Zoekresultaten 1-50 van de 14970 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9129

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9130

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en met de instelling heeft besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849

    Klager verwijt de arts dat hij bij een knieoperatie zijn rechterbeen heeft rechtgezet zonder onderzoek te hebben gedaan naar de stand van zijn rechtervoet. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel over het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9126

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat zij bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek heeft verricht. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3186

    Klaagster heeft zich in 2014 in verband met knieklachten tot de arts gewend. Aanvankelijk werd een conservatieve behandeling ingezet. In oktober 2014 werd zij in verband met een ontwrichting van de linkerknieschijf en een bloeding in het kniegewricht op de wachtlijst geplaatst voor een operatie die in januari 2015 plaatsvond. Klaagster verwijt de arts dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht aan zijn collega-artsen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9127

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerder dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9128

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, zij wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en dit ook met de instelling is besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850

    Klager verwijt de arts onder meer dat hij onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan, heeft gezegd dat een operatie aan klagers voet niet meer mogelijk was en een gebrek aan kennis van triple artrodese operaties heeft. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is voor wat betreft het klachtonderdeel tegen het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10327

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het argument van de PI dat de bijzondere setting waarin de medewerkers werkzaam zijn geen goede onderbouwing voor de beslissing om de naam van de verwerende partij niet te delen. Gezien de inhoudelijke beslissing ziet de voorzitter echter alsnog reden om de persoonsgegevens van deze beklaagde niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9390

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9391

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De persoon tegen wie de klacht is gericht is niet BIG-geregistreerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9378

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Inhoudelijk is de klacht kennelijk ongegrond. Door de gemachtigde van verweerster is gemotiveerd uiteengezet dat sprake is van een persoonsverwisseling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9683

    Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10244

    Voorzittersbeslissing. Klacht van behandelend zorgverlener tegen, volgens klager, een verpleegkundige over (het handelen rondom) de beoordeling van de aanvraag van de patiënt van klager voor vergoeding van zorg, verleend in het buitenland door klager. Klager is geen rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. De klacht van klager gaat over de algemene gezondheidszorg (en de vergoeding hiervan). Klager valt ook niet onder een van de andere categorieën klachtgerechtigden. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/10435

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog kennelijk niet-ontvankelijk. Klager verwijt de gezondheidszorgpsycholoog dat hij een verklaring heeft afgegeven over zijn cliënt, de ex-partner van klager. De voorzitter oordeelt dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet BIG. Klager heeft weliswaar een financieel belang (in de alimentatieprocedure), maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/10237

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een psychotherapeut kennelijk niet-ontvankelijk. Klager verwijt de psychotherapeut dat hij een verklaring heeft afgegeven over zijn cliënt, de ex-partner van klager. De voorzitter oordeelt dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet BIG. Klager heeft weliswaar een financieel belang (in de alimentatieprocedure), maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9688 en H2026/9689

    Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van partijdigheid en vooringenomenheid, omdat de secretaris tijdens het mondeling vooronderzoek 519 foto’s en 6 films niet aan het dossier had toegevoegd en het college desondanks akkoord is gegaan met behandeling van de tuchtklachten in de raadkamer. Daarnaast wees verzoeker op een eerder ingediende klacht. Het wrakingsverzoek is afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9454

    Klacht van ouders tegen vertrouwensarts kennelijk ongegrond. Klacht tegen vertrouwensarts over een onderzoek over Kindermishandeling door falsicifiactie. Klagers verwijten de vertrouwensarts ook dat ze onvoldoende objectief was in het onderzoek.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9351

    klacht tegen plastisch chirurg. Klager lijdt aan Dupuytren en heeft een percutane naaldfasciotomie ondergaan. Na de ingreep ontstaat een peesruptuur. Na een hersteloperatie trad opnieuw een ruptuur op. Klager verwijt de chirurg kort gezegd dat het informed consent onvolledig was en dat niet duidelijk is geworden waarom de ruptuur en de reruptuur zijn opgetreden. Het college oordeelt dat er sprake is van een zeldzame complicatie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3203

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10275

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het niet overdragen van allergiegegevens. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10232

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over onzorgvuldig handelen rond een afspraak met de huisarts, het verzwijgen van dit contact in eerdere tuchtklachten en onjuistheden over opioïdenintolerantie en de besluitvorming van de Geschillencommissie Ziekenhuizen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9022

    Klacht tegen medisch adviseur Dienst Justitiële inrichtingen, die advies uitgebracht heeft over detentiegeschiktheid. Klagers zijn kennelijk niet-ontvankelijk, voor zover zij het college verzoeken om (los van een concrete klacht) een algemene uitspraak te doen. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klachtonderdeel over het gegeven advies, omdat uitsluitend klager daarbij rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9670

    Klacht tegen huisarts na consult bij de huisartsenpost over mogelijke diep-veneuze trombose. De huisarts zag geen tekenen van DVT en adviseerde klaagster de volgende dag contact op te nemen met haar eigen huisarts, wat zij niet heeft gedaan. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Het college kan er, mede gelet op de betwisting door klaagster, niet vanuit gaan dat de huisarts in duidelijke bewoordingen tegen klaagster heeft gezegd dat aanvullend onderzoek nodig was en het daarom belangrijk was dat zij de volgende ochtend contact met de eigen huisarts zou opnemen. De notitie in het dossier wijst niet op de urgentie, die er wel degelijk was. De huisarts had zijn dossieraantekeningen (en zijn advies aan klaagster) zo moeten formuleren dat er over de urgentie geen misverstand kon ontstaan, niet bij klaagster en ook niet bij klaagsters eigen huisarts. De huisarts heeft bij het consult onvoldoende regie genomen en in een potentieel gevaarlijke situatie te veel verantwoordelijkheid bij de patiënt neergelegd. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10273

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen orthopedisch chirurg over het niet overdragen van allergiegegevens en morfinebeperkingen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerder ingediend, Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook in de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10274

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het naleven van regels 3, 4 en 9 van de KNMG-gedragscode en klaagster onterecht zwartmaken en beschuldigen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2996

    Klacht tegen een arts, werkzaam bij een arbodienst, onder supervisie van een BIG-geregistreerde bedrijfsarts. De inschrijving van de arts in het BIG-register is voor de duur van drie maanden geschorst geweest. In deze periode is klager twee keer bij de arts op het spreekuur geweest. Het Regionaal Tuchtcollege is tot het oordeel gekomen dat de arts vanwege de schorsing deze werkzaamheden niet had mogen uitvoeren en heeft aan de arts de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het hiertegen door de arts ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9155

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in de penitentiaire inrichting en is in het kader van de strafprocedure onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Klager verwijt de psychiater dat voor het diagnostisch oordeel verouderde en foutieve stukken zijn gebruikt, de diagnostische beschouwing gebrekkig is gemotiveerd en relevante stukken uit het strafdossier buiten beschouwing zijn gelaten. Op basis van deze informatie heeft de psychiater volgens klager ten onrechte een TBS-maatregel met dwangverpleging geadviseerd. Het deskundigenrapport voldoet aan de criteria waar dit volgens vaste jurisprudentie aan dient te voldoen en de psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9153

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in de penitentiaire inrichting en is in het kader van de strafprocedure onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Klager verwijt de psychiater dat voor het diagnostisch oordeel verouderde en foutieve stukken zijn gebruikt, de diagnostische beschouwing gebrekkig is gemotiveerd en relevante stukken uit het strafdossier buiten beschouwing zijn gelaten. Op basis van deze informatie heeft de psychiater volgens klager ten onrechte een TBS-maatregel met dwangverpleging geadviseerd. Het deskundigenrapport voldoet aan de criteria waar dit volgens vaste jurisprudentie aan dient te voldoen en de psychiater heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9152

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9147. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9530

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een groot aantal klachten geformuleerd, maar met uitzondering van de klacht over de onzorgvuldige klachtenbehandeling zijn ter zitting alle andere klachten uitdrukkelijk ingetrokken. Het college oordeelt dat klager ontvankelijk is, maar de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8914

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet-ontvankelijk voor zoverre zij namens haar zoon klaagt over zijn behandeling, klachtonderdeel d. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in het monitoren van de medicatie en in de verwijzingstrajecten. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9571

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat GGZ-instanties (en de daar werkende psychiaters) een eigen verantwoordelijkheid hebben waarop de huisarts geen toezicht heeft. Een huisarts heeft ook niet de expertise om de GGZ-hulpverlening te controleren, te sturen en/of te beoordelen. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8919

    Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager maakt de gz-psycholoog verschillende verwijten over onder andere grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen. De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt dat klager ten aanzien van een klachtonderdeel (verbreken ethische code) niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en voor het overige (bejegening) kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8763

    Klaagster klaagt erover dat een arts onder supervisie van een bedrijfsarts haar onder meer niet heeft geïnformeerd over zijn hoedanigheid en dat hij een toezegging dat zij eerst inzage in haar FML zou krijgen, voordat deze naar haar werkgever zou worden gestuurd, niet is nagekomen. Het tuchtcollege verklaart de klacht op deze punten gegrond. Maatregel: berisping omdat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed heeft uitgevoerd, hij een belangrijke toezegging betreffende de FML niet is nagekomen, hij onvoldoende reflectie toont op zijn handelwijze en zich niet toetsbaar heeft opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8888

    Gegronde klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij, na zijn betrokkenheid bij klager als bedrijfsarts, zich negatief heeft uitgelaten over klager. Ook heeft verweerder onjuistheden is in zijn verklaring over klager opgenomen. Verweerder heeft erkend dat hij zich negatief heeft uitgelaten over klager en dat deze verklaringen onjuistheden bevatten. Verweerder ziet nu in dat hij als bedrijfsarts geen verklaring kan geven op verzoek van een werkgever of een werknemer indien die zelf betrokken is geweest bij de casus. Het college heeft voorwaardelijke schorsing overwogen en legt verweerder, gezien de omstandigheden, de maatregel berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9035

    Kennelijk ongegrond klacht. Klager is bij een beoordeling in het kader van een crisis gezien door verweerder, psychiater. Deze adviseerde klager de olanzapine in te nemen die klager op dat moment bij zich had. Klager vindt dit onzorgvuldig, aangezien de olanzapine juist ten behoeve van afbouw gedoseerd was klaargemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9172

    Grotendeels gegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft klaagster behandeld met botulinetoxine injecties in de oksels in verband met overmatig transpireren. De dermatoloog heeft klaagster voorafgaand aan de behandeling onvoldoende geïnformeerd, de behandelrelatie zonder gewichtige reden en zonder inachtneming van de daarvoor geldende zorgvuldigheidseisen beëindigd, onzorgvuldig gehandeld bij de verslaglegging en is tekortgeschoten in de communicatie over de klachtenafhandeling en het BIG-registratienummer. Gelet op de ernst en de samenhang van de gegrond bevonden klachtonderdelen, het ontbreken van inzicht in het eigen handelen en een opgelegde berisping in een eerdere tuchtzaak, legt het college een voorwaardelijke schorsing van zes maanden op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7870

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een huisarts. Het college overweegt onder andere dat uit de vermelde feiten blijkt dat de huisarts zijn patiënten er actief van heeft proberen te weerhouden zich (ook door een andere zorgverlener) te laten vaccineren, door zich jegens hen op diverse wijzen en ongevraagd zeer kritisch en negatief uit te laten over de COVID-19-vaccinaties. Met de telefonische benadering van driehonderd patiënten, het informed consent-formulier, de in die gesprekken en dat formulier verstrekte eenzijdige, ongenuanceerde en onjuiste informatie en met het vereiste van ondertekening in het formulier de huisarts ten onrechte een drempel heeft opgeworpen voor de patiënten die wel gevaccineerd wilden worden. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Al met al komt het college, op grond van de ernst van de aan de huisarts verweten gedragingen en de onwrikbaarheid van zijn ideeën, tot de maatregel van onvoorwaardelijke doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2981

    Klacht tegen een internist-nefroloog. Klaagster klaagt over de behandeling van haar moeder, die vanaf 2017 bij de internist-nefroloog in behandeling is geweest en in 2024 is overleden. Klaagster verwijt de internist-nefroloog onder meer dat zij zonder medeweten van de patiënte na haar ontslag uit het ziekenhuis afspraken heeft gemaakt over haar medische behandeling en heeft geweigerd de patiënte naar een andere internist-nefroloog te verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dat college overweegt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om te twijfelen dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3001

    Klacht tegen een apotheker. Klager gebruikte al enige tijd een opiaat van een bepaald merk. Op enig moment heeft de online-apotheek dit medicijn vervangen door een medicijn van een ander merk. Klager verwijt de apotheker dat dit is gebeurd zonder uitleg aan hem en zonder overleg met een arts. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3318 VZ

    Voorzittersbeslissing. Misbruik van recht. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onbekwaam was om klaagsters verzoek om aanvulling in haar dossier te effectueren, maar dit desondanks wel heeft gedaan. Dit zou volgens klaagster verstrekkende gevolgen hebben gehad voor de medische behandelingen van klaagster binnen en buiten het ziekenhuis. Daarnaast zou het ook invloed hebben op andere procedures die klaagster is gestart om het volgens haar gedane onrecht recht te zetten en de aanvullingen te laten rectificeren zodat de zorgverlening aan haar wel goed en veilig kan zijn. Volgens klaagster was de orthopedisch chirurg onbekwaam omdat hij als orthopeed weinig kennis had. Ook al had de Raad van Bestuur toestemming aan hem gevraagd; hij had moeten aangeven dat hij niet de behandelend arts was die kon besluiten over het effectueren van de aanvullingen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Hij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3103

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De dochter van klaagster klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar halverwege februari 2022 op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef de huisarts antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna hij nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3122

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3152

    De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie. Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en over de (opvolging van) zorg daarna. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht en de klacht vervolgens ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft klaagster beroep ingesteld en de huisarts vervolgens incidenteel beroep. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde conclusies als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt de beroepen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2940

    Klacht tegen een cardioloog. De klacht gaat over de behandeling van de moeder van klaagster, die inmiddels is overleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het heeft daartoe overwogen dat er onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn te vinden die aannemelijk maken dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9174

    Kennelijk ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was de superviserend arts van de arbo-arts die betrokken was bij de verzuimbegeleiding. De klacht ziet onder meer op de verzuimbegeleiding, schending beroepsgeheim en bejegening. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8137

    Klacht tegen SEH-arts kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerster is als SEH-arts bij de opname van patiënt betrokken geweest en heeft de overlijdensakte opgesteld. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9497

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De klager was uitgenodigd voor een fysiek consult met de bedrijfsarts voor een claimbeoordeling na ziekmelding. De klacht van klager ziet kort gezegd op de communicatie daarover. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.