Zoekresultaten 14211-14220 van de 14322 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:214 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2743

    Klager is na zijn ziekmelding bij zijn werkgever begeleid door de bedrijfsarts. Over die begeleiding is hij niet tevreden. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij geen gehoor heeft gehad voor zijn psychische klachten, een verkeerde diagnose heeft gesteld en verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klager heeft tot doel dat twee van zijn klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verwerpt het beroep van klager.Klager is na zijn ziekmelding bij zijn werkgever begeleid door de bedrijfsarts. Over die begeleiding is hij niet tevreden. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij geen gehoor heeft gehad voor zijn psychische klachten, een verkeerde diagnose heeft gesteld en verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klager heeft tot doel dat twee van zijn klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:293 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7839

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet. Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat hij, als afdelingshoofd, onvoldoende maatregelen heeft genomen om een infectie met de Serratia marcescens bacterie te voorkomen. Ook verwijt zij de kinderarts-neonatoloog dat hij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.Het college is van oordeel dat de op de afdeling gehanteerde maatregelen ter voorkoming van infecties conform de medisch-professionele standaard zijn.Het college acht daarnaast de beslissing om over te gaan tot een palliatief beleid gezien de gezondheidssituatie van de dochter van klaagster op dat moment zeer goed navolgbaar en is van oordeel dat deze beslissing zorgvuldig is genomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7903

    Klaagster is tweemaal door verweerster (psychiater) gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8552

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klaagster werd door de afdeling bemoeizorg verwezen naar het FACT-team. De psychiater was regiebehandelaar van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater, samengevat, dat zij een onjuiste medische rapportage heeft opgesteld, een diagnose heeft gesteld die klaagster niet heeft on dat zij onheus bejegend is. Het college is van oordeel dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8551

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster stond ingeschreven bij de huisartsenpraktijk van verweerder. Op haar verzoek werd zij uitgeschreven uit deze praktijk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat verweerder heeft geweigerd haar medisch dossier te verstrekken en dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitschrijving uit de praktijk. Het college is van oordeel dat de huisarts geen persoonlijk, tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7994

    Klager heeft een aanvraag gedaan op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Deze aanvraag is afgewezen. Klager heeft hiertegen geprocedeerd. De Centrale Raad van Beroep heeft DUO opgedragen een medisch adviseur over de zaak van klager te laten oordelen. Verweerder heeft als medisch adviseur op verzoek van DUO medische rapportages uitgebracht. Klager beklaagt zich over deze rapportages. Het college is van oordeel is dat de rapportages voldoen aan de daaraan te stellen eisen en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:300 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8215

    Deels gegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog is praktijkhoudster van een kinder- en jeugdpsychologenpraktijk in de basis ggz. Tegen de hoofdbehandelaar werkzaam in de praktijk is dezelfde klacht ingediend (zaaksnummer A2025/8216). Het college is van oordeel dat er meerdere signalen zijn die duiden op mogelijke ouderverstoting. Gezien de geschiedenis en informatie rondom de complexiteit van de scheiding en het functioneren van de dochter in twee gezinnen kan geconcludeerd worden dat dit een contra-indicatie is voor basis-ggz. Het had voor de hand gelegen om de behandeling niet zelf te starten maar door te verwijzen naar gespecialiseerde zorg, zoals klager terecht stelt. Ter zitting heeft de hoofdbehandelaar en ook GZ-psycholoog erkend dat achteraf gezien doorverwijzing beter was geweest, maar dat destijds een andere inschatting is gemaakt. In de melding aan Veilig Thuis is niets opgenomen over de door klager gemelde ouderverstoting. Het college is zonder meer overtuigd van de goede intenties van de betrokken behandelaren, maar er zijn serieuze fouten gemaakt. Daarmee voldoet de behandeling aan het gezin en de dochter niet aan de te stellen eisen en is daarmee ook de ouders – waaronder klager – deskundige begeleiding onthouden. Daarnaast voldoet de melding niet aan de te stellen eisen. Zo is de Melding te voortvarend gedaan, omdat voorafgaand overleg met klager in de reden had gelegen en ook mogelijk was. Belangrijker is dat er geen mededeling is gedaan van (mogelijke) ouderverstoting. Volgt een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:301 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8216

    Deels gegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog is werkzaam bij een kinder- en jeugdpsychologenpraktijk in de basis ggz. Tegen de praktijkhoudster is dezelfde klacht ingediend (zaaksnummer A2025/8215). Het college is van oordeel dat er meerdere signalen zijn die duiden op mogelijke ouderverstoting. Gezien de geschiedenis en informatie rondom de complexiteit van de scheiding en het functioneren van de dochter in twee gezinnen kan geconcludeerd worden dat dit een contra-indicatie is voor basis-ggz. Het had voor de hand gelegen om de behandeling niet zelf te starten maar door te verwijzen naar gespecialiseerde zorg, zoals klager terecht stelt. Ter zitting heeft de hoofdbehandelaar en ook GZ-psycholoog erkend dat achteraf gezien doorverwijzing beter was geweest, maar dat destijds een andere inschatting is gemaakt. In de melding aan Veilig Thuis is niets opgenomen over de door klager gemelde ouderverstoting. Het college is zonder meer overtuigd van de goede intenties van de betrokken behandelaren, maar er zijn serieuze fouten gemaakt. Daarmee voldoet de behandeling aan het gezin en de dochter niet aan de te stellen eisen en is daarmee ook de ouders – waaronder klager – deskundige begeleiding onthouden. Daarnaast voldoet de melding niet aan de te stellen eisen. Zo is de Melding te voortvarend gedaan, omdat voorafgaand overleg met klager in de reden had gelegen en ook mogelijk was. Belangrijker is dat er geen mededeling is gedaan van (mogelijke) ouderverstoting. Volgt een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:302 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8068

    Deels gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Het college stelt dat niet kan worden gezegd dat klager de klacht alleen aanhangig heeft gemaakt om in contact te komen met de psychotherapeut en concludeert dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. Het klachtonderdeel a) dat ziet op de gestelde diagnose is gegrond. Voor de classificatie ‘persoonlijkheidsstoornis’ heeft de psychotherapeut onvoldoende onderzoek verricht. Ook klachtonderdeel b) is gegrond. Weliswaar heeft de psychotherapeut intercollegiaal overleg gevoerd, maar dit vormt naar het oordeel van het college onvoldoende basis voor de gekozen uitbreiding van de ingestoken curatieve therapie, juist op een moment dat klager had aangegeven te willen stoppen. Klachtonderdeel c) is ook gegrond. Gelet op de achtergrond van klager en diens hulpvraag, acht het college de gekozen therapievorm en setting, waarbij onder meer rolvervaging optrad, niet verantwoord noch acceptabel. Blijkens het behandeldossier heeft de psychotherapeut te weinig gedaan om haar rol in het kader van de imaginaire rescripting binnen de therapie te begrenzen. Verder is voor het college genoegzaam vast komen te staan dat de psychotherapeut klager heeft overvallen door, in weerwil van eerder gemaakte afspraken, de behandeling feitelijk eenzijdig te beëindigen, ondanks de wetenschap dat klager een terugval had en er op dat moment bij hem nog behoefte bestond aan het voortzetten van de behandeling. Daarmee zijn klachtonderdelen d), e) en f) gegrond. Tot slot komt het college tot de conclusie dat de psychotherapeut bij het doen van aangifte tegen klager informatie heeft verstrekt die onder haar geheimhoudingsplicht viel, maar dat daarvoor een rechtvaardiging bestond. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond dan wel behoeven geen nadere bespreking meer omdat ze minder relevant zijn voor de aard en omvang van de klacht, dan wel, reeds bij de andere klachtonderdelen in voldoende mate zijn behandeld. Volgt een waarschuwing, mede gezien de ernstige gevolgen die de psychotherapeut heeft ondervonden aan het geschil met klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:221 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2558

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. De dochter van klaagster is door suïcide overleden. De dochter van klaagster is drie keer opgenomen in een instelling voor mensen met een lichtelijk verstandelijke beperking. De psychiater was tijdens deze opnames betrokken bij de zorg voor de dochter. Klaagster verwijt de psychiater dat hij geen goede en adequate zorg heeft geleverd wat betreft de diagnose, de medicatie en de klachten van haar dochter. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.