Zoekresultaten 1-20 van de 14325 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7767

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. In verband met een gedwongen opname klaagt patiënte over schending van privacy wetgeving en een onterechte opname. Psychiater handelde in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en gemaakte afspraken. De verplichte zorg voldeed aan de criteria van subsidiariteit, proportionaliteit, doelmatigheid en veiligheid.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7934

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Rijgeschiktheidskeuring in verband met leeftijd van 75 jaar. Psychiater adviseert CBR om klager ongeschikt te verklaren vanwege alcoholmisbruik. Klager klaagt over onzorgvuldig en ondeskundig onderzoek. Richtlijn alcoholmisbruik in het kader van rijgeschiktheidskeuringen. Laboratoriumwaarden CDT en GGT. Regeling eisen geschiktheid 2000. Onderzoek is volgens de voorgeschreven werkwijze uitgevoerd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8071

    Klager klaagt erover dat zijn vader vanwege zijn geloof geen volledige sedatie wilde, maar dat de huisarts van de huisartsenpost een te hoge dosis midazolam voorschreef waarna vader langdurig bewusteloos was. Ook kreeg vader methadon en dexamethason toegediend, waarna hij overleed. Het tuchtcollege oordeelt dat voorgeschreven dosis midazolam (7,5 mg) passend is bij de situatie namelijk om onrust te verminderen en niet om het overlijden te versnellen. De medicatie werd bovendien pas later toegediend conform het beleid van de eigen huisarts en was ten tijde van het overlijden, een dag later, uitgewerkt. De huisarts was niet betrokken bij de latere toediening van methadon en dexamethason. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8314

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft in 2016 onder invloed van een psychose zijn echtgenote gedood. Hij verwijt de verpleegkundige dat zij en een collega (tegen wie klager ook een klacht heeft ingediend, zaaksnummer A2025/8228) de situatie van klager bij een huisbezoek enkele dagen voor deze gebeurtenis niet goed hebben ingeschat en hem niet de juiste hulp hebben geboden. Het college overweegt dat de verpleegkundige correct heeft gehandeld. Dat de verpleegkundige bij klager een paranoïde psychose vaststelde betekent nog niet dat er zich bij klager op dat moment een acute noodsituatie voordeed waarvoor onmiddellijk maatregelen nodig zouden zijn.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8358

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een keel-, neus- en oorarts. Het college komt tot de conclusie dat de KNO-arts de juiste diagnostische stappen ten aanzien van de klachten van klaagster heeft genomen. Het is verder niet gebleken dat de KNO-arts de behandeling van klaagster niet had mogen afsluiten; de KNO-arts heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd en de oorzaak van de klachten is niet gevonden. Het college heeft er verder geen enkel aanknopingspunt voor gevonden dat de KNO-arts aan klaagster zorg zou hebben geweigerd of dat klaagster door de KNO-arts het ziekenhuis zou zijn uitgezet. Hoewel het college de verwarring van klaagster ten aanzien van de facturen begrijpt aangezien de facturen niet geheel lijken te corresponderen met de data van de consulten, kan de KNO-arts hier niet persoonlijk verantwoordelijk voor worden gehouden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8767

    VoorzittersbeslissingDe kern van de klacht is dat uit diverse internetbronnen zou blijken dat verweerster misleidende informatie verspreidt over de e-sigaret, waardoor zij bijdraagt aan een onjuist en onterecht schadelijk beeld van dit alternatief voor roken. Klacht is onvolledig, niet voldoende onderbouwd. De klacht gaat om uitspraken op verschillende websites en filmpjes, maar deze filmpjes zijn niet bijgevoegd en de hyperlinks zijn niet te achterhalen. Door de filmbestanden, URL’s of geprinte versie van de websites niet bij te voegen kan het college de uitspraken niet beoordelen. Klager kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8228

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft in 2016 onder invloed van een psychose zijn echtgenote gedood. Hij verwijt de verpleegkundige dat hij en een collega (tegen wie klager ook een klacht heeft ingediend, zaaksnummer A2025/8314) de situatie van klager bij een huisbezoek enkele dagen voor deze gebeurtenis niet goed hebben ingeschat en hem niet de juiste hulp hebben geboden. Het college overweegt dat de verpleegkundige correct heeft gehandeld. Dat de verpleegkundige bij klager een paranoïde psychose vaststelde betekent nog niet dat er zich bij klager op dat moment een acute noodsituatie voordeed waarvoor onmiddellijk maatregelen nodig zouden zijn.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3022 VZ

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3041 VZ

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 VZ

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2992 VZ

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2993

    .

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8233

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster verwijt de dermatoloog dat zij niet goed geholpen is bij de behandeling van een schimmelnagel (onychomycose). Het college stelt vast dat sprake is geweest van een behandeling volgens gebruikelijke wijze, met daarvoor geschikte medicatie. Dat klaagster te maken heeft gekregen met bijwerkingen is vervelend, maar kan de dermatoloog niet worden verweten. Na het optreden van de bijwerkingen is de behandeling vroegtijdig gestopt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8463

    Klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat zij zonder het bespreken van alternatieven een spoedige excisie heeft geadviseerd voor een papel in zijn gezicht, wat achteraf onnodig bleek en heeft geleid tot een blijvend litteken. Het college is van oordeel dat de dermatoloog zonder goede reden is afgeweken van de richtlijn basaalcelcarcinoom van de NVDV. Aanvullend diagnostisch onderzoek was geïndiceerd en de dermatoloog heeft haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de informatievoorziening aan klager miskend. Het college vindt het zorgwekkend dat de dermatoloog ter zitting blijk heeft gegeven dat zij nog altijd van oordeel is dat haar handelwijze de enige en juiste weg was, in plaats van de handelwijze die de richtlijn voorschrijft. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700

    Herstelbeslissing van 16 januari 2026 van de beslissing van 6 januari 2026.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8285

    Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken voortand. Klager verwijt de tandarts dat weigering van zorgverlening tijdens dit consult en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8042

    Deels gegronde klacht tegen arts. Geen maatregel. Vader van overleden patiënte verwijt de arts dat de arts zonder supervisor de schouw heeft verricht en dat sprake is van een onverklaarbare onzorgvuldigheid in het schouwverslag. De arts, die in opleiding tot forensisch arts was, meende dat een andere arts, die bij de schouw aanwezig was, als zijn supervisor optrad. Vaststaat dat dit niet het geval was. In zoverre gegrond. Onjuiste vermelding van de lichaamstemperatuur is een evidente schrijffout. Het meten van de omgevingstemperatuur is in een forensische setting niet gebruikelijk en levert, gezien de vele factoren die van invloed zijn, geen relevante informatie op. Het geschatte tijdstip van overlijden is aannemelijk. Geen opmerkingen op het schouwrapport als zodanig.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8044

    Ongegronde klacht tegen huisarts in PI. Vader van overleden patiënte verwijt de huisarts het voorschrijven van gevaarlijke combinaties van medicijnen, het voorschrijven van morfine terwijl patiënte morfineverslaafd was en het doen van onvoldoende onderzoek naar oedeem. Zeer complexe medische situatie van patiënte. Ondraaglijke lijdensdruk. Alternatieve behandelmethoden waren uitgeput. Geen absolute contra-indicaties. Voorschrijven medicatie is te billijken. Het volgen van het reeds ingezette beleid voor oedeemvorming, was niet onjuist.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8046

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen huisarts in PI. Waarschuwing. Vader van overleden patiënte verwijt de huisarts een gebrekkige algemene analyse en diagnose van de gezondheidsklachten van patiënte. Klacht gegrond ten aanzien schildklierproblemen, gewichtstoename, oedeemvorming en de controle op de combinatie de gebruikte medicijnen. Ongegrond ten aanzien van de rugpijn. Zeer complexe medische situatie van patiënte. Ondraaglijke lijdensdruk. Alternatieve behandelmethoden waren uitgeput.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8643

    De inspectie draagt een fysiotherapeut voor aan het college met het verzoek hem in het BIG-register door te halen. Hij heeft herhaaldelijk opioïden gestolen uit medicatievoorraden van werkgevers en bij patiënten thuis, deze middelen zelf gebruikt en onder invloed zorg verleend. Dit leidde tot meerdere meldingen, inspectieonderzoeken en strafrechtelijke veroordelingen. Uit psychiatrisch onderzoek blijkt dat hij lijdt aan een ernstige opioïdenverslaving en persoonlijkheidsproblematiek, met een aanzienlijk risico op terugval, vooral bij toegang tot medicatie. De fysiotherapeut erkent zijn handelen, voert geen verweer en is het eens met de voorgestelde maatregel. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut ongeschikt is zijn beroep uit te oefenen wegens middelenmisbruik. Daarom wordt zijn BIG-registratie doorgehaald en wordt hij geschorst totdat deze beslissing onherroepelijk is.