Zoekresultaten 51-100 van de 14544 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/120

    Klager verwijt de uroloog dat hij hem op onjuiste wijze heeft geopereerd waardoor klager onnodig lang pijn heeft ervaren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat de operatie lege artis is uitgevoerd en heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/082

    Klacht tegen arts-assistent interne geneeskunde. Klacht gaat over (1) medisch handelen, (2) informatieverschaffing en (3) beslissing patiënte te ontslaan. In beroep bestrijden klagers het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat het tweede klachtonderdeel ongegrond is en leggen door het Regionaal Tuchtcollege onbesliste klachtonderdelen ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege voor. De arts-assistent komt incidenteel in beroep tegen oordeel dat klachtonderdelen (1) en (3) gegrond zijn en tegen de opgelegde maatregel van waarschuwing. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is en dat de arts-assistent ten aanzien van haar handelen jegens patiënte geen tuchtrechtelijk verwijt treft. De opgelegde maatregel vervalt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/081

    Klacht tegen arts-assistent interne geneeskunde. Klacht gaat over medisch handelen, informatieverschaffing en overdracht aan collega. Beslissing van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is wordt in hoger beroep bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/080

    Klagers verwijten longarts onzorgvuldig en nalatig handelen bij beoordeling longfoto’s. Anders dan Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld gaat het handelen van de arts volgens het Centraal Tuchtcollege verder dan intercollegiaal overleg en is het tuchtrechtelijk toetsbaar. Arts had in de beschreven omstandigheden niet met de door hem telefonisch aan een nog onervaren arts-assistent doorgegeven beoordeling mogen volstaan. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/047

    Klager verwijt de huisarts dat hij hen met hun ernstig zieke dochtertje te lang op het consult heeft laten wachten, een onjuiste diagnose heeft gesteld en niet adequaat hebben gereageerd toen zij op de hoogte werden gesteld van het ziektebeloop (hersenontsteking). Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ten dele gegrond en legt de huisarts een waarschuwing op. Zowel de arts als de klager komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het principaal beroep van de arts gegrond en het incidenteel beroep van de klager ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/046

    Internist komt in beroep van het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht dat hij (1) ten onrechte is blijven vasthouden aan een onjuiste diagnose en (2)de patiënt en familie onheus heeft bejegend grotendeels gegrond is en van de opgelegde maatregel van waarschuwing. Het Centraal Tuchtcollege rekent de arts tuchtrechtelijk aan dat hij te lang is blijven vasthouden aan de aanvankelijk door hem gestelde diagnose diverticulose en dat hij de mogelijkheid van vaatlijden niet in de differentiaal diagnose heeft opgenomen en geen gericht specialistisch onderzoek heeft ingezet. Het Centraal Tuchtcollege acht het eerste onderdeel zij het op enigszins andere gronden dan het Regionaal Tuchtcollege gegrond maar acht de klacht over de bejegening ongegrond. De opgelegde maatregel van waarschuwing wordt gehandhaafd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/002

    Internist wordt verweten onvoldoende zorg te hebben besteed aan scherpere instelling van de bloedsuikerwaarden. In beroep wordt geoordeeld dat de internist door onvoldoende in te grijpen in de daling van de bloedsuikerwaarden te kort is geschoten in de zorg jegens klaagster. Maatregel van waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0197 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/001

    Gynaecoloog wordt verweten onvoldoende zorg te hebben besteed aan scherpere instelling van bloedsuikerwaarden. In beroep wordt geoordeeld dat na verwijzing van patiënte naar de internist voor behandeling van hoge bloedsuikerwaarden de verantwoordelijkheid voor die behandeling in de eerste plaats bij de internist ligt. Gynaecoloog heeft mogen volstaan met het signaleren dat de bloedsuikerwaarden hoog bleven en de internist daarop te attenderen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/248

    Klager verwijt de gynaecoloog dat hij in verband met een door hem gewenste geslachtsverandering van vrouw naar man onzorgvuldig heeft geopereerd waardoor naderhand een interne bloeding is opgetreden. Hierdoor was, tegen de uitdrukkelijke afspraak in, een vervolgoperatie via de buikwand noodzakelijk. Het Regionaal Tuchtcollege legt de arts een waarschuwing op omdat hij tekortgeschoten is in zijn informatieverplichtingen. De arts komt hiertegen in hoger beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van de arts gegrond en vernietigt de bestreden beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/018

    Betreft informed consent. Een chirurg heeft bij klager de indicatie gesteld tot een spataderoperatie. De klacht houdt in dat de chirurg aan klager heeft doen voorkomen dat hij klager zelf zou opereren en dat hij vervolgens zonder toestemming van klager de operatie door een andere arts (zaak 2008/019) heeft laten uitvoeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op alle vier klachtonderdelen als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de chirurg heeft verzaakt in de op hem rustende verplichting inzake het verkrijgen van toestemming, nu niet aannemelijk is geworden dat hij klager de uitdrukkelijke toestemming heeft gevraagd en van hem heeft verkregen voor het laten verrichten van de spataderoperatie door een andere (vooraf niet met name genoemde) arts en verklaart het eerste klachtonderdeel alsnog gegrond. Het Centraal Tuchtcollege legt de chirurg terzake een waarschuwing op met publicatie van de beslissing. Zie ook zaken 2009/019 en 2009/020.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/187

    Klaagster verwijt in eerste aanleg psychiater (1) ten onrechte voorschrijven van een proefbehandeling met Concerta ter diagnosticering of uitsluiting van ADD, (2) niet nakomen gemaakte afspraken in behandelplan, (3) niet tijdig antwoorden op brief UWV, (4) zonder gewichtige reden afbreken van behandeling en (5) gebruik van grievende en stigmatiserende medische term secundaire ziektewinst. Psychiater komt in beroep van oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat onderdelen 1, 3, 4 en 5 gegrond zijn en van de opgelegde maatregel van waarschuwing. Ad (1): Volgens Centraal Tuchtcollege mocht de psychiater onder de geschetste omstandigheden en in aanmerking nemend dat relatief snel duidelijk is of dit middel al dan niet een positief effect heeft proefbehandeling met Concerta voorschrijven. Ad (3). Centraal Tuchtcollege acht aannemelijk dat de arts telefonisch contact heeft gehad met UWV. Het ware beter geweest als dit was vastgelegd in het dossier, doch nalaten daarvan is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. (Ad 4): Voor klaagster had duidelijk moeten zijn dat als zij niet meewerkte aan uitvoering behandelplan de behandelrelatie zou worden beëindigd. Ad (5): In psychiatrie vaak gebruikte en medisch geaccepteerde term Secundaire Ziektewinst in brief aan de huisarts is niet onnodig grievend en stigmatiserend. De psychiater mocht er van uitgaan dat de huisarts wist wat met de uitdrukking werd bedoeld. Beroep slaagt en klacht wordt alsnog in alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0219 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/245

    Klager heeft zich met huidklachten gewend tot de huisartsenpost. Klager verwijt zijn eigen huisarts dat hij zich heeft geconformeerd aan het beleid van de waarnemend huisarts erop neerkomend dat de gordelroos niet meer te behandelen viel met een antiviraal middel en hem niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/244

    Klager heeft zich met huidklachten gewend tot de huisartsenpost. Klager verwijt de waarnemend huisarts dat hij zonder deugdelijk onderzoek heeft geconcludeerd dat klagers gordelroos niet meer te behandelen was met een antiviraal middel en dat hij klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/251

    In het kader van problemen rond de omgangsregeling van klager met zijn kinderen heeft de rechtbank bepaald dat er een forensisch psychologisch diagnostisch onderzoek in civiel kader diende te worden ingesteld bij de kinderen, bij klager en diens ex-echtgenote. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van de gezondheidszorgpsycholoog. De rechtbank heeft klager de omgang met zijn kinderen gedurende twee jaar ontzegd. Klager verwijt de gz-psycholoog het onzorgvuldig en ondeskundig uitvoeren van het onderzoek, de onjuiste uitkomst en het weigeren om correcties in het rapport te verwerken. Het RTG legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van de gz-psycholoog verworpen en heeft de publicatie van de beslissing gelast.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0235 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/077

    Klager komt in beroep van het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat klacht tegen arts, werkzaam als Arbo-arts, ongegrond is verklaard. Beroep betreft vijf van de zes oorspronkelijke klachtonderdelen. Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het de arts vrij staat zich Arbo-arts te noemen, dat niet is gebleken dat klager tijdens spreekuurcontact rugklachten heeft geuit, dat de arts de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en/of niet objectief en niet bekwaam heeft gehandeld en/ of zijn beroepsgeheim heeft geschonden. De bestreden beslissing van het Regionaal Tuchtcollege blijft in stand.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0236 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/031

    Patiënte is bekend met de ziekte SLE en wendt zich in de nachtdienst met klachten tot de huisarts. De huisarts schrijft de pijnstiller Tramadol voor en adviseert patiënt zich de volgende dag te wenden tot haar behandelend reumatoloog. In de loop van de volgende avond wordt patiënte onder een verdenking van een vasculitis en een asceptische meningitis op basis van SLE opgenomen op de Intensive care Unit van het Ziekenhuis. Klagers verwijten de huisarts geen zorgvuldig onderzoek te hebben verricht, waardoor zij geen juiste diagnose heeft kunnen stellen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat tijdens het consult geen van de klachten op een meningitis wezen of een andere acute aandoening, dat de klachten van patiënt in verband konden worden gebracht met de SLE en dat Tramadol kon worden voorgeschreven juist omdat daarvoor geen contra-indicaties bestonden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0250 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/105

    Aanvraag vergunning tot verblijf met als doel medische behandeling. In kader van bezwaarprocedure tegen afwijzing van aanvraag is de arts, verbonden aan het Bureau Medische Advisering (BMA), door de IND gevraagd te adviseren. Volgens klager (1) had het dossier aanleiding moeten zijn te twijfelen aan de effectiviteit van de behandeling in het land van herkomst; (2) heeft de arts ten onrechte in het advies opgenomen dat klager wel kan reizen als hij wordt begeleid door sociaal psychiatrisch verpleegkundige, (3) ontbeert het advies de nodige zorgvuldigheid. Het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is wordt in beroep verworpen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat ingeval er twijfel bestaat over effectiviteit van de te verkrijgen behandeling daarvan in rapportage melding moet worden gemaakt. Daarbij wordt van de arts verwacht dat hij de kernfactoren die hij kan wegen, weegt. Specifieke karakter van de stoornis/ziekte van klager en de oorzaak daarvan kunnen meebrengen dat BMA arts gemotiveerd aangeeft of er al dan niet een aanmerkelijke kans is dat getwijfeld moet worden aan de effectiviteit.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0271 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/163

    De huisarts heeft aan de voormalige echtgenote van klager een verklaring afgegeven waarin hij heeft verklaard dat hij haar in de voorgaande 20 jaar niet psychiatrisch heeft behandeld. Klager verwijt de huisarts dat deze verklaring onjuist is en dat hij daarmee de arts-patiënt relatie heeft geschonden. Daarnaast verwijt hij de huisarts dat hij de voormalige echtgenote heeft ingelicht over het feit dat klager een tuchtklacht tegen hem had ingediend. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0272 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/009

    De klacht betreft het medisch handelen van een verzekeringsgeneeskundige die in het kader van een beroepsprocedure op verzoek van het UWV diende te reageren op de rapportage van een door de bestuursrechter ingeschakelde psychiater. Het RTG te Groningen wijst de klacht af en gelast de publicatie. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0273 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/044

    De klacht betreft een verzekeringsarts die als geneeskundig adviseur werkzaam is in de particuliere verzekeringssector de mate van arbeidsongeschiktheid van klaagster heeft beoordeeld. Klaagster verwijt de verzekeringsarts - kort samengevat – 1. dat hij heeft getracht onafhankelijke deskundigen te beïnvloeden, 2. dat hij klaagsters privacy en zijn beroepsgeheim heeft geschonden, 3. dat hij arbeidskundige conclusies en beschouwingen presenteert hetgeen uitsluitend is voorbehouden aan arbeidsdeskundigen en 4. de schending van het inzage- en correctierecht. Het RTG te Zwolle acht de klachten 1, 2 en 4 (deels) gegrond, legt een waarschuwing op en gelast de publicatie. De arts komt in hoger beroep en klaagster stelt incidenteel beroep in. In het principaal appel wordt de bestreden beslissing bevestigd en in het incidenteel appel wordt klaagster niet-ontvankelijk verklaard met betrekking tot een nieuwe klacht alsmede de beslissing waarvan beroep bevestigd met publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0274 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/051

    Klaagster is in 2001 door de verzekeringsgeneeskundige werkzaam voor het UWV op grond van psychische klachten volledig arbeidsongeschikt bevonden. In 2003 ontving het UWV een fraudemelding. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zij door het verstrekken van informatie over klaagster haar beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle is van oordeel dat de verzekeringsarts zich weinig professioneel heeft gedragen, legt de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie. De verzekeringsarts komt in hoger beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van de arts gegrond, vernietigt de bestreden beslissing, wijst de klacht af en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0275 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/059

    Klacht tegen orthopedisch chirurg over implanteren heupprothese. In eerste aanleg wordt klacht deels gegrond verklaard en waarschuwing opgelegd. Het principale beroep van klaagster betreft aspect van behandeling dat heeft meegewogen bij oordeel dat klacht deels gegrond is. Principaal beroep verworpen. In incidentele beroep: Met toepassing van artikel 74, 4e lid Wet BIG toetst Centraal Tuchtcollege de oorspronkelijke klacht in volle omvang. Oorspronkelijke klacht wordt geheel gegrond bevonden. Het Centraal Tuchtcollege acht voor het door arts ingezette afwachtend beleid geen goede argumenten aanwezig. Maatregel van waarschuwing wordt gehandhaafd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0276 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/087

    Klaagster verwijt verloskundige dat zij (1) onzorgvuldig heeft gehandeld met name door op door klaagster afgegeven signalen geen actie te hebben ondernomen en (2) niet inzichtelijk te hebben gemaakt volgens welke protocollen in praktijk waar zij regelmatig als zelfstandig verloskundige werkzaam is wordt gewerkt. Regionaal Tuchtcollege acht eerste onderdeel van klacht in zoverre gegrond dat de verloskundige in ieder geval nogmaals de hartslag van de foetus had moeten meten en voorts meer de vinger aan de pols had moeten houden en legt de maatregel van waarschuwing op. Tweede klachtonderdeel wordt ongegrond bevonden. In hoger beroep oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat verloskundige gehandeld heeft volgens de geldende standaarden en dat niet is gebleken van omstandigheden die aanleiding hadden moeten zijn om anders te handelen. Eerste klachtonderdeel wordt alsnog ongegrond verklaard en opgelegde maatregel vervalt daarmee.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0277 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/121

    Klacht tegen psychotherapeut/GZ-psycholoog. Klager heeft de klacht in beroep ingetrokken. De behandeling van de klacht wordt gestaakt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0278 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/137

    Klacht tegen fysiotherapeute over behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege Zwolle heeft de fysiotherapeute berispt en publicatie van de beslissing bepaald (no. 142/2008 ). De fysiotherapeute wordt in het beroep niet ontvankelijk verklaard omdat het beroep na het verstrijken van de zes weken termijn is ingediend.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0279 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/152

    Klaagster verwijt dermatoloog haar zwaar lichamelijk letsel te hebben toegebracht door onvoldoende onderzoek te doen naar een vlekje, waarvoor zij door de huisarts naar de dermatoloog was verwezen. Volgens het Regionaal Tuchtcollege had de dermatoloog m oeten onderzoeken of klaagster mogelijk een melanoom had, valt uit de status niet te achterhalen op grond van welke bevindingen de dermatoloog tot zijn diagnose a-typische naevi is gekomen, brengt dat mee dat de dermatoloog klaagster niet die zorg heeft gegeven waartoe hij jegens haar was gehouden en is de klacht in zoverre gegrond. In hoger beroep wordt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0280 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/180

    Klaagsters zoon is met een TBS-maatregel opgenomen in een kliniek waar de psychiater de directeur behandeling was. Bij patiënt is een hersentumor vastgesteld die inmiddels operatief is verwijderd. Volgens klaagster is zij door de hulpverlening ten onrechte aangewezen als zondebok voor de gedragsproblemen van haar zoon. Klaagster verwijt de arts dat de diagnose te laat is gesteld en deze diagnose niet aan klaagster is medegedeeld. Het RTG heeft klaagster deels niet-ontvankelijk verklaard (patiënt is meerderjarig en heeft niet met en de klacht ingestemd) en de klacht deels ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft deze beslissing met een aanvulling bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0281 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/231

    Nadat klager en zijn echtgenote bij de gz-psycholoog in relatietherapie zijn geweest, dient klager een klacht in over de onbehoorlijke wijze waarop klager bij die relatietherapie door de gz-psycholoog is behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege legt de gz-psycholoog ter zake een berisping op. Het Centraal Tuchtcollege legt aan de gz-psycholoog een voorwaardelijke schorsing op (duur van zes maanden) met bijzondere voorwaarden (volgen training systeemtherapie en supervisie) vanwege verweerders gebrek aan professionele (basis)kennis, technische vaardigheid en professionele distantie en diens vooringenomenheid, met publicatie. Er is sprake van recidive.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0282 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/239

    Klacht tegen uroloog over onder zijn verantwoordelijkheid door verpleegkundige uitgevoerde blaasspoeling. Centraal Tuchtcollege bevestigt het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat niet is komen vaststaan dat opgetreden infectie gevolg is van vierde blaasspoeling. Infectie is zorgvuldig behandeld. De arts valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0283 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/240

    Klaagster verwijt longarts dat trombose is ontstaan door stoppen van profylactische stolling. Regionaal Tuchtcollege acht het gevoerde beleid juist. Klaagster wordt in het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0284 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/255

    Klager is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf met TBS. Er is een advies uitgebracht tot verlenging van de TBS ondertekend door de gz-psycholoog/psychotherapeut als plaatsvervangend hoofd van de inrichting. Klager verwijt de gz-psycholoog/psychotherapeut dat hij het advies heeft ondertekend zonder klager daadwerkelijk te hebben behandeld of onderzocht en dat het advies niet op onafhankelijke wijze tot stand is gekomen aangezien klager eerder een tuchtrechtelijke klacht tegen hem had ingediend. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege staakt de behandeling omdat klager de klacht heeft ingetrokken en er geen aan het algemeen belang te ontlenen redenen aanwezig zijn op grond waarvan de behandeling van de klacht dient te worden voortgezet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0285 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/315

    Klager genoot een uitkering krachtens de ziektewet. Klager is bij de verzekeringsarts op spreekuur geweest voor een beoordeling in het kader van reïntegratie. Nadat klager geweigerd heeft toestemming te geven voor het opvragen van informatie bij de curatieve sector heeft de arts de opdrachtgever gemeld dat een beoordeling niet mogelijk was. Klager verwijt de arts dat hij tegen de afspraak klager in oktober in plaats van december heeft opgeroepen, ten onrechte zijn handtekening heeft gevraagd voor het opvragen van medische informatie terwijl klager nog op de wachtlijst stond en te veel informatie over klager heeft overgelegd. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager heeft het beroep te laat ingediend. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager om die reden niet-ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0331 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/276

    Klacht tegen psychiater. CTG verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege omdat het beroep te laat is ingesteld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0332 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/275

    Klacht tegen psychiater. CTG verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege omdat het beroep te laat is ingesteld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0333 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/126

    Klacht tegen verloskundige houdt in dat verloskundige (1) er niet alles aan heeft gedaan om te voorkomen dat de ongeboren baby meconium zou inslikken, (2) pas twee uur nadat klaagster had gebeld dat zij bruin vocht verloor kwam en klaagster eerst een uur daarna heeft ingestuurd, (3) nadat onderhavige klacht was ingediend in status heeft aangetekend dat klaagster was gestript, wat ook nog onjuist was en (4) na geboorte van baby niet met klaagster in gesprek is gegaan. Regionaal Tuchtcollege heeft onderdelen (3) en (4) gegrond verklaard en waarschuwing opgelegd. In het beroep van klaagster wordt het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat klachtonderdelen (1) en (2) ongegrond zijn vernietigd en worden deze onderdelen alsnog gegrond verklaard. Tevens volgt vernietiging van opgelegde maatregel van waarschuwing en wordt verloskundige berispt en publicatie van de beslissing bepaald.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0357 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010/067

    Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de door haar aangeklaagde instelling niet behoort tot de kring van personen over wie ingevolge de Wet BIG kan worden geklaagd. Of de klacht ook betrekking heeft op handelen/nalaten dat meer dan tien jaren voor het indienen van de klacht heeft plaatsgevonden, zoals het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld wordt door het Centraal Tuchtcollege in het midden gelaten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0358 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010/066

    Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de door haar aangeklaagde instelling niet behoort tot de kring van personen over wie ingevolge de Wet BIG kan worden geklaagd. Of de klacht ook betrekking heeft op handelen/nalaten dat meer dan tien jaren voor het indienen van de klacht heeft plaatsgevonden, zoals het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld wordt door het Centraal Tuchtcollege in het midden gelaten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0359 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/157

    Het betreft een klacht van een huisapotheker tegen een collega-ziekenhuisapotheker. De huisapotheker heeft aan een patiënte methotrexaatspuiten meegegeven in een onjuiste dosering. Klager is de gevestigd apotheker van de huisapotheek en betrok de medicijnen van de ziekenhuisapotheek. Verweerder is zowel hoofd als de gevestigd apotheker van de ziekenhuisapotheek. Klager verwijt verweerder dat de ziekenhuisapotheek aan de huisapotheek methotrexaatspuiten heeft afgeleverd met een onjuiste dosering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de ziekenhuisapotheker niet is tekortgeschoten in zijn taken als hoofd en gevestigd apotheker van de ziekenhuis apotheek en dat hem de verkeerde levering – hoe onmiskenbaar fout deze ook is geweest – in tuchtrechtelijke zin niet kan worden verweten, waarna het Regionaal Tuchtcollege de klacht heeft afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd. Zie ook zaak 2009/131 waarin patiënte een klacht heeft ingediend tegen de huisapotheker (klager in deze zaak) welke klacht in hoger beroep is overgenomen door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0360 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/222

    Klaagster heeft besloten ( ter ondersteuning van een aan te vangen echtscheidingsprocedure) zich onder behandeling te stellen van een psychiater. Zij verwijt de arts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder te testen of gedegen onderzoek te doen bij klaagster de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis te stellen. Het RTG acht de klacht deels gegrond zonder oplegging van maatregel met publicatie. Het Centraal Tuchtcollege acht het beroep van de psychiater gegrond en vernietigt de bestreden beslissing met betrekking tot het gegrond bevonden klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0361 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/233

    Bij klaagster zijn in het verleden siliconenprothesen in haar borsten geplaatst en is zij geopereerd aan nadien optredende kapselvorming. Zij is door de arts geopereerd omdat zij haar siliconenprothesen wilde vervangen door waterprothesen. Klaagster verwijt de arts dat hij onmiddellijk voorafgaand aan de operatie niet bij haar is geweest en dat zij door zijn toedoen nu misvormde borsten heeft. Het RTG heeft deze klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0362 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/174

    Klaagster heeft vanwege een erfelijke vorm van kanker haar beide borsten preventief laten amputeren. De plastisch chirurg heeft bij klaagster de reconstructieve borstchirurgie uitgevoerd. Klaagster verwijt de arts onzorgvuldig handelen. Zo stelt zij o.m. geen toestemming te hebben gegeven voor de uiteindelijk gekozen operatietechniek. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0363 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/160

    Een arts werkzaam als huisarts in opleiding bij een huisartsenpraktijk ziet patiënt tijdens visite de dag nadat patiënt opgenomen is geweest op de afdeling Spoed Eisende Hulp (SEH). Op de SEH is de diagnose vestibulair syndroom gesteld. De arts stelt dezelfde diagnose. Kort daarop wordt patiënt opnieuw opgenomen wegens een cerebellair infarct. Volgens klaagster heeft de arts zich bij het stellen van de diagnose gebaseerd op de gegevens van de SEH en daarbij niet de door klaagster verstrekte nadere informatie betrokken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt de huisarts een waarschuwing op. De huisarts komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de resultaten van enkel de slikproef onvoldoende waren om de gestelde differentiaal diagnose CVA opzij te kunnen zetten en dat nader neurologisch onderzoek nog was aangewezen. Dat patiënt kort tevoren nog was onderzocht op de SEH, waar men eveneens dacht aan een ‘vestibulair probleem’ maakt dit niet anders. Het Centraal Tuchtcollege laat de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde waarschuwing intact.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0364 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/261

    Klager komt bij zijn huisarts vanwege een huidaandoening. Een maand later vraagt klager telefonisch een visite aan vanwege een gezwollen, pijnlijke hand. De huisarts legt daarop geen visite af, maar schrijft pijnstillingsmedicatie voor. Nadien blijkt dat klager een streptococcus pyogenes infectie heeft. Klacht betreft onjuiste diagnose, weigering visite, voorschrijven nutteloos medicament en communicatie. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klachten als ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er voor de huisarts aanleiding was om telefonisch contact met klager op te nemen om hem (nader) uit te vragen over zijn klachten en dat de huisarts zonder waarschijnlijkheidsdiagnose niet ‘blind’ een recept voor pijnstillingsmedicatie had mogen uitschrijven, zeker niet nu de visite was geweigerd. Volgt een maatregel van waarschuwing met publicatie van de beslissing. Klagers beroep wordt voor het overige verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0365 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/293

    Klaagster verwijt de internist dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld. De internist diagnosticeerde een tumor aan de galwegen en dacht dat klaagster in aanmerking zou komen voor een zogenaamde DROP-trial en verwees haar naar een ander ziekenhuis. De medische specialisten aldaar hebben echter geoordeeld dat de operatie niet op basis van de DROP-trial kon plaatsvinden. Klaagster is uiteindelijke met succes op traditionele wijze geopereerd. Het RTG acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0366 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010/050

    Klaagster verwijt de verpleegkundige (zorgcoördinator van een woongroep) dat hij haar dochter heeft mishandeld door haar tegen haar achterste te schoppen waardoor zij rugklachten heeft gekregen en angstig is geworden. Het RTG heeft klaagster ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat de verpleegkundige is ingeschreven in het BIG-register en de pedagogische begeleiding aangemerkt kan worden als handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg. De klacht wordt afgewezen omdat mishandeling niet is vast komen te staan noch aannemelijk is geworden. Klaagster heeft het beroep te laat ingediend. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster om die reden niet ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0370 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/008

    Klacht tegen psychotherapeut ziet zowel op de wijze waarop de psychotherapeut klaagster heeft behandeld als op de wijze waarop deze de behandeling heeft beëindigd. In beroep deelt het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht in beide onderdelen gegrond is. Het Centraal Tuchtcollege vindt aanleiding om een minder zware maatregel op te leggen dan de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde berisping. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0371 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/332

    Klager heeft nadat hij was overgestapt naar een andere apotheek, bij zijn oude apotheek zijn medicatiedossier opgevraagd. Klager verwijt verweerster als apotheker van zijn oude apotheek dat haar medewerkers hem geen kopie van zijn dossier konden verstrekken en dat verweerster in zijn medicatiedossier wijzigingen heeft aangebracht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten van klager in raadkamer als kennelijk ongegrond afgewezen, oordelend dat verweerster ten tijde van het opvragen van het medicatiedossier niet werkzaam was bij klagers oude apotheek en voorts dat uit de medicatiehistorie blijkt dat verweerster niet zonder recept slaapmedicatie aan het dossier heeft toegevoegd en dat het middel aan klager is geleverd. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd met een aanvulling wat betreft de feitelijkheden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0396 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010/026

    Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen beslissing van het Regionaal Tuchtcollege dat klacht ongegrond is. Het beroepschrift bevat niet de gronden van het beroep. Klager is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, maar ook uit zijn reacties blijkt onvoldoende waarom hij het niet eens is met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0397 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/170

    Chirurg. Klacht ziet op de behandeling van patiënt en communicatie met wettelijk vertegenwoordiger. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht in beide onderdelen af maar legt de chirurg ambtshalve een waarschuwing op wegens onvoldoende dossiervoering. Beroep van klagers tegen afwijzing van de klacht wordt verworpen. Centraal Tuchtcollege wijst het incidenteel appel van chirurg tegen opgelegde maatregel toe. Niet is gebleken dat de chirurg gebrekkige dossiervoering heeft onderkend als afzonderlijk verwijt en uit het proces-verbaal van de zitting blijkt evenmin dat chirurg had moeten begrijpen dat de tuchtrechtelijke toetsing zich tot dat punt uitstrekte.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0398 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/148

    Klagers zijn de echtgenote en broer van een patiënt die is geopereerd aan een tumor aan de vena cava superior en de rechter longkwab. Door het afglijden van een partiële klem is patiënt uiteindelijk door hersenschade overleden. Klagers verwijten de cardio-thoracaal chirurg dat hij heeft afgezien van het direct vervangen van de vena cava superior. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klagers niet-ontvankelijk met betrekking tot de eerst in hoger beroep geuite klacht en verwerpt het beroep voor het overige.