Zoekresultaten 1-20 van de 14621 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8064

    Klacht tegen een verloskundige kennelijk ongegrond. De verloskundige is betrokken geweest bij de bevalling van klaagster en heeft daarbij ook een vaginaal toucher uitgevoerd. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij dit vaginaal toucher heeft gedaan zonder een daaraan voorafgaand gegeven voldoende informed consent van klaagster. Ook verwijt klaagster de verloskundige een onvoldoende rapportage in het partusverslag en van een na de bevalling gevoerd afsluitend gesprek. Het college oordeelt dat klaagster in voldoende mate was geïnformeerd en toestemming heeft gegeven voor het vaginaal toucher. Daarnaast heeft de verloskundige alles genoteerd wat zij moest noteren in de verslagen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8285

    Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken voortand. Klager verwijt de tandarts dat weigering van zorgverlening tijdens dit consult en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8197

    Klacht tegen een arts kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van anios (zaalarts) de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8626

    Klaagster verwijt de radioloog dat hij de röntgenfoto van de bekken en de heupen van haar moeder (patiënte) verkeerd heeft beoordeeld, omdat hij een duidelijk zichtbare metastase heeft gemist waardoor kostbare tijd in haar behandeling verloren is gegaan en een immuuntherapie niet meer mogelijk was. Gelet op de (beperkte) informatie die de radioloog had en de beperkte zichtbaarheid van de afwijking van het botweefsel in de rechterheup, acht het college het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de radioloog die niet heeft waargenomen. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9016

    “Kennelijk ongegronde klacht van nabestaande over de behandeling van een patiënt door verweerder. Patiënt werd twee maal gezien wegens pijn op de borst en overleed enkele maanden later aan de gevolgen van een hartstilstand. Geen aanwijzingen dat bloeddrukmeting onzorgvuldig is geweest. Spoedverwijzing lag niet in de rede.”

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9061

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9060

    Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9013

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen verweerster (haar zus). Verweerster heeft bij aanvraag beschermingsbewind voor haar moeder benoemd dat zij HBO-verpleegkundige is en heeft gewerkt als casemanager dementie. Klaagster verwijt verweerster dat zij misbruik makat van haar professionele status. Handelen in de privésfeer kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder de tweede tuchtnorm worden getoetst. Het verweten handelen valt niet onder de reikwijdte van de tweede tuchtnorm.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8656

    Kennelijk ongegronde klacht van een nabestaande tegen een verpleegkundige. De (wijk)verpleegkundige is in de nacht voorafgaand aan het overlijden bij patiënte geweest op verzoek van klager, wegens buikpijn. De verpleegkundige is kort bij patiënte geweest en is weer weggegaan. Klager verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij geen adequate controles heeft gedaan en de situatie niet goed heeft ingeschat.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8607

    Klacht tegen tandarts over verkeerde plaatsing van een brug en over het geven van onvoldoende informatie voorafgaand aan de behandeling.Het college oordeelt dat het plaatsen van de brug volgens de regelen der kunst is geschied. Het college oordeelt verder dat het de verantwoordelijkheid is van verweerder om een goed dossier bij te houden. Nu patiënte stelt dat zij onvoldoende geïnformeerd is over de behandeling en in het dossier hierover niets is genoteerd, komt dit voor rekening en risico van verweerder. In zoverre is de klacht over het verstrekken van onvoldoende informatie gegrond. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8196

    Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8744

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts discriminatie, onprofessioneel handelen en nalatigheid. Het college is van oordeel dat een precieze reconstructie van de gesprekken/consulten niet mogelijk is en niet kan worden vastgesteld wat er is gezegd. Ook blijft onduidelijk in hoeverre de herkomst van klaagster in deze situatie een relevant onderwerp was en op welke wijze het is besproken. Duidelijk is wel dat klaagster het refereren aan haar herkomst als kwetsend en discriminerend heeft ervaren. Hiervoor heeft de huisarts zich geëxcuseerd en aangegeven hiervan te hebben geleerd. Daarnaast is van nalatig handelen geen sprake. De huisarts heeft klaagster doorverwezen, telkens te woord gestaan en van advies voorzien, ook omtrent andere zorgvragen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9196

    Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is de IGJ. De fysiotherapeut heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag, door tijdens een consult meerdere seksueel getinte opmerkingen tegen een patiënte te maken. De vastgestelde gedraging is op zichzelf al een ernstige tekortkoming in het handelen van de fysiotherapeut. Wat het handelen van de fysiotherapeut echter des te kwalijker maakt en wat het college – met de inspectie – extra zorgen baart, is de opstelling van de fysiotherapeut tijdens het onderzoek door de inspectie alsmede zijn houding in deze tuchtprocedure. Het college legt aan de fysiotherapeut een voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8339

    Ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was betrokken bij klager in het kader van zijn verzuimbegeleiding. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij zijn begeleiding, vooringenomen was en zijn recht op een second opinion onvoldoende heeft gefaciliteerd. Niet gebleken is dat de bedrijfsarts niet onafhankelijk handelde en/of vooringenomen was. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld, adequaat onderzoek gedaan en desgevraagd het verzoek tot second opinion gehonoreerd toen dit aan de orde was.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8974

    Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een tandarts. Klacht gaat over het – volgens klager – onjuiste gebruik van declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie) en onwaarheden in het patiëntendossier van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8220

    Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is verpleegkundig expert hiv in het ziekenhuis. Klager heeft al geruime tijd een hiv-infectie en verwijt de verpleegkundige, samengevat, het ten onrechte weigeren van medicatie en bloedonderzoek en het instellen van een toegangsverbod en het doen van melding bij justitie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8219

    Klacht tegen een internist kennelijk ongegrond. Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen. Het college is van oordeel dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het in het belang van goede zorgverlening is dat klager zich laat monitoren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8217

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager ontving via de huisartsenpraktijk van verweerder zijn hiv-medicatie. Het ziekenhuis was verantwoordelijk voor de medische controles en behandeling van de hiv-infectie. Toen uit de informatie van de behandelend specialist bleek dat klager zich aan de ziekenhuiscontroles onttrok, besloot de huisarts de medicatie niet langer voor te schrijven en verwees klager naar de specialist voor controle en hiv-medicatie. Klager verwijt de huisarts dat hij plotseling en onrechte weigerde deze vervolgmedicatie te verstrekken. Het college oordeelt dat de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8921

    Klacht van patiënte tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld bij klaagster en haar geen medicamenteuze behandeling heeft gegeven voor langdurige klachten na COVID.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9032

    Voorzittersbeslissing, deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond verklaarde klacht van een nabestaande tegen een lid van de Raad van Bestuur van een ziekenhuis. Patiënte was op de afdeling SEH van het ziekenhuis gezien en naar huis gestuurd met een (spoed)doorverwijzing naar de poli vaatchirurgie. Patiënte is de volgende dag overleden. Na intern onderzoek werd een calamiteitenmelding gedaan bij de IGJ. De verwijten gaan onder meer over communicatie, nazorg, informatieverstrekking en (het moment van) de calamiteitenmelding.