Zoekresultaten 11-20 van de 14216 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7880

    De moeder van een patiënt klaagt over diens behandeling door de orthodontist. Het tuchtcollege verklaart alle klachten ongegrond. De orthodontist heeft een passend behandelplan opgesteld, de juiste diagnose gesteld (op één schrijffout na), en terecht een KNO-verwijzing gedaan. Het gebruik van een myobrace was verdedigbaar als voorbereidende behandeling. Er was nog geen definitieve behandeling gestart omdat de patiënt tussentijds van orthodontist wisselde. Ook het verwijt over röntgenfoto’s en de positie van tand 15 houdt geen stand.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:297 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7863

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat hij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.Het college acht de beslissing op 3 maart 2020 om over te gaan tot een palliatief beleid gezien de gezondheidssituatie van de dochter van klaagster op dat moment zeer goed navolgbaar en is van oordeel dat deze beslissing zorgvuldig is genomen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:298 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7864

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat zij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.Het college acht de beslissing op 3 maart 2020 om over te gaan tot een palliatief beleid gezien de gezondheidssituatie van de dochter van klaagster op dat moment zeer goed navolgbaar en is van oordeel dat deze beslissing zorgvuldig is genomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:213 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2712

    Klager lijdt aan chronische draaiduizeligheid en werkt met een WIA-uitkering 25 uur per week. De aangeklaagde arts werkt onder supervisie van een bedrijfsarts bij de arbodienst van de werkgever van klager. Klager kwam op 19 april 2024 bij de arts op het verzuimspreekuur. Klager vindt a) dat de arts hem toen ten onrechte heeft doorverwezen naar het UWV en b) dat de arts onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door de arts ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:299 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7865

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een kinderarts. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts dat zij op 31 januari 2020 ten onrechte heeft besloten haar dochter over te plaatsen naar een ander ziekenhuis en dat zij ten onrechte palliatief beleid heeft ingezet.Het college stelt vast dat de kinderarts zowel bij het besluit tot overplaatsen als het besluit een palliatief beleid in te zetten niet betrokken is geweest.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:214 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2743

    Klager is na zijn ziekmelding bij zijn werkgever begeleid door de bedrijfsarts. Over die begeleiding is hij niet tevreden. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij geen gehoor heeft gehad voor zijn psychische klachten, een verkeerde diagnose heeft gesteld en verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klager heeft tot doel dat twee van zijn klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verwerpt het beroep van klager.Klager is na zijn ziekmelding bij zijn werkgever begeleid door de bedrijfsarts. Over die begeleiding is hij niet tevreden. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij geen gehoor heeft gehad voor zijn psychische klachten, een verkeerde diagnose heeft gesteld en verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klager heeft tot doel dat twee van zijn klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:293 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7839

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet. Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat hij, als afdelingshoofd, onvoldoende maatregelen heeft genomen om een infectie met de Serratia marcescens bacterie te voorkomen. Ook verwijt zij de kinderarts-neonatoloog dat hij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.Het college is van oordeel dat de op de afdeling gehanteerde maatregelen ter voorkoming van infecties conform de medisch-professionele standaard zijn.Het college acht daarnaast de beslissing om over te gaan tot een palliatief beleid gezien de gezondheidssituatie van de dochter van klaagster op dat moment zeer goed navolgbaar en is van oordeel dat deze beslissing zorgvuldig is genomen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:290 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7919

    Ongegronde klacht tegen een internist-oncoloog. Bij de echtgenote van klager was triple negatief borstkanker geconstateerd. Hij verwijt de internist-oncoloog dat zij onvoldoende voorlichting aan patiënte heeft gegeven over de risico’s van de chemotherapie en dat zij ten onrechte niet van het standaard protocol is afgeweken. Het college oordeelt dat de door de internist-oncoloog gegeven schriftelijke en mondelinge informatie voldoende is geweest. Er was geen indicatie om niet te starten met een standaarddosering of (later) de dosering te verlagen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:291 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8188

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Patiënte, de moeder van klaagster, is overleden aan longkanker. De arts was werkzaam als zaalarts op de longafdeling. Het college stelt vast dat de arts geen diagnose heeft gesteld, ook niet dat hij klaagster niet serieus zou hebben genomen. Het door klaagster ervaren gebrek aan empathie kan het college niet in objectieve zin vaststellen. Het college komt ook niet tot het oordeel dat de arts niet adequaat heeft gehandeld op het moment dat het niet goed ging met patiënte. Er waren op dat moment geen andere handelingen mogelijk om het lijden van patiënte te verminderen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:292 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9027

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter oordeelt dat er sprake is van misbruik van recht nu klaagster een in de kern dezelfde klacht indient tegen de bedrijfsarts. Klaagster wenst kennelijk de beslissing van het CTG niet af te wachten en dient wederom een klacht in met een andere weergave en andere bewoordingen, die in de kern op hetzelfde neerkomt. In dit geval komt de voorzitter tot het oordeel dat het belang van klaagster niet opweegt tegen het belang van de bedrijfsarts om te worden beschermd tegen het opnieuw indienen van een tuchtklacht tegen haar over in de kern hetzelfde feitencomplex. Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.