Zoekresultaten 14551-14600 van de 14621 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0274 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/051

    Klaagster is in 2001 door de verzekeringsgeneeskundige werkzaam voor het UWV op grond van psychische klachten volledig arbeidsongeschikt bevonden. In 2003 ontving het UWV een fraudemelding. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zij door het verstrekken van informatie over klaagster haar beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle is van oordeel dat de verzekeringsarts zich weinig professioneel heeft gedragen, legt de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie. De verzekeringsarts komt in hoger beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van de arts gegrond, vernietigt de bestreden beslissing, wijst de klacht af en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0273 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/044

    De klacht betreft een verzekeringsarts die als geneeskundig adviseur werkzaam is in de particuliere verzekeringssector de mate van arbeidsongeschiktheid van klaagster heeft beoordeeld. Klaagster verwijt de verzekeringsarts - kort samengevat – 1. dat hij heeft getracht onafhankelijke deskundigen te beïnvloeden, 2. dat hij klaagsters privacy en zijn beroepsgeheim heeft geschonden, 3. dat hij arbeidskundige conclusies en beschouwingen presenteert hetgeen uitsluitend is voorbehouden aan arbeidsdeskundigen en 4. de schending van het inzage- en correctierecht. Het RTG te Zwolle acht de klachten 1, 2 en 4 (deels) gegrond, legt een waarschuwing op en gelast de publicatie. De arts komt in hoger beroep en klaagster stelt incidenteel beroep in. In het principaal appel wordt de bestreden beslissing bevestigd en in het incidenteel appel wordt klaagster niet-ontvankelijk verklaard met betrekking tot een nieuwe klacht alsmede de beslissing waarvan beroep bevestigd met publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0272 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/009

    De klacht betreft het medisch handelen van een verzekeringsgeneeskundige die in het kader van een beroepsprocedure op verzoek van het UWV diende te reageren op de rapportage van een door de bestuursrechter ingeschakelde psychiater. Het RTG te Groningen wijst de klacht af en gelast de publicatie. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0271 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/163

    De huisarts heeft aan de voormalige echtgenote van klager een verklaring afgegeven waarin hij heeft verklaard dat hij haar in de voorgaande 20 jaar niet psychiatrisch heeft behandeld. Klager verwijt de huisarts dat deze verklaring onjuist is en dat hij daarmee de arts-patiënt relatie heeft geschonden. Daarnaast verwijt hij de huisarts dat hij de voormalige echtgenote heeft ingelicht over het feit dat klager een tuchtklacht tegen hem had ingediend. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0250 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/105

    Aanvraag vergunning tot verblijf met als doel medische behandeling. In kader van bezwaarprocedure tegen afwijzing van aanvraag is de arts, verbonden aan het Bureau Medische Advisering (BMA), door de IND gevraagd te adviseren. Volgens klager (1) had het dossier aanleiding moeten zijn te twijfelen aan de effectiviteit van de behandeling in het land van herkomst; (2) heeft de arts ten onrechte in het advies opgenomen dat klager wel kan reizen als hij wordt begeleid door sociaal psychiatrisch verpleegkundige, (3) ontbeert het advies de nodige zorgvuldigheid. Het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is wordt in beroep verworpen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat ingeval er twijfel bestaat over effectiviteit van de te verkrijgen behandeling daarvan in rapportage melding moet worden gemaakt. Daarbij wordt van de arts verwacht dat hij de kernfactoren die hij kan wegen, weegt. Specifieke karakter van de stoornis/ziekte van klager en de oorzaak daarvan kunnen meebrengen dat BMA arts gemotiveerd aangeeft of er al dan niet een aanmerkelijke kans is dat getwijfeld moet worden aan de effectiviteit.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0236 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/031

    Patiënte is bekend met de ziekte SLE en wendt zich in de nachtdienst met klachten tot de huisarts. De huisarts schrijft de pijnstiller Tramadol voor en adviseert patiënt zich de volgende dag te wenden tot haar behandelend reumatoloog. In de loop van de volgende avond wordt patiënte onder een verdenking van een vasculitis en een asceptische meningitis op basis van SLE opgenomen op de Intensive care Unit van het Ziekenhuis. Klagers verwijten de huisarts geen zorgvuldig onderzoek te hebben verricht, waardoor zij geen juiste diagnose heeft kunnen stellen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat tijdens het consult geen van de klachten op een meningitis wezen of een andere acute aandoening, dat de klachten van patiënt in verband konden worden gebracht met de SLE en dat Tramadol kon worden voorgeschreven juist omdat daarvoor geen contra-indicaties bestonden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0235 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/077

    Klager komt in beroep van het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat klacht tegen arts, werkzaam als Arbo-arts, ongegrond is verklaard. Beroep betreft vijf van de zes oorspronkelijke klachtonderdelen. Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het de arts vrij staat zich Arbo-arts te noemen, dat niet is gebleken dat klager tijdens spreekuurcontact rugklachten heeft geuit, dat de arts de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en/of niet objectief en niet bekwaam heeft gehandeld en/ of zijn beroepsgeheim heeft geschonden. De bestreden beslissing van het Regionaal Tuchtcollege blijft in stand.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/251

    In het kader van problemen rond de omgangsregeling van klager met zijn kinderen heeft de rechtbank bepaald dat er een forensisch psychologisch diagnostisch onderzoek in civiel kader diende te worden ingesteld bij de kinderen, bij klager en diens ex-echtgenote. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van de gezondheidszorgpsycholoog. De rechtbank heeft klager de omgang met zijn kinderen gedurende twee jaar ontzegd. Klager verwijt de gz-psycholoog het onzorgvuldig en ondeskundig uitvoeren van het onderzoek, de onjuiste uitkomst en het weigeren om correcties in het rapport te verwerken. Het RTG legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van de gz-psycholoog verworpen en heeft de publicatie van de beslissing gelast.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/244

    Klager heeft zich met huidklachten gewend tot de huisartsenpost. Klager verwijt de waarnemend huisarts dat hij zonder deugdelijk onderzoek heeft geconcludeerd dat klagers gordelroos niet meer te behandelen was met een antiviraal middel en dat hij klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0219 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/245

    Klager heeft zich met huidklachten gewend tot de huisartsenpost. Klager verwijt zijn eigen huisarts dat hij zich heeft geconformeerd aan het beleid van de waarnemend huisarts erop neerkomend dat de gordelroos niet meer te behandelen viel met een antiviraal middel en hem niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/187

    Klaagster verwijt in eerste aanleg psychiater (1) ten onrechte voorschrijven van een proefbehandeling met Concerta ter diagnosticering of uitsluiting van ADD, (2) niet nakomen gemaakte afspraken in behandelplan, (3) niet tijdig antwoorden op brief UWV, (4) zonder gewichtige reden afbreken van behandeling en (5) gebruik van grievende en stigmatiserende medische term secundaire ziektewinst. Psychiater komt in beroep van oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat onderdelen 1, 3, 4 en 5 gegrond zijn en van de opgelegde maatregel van waarschuwing. Ad (1): Volgens Centraal Tuchtcollege mocht de psychiater onder de geschetste omstandigheden en in aanmerking nemend dat relatief snel duidelijk is of dit middel al dan niet een positief effect heeft proefbehandeling met Concerta voorschrijven. Ad (3). Centraal Tuchtcollege acht aannemelijk dat de arts telefonisch contact heeft gehad met UWV. Het ware beter geweest als dit was vastgelegd in het dossier, doch nalaten daarvan is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. (Ad 4): Voor klaagster had duidelijk moeten zijn dat als zij niet meewerkte aan uitvoering behandelplan de behandelrelatie zou worden beëindigd. Ad (5): In psychiatrie vaak gebruikte en medisch geaccepteerde term Secundaire Ziektewinst in brief aan de huisarts is niet onnodig grievend en stigmatiserend. De psychiater mocht er van uitgaan dat de huisarts wist wat met de uitdrukking werd bedoeld. Beroep slaagt en klacht wordt alsnog in alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/018

    Betreft informed consent. Een chirurg heeft bij klager de indicatie gesteld tot een spataderoperatie. De klacht houdt in dat de chirurg aan klager heeft doen voorkomen dat hij klager zelf zou opereren en dat hij vervolgens zonder toestemming van klager de operatie door een andere arts (zaak 2008/019) heeft laten uitvoeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op alle vier klachtonderdelen als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de chirurg heeft verzaakt in de op hem rustende verplichting inzake het verkrijgen van toestemming, nu niet aannemelijk is geworden dat hij klager de uitdrukkelijke toestemming heeft gevraagd en van hem heeft verkregen voor het laten verrichten van de spataderoperatie door een andere (vooraf niet met name genoemde) arts en verklaart het eerste klachtonderdeel alsnog gegrond. Het Centraal Tuchtcollege legt de chirurg terzake een waarschuwing op met publicatie van de beslissing. Zie ook zaken 2009/019 en 2009/020.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/248

    Klager verwijt de gynaecoloog dat hij in verband met een door hem gewenste geslachtsverandering van vrouw naar man onzorgvuldig heeft geopereerd waardoor naderhand een interne bloeding is opgetreden. Hierdoor was, tegen de uitdrukkelijke afspraak in, een vervolgoperatie via de buikwand noodzakelijk. Het Regionaal Tuchtcollege legt de arts een waarschuwing op omdat hij tekortgeschoten is in zijn informatieverplichtingen. De arts komt hiertegen in hoger beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van de arts gegrond en vernietigt de bestreden beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0197 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/001

    Gynaecoloog wordt verweten onvoldoende zorg te hebben besteed aan scherpere instelling van bloedsuikerwaarden. In beroep wordt geoordeeld dat na verwijzing van patiënte naar de internist voor behandeling van hoge bloedsuikerwaarden de verantwoordelijkheid voor die behandeling in de eerste plaats bij de internist ligt. Gynaecoloog heeft mogen volstaan met het signaleren dat de bloedsuikerwaarden hoog bleven en de internist daarop te attenderen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/002

    Internist wordt verweten onvoldoende zorg te hebben besteed aan scherpere instelling van de bloedsuikerwaarden. In beroep wordt geoordeeld dat de internist door onvoldoende in te grijpen in de daling van de bloedsuikerwaarden te kort is geschoten in de zorg jegens klaagster. Maatregel van waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/046

    Internist komt in beroep van het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht dat hij (1) ten onrechte is blijven vasthouden aan een onjuiste diagnose en (2)de patiënt en familie onheus heeft bejegend grotendeels gegrond is en van de opgelegde maatregel van waarschuwing. Het Centraal Tuchtcollege rekent de arts tuchtrechtelijk aan dat hij te lang is blijven vasthouden aan de aanvankelijk door hem gestelde diagnose diverticulose en dat hij de mogelijkheid van vaatlijden niet in de differentiaal diagnose heeft opgenomen en geen gericht specialistisch onderzoek heeft ingezet. Het Centraal Tuchtcollege acht het eerste onderdeel zij het op enigszins andere gronden dan het Regionaal Tuchtcollege gegrond maar acht de klacht over de bejegening ongegrond. De opgelegde maatregel van waarschuwing wordt gehandhaafd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/047

    Klager verwijt de huisarts dat hij hen met hun ernstig zieke dochtertje te lang op het consult heeft laten wachten, een onjuiste diagnose heeft gesteld en niet adequaat hebben gereageerd toen zij op de hoogte werden gesteld van het ziektebeloop (hersenontsteking). Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ten dele gegrond en legt de huisarts een waarschuwing op. Zowel de arts als de klager komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het principaal beroep van de arts gegrond en het incidenteel beroep van de klager ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/080

    Klagers verwijten longarts onzorgvuldig en nalatig handelen bij beoordeling longfoto’s. Anders dan Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld gaat het handelen van de arts volgens het Centraal Tuchtcollege verder dan intercollegiaal overleg en is het tuchtrechtelijk toetsbaar. Arts had in de beschreven omstandigheden niet met de door hem telefonisch aan een nog onervaren arts-assistent doorgegeven beoordeling mogen volstaan. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/081

    Klacht tegen arts-assistent interne geneeskunde. Klacht gaat over medisch handelen, informatieverschaffing en overdracht aan collega. Beslissing van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is wordt in hoger beroep bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/082

    Klacht tegen arts-assistent interne geneeskunde. Klacht gaat over (1) medisch handelen, (2) informatieverschaffing en (3) beslissing patiënte te ontslaan. In beroep bestrijden klagers het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat het tweede klachtonderdeel ongegrond is en leggen door het Regionaal Tuchtcollege onbesliste klachtonderdelen ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege voor. De arts-assistent komt incidenteel in beroep tegen oordeel dat klachtonderdelen (1) en (3) gegrond zijn en tegen de opgelegde maatregel van waarschuwing. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is en dat de arts-assistent ten aanzien van haar handelen jegens patiënte geen tuchtrechtelijk verwijt treft. De opgelegde maatregel vervalt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/120

    Klager verwijt de uroloog dat hij hem op onjuiste wijze heeft geopereerd waardoor klager onnodig lang pijn heeft ervaren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat de operatie lege artis is uitgevoerd en heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/149

    Bij de echtgenoot van klaagster is een openhartoperatie verricht, De operatie is zonder complicaties verlopen. De patiënt is echter overleden. De arts assistent wordt verweten dat zij niet heeft onderkend dat er sprake was van een nabloeding, te kort is geschoten in de verslaglegging en in een civiele procedure onwaarheden heeft vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten als kennelijk ongegrond verworpen. Het Centraal Tuchtcollege heeft bij tussenbeslissing de zaak tot een nader te bepalen datum aangehouden teneinde de advocaat van de arts in de gelegenheid te stellen relevante stukken te overleggen en een bij de zaak betrokken longarts als getuige te horen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/150

    Bij de echtgenoot van klaagster is een openhartoperatie verricht. De operatie is zonder complicaties verlopen . De patiënt is echter overleden. De cardiopulmonaal chirurg heeft als vertegenwoordiger van het ziekenhuis in de civiele procedure een aantal notities opgesteld. De arts wordt verweten dat deze notities tegenstrijdigheden en onjuistheden bevatten en dat de arts heeft bijgedragen aan het stellen van een onjuiste diagnose met als gevolg de fatale afloop. Het RTG heeft klaagster deels niet-ontvankelijk en de klacht deels ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft bij tussenbeslissing de zaak tot een nader te bepalen datum aangehouden teneinde de advocaat van de arts in de gelegenheid te stellen relevante stukken te overleggen en een bij de zaak betrokken longarts als getuige te horen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/053

    Klager is na een epileptische aanval behandeld door de neuroloog. De neuroloog heeft de waarschijnlijkheidsdiagnose glioblastoom gesteld. De behandeling wordt later overgenomen door een collega-neuroloog (zaak 2009/052) die, als klagers toestand snel achteruit gaat, een DNR-beleid adviseert. Na een second opinion op verzoek van klagers familie blijkt dat er sprake is van een hersenabces. Klager wordt geopereerd en behoorlijk herstel volgt. Klager verwijt de neuroloog onzorgvuldig handelen. Het Regionaal wijst de klacht af. De neuroloog kan geen verwijt worden gemaakt ten aanzien van de door haar gestelde waarschijnlijkheidsdiagnose en er was geen noodzaak met spoed een neurochirurg in consult te vragen, noch gezien de gestelde waarschijnlijkheidsdiagnose, noch gezien de klinische toestand van klager tijdens de opname. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Zie ook zaak 2009/052.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/052

    Klager is na een epileptische aanval door de neuroloog behandeld op basis van de waarschijnlijkheidsdiagnose glioblastoom, gesteld door een collega-neuroloog (zaak 2009/053). Als klagers toestand snel achteruit gaat, adviseert de neuroloog een DNR-beleid. Na een second opinion op verzoek van klagers familie blijkt dat er sprake is van een hersenabces. Klager wordt geopereerd en behoorlijk herstel volgt. Klager verwijt de neuroloog onzorgvuldig handelen. Het Regionaal Tuchtcollege legt de neuroloog een waarschuwing op overwegende dat na de klinische achteruitgang van klager spoed beeldvorming obligaat was, omdat in de differentiaaldiagnose nog steeds een hersenabces stond vermeld. De neuroloog komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep overwegende dat zonder nadere diagnostische gegevens en beeldvormend onderzoek de heersende waarschijnlijkheidsdiagnose glioblastoom en - in het verlengde daarvan - de medische behandeling en het DNR-beleid, tussentijds niet konden worden getoetst of bijgesteld, terwijl de verslechterende situatie van klager daarom wel vroeg. Zie ook zaak 2009/053.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/027

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager ook in hoger beroep ontvankelijk in de klacht. De werkzaamheden van coördinator patiëntenservice bureau zodanig verweven met de professie van verpleegkundige, dat handelen valt onder tuchtrecht. Schending beroepsgeheim. Klacht ook in hoger beroep gegrond. Maatregel van waarschuwing bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/274

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/116

    Klaagster verwijt de tandarts een onprofessionele behandeling te hebben verricht bij het plaatsen van een aantal implantaten in haar bovenkaak. Volgens klaagster heeft zij bij de tandarts herhaaldelijk klachten geuit over (een van) de implantaten, maar adviseerde hij deze te laten zitten. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat gelet op de staat van klaagsters kaak genoegen werd genomen met een insufficiënte situatie, welke op den duur tot klachten zou kunnen leiden. Dat verweerder deze oplossing heeft gekozen is tuchtrechtelijk niet verwijtbaar. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/084

    Klager was gedetineerd met een TBS-maatregel en weigerde mee te werken aan een door de gz-psycholoog uit te voeren psychologisch onderzoek naar de noodzakelijkheid van de (verdere) verlenging van de TBS-maatregel, omdat klager alleen met een transculturele deskundige wilde praten. De gz-psycholoog heeft (toch) een Pro Justitia rapportage uitgebracht. Klagers klacht houdt in dat de door de gz-psycholoog uitgebrachte rapportage niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er sprake is van een gebrekkige verantwoording van de conclusie in de rapportage, nu daarin de neerslag van een gedegen beoordeling van de transculturele aspecten ontbreekt, terwijl daarvoor alle aanleiding was. Het Centraal Tuchtcollege legt de gz-psycholoog ter zake een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/074

    Klaagster heeft een borstcorrectie laten uitvoeren door de plastische chirurg vanwege asymmetrie en tubereuze borsten. Na de operatie is er nog steeds sprake van een geringe asymmetrie en klaagster ondergaat een tweede operatie. Echter nu is er sprake van ontsierende littekens en “bottomming out” van de implantaten. Klaagster verwijt de arts dat hij in strijd heeft gehandeld met de zorg, medisch onjuist heeft gehandeld waardoor de borsten zijn ontsierd en tekort is geschoten in zijn informatieplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/040

    Klager is onder curatele van zijn zus gesteld. De klacht tegen de gezondheidszorg-psycholoog betreft met name haar rol in de informatieverstrekking rond deze onder curatele stelling. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de gz-psycholoog de juiste zorg heeft betracht, hulp heeft aangeboden bij het omgaan met de curatele en op deugdelijke wijze bemoeizorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/039

    Klager is onder curatele van zijn zus gesteld. De klacht betreft met name het feit dat de psychiater niet tegen de curatele stelling is opgetreden. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de arts de juiste zorg heeft betracht, hulp heeft geboden bij het omgaan met curatele en op deugdelijke wijze bemoeizorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/038

    Klager is onder curatele van zijn zus gesteld. De klacht betreft met name de rol van de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige in de informatieverstrekking rond deze curatele stelling. Het Regionaal Tuchtcollege is o.m. van oordeel dat de verpleegkundige niet tekortgeschoten is in het verlenen van zorg aan klager, hulp heeft geboden en op correcte wijze bemoeizorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft derhalve de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/037

    De gynaecoloog heeft haar onderzoeksbevindingen geduid als passend bij een vervroegde overgang (POF). Klaagster verwijt de arts dat ze een onjuiste diagnose heeft gesteld en de bejegening vernederend en onbeleefd was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond geoordeeld en gesteld dat het op grond van twee laboratoriumtesten aannemen dat klaagster aan POF leed onvoldoende is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van de arts gegrond bevonden en de bestreden beslissing vernietigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/020

    Betreft een klacht tegen een anesthesist. De klacht houdt in dat de anesthesist, zonder dat zij eerst klagers preoperatieve anesthesiegegevens had ingezien, er vanuit is gegaan dat klager voorafgaand aan zijn spataderoperatie een ruggenprik als verdoving zou krijgen. Het regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de anesthesist zich, alvorens met klager in gesprek te gaan, op de hoogte had moeten stellen van klagers anesthesiegegevens en had moeten onderzoeken welke anesthesieafspraken er reeds met klager waren gemaakt. Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, nu de anesthesist nadien adequaat heeft gehandeld door zelf een preoperatieve screening bij klager te verrichten, hetgeen ertoe heeft geleid dat klager die dag (toch) nog onder algehele narcose kon worden geopereerd. Zie ook zaken 2009/018 en 2009/019.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/019

    Betreft informed consent. Een chirurg heeft bij klager de indicatie gesteld tot een spataderoperatie. Klager klaagt erover dat hij vervolgens door de arts-assistent heelkunde is geopereerd. Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat de arts-assistent er niet voor verantwoordelijk kan worden gehouden dat klager er niet tevoren van op de hoogte is gesteld dat hij door een ander dan de behandeld chirurg (2009/018) zou worden geopereerd, dat het niet ongebruikelijk of ongepast is dat een andere arts dan degene die de indicatie stelt, een operatie uitvoert, dat de arts-assistent bekwaam was en de operatie op acceptabele wijze heeft uitgevoerd. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing en voegt daaraan toe dat het voor de arts-assistent niet in de rede lag klager toestemming te vragen voor de operatie, omdat de arts-assistent er vanuit mocht gaan dat klager in een eerder stadium van het behandeltraject door de behandelend chirurg was geïnformeerd over de mogelijkheid dat de ingreep door een andere arts zou worden uitgevoerd. Zie ook zaken 2009/018 en 2009/020.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/015

    Partner van klaagster is overleden aan de gevolgen van een hersentumor. Klaagster klaagt erover dat de huisarts een onjuiste diagnose (vitale depressie) heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/325

    Klager verwijt de huisarts dat zij – anders dan haar voorgangster - weigert hem tavegilinjecties te geven in geval van een allergische reactie. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat deze injecties alleen in noodgevallen moeten worden gegeven en heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/272

    De klacht betreft de behandeling van klager door verweerster (gz-psycholoog en psychotherapeut) gedurende de periode dat hij in een TBS-inrichting verbleef. Klager heeft deelgenomen aan een zogenoemde intimiteittraining. Klager verwijt verweerster dat zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en ook dat de intimiteittraining bij hem tot onherstelbare immateriële schade heeft geleid. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager in zijn klacht niet-ontvankelijk voor zover betrekking hebbend op zijn deelname aan de intimiteittraining en wijst de klacht voor het overige als ongegrond af. In hoger beroep is alleen verweersters handelen als gz-psycholoog aan de orde. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt klagers beroep op beide onderdelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/179

    Klager verwijt de plastisch chirurg dat de uitvoering van de neuscorrectie niet voldoet aan de vooraf door klager geuite wensen. Klager wilde een verlaging en verbreding van de neus terwijl volgens hem een versmalling het ongewenste resultaat is. Voorts heeft de neus een scheefstand naar links. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/175

    Klager verwijt internist: 1. dat onjuiste diagnose is gesteld en 2. dat de diagnose niet tijdig is bijgesteld. In eerste aanleg is klager in klachtonderdeel 1. niet-ontvankelijk verklaard en is klachtonderdeel 2. afgewezen. Klager komt alleen in beroep voorzover de klacht is afgewezen. Beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/161

    Beroep van beslissing waarbij klager in de klacht niet ontvankelijk wordt verklaard omdat de klacht kennelijk geen betrekking heeft op enig handelen als bedoeld in artikel 47, lid 1 van de Wet BIG, wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/247

    De oorspronkelijk klager wordt niet ontvankelijk verklaard in beroep wegens het ontbreken van beroepsgronden in het beroepschrift.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/246

    De oorspronkelijk klager wordt niet ontvankelijk verklaard in beroep wegens het ontbreken van beroepsgronden in het beroepschrift.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/263

    Klacht tegen psychiater over beleid binnen kliniek waar klager verblijft en over gestelde diagnose. Van het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat klager niet kan worden ontvangen in de klacht over het beleid is geen beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht over de gestelde diagnose ongegrond is. Verzoek om verder beeldvormend onderzoek te laten verrichten wordt afgewezen. Een dergelijk onderzoek kan geen meerwaarde hebben voor klagers klacht. Aan de hand van beeldvormend onderzoek kan uitgesloten noch bevestigd worden of iemand aan schizofrenie lijdt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/030

    Klacht tegen psychiater over rapportage. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de rapportage op juiste wijze en in overeenstemming met geldende richtlijnen is opgesteld. Beroep tegen dat oordeel wordt verworpen. Een verzoek van klager om een nader deskundigenonderzoek te gelasten wordt afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege acht zich voldoende voorgelicht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/268

    Klacht tegen niet BIG geregisterde persoon. Beroep van beslissing waarin de klaagster in de klacht niet-ontvankelijk wordt verklaard wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/265

    Klacht tegen niet BIG geregisterde persoon. Beroep van beslissing waarin de klaagster in de klacht niet-ontvankelijk wordt verklaard wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/264

    Klacht tegen arts-assistent psychiatrie over beleid binnen kliniek waar klager verblijft en over gestelde diagnose. Van het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat klager niet kan worden ontvangen in de klacht over het beleid is geen beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht over de gestelde diagnose ongegrond is. Een verzoek om verder beeldvormend onderzoek te laten verrichten wordt afgewezen. Een dergelijk onderzoek kan geen meerwaarde hebben voor klagers klacht. Aan de hand van beeldvormend onderzoekkan uitgesloten noch bevestigd worden of iemand aan schizofrenie lijdt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/101

    Klacht tegen bedrijfsarts. Beroep wordt verworpen. Volgens Centraal Tuchtcollege kan de klacht dat de bedrijfsarts WAO papieren via een jobcoach heeft laten innemen bij gebrek aan een feitelijke grondslag niet slagen.