuiste uitspraken over autisme en het dossier is correct bijgehouden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2973

    Klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een kleine, donkere, onderhuidse zwelling op zijn bovenbeen laten verwijderen. Uit pathologisch onderzoek bleek dat dit een dermatofibroom was. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9013

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen verweerster (haar zus). Verweerster heeft bij aanvraag beschermingsbewind voor haar moeder benoemd dat zij HBO-verpleegkundige is en heeft gewerkt als casemanager dementie. Klaagster verwijt verweerster dat zij misbruik makat van haar professionele status. Handelen in de privésfeer kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder de tweede tuchtnorm worden getoetst. Het verweten handelen valt niet onder de reikwijdte van de tweede tuchtnorm.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9060

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9061

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8523

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster werkt als arts in hetzelfde ziekenhuis als de anesthesioloog. Klaagster is geopereerd aan een breuk in haar rechterelleboog. De anesthesioloog heeft daarbij de plaatselijke verdoving uitgevoerd. Sindsdien heeft klaagster ernstige klachten aan haar rechterarm. Klaagster verwijt de anesthesioloog onder meer onjuiste dan wel onvolledige verslaglegging. Dat klachtonderdeel is gegrond; tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen maatregel op: éénmalig tekortschieten, niet meer als anesthesioloog werkzaam, toetsbaar opgesteld, handelen vond bijna tien jaar geleden plaats.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9016

    “Kennelijk ongegronde klacht van nabestaande over de behandeling van een patiënt door verweerder. Patiënt werd twee maal gezien wegens pijn op de borst en overleed enkele maanden later aan de gevolgen van een hartstilstand. Geen aanwijzingen dat bloeddrukmeting onzorgvuldig is geweest. Spoedverwijzing lag niet in de rede.”

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8626

    Klaagster verwijt de radioloog dat hij de röntgenfoto van de bekken en de heupen van haar moeder (patiënte) verkeerd heeft beoordeeld, omdat hij een duidelijk zichtbare metastase heeft gemist waardoor kostbare tijd in haar behandeling verloren is gegaan en een immuuntherapie niet meer mogelijk was. Gelet op de (beperkte) informatie die de radioloog had en de beperkte zichtbaarheid van de afwijking van het botweefsel in de rechterheup, acht het college het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de radioloog die niet heeft waargenomen. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9498

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klagers hebben de klachten niet concreet toegelicht of onderbouwd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8363

    Ongegrond klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater hem onvoldoende te hebben voorgelicht over bijwerkingen van diverse medicijnen en het gebruik van medicijnen niet goed te hebben afgebouwd. Dat klager wel voldoende is voorgelicht blijkt uit het geheel van contacten en het medisch dossier. De medicatie is daarnaast voldoende afgebouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2994

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met de huisarts die op dat moment als waarnemer werkte. Klaagster en haar echtgenoot (klager) verwijten de huisarts onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het Regionaal Tuchtcollege in ‘s-Hertogenbosch heeft klager in drie klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klagers verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2883

    Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. In het kader van de voorbereiding van een crisismaatregel heeft de psychiater een medische verklaring opgesteld. Klager verwijt de psychiater dat zij hem niet serieus heeft genomen, een onjuiste diagnose heeft gesteld en ten onrechte een crisismaatregel heeft opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8352

    Verweerster heeft klager op verzoek van de medisch adviseur onderzocht in het kader van de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van klager. Het college oordeelt dat het rapport niet voldoet aan de criteria die daar volgens vaste jurisprudentie van het CTG voor gelden. Het is niet inzichtelijk en consistent, omdat de omschrijving “matige coöperatie” niet wordt onderbouwd door de omschreven gang van zaken. Ook de panieklichten en sombere stemming van klager zijn onvoldoende uitgevraagd. Het klachtonderdeel dat de psychiater geen opheldering heeft gegevens over haar BIG-registratie is ongegrond. Klager had hierover geen concrete vragen aan de psychiater gesteld. Overigens is zij niet gehouden meer gegevens te verstrekken dan uit het algemeen toegankelijk BIG-register blijkt. Klacht deels gegrond, maatregel waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2891

    Gegronde klacht tegen een arts. De arts is om een consult gevraagd voor een arrestant op een politiebureau (hierna: de patiënt). De patiënt klaagde over hevige pijn in zijn bovenbeen die was ontstaan bij zijn arrestatie. De arts heeft hem pijnstilling in de vorm van paracetamol en methadon verstrekt. De Inspectie verwijt de arts dat hij op onzorgvuldige wijze off-label methadon heeft verstrekt aan de patiënt en dat hij geen zorg heeft gedragen voor een zorgvuldige en volledige dossiervorming van de zorg die hij aan de patiënt heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van voorwaardelijke schorsing van zes maanden met een proeftijd van twee jaren opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van de arts verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8279

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater met het voorschrijven van CBD-olie als pijnbestrijding te zijn gestopt. Het college oordeelt dat de psychiater tot dit besluit heeft kunnen komen, omdat de werking van deze medicatie naar zijn mening niet de meest aangewezen was, hij klager alternatieven heeft geboden en meerdere urine controles onverklaarbaar waren waardoor het vermoeden ontstond dat klager het gebruik van CBD-olie gebruikte om zijn heimelijk gebruik van cannabis te verhullen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8048

    Klager verwijt verweerder in brede zin nalatig en onprofessioneel handelen, onder meer vanwege gebrekkige ondersteuning richting de gemeente, onvoldoende opvolging van verwijzingen, onjuiste advisering en communicatie en onjuistheden in het medisch dossier. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld. Zo heeft hij een feitelijke medische brief voor de gemeente opgesteld, de gevraagde verwijzingen verzorgd en passend medisch advies gegeven. Voor zover feiten niet kunnen worden vastgesteld, kan door het college geen tuchtrechtelijk verwijt worden aangenomen. Daarnaast zijn verschillende klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd of feitelijk onjuist gebleken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2892

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een uroloog. De echtgenote van klager was onder behandeling bij de uroloog. Klager verwijt de uroloog dat er sprake is van verspilling van medicatie en het onnodig op kosten jagen. Tevens klaagt hij erover dat hij aan het lijntje is gehouden door patiëntenbelang, dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd toen zijn echtgenote incontinentiemateriaal nodig had en dat hij voor paal stond bij de apotheek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte kennelijk niet ontvankelijk in de klacht verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8238

    Klaagster had een geschil met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Verweerder is verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV. Hij heeft een herbeoordeling verricht in bezwaar, beroep en hoger beroep. In hoger beroep heeft verweerder uiteindelijk zijn standpunt herzien, hetgeen leidde tot de toekenning van een uitkering. Klaagster maakt verweerder uiteenlopende verwijten, onder meer over het ten onrechte volharden in zijn eerder ingenomen standpunt met betrekking tot de diagnose ME/CVS in 2019 en de weigering om direct daarna de behandelaren van klaagster te raadplegen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2885

    Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was onder ambulante behandeling bij de crisisdienst van een GGZ-instelling. De psychiater was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de psychiater hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld en medicatie is voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7714

    Klagers verwijten de huisarts onder meer dat hij hen onjuist en zonder toestemming heeft doorverwezen naar de specialistische GGZ, hun integriteit heeft geschonden, onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het medisch dossier gebreken vertoont. De klachten vinden hun oorsprong in onvrede over eerdere verwijzingen naar en afwijzingen door een psychologenpraktijk. Het college oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld en zich juist heeft ingespannen om passende hulp voor klagers te organiseren. Uit het dossier en de toelichting ter zitting blijkt dat de huisarts steeds in overleg met klager heeft gehandeld, hem voldoende heeft geïnformeerd en diens instemming heeft verkregen voor de verwijzing naar de specialistische GGZ. Van een verwijzing buiten klager om of van tegenstrijdige verklaringen is geen sprake. Ook het medisch dossier is adequaat bijgehouden en voldoet aan de wettelijke eisen. Voor zover klachten zien op handelen van andere zorgverleners binnen de praktijk, geldt dat de huisarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk is. Alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2884

    Ongegrond klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de verpleegkundig specialist hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld, medicatie is voorgeschreven en een crisismaatregel is opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8687

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Onder supervisie van een verzekeringsarts (verweerder in zaak A2025/8689) heeft de AIOS medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster verwijt de AIOS dat zij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de AIOS op zorgvuldige en deskundige wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8656

    Kennelijk ongegronde klacht van een nabestaande tegen een verpleegkundige. De (wijk)verpleegkundige is in de nacht voorafgaand aan het overlijden bij patiënte geweest op verzoek van klager, wegens buikpijn. De verpleegkundige is kort bij patiënte geweest en is weer weggegaan. Klager verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij geen adequate controles heeft gedaan en de situatie niet goed heeft ingeschat.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8688

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Twee (AIOS) verzekeringsartsen verweerders in A2025/8787 en 8689) hebben medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster was niet tevreden over deze adviezen en diende klachten in tegen het medisch adviesbureau. De rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster heeft vervolgens de verwerend verzekeringsarts gevraagd het onderzoek, met een nieuwe onderzoeksvraag, voort te zetten. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies (in concept) heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts op zorgvuldige en deskundige wijze zijn medisch advies heeft opgesteld, en dat hij in redelijkheid tot zijn (deel)conclusie heeft kunnen komen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8689

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Een arts in opleiding tot verzekeringsarts (verweerster in zaak A2025/8687) heeft onder supervisie van de verzekeringsarts medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Er heeft steeds overleg plaatsgevonden tussen de verzekeringsarts en de AIOS over de adviezen, en de verzekeringsarts heeft de adviezen medeondertekend. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts op zorgvuldige en deskundige wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8693

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts onder meer het gebruik van onprofessionele bewoordingen en een onjuiste verslaglegging. In het medisch onderzoeksverslag beschrijft de verzekeringsarts de observatie ‘theatrale pijnuiting’. Zij voert aan dat dit een vakinhoudelijke benaming betreft voor een geobserveerde wijze van pijnexpressie. Zij begrijpt dat het woord negatief of stigmatiserend kan overkomen en heeft zich voorgenomen de term niet meer te gebruiken. Het college acht de bewoordingen ‘theatrale pijnuiting’ minder gelukkig gekozen. Het college verbindt aan het gebruik van de term door de verzekeringsarts geen tuchtrechtelijke consequenties. Zij heeft niet in strijd met de beroepsnorm gehandeld door de vakterm te gebruiken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:83 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2866

    Gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft een implantaat bij klaagster geplaatst. Vanaf de plaatsing had klaagster (pijn)klachten rond het implantaat waarvoor zij diverse malen bij de tandarts is geweest. Vier jaar later, na het maken van een driedimensionale foto bleek dat de klachten van klaagster werden veroorzaakt doordat het implantaat scheef stond. Klaagster verwijt de tandarts dat hij het implantaat scheef en zonder sinuslifting heeft geplaatst en dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de oorzaak van de klachten die klaagster daarna had. Verder verwijt klaagster de tandarts dat hij het dossier gebrekkig heeft bijgehouden, geen klachtenregeling heeft en de zaak heeft gefrustreerd door niet/niet volledig/heel laat te voldoen aan informatieverzoeken van onder andere de tandheelkundige adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een berisping opgelegd en bepaald dat deze berisping, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde maatregel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2819

    Gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster (in vervolg op een grotere operatie om haar gezicht te vervrouwelijken, een facial feminization surgery) een liplift uitgevoerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat zij het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden, bij de liplift te veel weefsel heeft verwijderd en een daaropvolgende ingreep niet goed met klaagster heeft afgestemd en vervolgens is afgeweken van het afgesproken operatieplan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor wat betreft de dossiervoering en het zonder voorafgaand overleg gebruiken van vicryl-hechtdraad gegrond verklaard en de kaakchirurg een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart ook de klacht dat de kaakchirurg bij de liplift te veel weefsel heeft verwijderd gegrond en legt de kaakchirurg een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3190 en C2026/3191

    Voorzittersbeslissing. Klager verblijft in een instelling waar de gz-psycholoog werkzaam is en verblijft daar op basis van TBS met dwang verpleging. Klager klaagt over zijn verlofregeling en de tijdsduur van zijn verjaardagsfeest. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klager af. In het tuchtrecht geldt het beginsel van persoonlijke verwijtbaarheid. De gz-psycholoog heeft geen betrokkenheid gehad bij de verlofregeling van klager of het besluit over het verjaardagsfeest.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8507

    Klacht van huisarts tegen huisarts waarmee zij een maatschapsovereenkomst was aangegaan. Mede wegens arbeidsongeschiktheid heeft de beklaagde huisarts de maatschap opgezegd. Klachtonderdelen die zien op het ondermijnen van de continuïteit van zorg door zonder overleg uitschrijving bij de Kamer van Koophandel te bewerkstelligen en het niet nakomen van de afspraken en verplichtingen binnen een medisch samenwerkingsverband, wat directe risico’s zou hebben opgeleverd voor de veiligheid en toegankelijkheid van zorg kennelijk ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing/concretisering. Wat betreft het datalek medische gegevens patiënten heeft de beklaagde huisarts zich voldoende ingespannen om dit op te lossen tevens kennelijk ongegrond. Voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk.