Zoekresultaten 14121-14130 van de 14683 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4003
- Datum publicatie: 13-01-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:13
Twaalf klachten tegen internist-oncoloog. Het betreft de samenhangende zaken met registratienummers Z2022/3994, 3996, 3997, 3999, 4000, 4001, 4002, 4003, 4004, 4005, 4006 en 4189. De klagers zijn in elf zaken zijn de nabestaanden van patiënten van de internist-oncoloog. In zaak 4001 is de patiënte zelf klaagster. Klachten over onjuiste behandeling, tekortschietende communicatie en dossiervorming. De internist is tijdelijk niet ingeschreven geweest in het BIG-register en in het specialistenregister. Het college oordeelt in zeven zaken dat de klachten gedeeltelijk gegrond zijn. Hiervoor legt het college in vijf zaken waarschuwingen op, in één zaak een berisping en in één zaak wordt geen maatregel opgelegd. De overige klachtonderdelen in deze zaken en de overige vijf zaken (3994, 4001, 4002, 4003, 4189) zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2023/5304
- Datum publicatie: 11-07-2023
- Datum uitspraak: 07-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:130
Klacht van de voormalig werkgever tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag.Het college overweegt dat de verpleegkundige door het aangaan van een intieme relatie met patiënte hij de voor verpleegkundigen geldende beroepsnormen overschreden. De klacht is dan ook gegrond. Daarbij benadrukt het college dat de reden dat het aangaan van een intieme relatie met een (ex-)patiënt niet is toegestaan hierin is gelegen dat in een dergelijke relatie sprake is een ongelijkwaardige verhouding waarin de patiënt zich in een afhankelijke, kwetsbare positie bevindt. Wat bijdraagt aan de ernst van het tuchtrechtelijke verwijt, is het gegeven dat de verpleegkundige werkzaam is in de geestelijke gezondheidszorg en dat bij de aan zijn zorg toevertrouwde patiënte sprake is van verhoogde kwetsbaarheid.Voor wat betreft de op te leggen maatregel overweegt het college als volgt.Het college maakt zich op basis van alles wat hem nu bekend is ernstige zorgen over de verpleegkundige en acht hem op dit moment niet in staat om patiëntencontacten te hebben. Het college gunt de verpleegkundige echter wel de spreekwoordelijke tweede kans. Hierbij wordt meegewogen dat de verpleegkundige niet eerder met de tuchtrechter in aanraking is gekomen en dat hij na het bekend worden van de relatie heeft meegewerkt aan onderzoeken, zijn fout heeft erkend en daarvoor ook hulp heeft gezocht. Het college acht daarom een voorwaardelijke schorsing van 12 maanden een passende maatregel. Door voorwaarden te stellen aan de schorsing krijgt de verpleegkundige de kans om bij zijn huidige werkgever werkzaam te blijven in een administratieve functie, terwijl hij in therapie gaat werken aan zijn problematiek.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4994
- Datum publicatie: 13-07-2023
- Datum uitspraak: 11-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:131
Klacht tegen neuroloog wegens volgens klagers o.a. onzorgvuldige melding bij Veilig Thuis. De dochter van klagers werd na een wegraking thuis, opgenomen op de kinder-intensive care. De MRI liet zien dat er sprake was van ernstige afwijkingen. Verweerster heeft de MRI in een team van neuroradiologen en kinderneurologen besproken en zij concludeerden dat toegebracht letsel bovenaan aan in de differentiaaldiagnose stond. Dit volgde ook uit de bevindingen van de oogarts die in consult was geroepen. Deze kon de retinabloedigen niet verklaren door de door vader omschreven acties bij toepassing door hem van “basic life support”. Ook deze afwijking zou het beste passen bij niet-accidenteel letsel. Verweerster heeft de casus anoniem besproken met Veilig Thuis, die adviseerde een melding van een verdenking van kindermishandeling te doen. Verweerster heeft de uitslag van de MRI en het voornemen tot het doen van een melding met klagers besproken. Na de melding heeft Veilig Thuis een onderzoek en begeleiding opgestart, wat leidde tot vergaande maatregelen ten opzichte van klagers, waaronder inbreuk op hun privacy, inperking van hun privacy bij hun omgang met hun dochter, en top-teen-onderzoeken bij hun beide dochters. Het college oordeelt dat verweerster zorgvuldig heeft gehandeld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4289
- Datum publicatie: 13-07-2023
- Datum uitspraak: 07-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:132
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagsters dochter, geboren in 2005, is in 2019 psychologisch onderzocht om te kijken of zij ADHD heeft en hoe de relatie tussen haar en klaagster verbeterd kon worden. Het onderzoek is uitgevoerd door twee zorgverleners die niet BIG-geregistreerd zijn. De gz-psycholoog functioneerde als hun supervisor ten aanzien van dit onderzoek. Klaagster is het niet eens met de inhoud van het rapport en vindt het rapport ook niet professioneel. Zij verwijt dit de gz-psycholoog, omdat deze als supervisor had moeten zorgdragen voor een betere rapportage. Het college deelt de verwijten niet en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4941
- Datum publicatie: 13-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:133
Klacht over de behandeling van de echtgenote van klager (hierna: patiënte) door een longarts (verweerder). Patiënte stond vanwege cardiale problematiek onder controle van een cardioloog. De lichamelijke conditie van patiënte verslechterde en een operatie bleek noodzakelijk. Patiënte werd hiervoor aangemeld en verbleef in afwachting van de operatie thuis. De longarts zag patiënte voor een preoperatieve evaluatie, waarna hij concludeerde dat er geen bezwaar was tegen een hartklepoperatie. Na dit consult is de longarts niet meer betrokken geweest bij de behandeling. In de periode na het consult is de conditie van patiënte (verder) verslechterd. Zij werd in verband hiermee in het ziekenhuis opgenomen, waar zij overleed.Klager verwijt de longarts dat hij niet adequaat heeft gehandeld door niet binnen het verantwoordelijke team naar voren te brengen dat een spoedige operatie gewenst was.Het college komt tot het oordeel dat de longarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Patiënte is binnen redelijke termijn door de longarts gezien en de door hem beschreven bevindingen leidden tot de – zorgvuldige – conclusie dat er vanuit longgeneeskundig oogpunt geen belemmering was voor de voorgenomen operatie. Het was aan de specialisten van afdeling cardiologie de urgentiebepaling van de operatie vanuit hun deskundigheid te beoordelen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5101
- Datum publicatie: 13-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:134
Klacht over de behandeling van de echtgenote van klager (hierna: patiënte) door een chirurg (verweerder). Patiënte stond vanwege cardiale problematiek onder controle van een cardioloog. De lichamelijke conditie van patiënte verslechterde en een operatie bleek noodzakelijk. Patiënte werd hiervoor aangemeld en verbleef in afwachting van de operatie thuis. Na een voorbereidende hartkatheterisatie werd patiënte besproken in het hartteam waar ook de chirurg deel van was. Bij die bespreking werd geconcludeerd tot aortaklepvervanging, mitralisklepplastiek en eventueel tricuspidalisklepplastiek. Hierbij werd urgentiecode 3 aangehouden, wat inhield dat patiënte de operatie thuis zou afwachten. In de periode hierna is de conditie van patiënte (verder) verslechterd. Zij werd in verband hiermee in het ziekenhuis opgenomen, waar zij overleed.Het college komt tot het oordeel dat met alleen een papieren evaluatie van de patiënt op dat moment niet het advies kon worden gegeven dat de operatie thuis kon worden afgewacht. De klacht is gegrond en er wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5102
- Datum publicatie: 13-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:135
Klacht over de behandeling van de echtgenote van klager (hierna: patiënte) door een anesthesioloog (verweerder). Patiënte stond vanwege cardiale problematiek onder controle van een cardioloog. De lichamelijke conditie van patiënte verslechterde en een operatie bleek noodzakelijk. Patiënte werd hiervoor aangemeld en verbleef in afwachting van de operatie thuis. De anesthesioloog zag patiënte voor een preoperatief consult. Vanwege een verslechterde toestand van patiënte overlegde hij met de cardio-thoracaal chirurg. Besloten werd tot een opname ter recompensatie voor de operatie. Patiënte is vijf dagen later overleden.Klager verwijt de anesthesioloog dat hij bij het preoperatief consult niet slagvaardig en daadkrachtig is opgetreden en niet heeft aangedrongen op een spoedige operatie van patiënte. Het college komt tot het oordeel dat de anesthesioloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zijn conclusie dat de conditie van patiënte op dat moment te slecht was voor de voorgenomen operatie was zonder meer zorgvuldig. Dat geldt ook voor de keuze direct contact op te nemen met de cardio-thoracaal chirurg.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5103
- Datum publicatie: 13-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:136
Klacht over de behandeling van de echtgenote van klager (hierna: patiënte) door een cardio-thoracaal chirurg (verweerder). Patiënte stond vanwege cardiale problematiek onder controle van een cardioloog. De lichamelijke conditie van patiënte verslechterde en een operatie bleek noodzakelijk. Patiënte werd hiervoor aangemeld en verbleef in afwachting van de operatie thuis. De chirurg zag patiënte voor een preoperatief consult. Vanwege een verslechterde toestand van patiënte werd besloten tot een opname ter recompensatie voor de operatie. Patiënte is vijf dagen later overleden.Klager verwijt de chirurg dat hij bij het preoperatief consult niet doortastend heeft gehandeld en niet met spoed een operatie in gang heeft gezet.Het college komt tot het oordeel dat de chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De chirurg heeft de conclusie dat de conditie van patiënte mogelijk te slecht was voor de voorgenomen operatie terecht overgenomen adequaat en zorgvuldig gehandeld door patiënte op te laten nemen ter recompensatie.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5104
- Datum publicatie: 13-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:137
Klacht over de behandeling van de echtgenote van klager (hierna: patiënte) door een arts (verweerder). Patiënte stond vanwege cardiale problematiek onder controle van een cardioloog. De lichamelijke conditie van patiënte verslechterde en een operatie bleek noodzakelijk. Patiënte werd hiervoor aangemeld en verbleef in afwachting van de operatie thuis. In de periode hierna verslechterde de conditie van patiënte (verder). Zij werd in verband hiermee in het ziekenhuis opgenomen, waar zij overleed. De arts werkte ten tijde van de opname als arts-assistent niet in opleiding tot specialist op de afdeling waar patiënte was opgenomen en was als zodanig betrokken bij de behandeling van patiënte. Klager verwijt de arts dat hij niet voortvarend heeft gehandeld tijdens de opname, dat het niet aanwezige reserve operatieteam heeft willen inzetten en een onheuse bejegening. Het college oordeelt dat de arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hij heeft het uitgezette beleid uitgevoerd en relevante bevindingen telkens tijdig onder de aandacht van de superviserend cardioloog gebracht. Het was niet aan de arts als ANIOS de operatie-urgentie te bepalen en los daarvan was het doel van de opname de patiënte te recompenseren zodat zij de operatie met zo min mogelijk risico zou ingaan. Dat de arts klager en zijn echtgenote op een onzorgvuldige manier heeft bejegend is onvoldoende aannemelijk geworden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5105
- Datum publicatie: 13-07-2023
- Datum uitspraak: 10-07-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:138
Klacht over de behandeling van de echtgenote van klager (hierna: patiënte) door een cardioloog (verweerder). Patiënte stond vanwege cardiale problematiek onder controle van een cardioloog. De lichamelijke conditie van patiënte verslechterde en een operatie bleek noodzakelijk. Patiënte werd hiervoor aangemeld en verbleef in afwachting van de operatie thuis. In de periode hierna verslechterde de conditie van patiënte (verder). Zij werd in verband hiermee in het ziekenhuis opgenomen, waar zij overleed. De cardioloog was op de dag van haar overlijden als (superviserend) cardioloog betrokken bij de behandeling van patiënte. Klager verwijt de arts – kort gezegd – dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld op de dag van het overlijden van patiënte. Het college oordeelt dat de klachten ongegrond zijn. Het beleid werd bepaald in overleg met andere specialisten en de conclusie dat op dat moment geen chirurgische interventie (meer) mogelijk was, was niet onzorgvuldig. Voorts blijkt nergens uit dat door of in opdracht van de cardioloog medicatie is toegediend die niet passend was bij de toestand van klaagster.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1412
- Pagina: 1413
- Pagina: 1414
- ...
- Pagina: 1469
- Volgende pagina zoekresultaten